De onuitwisbare sporen van jarenlange migratie in Colombia.
De dingen hebben een eigen leven, verkondigde de zigeuner met luide stem, je hoeft ze alleen maar wakker te maken. – Gabriel García Márquez, Honderd jaar eenzaamheid.
Een paar dagen geleden zat ik aan het water bij de Oostelijke Handelskade in Amsterdam, toen ik twee bijzondere vrouwen leerde kennen. Ik, Colombiaanse, vertelde hun een deel van mijn levensverhaal in het Engels, maar tot mijn verrassing spraken zij onberispelijk Spaans. Het was alsof de wind in één vlaag de vooroordelen en veronderstelde grenzen bij communicatie en diversiteit wegblies.
Het leek wel alsof ze mijn gedachten tussen de regels door konden lezen, toen een van hen recht voor zijn raap vroeg: ‘Wat is na al jouw ervaringen en de pijn die aan je land kleeft nu datgene wat de wereld echt niet van Colombia begrijpt?’ Mijn hoofd dwaalde af naar de havens, de migratie, de talen, de muziek, de diversiteit en de magie. Ik beloofde een antwoord.
Toen ik terug in Rotterdam langs de Maas liep, bleef dat magische moment en de stille synchroniciteit ervan door mijn hoofd spelen. Ik moest denken aan Macondo, vanwege dat wonderschone boek waarvan nu zo’n prachtige serie is gemaakt: één en al alchemie en filigrain.
Eenheid
Doorgaans interpreteert een buitenlander die Honderd jaar eenzaamheid leest of ziet de daarin opgeroepen wereld als een geslaagd product van de Caribische fantasie. Maar ik persoonlijk geloof dat Colombia als natie eerder wordt gekenmerkt door verbinding dan door transactie en dat onze ware magie daardoor eenheid symboliseert.
Voor ons is Macondo geen magische allegorie: het is het levende geheugen van een land dat is gevormd door golven migranten die oceanen overstaken in enorme stoomschepen en bergketens veroverden op de rug van een muilezel. Zij gingen allemaal op in een complex landschap en lieten onuitwisbare sporen na in onze samenleving, onze folklore, onze cultuur, ons geloof en ons bloed.
Zonder dat we er bij stilstaan fungeerde Colombia als een uitgebreid laboratorium vol veerkracht, culturele vermenging en nieuwe beginnen. Deze verhalen begonnen in Puerto Colombia, in Barranquilla, alom bekend als de ‘Gouden Poort van Colombia’. Een paar kilometer verderop, vlak bij Cartagena, ligt San Basilio de Palenque, door UNESCO erkend als Immaterieel Erfgoed van de Mensheid en het eerste vrije dorp van Amerika. Palenque werd in de zeventiende eeuw gesticht door tot slaaf gemaakte Afrikanen die heldhaftig de benen namen naar de dichte wouden van de Montes de María.
Ze deden veel meer dan de slavernij trotseren; ze creëerden een schuiloord waar de vrijheid met het eigen lichaam werd vormgegeven. Hun stemmen vonden uitdrukking in klaagzangen, muziek en dans; in hun geloof versmolten Yoruba-tradities met het ritme van trommels en bullerengue. Vandaag de dag heeft Palenque nog altijd zijn eigen taal, zijn begrafenisrituelen en de bullerengue, een levende orale traditie.
Gabriel García Márquez bedreef een soort alchemie met de werkelijkheid om hem heen
Twee eeuwen later begonnen via diezelfde Gouden Poort de Levantijnse migranten te komen die het Ottomaanse Rijk ontvluchtten. Libanezen, Syriërs en Palestijnen, ja, Palestijnen, die door de plaatselijke bewoners om het leven aardrijkskundig niet te ingewikkeld te maken simpelweg ‘Turken’ werden genoemd. Zij integreerden via de handel en verrijkten onze gastronomie, onze politiek, onze cultuur en onze architectuur. Ik draag zelf de sporen van die Levantijnse migratie in mijn bloed, vermengd met de binnenlandse migratie als gevolg van lokale conflicten, net als honderden andere families.
Langs de hele Caribische kust en richting de bergen groeiden wij op met sesambrood, carimañolas die kibbeh in gedachten riepen, dolma’s met lokale specerijen, allemaal geserveerd met bakbanaan, yuca en tropische vruchtensappen. Het was een heerlijke mengelmoes: een menselijke cocktail van smaken en familietradities die uiteindelijk leidde tot een diep gevoel van verbondenheid.
Maar meer landinwaarts arriveerden andere migranten. In het Andesgebergte, in Santander, verbond het koppige karakter van de lokale bevolking zich met Duitse ingenieurs en avonturiers als Geo von Lengerke. Door ijzeren tucht te combineren met kennis ter plekke waren zij in staat stenen wegen aan te leggen in onbedwingbare bergkloven naar de rivier de Magdalena, zodat geïsoleerde gemeenschappen werden verbonden met de buitenwereld.
Deze migraties gingen niet alleen over land en water; ze openden ook het luchtruim. De aanwezigheid van deze Duitse en Franse avonturiers maakte de komst mogelijk van het eerste vliegtuig van het land. In 1919 leidde dit tot de oprichting van SCADTA (Sociedad Colombo Alemana de Transportes Aéreos), een van de oudste luchtvaartmaatschappijen ter wereld. In een onherbergzaam land, verdeeld door meedogenloze bergketens en woeste rivieren, was vliegen geen luxe: het was de enige manier om een sterk gefragmenteerd Colombia te verbinden.
Pola
Tegen het eind van de negentiende eeuw, in de Oostelijke Andes, ontving Bogotá Leo Kopp, een Duitse immigrant die de heilige traditionele drank, de van mais gemaakte chicha van onze inheemse bevolking, verving door industrieel bier door de stichting van de Bavaria Bierbrouwerij en haar fameuze merk La Pola.
Tegenwoordig is de brouwerij in andere handen maar het woord ‘pola’ blijft de informele term in Colombia om een biertje te bestellen en een bronzen beeld van Kopp op zijn tombe op de centrale begraafplaats is nog altijd bedolven onder de bloemen.
Het is niet zo dat Gabriel García Márquez een onmogelijke wereld heeft bedacht; hij kon die met zijn prachtige magie vertalen omdat hij zelf een nazaat van al deze migraties was. Hij bedreef een soort alchemie met de werkelijkheid om hem heen.
Wat vaak over het hoofd wordt gezien is dat die alchemie in feite een magische uiting van veerkracht is: de levende geschiedenis van een land dat is gevormd door de voetstappen, de kennis en de dromen van mensen die kwamen uit alle hoeken van de planeet en besloten te blijven. Daarom is mijn antwoord, als je me vraagt wat je vooral moet weten over Colombia, gewoon dit: laten we een koude pola nemen, verschillende smaken delen en luisteren naar elkaars ritmes.
Ik zou je nog honderd verhalen kunnen vertellen, alleen om te zeggen: Wij zijn allemaal één, hier, daar en overal.
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
