De Amerikaanse supergevangenis – de supermax – wordt over de hele wereld gekopieerd. De ironie is dat men er in de VS juist van terugkomt.
De gevangenisbewaarder in een Braziliaanse gevangenis kwam naar me toe. ‘Je geeft toch wel een goed cijfer, hè?’ zei hij lachend, met een blik op mijn aantekenboekje. ‘In Amerika heb je veel extra beveiligde gevangenissen. Heeft ons veel studiereisjes daarheen gekost om deze te bouwen.’ Hij wees naar het prikkeldraad en vertelde hoeveel reisjes ze naar Amerika hadden gemaakt en wanneer. ‘En nu kom je de onze bekijken. Grappig.’
Ik vond er niets grappig aan. Ik was in de Penitenciária Federal de Catanduvas, Braziliës eerste federale extra beveiligde inrichting. Deze in 2007 geopende ‘supermax’, zoals zo’n maximum security gevangenis wel wordt genoemd, bevat 208 eenpersoonscellen. Zo’n supermax wordt gekenmerkt door een gebrek aan activiteiten en gemeenschappelijke ruimten, een directie met veel bevoegdheden en geen extern toezicht en – het grootste verschil met gewone gevangenissen – eenzame opsluiting voor alle gedetineerden. De bouw van dit indrukwekkende complex heeft 18 miljoen dollar gekost. En daarna zijn er nog vier gebouwd, wat voor Brazilië een ongekende grote investering in detentie is. Het gebouw lijkt zo uit de Verenigde Staten te zijn overgeplant. Toen ik het voor het eerst zag, vergat ik bijna in welk land ik was.
Dat is niks nieuws. De afgelopen twee jaar heb ik in een tiental landen gevangenissen bezocht. Meestal leverde dat een sterk déjà vu op: ander land, zelfde afschrikwekkende gebouw. Neem de Gasabo-gevangenis in Rwanda, een statig gebouw van roze baksteen met prikkeldraad op de muren en een wachttoren die op een geschutkoepel lijkt: het deed me denken aan de gevangenissen in New York, waar ik doceer. En die lijken weer op het Tower Street Adult Correctional Centre in het Jamaicaanse Kingston: een kolos van baksteen en beton met een elegante wachttoren en muren van zeven meter hoog. In 1845 gebouwd om 650 gedetineerden te huisvesten, nu zitten er zo’n 1700. En die Jamaicaanse gevangenis verschilt weer weinig van de nor in het Australische Fremantle, in 1850 door dwangarbeiders gebouwd en destijds de grootste koloniale gevangenis in de regio.
Die overeenkomsten zijn geen toeval. Ze zijn het gevolg van een akelige vorm van na-aperij die in de VS is begonnen. Gevangenissen zijn niet alleen het rampzaligste sociale experiment van de VS, ze zijn ook een van de akeligste exportproducten van dit land. Het op- vallendste symptoom daarvan is de supermax, het type gevangenis dat ik in Brazilië bezichtigde. Amerika heeft dat model uitgevonden. De Quakers begonnen in 1787 met eenzame opsluiting te experimenteren in de Walnut Street Jail in Philadelphia. In 1829 werd daar vlakbij een gevangenis geopend waar alle gedetineerden in eenzame opsluiting zaten, de Eastern State Penitentiary, gemodelleerd naar een klooster (de gedetineerden droegen kappen die aan een monnikspij deden denken en kregen allemaal een bijbel). In een strafinrichting in Marion, Illinois, werd in 1983 de eerste isolatie-afdeling opgezet waar gedetineerden 23 uur per dag op cel zitten. Doordat in de jaren daarna het aantal gedetineerden bleef stijgen en de roep om een harde aanpak steeds luider werd, begonnen andere staten dat voorbeeld te volgen. Californië bouwde Pelican Bay, waar vorig jaar een dikke tweehonderd gedetineerden al meer dan tien jaar in eenzame opsluiting zaten. In het zogenaamde Alcatraz van de Rockies in Colorado, ADX Florence, zit één man al 32 jaar in eenzame opsluiting, waarbij hij het grootste deel van de tijd zelfs geen direct contact met gevangenispersoneel mocht hebben. In 1999 telde Amerika 57 supermax-gevangenissen, verdeeld over 34 staten.
Hardvochtig
In minstens negen andere landen, van Australië tot Mexico, vind je nu kopieën van dit type gevangenis. In Brazilië, een land met een van de snelst groeiende gevangenispopulaties ter wereld (momenteel 550.000 mensen), kosten ze de belastingbetaler veel geld. Volgens de directeur van Catanduvas kosten zijn gevangenen de staat 120.000 dollar per persoon per jaar. Vergelijk dat eens met de 36 dollar per jaar in Braziliës verwaarloosde reguliere gevangenissen, waar de gedetineerden vaak zelf voor eten en kleding moeten zorgen.
Ook aan de bouwplannen voor Auckland Prison in Nieuw-Zeeland kun je zien dat de extra beveiligde afdeling gemodelleerd is naar die van Marion. En de twee extra beveiligde inrichtingen die Zuid-Afrika kort na het einde van de apartheid opende, waren het resultaat van een studiebezoek aan ADX Florence en Marion door adviseurs van de toenmalige minister Sipo Mzimela. De Amerikaanse vereniging van detentiecentra heeft zelfs een handleiding uitgegeven voor het opzetten van een zwaarbeveiligde inrichting: Supermax Prisons: Beyond the Rock.
