GettyImages 1233901816 kopie 2 1


Onder voormalig leider Hugo Chávez zijn de eerste stappen gezet op weg naar het gewelddadige pact tussen politiek en misdaad in Venezuela en in de rest van Latijns-Amerika, aldus dit heldere betoog. Hoe kan de rest van de wereld leren van zijn fouten?

Met de conflicten tussen rechtsstaat en criminaliteit beleeft Venezuela wellicht de ernstigste veiligheidscrisis in de geschiedenis van het continent. Uit de Venezolaanse situatie zijn belangrijke lessen te trekken voor heel Latijns-Amerika in de strijd van regeringen om het gezag over hun grondgebied. Venezuela is een extreem voorbeeld van de ene fout na de andere en in die zin een volmaakt handboek voor wat je niet moet doen.

Veiligheid is mensenrecht nummer één. Aan gezondheid, onderwijs of andere grondrechten heb je niets als je wordt bedreigd of in angst leeft. Criminelen gedogen, formeel of daadwerkelijk een pact met hen sluiten, betekent burgers hun rust ontnemen en misdadigers ruim baan geven. 

De veiligheidspolitiek van het huidige Venezuela gaat terug op 1999, toen Hugo Chávez de volgende publieke verklaring aflegde: ‘Als ik arm was, zou ik stelen.’ Hij zag delinquenten als slachtoffers van sociaal onrecht. Chávez hervormde de openbare veiligheid door haar te politiseren, ontmantelen en militariseren. Politieke tegenstanders werden gevaarlijker geacht dan criminelen. De oppositie werd vervolgd, misdaad werd getolereerd en de rechtsstaat verzwakte. Als gevolg groeide de misdaad exponentieel en inmiddels vecht de regering tegen honderden criminele bendes in het hele land. 

Vóór Chávez gold Venezuela als een relatief veilig land, waar jarenlang miljoenen Colombianen hun toevlucht zochten om te ontsnappen aan de gewelddadigheden in eigen land. In 1990 stond het aantal moorden in Venezuela op 10 per 100.000 inwoners, rond 2002 steeg dat aantal naar 45 en in 2018 naar 81,4; het hoogste cijfer op het continent en wereldwijd een van de hoogste. 

Vier regeringsbesluiten

Samenvattend zijn het vier regeringsbesluiten geweest die deze ontwikkeling in de hand hebben gewerkt: de ontmanteling van de politie, de afspraken met de stedelijke gangs, het gevangenisbeheer door delinquenten en het beleid om guerrillastrijders uit Colombia onderdak te bieden. Hierover zei een linkse Braziliaanse vriend die werkzaam was bij de beveiliging van zijn land: ‘Het duurde even voor we doorhadden dat het kwaad bestaat en universeel is, en dat je misdadigers, preventieprogramma’s of niet, altijd moet vervolgen.’

De oorspronkelijke partij van Chávez heette Movimiento Quinta República (Beweging van de Vijfde Republiek). De eerste drie republieken eindigden met de dood van Bolívar. De vierde werd door Chávez getypeerd als oligarchisch, neoliberaal, et cetera. Net als alle andere populisten ontkende hij het recente verleden en bepaalde hij dat de nieuwe geschiedenis begon met hem en zijn Vijfde Republiek, gebaseerd op een ‘revolutionair, links nationalisme’ dat de ‘bolivariaanse revolutie’ met zich meebracht. Chávez’ politieke hervorming hield onder andere de ontbinding in van alle bestaande politiecapaciteit. Dit leidde tot een afbraak van de veiligheid, evenals een afbraak van expertise, middelen, kennis en operationele capaciteit. 

Het veiligheidssysteem werd ontmanteld en omgebogen om de regering te beschermen, niet de burgers

Chávez pleitte voor een civiele hervorming van de politie om schending van mensenrechten te voorkomen, maar in de praktijk droeg hij de beveiliging over aan loyale militairen. Tweeduizend officieren werden bevorderd tot generaal. Deze politisering ging ten koste van de grondwettelijke basis, de discipline, de kwaliteit van de evaluaties, het promotiestelsel en alle denkbare professionele daadkracht. Het eind van het liedje was dat het veiligheidssysteem werd ontmanteld, van z’n professionaliteit ontdaan, gecorrumpeerd en omgebogen om de regering te beschermen, en niet de burgers. De delinquenten verdwenen naar het tweede plan, de prioriteit lag voortaan bij het bespioneren, controleren, vervolgen, gevangennemen en dagvaarden van tegenstanders, ook binnen het leger zelf. Ondertussen werden er concessies gedaan aan de delinquenten, die werden gedoogd en ongecontroleerd in aantal toenamen. 

