bad chemistry tussen japan en zuid korea


Japanse bedrijven hebben voortaan toestemming vanuit Tokio nodig om chemicaliën naar Zuid Korea te exporteren. Dit heeft niet alleen zorgwekkende implicaties voor de economie in de landen zelf, maar ook voor de toch al gespannen wereldhandel.

De meeste weekenden gonst het in de Uniqlo-winkel in warenhuis Hyundai, even ten noorden van Seoel, van de klanten die op de modieuze, voordelige kleding van het Japanse merk afkomen. Maar op een zondag in juli was het er uitgestorven, als gevolg van de snel groeiende ‘Boycot Japan’-beweging in Zuid-Korea. De Zuid-Koreanen zijn gestopt met het kopen van auto’s, bier, cosmetica en zo’n beetje alles met het label ‘Made in Japan’.

Sommigen annuleren zelfs hun zomervakantie. ‘We wilden in augustus naar Okinawa, maar nu gaan we naar [het Zuid-Koreaanse eiland] Jeju,’ zegt Ha, manager van een financiële dienstverlener in Seoel. ‘Ik mag van mijn vrouw ook niet meer naar Uniqlo.’

Goed georganiseerde protestbewegingen zijn niet ongewoon in Zuid-Korea, maar meestal zijn die een betrekkelijk kort leven beschoren. Voor deze boycot, die in Zuid-Koreaanse ogen te maken heeft met de emotioneel beladen dwangarbeid tijdens de Japanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog en het gevoel dat hun succesvolste bedrijven onder vuur liggen, geldt dat misschien niet.

De Zuid-Koreanen zijn gestopt met het kopen van auto’s, bier, cosmetica en zo’n beetje alles met het label ‘Made in Japan’

De aftrap van de beweging vond plaats kort nadat de regering van de Japanse premier Shinzo Abe op 4 juli had besloten tot een verscherpte controle op drie chemicaliën die essentieel zijn voor de productie van halfgeleiders en beeldschermen voor smartphones en tv’s. Door de leverantie van deze chemicaliën stop te zetten – twee ervan komen voor meer dan 90 procent uit Japan – nam de regering-Abe in wezen de motor van de Zuid-Koreaanse hightecheconomie op de korrel.

De maatregel, die werd genomen op de dag dat de campagne voor de Japanse hogerhuisverkiezingen begon, ontketende een bitter handelsconflict tussen Japan en Zuid-Korea. Dat heeft niet alleen zorgwekkende implicaties voor de economie in die landen zelf, maar ook voor de wereldhandel, die toch al is verstoord door de spanningen tussen China en de VS. Financieel analisten hebben gewaarschuwd dat de mondiale aanvoerketen voor techapparatuur erdoor zou kunnen worden ontregeld.

Bij Samsung Electronics, het grootste bedrijf van Zuid-Korea, voelt men de bui al hangen, evenals bij grote chipproducenten als SK Hynix. ‘Het is een van de ergste situaties die we ooit hebben meegemaakt,’ zegt een hoge functionaris van Samsung, die anoniem wil blijven. ‘Politici nemen geen verantwoordelijkheid voor de puinhoop, ook al is die ons al bijna fataal geworden.’

‘Boycot Japan’-bordjes in een supermarkt in Seoel. Japan heeft de toezicht verscherpt op chemicaliën die naar Zuid-Korea worden geëxporteerd. – © Chung Sung-Jun / Getty Images
‘Boycot Japan’-bordjes in een supermarkt in Seoel. Japan heeft de toezicht verscherpt op chemicaliën die naar Zuid-Korea worden geëxporteerd. – © Chung Sung-Jun / Getty Images

De regering-Abe trof vervolgens voorbereidingen om de druk nog verder op te voeren en Seoel officieel van de ‘witte lijst’ te schrappen, wat betekent dat Japanse bedrijven toestemming van de regering nodig zouden hebben om gevoelig materiaal naar Zuid-Korea te exporteren.

Door zijn plek op de witte lijst, een symbool van onderling vertrouwen tussen regeringen, behoort Zuid-Korea tot de 27 landen die zijn vrijgesteld van deze exportrestrictie. De meeste machinerie en onderdelen die Zuid-Korea voor zijn productie van auto’s en halfgeleiders gebruikt, vallen naar verluidt onder deze categorie.

Herstelbetalingen

In brede kring wordt aangenomen dat het zware geschut van Tokio het gevolg is van een uitspraak van het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof op 30 oktober 2018, waarin het Japanse bedrijf Nippon Steel werd veroordeeld tot een herstelbetaling van 100 miljoen won [zo’n 78.000 euro] aan vier Zuid-Koreanen die als dwangarbeiders waren ingezet tijdens de Japanse bezetting. Tokio is van mening dat deze uitspraak indruist tegen een diplomatieke overeenkomst uit 1965, waarin dergelijke claims ‘voor eens en voor altijd’ zouden zijn geregeld.

In Japan bestaat de vrees dat de rechterlijke uitspraak de sluizen wijd openzet voor andere slachtoffers en hun families, in totaal meer dan 220.000 mensen, om een aanklacht in te dienen tegen zo’n driehonderd Japanse bedrijven die ervan worden beschuldigd dwangarbeiders te hebben ingezet. De totale herstelbetalingen zouden kunnen oplopen tot minstens 20 miljard dollar.