Je kunt ruwweg zeggen dat dit type inrichtingen een omslag in het denken markeert: van de progressieve, op maatschappelijke reïntegratie gerichte benadering van begin twintigste eeuw naar de op straffen gerichte aanpak die sinds de jaren zeventig de boventoon voert in de vs – en in navolging daarvan in vele andere landen. En dat terwijl er volgens een rapport van het Urban Institute uit 2006 weinig bewijs voor is dat het isoleren van gevangenen bijdraagt aan terugdringing van de misdaadcijfers, gevangenisgeweld of recidive. Het rapport riep op tot meer onderzoek naar de financiële én menselijke kosten van dit inmiddels wereldwijd toegepaste, hardvochtige detentieregime.
Een regime dat al sinds het ontstaan door de VS naar het buitenland wordt geëxporteerd. In de achttiende eeuw, toen lijfstraffen nog de norm waren, begon onder Europese denkers het idee te leven dat je criminelen beter voor hun misdaden kon laten boeten met een periode van eenzame opsluiting. Die strafvorm leek hun netter, beheerster en rationeler, beter passend bij het zogenaamde Tijdperk van de Rede dan onthoofding of verbanning. Het jonge Amerika, dat net zijn onafhankelijkheid had bevochten en zich graag progressiever wilde betonen dan het koloniale moederland, bracht deze ideeën halverwege de negentiende eeuw in de praktijk in twee baanbrekende nieuwe gevangenissen: de Eastern State Penitentiary in Philadelphia, met zijn regime van eenzame opsluiting, en de Auburn Correctional Facility in New York, waar het accent vooral lag op dwangarbeid.
De Amerikaanse prototypes vonden al snel internationale navolging, want een bezoek aan deze inrichtingen was vaste prik op de Amerika-reis van Europese machthebbers en intellectuelen. Frederik Willem IV van Pruisen kwam er een kijkje nemen, en daarna vorsten uit Saksen, Rusland en Nederland en ambtenaren uit Frankrijk, Oostenrijk, Denemarken en Zweden. Alexis de Tocqueville en Charles Dickens beschreven in geuren en kleuren welke gruwelijkheden ze er aantroffen. John Daughtrey, van 1841 tot 1861 inspecteur-generaal van het gevangeniswezen op Jamaica, modelleerde Tower Street naar de Eastern Penitentiary. ‘Er klinkt geen ander geluid dan van hamer, bijl en zaag,’ schreef hij in een rapport in 1844. Zo drong dit type gevangenissen door in alle culturen van Europa, en via de Europese koloniën ook in landen als Colombia, China, Japan en India. Afrikaanse gevangenissen uit het begin van de twintigste eeuw zijn een tastbare uitdrukking van de koloniale hiërarchie, alleen al door hoe ze eruitzien: ordentelijke, westerse gebouwen die de ‘roerige’ inboorlingen discipline moesten bijbrengen.
De nieuwste ‘innovatie’ die vanuit de VS nu de wereld verovert, is de privatisering van gevangenissen. Vooral in Australië is dat aangeslagen: nergens is het aantal gevangenen in particuliere gevangenissen groter (ongeveer 19 procent van de circa 33.000 gedetineerden), en de detentiecentra voor immigranten zijn allemaal geprivatiseerd. En overal waar ik kwam, hoorde ik hetzelfde liedje. Van Thailand, waar ik vrouwengevangenissen bezocht die onder toezicht staan van een door de prinses van Thailand zelf geleide NGO, tot Brazilië en zelfs het progressieve Noorwegen, waar ik een jonge gedetineerde sprak die zestien jaar had gekregen wegens heroïnegebruik: overal zitten de gevangenissen stampvol als gevolg van een draconisch antidrugsbeleid Amerikaanse stijl, hoge minimumstraffen en een ongedifferentieerd, niet op het individu toegesneden strafsysteem. Resultaat: in 78 procent van alle landen op de World Prison Population List van het International Centre for Prison Studies is de gevangenispopulatie tussen 2008 en 2011 gegroeid. In 2013 zaten zo’n 10,2 miljoen mensen achter de tralies, vaak nog zonder veroordeling, jarenlang wachtend op een proces en verstoken van juridische bijstand.
Ironisch genoeg lijkt het in de Verenigde Staten juist de andere kant op te gaan. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat zij zich eindelijk willen ontdoen van deze detentieplaag. Iedereen spreekt zich uit tegen Amerika’s dure verslaving aan gevangenissen, van Bill en Hillary Clinton tot de conservatieve Right On Crime-beweging. Obama’s toespraak over hervorming van het gevangeniswezen en zijn bezoek aan een federale gevangenis in juli waren echte keerpunten. Maar Amerika mag dan misschien met dit monster willen afrekenen, de tentakels ervan reiken nog diep in de samenleving van vele andere landen. Massale criminalisering van armen en minderheden, supermax-gevangenissen en eenzame opsluiting, het hele penitentiair-industriële complex: het is niet alleen een mondiale realiteit, het is een groeiende mondiale realiteit. Een Amerikaanse nachtmerrie waaruit de wereld voorlopig nog niet is ontwaakt.
Auteur: Baz Dreisinger
Vertaler: Frank Lekens
The Atlantic
Verenigde Staten, maandblad, oplage 430.000
Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