Om sociaal en politiek nader te komen tot de arme wijken waar misdaad voorkwam, werden in eerste instantie de zogenaamde círculos bolivarianos opgericht, sociale verbanden met een culturele en ideologische grondslag, daarna de beruchte colectivos, die een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij de onderdrukking van tegengeluiden, en tot slot, toen de onveiligheid toenam, werd geprobeerd de buurten te pacificeren door zogenaamde ‘vredeszones’ te creëren. De connectie tussen sociale politiek en misdaad ontstond doordat Chávez zijn beleid voorstelde als een gewapende revolutie die verdedigd moest worden door middel van volksmilities. Maar zijn regering had een electorale basis, er was nooit sprake van een echte revolutie geweest. Het chavismo kon rekenen op stemmers, volgers en sympathisanten, maar er had geen strijd plaatsgevonden die voldoende ideologische activisten opleverde, er bestond geen revolutionaire mystiek, maar geld en cliëntelisme op grote schaal. Vandaar dat het chavismo, toen het erop aankwam de verdediging van de revolutie te organiseren, uiteindelijk gewelddadige figuren in de volkswijken ging rekruteren, onder wie de zwaarste delinquenten, die uiteraard eindigden als leiders die hun gemeenschappen controleerden uit naam van de bolivariaanse revolutie. Bij gebrek aan een revolutionair leger kocht Chávez de militairen om en bij gebrek aan volksmilities bewapende hij delinquenten.

Politiek en misdaad

Alles wat het chavismo op sociaal en politiek vlak in de gemeenschappen wilde doen, ging via de colectivos, die bovendien werden bewapend door de regering zelf. Op een gegeven moment stonden tienduizenden inwoners onder toezicht van beruchte delinquenten, aanvankelijk vrienden maar inmiddels vijanden van de regering. Uiteindelijk verloor het chavismo de controle over haar eigen monster en vond een late repressieve reactie plaats die uitliep op een bloedige oorlog, die de veiligheidsdiensten nu aan het verliezen zijn. In een poging het geweld een halt toe te roepen zag de regering zich genoodzaakt om een pact met de delinquenten te sluiten door middelen, diensten en toezicht aan hen over te dragen in gebieden waar de staat zich niet langer waagt.

De vermenging van politiek en misdaad is niet voorbehouden aan Venezuela. Het paramilitairisme in Colombia liep uit op criminaliteit en drugshandel, denk aan de FARC en de ELN. In Nicaragua doken na de contrarevolutionaire oorlog bandieten op die de benaming recompas, recontras en revueltos kregen. In Mexico had je de Zetas, die voortkwamen uit de Fuerzas Especiales del Alto Mando, de hoogste speciale militaire eenheid in het Mexicaanse leger. In Argentinië ontpopten militairen uit de dictatuur zich als ontvoerders. In Guatemala werden de kaibiles, die de guerrilla’s in de jungle hadden verslagen, geronseld door Mexicaanse drugsdealers. In de jaren negentig gebruikten Zuid-Amerikaanse guerrillastrijders ontvoeringen als inkomstenbron in Brazilië en Mexico. Maar wat in Venezuela opvalt, is de massale schaal waarop met de criminelen wordt samengewerkt en de mate van macht die ze van de regering hebben gekregen.

Vanwege de overbevolkte gevangenissen en de veelvuldige opstanden bedacht het chavismo een reclasseringsprogramma dat stoelde op het idee van de delinquent als slachtoffer. Ze creëerden een soort zelfbestuur in de gevangenissen, gevormd door de gevangenen zelf. Al met al kwamen de gevangenissen in handen van de zwaarste en gewelddadigste bajesklanten, want die waren het geschiktst om hun gezag te doen gelden en de onderlinge orde te handhaven. Maar het geweld en de opstanden hielden aan en de gevangenissen veranderden op den duur in domeinen onder crimineel toezicht. De gevangenen zijn gewapend, ze plannen delicten, organiseren feesten, beschikken over zwembaden en een pinautomaat om het geld van afpersingen en ontvoeringen te innen. De regering van Venezuela heeft op grotere schaal herhaald wat in Colombia in 1991 met Pablo Escobar gebeurde, die zijn eigen gevangenis mocht ontwerpen, die bekendstond als La Catedral [De Kathedraal].