Karl Friedhoff van de Chicago Council on Global Affairs is bang dat het conflict zich zal voortslepen en beide economieën zal schaden. ‘De enige manier om op korte termijn tot een soort bestand te komen, is als de Koreaanse rechtbanken besluiten de geconfisqueerde bezittingen van Japanse bedrijven niet voor herstelbetalingen aan Koreaanse dwangarbeiders te gebruiken, en als Japan zijn exportbeperkingen opheft.’

Japan beweert dat de maatregelen zijn genomen omwille van de veiligheid en niets te maken heeft met de geëiste herstelbetalingen aan Koreaanse dwangarbeiders. – © Wikipedia
Japan beweert dat de maatregelen zijn genomen omwille van de veiligheid en niets te maken heeft met de geëiste herstelbetalingen aan Koreaanse dwangarbeiders. – © Wikipedia

Zuid-Korea heeft het conflict voorgelegd aan de Wereldhandelsorganisatie en betoogd dat de exportbeperkingen een onterechte represaille zijn voor de gerechtelijke uitspraken. Het zou in strijd zijn met het principe van vrije en eerlijke handel. ‘Zuid-Korea is de grootste exporteur van halfgeleiders. De Japanse maatregelen zullen derde landen schaden,’ waarschuwt Kim Seung-ho, staatssecretaris voor Multilaterale en Wettelijke Aangelegenheden van het Zuid-Koreaanse ministerie van Handel, Industrie en Energie.

Maar Japan ontkent dat de maatregel te maken hebben met de dwangarbeiderskwestie en houdt vol dat hij is genomen omwille van de nationale veiligheid, al heeft het land weinig specifieke informatie verschaft om deze bewering te staven.

Dat Japan de nationale veiligheid aanvoert om de exportbeperkingen te rechtvaardigen, baart sommige handelsexperts zorgen. Regeringen hebben in het verleden altijd geaarzeld om de nationale veiligheid te betrekken bij handelskwesties, maar de Amerikaanse president Donald Trump doet inmiddels niet anders en heeft daarmee de deur opengezet voor andere landen. In 2018 gebruikte de regering-Trump de nationale veiligheid als argument om importheffingen in te stellen op geïmporteerd staal en aluminium van de Amerikaanse bondgenoten Japan, Canada, Mexico en de Europese Unie. Korter geleden werd hetzelfde argument gebruikt voor heffingen op auto’s uit Europa en Japan, en op telecomapparatuur van het Chinese Huawei.

Waar Trump een protectionist is, afficheert Abe zich als voorvechter van de vrijhandel. Hij verdedigde het Trans-Pacific Partnership toen de VS zich terugtrokken uit die handelsovereenkomst en heeft gepleit voor nieuwe regels ter bevordering van grensoverschrijdende datastromen. Maar het beroep dat zijn regering doet op de nationale veiligheid, kan zijn geloofwaardigheid ondermijnen.

Vechten en winnen

‘De eenentwintigste eeuw wordt de Aziatische eeuw genoemd, maar welk land zal de wereld leiden?’ vraagt Nobuya Tagasuki, adviseur bij het Asia-Eurasia Institute en in het verleden jarenlang directeur van een grote Zuid-Koreaanse onderneming. ‘Moeten we toestaan dat China de leider wordt? Moeten Japan en Zuid-Korea niet samenwerken om zelf de leiding te nemen?’

Maar Zuid-Koreaanse politici wakkeren juist anti-Japanse gevoelens aan, in de hoop daarvan te profiteren bij de algemene verkiezingen volgend jaar. Cho Kuk, een hoge ambtenaar in de regering-Moon, gaat daarin voorop. ‘De Japanse staatsmacht is kennelijk groter dan die van Zuid-Korea,’ schreef Cho in een Facebookpost. ‘Maar daar hoeven we niet bang voor te zijn. De staatsmacht van Zuid-Korea is inmiddels onvergelijkelijk veel groter dan in 1965, toen het verdrag tussen Zuid-Korea en Japan werd getekend.’ Hij noemde diplomatie de beste manier om de strijd te beslechten. ‘Maar als we geen wettelijke en diplomatieke strijd kunnen vermijden, dan moeten we vechten en winnen,’ zei hij.

Waar Trump een protectionist is, afficheert Abe zich als voorvechter van de vrijhandel

De regerende Democratische Partij van Zuid-Korea heeft een commissie voor de kwestie in het leven geroepen, de ‘Speciale commissie voor de economische invasie van Japan’ genaamd, en verwijt Tokio het gebruik van een ‘zelfmoordaanslag’-strategie die ook zijn eigen economie schaadt.

Zulke retoriek duidt erop dat het nog wel even zal duren voordat politici in beide landen terugkrabbelen. ‘Ik voorzie geen kortetermijnoplossing voor deze zaak,’ zegt Karl Friedhoff. ‘Beide partijen maken duidelijk een fout door het zo uit de hand te laten lopen, maar inbinden zal politiek schadelijk zijn.’

Auteur: Mitsuru Obe en Kim Jaewon

Met bijdragen van Steven Borowiec in Seoel, columnist Yasu Ota en hoofdcorrespondent bedrijfsnieuws Kenji Kawase in Tokio.

Nikkei Asian Review
Japan | weekblad | oplage 16.000

Internationaal weekblad dat bericht over economisch en politiek nieuws uit heel Azië. Het blad kent dezelfde uitgever als de Japanse krant Nikkei, de grootste zakenkrant ter wereld met een oplage van 3 miljoen.

Dit artikel werd aanvankelijk gepubliceerd op 31 juli 2019.


Deel dit artikel


Recent verschenen