De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet

Uiteraard vond niet iedereen dit de juiste weg. Er waren chavistische leiders die verklaarden dat je niet moest samenwerken met de maffia, maar het was te laat. De vraag was niet langer of je criminelen moest verslaan, maar of je ertoe in staat was of niet. Er zijn honderden bulletins, essays en al dan niet officiële video’s die getuigen van de grote misdaadexplosie en de oorlog waaronder Venezuela gebukt gaat. Laten we proberen een paar van de meest dramatische feiten samen te vatten. 

Naar de precieze hoeveelheid bestaande bendes kan je natuurlijk slechts gissen. Bovendien splitsen ze zich vaak op, hergroeperen zich en wisselen constant van leider, zoals altijd en overal gebeurt met criminele groeperingen. Maar er is overweldigend bewijs dat het er honderden zijn. Ze zijn, zoals de Venezolaanse politie zelf erkent, in 18 van de 24 staten van het land werkzaam en operationeel verbonden met de zogeheten pranes die de gevangenissen controleren. De bendes hebben tienduizenden jongeren van gemiddeld 25 jaar en zelfs kinderen in hun gelederen. Ze beschikken over automatische geweren, handgranaten, pistolen, de nieuwste communicatiemiddelen, drones en soms nog zwaarder geschut, zoals raketwerpers en zware mitrailleurs. 

De meeste bendes gebruiken namen die passen bij een criminele groepering, bijvoorbeeld Cara de Perro (Hondekop), Culón (Dikke Reet), Los Morochos (De Bruinen), Cara de Hulk (Hulkenkop), et cetera. Andere groepen zijn een duidelijk mengsel van misdaad en politiek; zo was er één die een politieke partij werd met de naam Tupamaros, die Maduro begon te bekritiseren. Maduro ontnam ze hun legaliteit, maar de Tupamaros belegden een gewapende bijeenkomst en kregen prompt hun legaliteit terug, met posities in het Nationaal Congres en al. In één geval creëerden de delinquenten hun eigen geldmiddel, de panal, met het gezicht van Chávez erop. De criminelen organiseren kinderfeesten, houden toezicht, vermoorden dieven die zich op hun terrein wagen, delen voedselpakketten uit die ze van de regering krijgen of stelen, organiseren begrafenissen, sportevenementen en concerten voor de bewoners, maar doen tegelijkertijd aan ontvoeringen, overvallen en afpersing. Ze handelen in drugs en voeren oorlog met andere bendes en met de politie als die hun territorium betreedt. 

Precaire vrede

In een artikel in The New York Times heet het dat ‘Maduro in zijn redevoeringen stabiliteit wil uitdragen terwijl het land ineenstort’. De gangs heersen in de wijk 23 januari, op maar vijftien minuten van het Palacio de Miraflores, de presidentiële residentie. Daar doet Maduro alle mogelijke concessies om een precaire vrede te handhaven. Vanaf 2015 heeft de politie pogingen gedaan om de belangrijke leider Carlos Luis Revete, alias el Koki, te pakken te krijgen. Zijn machtsgebied ligt in de zogenaamde Cota 905, op maar drie kilometer van het presidentiële paleis, maar el Koki sluit bondgenootschappen met andere bendes om zijn gezag uit te breiden naar andere wijken van Caracas. Acties om hem te stoppen zijn op niets uitgelopen. Er zijn veel doden gevallen, inclusief politiemannen en burgers. In juli dit jaar viel el Koki een kazerne van de nationale garde aan, waarna er drie dagen lang confrontaties plaatsvonden die zich uitstrekten tot belangrijke verkeersaders in de hoofdstad. Aan eerdere onderhandelingen met deze bende nam vicepresident Delcy Rodríguez deel, hierbij werd afgesproken dat de politie zich niet op het terrein van el Koki zou begeven.

De grens tussen Venezuela en Colombia – in de deelstaten Táchira, Apure en Amazonas – is aan het veranderen in een soort derde land, beheerst door diverse Colombiaanse criminele groeperingen die dik geld verdienen aan de handel in drugs en goud en andere misdadige activiteiten. Deze groeperingen hebben zich ook uitgebreid naar de deelstaat Bolívar, op de grens met Brazilië. Net als in de stedelijke gebieden hebben de bendeleiders het op deze plekken voor het zeggen. Maar zoals te verwachten was, begonnen de FARC-dissidenten uiteen te vallen en raakten ze met elkaar in conflict over grondgebied en geld. Maduro besloot partij te kiezen, de controle te herwinnen en het geweld dat door zijn vrienden werd veroorzaakt te stoppen. Hij stuurde mei dit jaar het leger met geblindeerde voertuigen en zwaar geschut naar de deelstaat Apure, maar Maduro’s troepen leden een verpletterende nederlaag. De soldaten stapten op landmijnen, de geblindeerde voertuigen werden in hinderlagen gelokt en vernietigd; de teller stond op zestien doden, talrijke gewonden en acht militaire gevangenen. Uiteindelijk liep het uit op een onderhandeling met de Colombiaanse criminelen: ze lieten de gevangenen vrij en het leger trok zich terug en liet het gebied in handen van de FARC-dissidenten, die daar hun eigen republiek aan het stichten zijn onder de naam Segunda Marquetalia, naar de voormalige communistische boerenenclave. 

Al met al is duidelijk dat het moreel bij de cipiers in de gevangenissen, de politiemensen en de militairen in Venezuela ernstig is aangetast. Van een strijdbare houding kan geen sprake zijn, want het heeft geen zin je leven te wagen om criminelen te bestrijden wie de regering zelf de hand heeft gereikt en gesteund. Anderzijds willen de corrupte en rijk geworden leiders een goed leven zonder gedoe, met als gevolg duizenden deserties. Maduro’s oplossing was het opzetten van een nieuw politiekorps onder de naam Fuerza de Acciones Especiales de la Policía Nacional Bolivariana, algemeen bekend als FAES, bedoeld voor speciale acties. Deze politie-‘elite’ houdt het gezicht bedekt, draagt geen legitimatie behalve een doodshoofd op het uniform, en vormt in feite een doodseskader. Volgens de cijfers die de regering overhandigde aan het team van de hoge commissaris voor de rechten van de mens van de Verenigde Naties, Michelle Bachelet, stierven alleen al in 2018 omstreeks  5300 mensen wegens ‘verzet tegen het gezag’. Deze agenten verdienen meer en hebben toestemming om zonder represailles te plunderen en te moorden. 

Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op

Hun slachtoffers zijn inwoners van de arme wijken die voorheen het chavismo onvoorwaardelijk steunden. De FAES bestaat in feite uit moordenaars, en dat was de enige oplossing die Maduro kon bedenken om te proberen een halt toe te roepen aan de criminele explosie waarvoor het chavistische beleid verantwoordelijk was. De FAES is er echter niet ter bescherming van de burgers maar van de regering, want de delinquenten ontvoeren graag familieleden van militairen of leden van de chavistische elite. Het uiteindelijke gevolg van Chávez’ politiehervorming is dat de politie en de bendes inmiddels moreel quitte staan. Ze bestaan beide uit gewelddadige, meedogenloze sujetten. Op 20 november 2020, tijdens een interview dat door de officiële televisie werd uitgezonden, gaf de hoofdaanklager van Venezuela, Tarek William Saab, toe dat de politiemensen van de FAES met behulp van delinquenten roofovervallen, autodiefstallen en ontvoeringen plegen. Het bewijst hoe een veiligheidspolitiek gebaseerd op toegeeflijkheid jegens de misdaad niet alleen het moreel van politiemensen aantast, maar hen uiteindelijk zelfs in delinquenten verandert. 

Dat de concentratie van rijkdom onveiligheid met zich meebrengt mag vanzelfsprekend lijken, maar het feit dat de onveiligheid toeneemt bij herverdeling van de rijkdom, zoals in Venezuela gebeurde, maakt een einde aan de hardnekkige mythe dat armoede zou samenhangen met onveiligheid. India telt meer armen dan de Verenigde Staten, toch zijn er in de Verenigde Staten meer moorden per inwonersaantal. Armoede genereert niet automatisch onveiligheid; wat wel onveiligheid genereert is moreel verval, een zwakke staat, een cultuur van corruptie en politiek-sociale polarisatie. Een lange periode van politieke instabiliteit, van interne verdeeldheid of de vervorming of verkwanseling van de burgerlijke waarden kunnen een veel negatiever effect op de veiligheid hebben dan ernstige ongelijkheid. Het klassieke, emblematische voorbeeld is Sicilië, waar een direct verband bestaat tussen de geschiedenis van oorlogen, instabiliteit en geweld enerzijds en een afkeer van staatsbemoeienis en de macht van de maffia anderzijds.

Privatisering van geweld

Het is gebruikelijk dat er in het politieke debat zorgen worden geuit over de privatisering van de gezondheid, het water, het onderwijs, et cetera, maar er is maar heel weinig aandacht voor de privatisering van het geweld, dat een monopolie van het landsbestuur hoort te zijn. Als de regering qua gezag gaten laat vallen, vullen criminelen die vanzelf op. Wanneer de misdaad floreert, ontneemt ze de staat drie essentiële monopolies: geweld via gewapende groepen, rechtspraak via executie en belastingheffing via afpersing. De georganiseerde misdaad bereikt haar hoogste ontwikkelingsniveau als ze kan bogen op financiële armslag, gewapende macht, gecoöpteerde of geïnfiltreerde autoriteiten, grondgebied, een sociale basis, globale connecties en een expanderende criminele cultuur. Die criminele cultuur uit zich wanneer er een hoge graad van territoriale controle en maatschappelijke worteling hebben plaatsgevonden; als het eenmaal zover is, geldt de crimineel als een succesvol iemand en wordt zijn relatie met de gemeenschap normaal. De drugsballades, de spreektaal en de lichaamstaal van de Midden-Amerikaanse gangs, de indrukwekkende graven van de drugsbaronnen in Culiacán, de verheerlijking van Pablo Escobar, de bandiet Malverde die een volksheilige werd of de beeldjes van de bendeleden van el Koki die in Caracas worden verkocht zijn voorbeelden van een criminele cultuur. 

Territoriale controle geeft misdaad de kans om zich te versterken, te reproduceren en te vermenigvuldigen. Als de staat accepteert dat de criminaliteit een gebied controleert, duldt ze dat de burgers die in zulke gebieden wonen ongestraft worden vermoord en afgeperst, dat de jongens worden geronseld en de meisjes verkracht en dat de criminelen zich de bedrijven van de werkende bevolking toe-eigenen. In zo’n situatie gaat het niet meer over openbare veiligheid ja of nee, maar is de weg ingeslagen naar een failliete rechtsstaat. 

Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat

Dat is op dit moment gaande in Haïti, en daarom was de moord op president Jovenel Moïse in feite een aangekondigde dood. Volgens gegevens van de Nationale Commissie voor Ontwapening in Haïti bestaan in dit kleine land minstens 77 gewapende misdadige groeperingen, en het Nationale Net van Mensenrechten heeft het over een ‘vergangstering’ van de politiek. Gabriel Gaspar, de voormalige staatssecretaris van Buitenlandse Zaken in de regering van de ex-president van Chili, Ricardo Lagos, wijst erop dat ‘de gangs in Haïti zwaar bewapend zijn, hun macht tentoonspreiden en hele gebieden controleren, met name in de hoofdstad. De bendes zijn gegroepeerd in een criminele federatie die bekendstaat als de G9, met aan het hoofd Jimmy Barbecue Cherizier, een ex-politieman die populistische taal uitslaat om de “oligarchen” te kritiseren. Alleen al in juni waren deze gangs verantwoordelijk voor tweehonderd ontvoeringen en de moord op dertig politiemannen. Veel armoede, een zwakke rechtsstaat en een politie die verzuimt het grondgebied te controleren hebben geleid tot een sterke criminele macht.’ In die context is het onvermijdelijk dat de criminelen een instrument worden binnen de economische en politieke macht, en dat de economische en politieke macht op haar beurt uiteindelijk verandert in een instrument van de criminelen. Op sommige plaatsen in Latijns-Amerika is de macht van de misdaad al onlosmakelijk met die van de politiek verbonden.

Zulke pacten met delinquenten, formeel of de facto, komen voort uit een zwakke rechtsstaat of uit publieke electorale pressie om het aantal moorden en het geweld terug te dringen. Onverschilligheid of handjeklap met de misdaad lijken de snelste weg naar resultaat, maar dit gaat ten koste van een nog grotere misdaadexplosie in de toekomst. De staat blijft zwak en de misdaad heeft steeds meer middelen om zich te versterken. Misdaad is geen statisch maar een expansief fenomeen, of het nu gaat om grote kartels of kleinere bendes; de criminaliteit neemt toe als ze niet wordt bestreden. Er zijn geen objectieve redenen om te veronderstellen dat criminelen vrijwillig hun activiteit zullen inperken. Alleen een sterke staat kan hen stoppen.  

De naïeve visie van het chavismo op misdaad doet denken aan de fabel over de schorpioen die de kikker om hulp vraagt bij het oversteken van de rivier. De kikker gaat akkoord op voorwaarde dat hij niet wordt geprikt. Midden in de rivier prikt de schorpioen toch, waarop de kikker verbaasd vraagt: ‘Waarom deed je dat? Nu gaan we allebei dood.’ De schorpioen antwoordt: ‘Sorry, het is mijn natuur.’ 

Joaquín Villalobos is ex-guerrillaleider in El Salvador en adviseur inzake veiligheid en conflictbeheersing. Hij adviseert de Colombiaanse regering bij het vredesproces.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen