barsten in het atheistische bolwerk scaled


Christelijke kerken krijgen steeds meer aanhangers in China. Dit tot schrik van de autoriteiten, die zijn gedwongen om hun standpunten over religie te heroverwegen.

Keuze uit het archief

Nieuw onderzoek van Human Rights Watch (HRW) wijst uit dat China’s onderdrukking van katholieken sterk is toegenomen. Het rapport beschrijft surveillance, beperkingen op religieuze bijeenkomsten en ‘arbitraire opsluitingen, gedwongen verdwijningen, marteling en gevallen van huisarrest voor katholieke priesters en bisschoppen’. Gelovigen van ondergrondse kerken kunnen nu bijna niet anders dan zich aansluiten bij de katholieke staatskerk, die onder strenge controle van Peking staat.
Dit artikel van The Economist legt uit waar die vijandschap van het regime tegen het christendom vandaan komt. Communistische gezagsdragers geloven dat religie in staat is de trouw aan de partij en aan de staat te ondermijnen en associëren het christendom met westerse imperialistische agressie. Om de westerse wereldorde omver te werpen, is de bestrijding van het christendom in de ogen van het regime daarom een absolute noodzaak.

De kuststad Wenzhou wordt soms het Jeruzalem van China genoemd. Omringd door bergen en ver van de hoofdstad Beijing gelegen is de stad sinds lang een toevluchtsoord voor een godsdienst die de communistische leiders van China met lede ogen bezien: het christendom. De meeste steden van dezelfde grootte, met ongeveer 9 miljoen inwoners, tellen hooguit een stuk of tien zichtbaar christelijke gebouwen. Maar tot voor kort zag je honderden kruisen op kerkdaken in Wenzhou.

Dit jaar zijn echter meer dan 230 daarvan als ‘illegale constructies’ aangemerkt en verwijderd. Op filmpjes op het internet zijn menigten parochianen te zien die een menselijk schild rond hun kerken proberen te vormen. Tientallen zijn daarbij gewond geraakt. Andere films tonen huilende gelovigen die uitdagend psalmen zingen terwijl enorme rode kruisen van de gebouwen worden getakeld. In april werd een van de grootste kerken van Wenzhou volledig met de grond gelijkgemaakt. Gezagsdragers liggen niet wakker van de botsing tussen het beroemde onbekommerde kapitalisme van de stad en de ideologie van de Communistische Partij, maar zien godsdienst en de symbolen daarvan als een belediging van het partij-atheïsme.

Christenen in China worden al lange tijd vervolgd. Onder Mao Zedong was geloofsvrijheid vastgelegd in de nieuwe communistische grondwet (voornamelijk om moslims en Tibetaanse boeddhisten in het westen van het land tegemoet te komen). Maar misschien wel een half miljoen christenen werden doodgemarteld, en nog eens tienduizenden werden naar werkkampen gestuurd. Sinds de dood van Mao in 1976 staat de partij geleidelijk meer godsdienstvrijheid toe. De meeste kerken in Wenzhou zijn zogeheten ‘Drie-Zelfkerken’, waarvan China er ongeveer 57.000 telt. Volgens het officiële jargon zijn deze kerken ‘zelfvoorzienend’, ‘zelfbesturend’ en ‘zelfverbreidend’ (en dus beschermd tegen buitenlandse invloeden). Ze verklaren zich trouw aan China en worden erkend door de regering. Desondanks hebben vele ervan in Wenzhou duidelijk officiële wrevel gewekt. De meeste christenen die de maoïstische vervolging hebben overleefd – en ook veel nieuwe gelovigen – weigeren bovendien om zich überhaupt bij zulke kerken aan te sluiten en blijven bijeenkomen in niet-erkende ‘huiskerken’, die de partij lange tijd heeft geprobeerd te verbieden.

Een verhevener dogma

Het christendom valt moeilijk in toom te houden in China – en het wordt steeds moeilijker. Het verspreidt zich snel en infiltreert zelfs in de eigen partijgelederen. De grens tussen huiskerken en officiële kerken vervaagt, en christenen treden steeds meer in de openbaarheid om een actievere rol in de samenleving te spelen. De Communistische Partij moet een nieuwe manier vinden om hiermee om te gaan. Er is zelfs sprake van dat de partij, de grootste expliciet atheïstische organisatie ter wereld, het voorbeeld van haar zusterpartijen in Vietnam en Cuba zal volgen door haar leden toe te staan een ander – en zelfs verhevener – dogma aan te hangen dan dat van Marx.

Elke verandering in de officiële houding jegens godsdienst kan grote gevolgen hebben voor de manier waarop China met talloze binnenlandse uitdagingen omgaat: van separatistische onrust onder Tibetaanse boeddhisten en islamitische Oeigoeren in het westen van het land, tot de groei van ngo’s en ‘civil society’-achtige volksbewegingen, vaak met een religieuze kleur, die de door de partij met achterdocht tegemoet worden getreden maar die zich eveneens snel verspreiden.

De religieuze opleving in China, met name onder de etnische Han-Chinezen, die meer dan 90 procent van de bevolking uitmaken, is algemeen. Vanuit de ultrasnelle treinen die over het Chinese platteland razen kunnen passagiers overal nieuwe kerken en tempels zien verrijzen. Ook het boeddhisme, dat al veel eerder in China is neergestreken dan het christendom, is bloeiende, net als de volksgodsdienst; steeds meer Han-Chinezen gaan op pelgrimstocht naar boeddhistische heiligdommen om geestelijke troost te zoeken.

Veel deskundigen gaan ervan uit dat er meer christenen zijn dan leden van de Communistische Partij

Dit alles verontrust veel gezagsdragers, in wier ogen godsdienst niet alleen het ‘opium voor het volk’ van Marx is. Zij geloven vooral dat religie in staat is de trouw aan de partij en aan de staat ernstig te ondermijnen. Met name het christendom wordt met de negentiende-eeuwse imperialistische agressie van het Westen geassocieerd.

Het aantal christenen in China valt zelfs niet bij benadering te schatten. Officiële ramingen houden het aantal zo laag mogelijk en tellen het grote aantal bezoekers van huiskerken niet mee. Christelijke groeperingen in het buitenland hebben daarentegen de neiging het aantal te overdrijven. In 1949, toen de Communistische Partij aan de macht kwam, waren er misschien 3 miljoen katholieken en 1 miljoen protestanten. Officiële schattingen spreken nu van tussen de 23 en 40 miljoen. In 2010 schatte het Pew Research Centre, een Amerikaanse denktank, dat er 58 miljoen protestanten en 9 miljoen katholieken waren. Veel deskundigen, zowel uit China als daarbuiten, gaan er inmiddels van uit dat er meer christenen zijn dan leden van de 87 miljoen leden tellende Communistische Partij, en dat de meeste daarvan protestanten zijn.

De grootste christelijke bevolking ter wereld

Nog moeilijker te voorspellen is hoe hard het christendom nog altijd groeit. Volgens Yang Fenggang van de Purdue University in de Amerikaanse staat Indiana is het aantal leden van de christelijke kerk in China sinds 1980 met gemiddeld 10 procent per jaar toegenomen. Op basis van de huidige trend schat hij dat China rond 2030 zo’n 250 miljoen christenen zal tellen, waarmee de christelijke bevolking van China de grootste ter wereld zal zijn. Yang Fenggang noemt deze groeispurt vergelijkbaar met die in het veertiende-eeuwse Rome, vlak voor de bekering van Constantijn, die het mogelijk maakte dat het christendom de godsdienst van zijn keizerrijk werd.

In de jaren tachtig nam de gelovigheid het snelst toe op het Chinese platteland, mede als gevolg van de ineenstorting van de plaatselijke gezondheidszorg en de overtuiging dat het christendom vervangende genezing zou kunnen bieden. In recente jaren bloeit het geloof vooral in de steden. Er is een nieuwe generatie van ontwikkelde, stedelijke christenen gekomen. Gerda Wielander van de Universiteit van Westminster zegt in haar boek Christian Values in Communist China dat veel Chinezen zich aangetrokken voelen tot het christendom omdat het, nu het geloof in het marxisme afneemt, een volledig moraalsysteem biedt met een toegankelijke bron. Ze beargumenteert dat mensen zulke zekerheden extra aantrekkelijk vinden in een periode waarin veel in de wereld verandert.

Sommige Chinezen bespeuren in het christendom ook de wortels van de westerse kracht. Ze zien het als de drijfveer voor de ontwikkeling van sociale rechtvaardigheid en rechtszekerheid, die ze graag ook in China zouden zien. Veel nieuwe ngo’s worden gerund door christenen of boeddhisten. Het aantal christelijke artsen en andere academici neemt toe. Ook zijn er verspreid door China meer dan tweeduizend christelijke scholen, veelal klein en – vooralsnog – illegaal.

Volgens een burgerrechtenactivist is van de vijftig meest vooraanstaande burgerrechtenadvocaten in China waarschijnlijk de helft christen. Door enkelen van hen is het Verbond van Mensenrechtenadvocaten voor Chinese Christenen opgericht. Groepen goedbetaalde christelijke advocaten uit de grote steden slaan de handen ineen om christenen – en anderen – te verdedigen in de rechtszaal. Ook vertrekken vanuit China zendelingen van het geloof naar ontwikkelingslanden.

1 rtr3bmke

Harde hand of christenbazen

De autoriteiten reageren op heel uiteenlopende manieren op deze opmars. In Wenzhou bijvoorbeeld is met harde hand tegen de christenen opgetreden. De uitvoering van het beleid ten aanzien van godsdienst wordt vaak aan het plaatselijk gezag overgelaten, en soms ziet dat hardvochtigheid als een manier om trouw aan het centrale leiderschap te betonen. Volgens Yang Fenggang wordt er in Wenzhou gefluisterd dat het hardhandige optreden daar deels te wijten is aan de pogingen van een lokale leider om in het gevlij te komen bij president Xi Jinping.

Maar volgens China Aid, een kerkelijke groepering uit Amerika, zijn vorig jaar meer dan 7400 Chinese christenen het slachtoffer geworden van vervolging. Dat is relatief weinig; minder dan 0,01 procent van alle Chinese christenen. Ook al is het aantal misschien hoger, ‘vervolging is in deze eeuw duidelijk niet langer de norm’, zoals Brent Fulton van ChinaSource, een christelijke groepering in Hongkong, aangeeft.

Dat komt vooral doordat veel gezagsdragers voordelen zien in de groei van het christendom. Sommige rijke zakenlieden in Wenzhou zijn gelovig geworden – hun bijnaam is ‘christenbazen’ – en hebben grote kerken in de stad gebouwd. Een van hen organiseert avondbijeenkomsten waar zakenmannen en -vrouwen toelichten hoe je op ‘bijbelse’ manieren geld kunt verdienen. Anderen vormen groepen die elkaar aanmoedigen om eerlijk zaken te doen, belasting te betalen en de armen te helpen. Er zijn in heel China maar weinig gezagsdragers te vinden die investeerders uit hun regio willen verjagen, christelijk of niet.

In andere regio’s verlenen plaatselijke leiders steun, of knijpen een oogje toe, omdat ze vinden dat christenen goede burgers zijn. Hun toewijding aan het welzijn van de gemeenschap helpt de wankele stabiliteit te verstevigen. In sommige grote steden sponsort de regering zelf de bouw van nieuwe Drie-Zelfkerken: de Chongyi-kerk in Hangzhou biedt plaats aan vijfduizend mensen. Drie-Zelfpredikanten beginnen met huiskerkleiders te spreken; omgekeerd hebben huiskerkleiders (vaak terecht) niet langer het idee dat officiële kerken wemelen van de partijspionnen.

Een nieuwe focus

De afgelopen jaren hebben de zorgen van de partij zich verlegd van het geloof zelf naar het handhaven van de stabiliteit en het machtsmonopolie van de partij. Als samenwerking met de kerken kan helpen deze in stand te houden, dan zal de partij dat doen, ook al voelt ze zich nog steeds ongemakkelijk bij het aanmoedigen van een alternatieve gezagsbron. In 2000 zei Jiang Zemin, de toenmalige partijleider die zelf kalligrafieën voor zijn plaatselijke boeddhistische tempels schilderde, tijdens een officiële redevoering dat de godsdienst er waarschijnlijk nog steeds zou zijn wanneer begrippen als klasse en staat waren verdwenen.

De partij heeft bovendien steeds meer hulp van gelovigen nodig. Ze heeft bijvoorbeeld moeite met efficiënte sociale dienstverlening, en christelijke en boeddhistische groeperingen zijn bereid, en in staat, om bij te springen. Sinds ongeveer 2003 ontvangen religieuze regeringen in Hongkong verzoeken van vertegenwoordigers van de regering om te helpen bij het opzetten van ngo’s en liefdadigheidsinstellingen. Het belangeloze activisme dat kerken prediken is welkom in een tijd van hedonisme en corruptie. Hierdoor is de reputatie van het christendom verbeterd en is het regime ervan overtuigd geraakt dat christenen er niet op uit zijn het gezag omver te werpen. Trouw aan Rome wordt door sommige gezagsdragers nog altijd wél als een vorm van verraad beschouwd, zodat het katholieke geloof iets gevoeliger ligt.

Gerda Wielander zegt niet te geloven dat het aantal aanhangers jaar in jaar uit met 10 procent zal blijven groeien. Wel geeft ze toe dat de partij nu meer aandacht besteedt aan de toenemende godsdienstigheid van de ‘gewone Chinees’. Daarom verandert de partij op sommige terreinen haar houding en retoriek (al blijft ze de boeddhistische moslims en islamitische Oeigoeren, wier godsdienstige overtuigingen als een bedreiging voor de integriteit van de staat worden gezien, zwaar onder druk zetten). In mei 2013 werd het hoofd van de Russisch-orthodoxe kerk in Beijing ontvangen door president Xi. Het was de eerste keer dat een buitenlandse kerkelijke leider de partijleider ontmoette.

1 rtr3jelh

Toen de Communistische Partij in 2001 ondernemers toestond lid te worden, werd door sommigen geopperd dat ze hetzelfde moest doen met gelovigen. Pan Yue, een reformistische partijbons, schreef met dat doel een krantenartikel met als titel ‘De religieuze standpunten van de Communistische Partij moeten met hun tijd meegaan’. Van invloed was onder meer de beslissing van de Communistische Partij in Vietnam om haar leden toe te staan gelovig te zijn. Deze omslag verliep vloeiend en heeft misschien zelfs geholpen Vietnam stabiel te maken na de recente turbulente geschiedenis van het land. Maar in China werd het artikel van Pan genegeerd.

Een ander artikel in een Chinese krant, uit 2004, beweerde dat zo’n 3 tot 4 miljoen partijleden christen waren geworden. Desondanks twijfelt de partij nog steeds om hen officieel toe te laten. De recente pro-democratiedemonstraties in Hongkong zullen die vrees vermoedelijk versterken. Het baart het regime zorgen dat de groei van de huiskerken ook meer ruimte kan bieden aan de groei van quasichristelijke cultussen, die vervolgens gepolitiseerd kunnen raken en anticommunistisch worden. Een voorbeeld daarvan is Falun Gong [een in 1992 opgerichte spirituele beweging waarin waarachtigheid, mededogen en verdraagzaamheid als hoogste leidinggevende principes gelden; in 1999 werd de stroming verboden, omdat het gedachtengoed niet zou stroken met het communisme en omdat zich bovendien hoge regeringsambtenaren en legerofficieren bij Falun Gong aansloten, zodat de partij zich bedreigd voelde]. De angst van het regime voor zulke cultussen is geworteld in de geschiedenis. De Taiping-opstand halverwege de negentiende eeuw, geleid door een man die zich de broeder van Jezus noemde, veroorzaakte een van de dodelijkste burgeroorlogen uit de geschiedenis. Er vielen ruim twintig miljoen doden.

De eerste godsdienstwet

Rond 2005 begonnen twee grote huiskerken in Beijing kantoorruimte te huren voor hun zondagsdiensten. De grootste, de Shouwang-kerk, werd geleid door Jin Tianming, afgestudeerd aan de prestigieuze Tsinghua University in Beijing. De kerk trok tal van intellectuelen uit het universiteitsdistrict. Op sommige zondagen werden de diensten door wel duizend mensen bezocht. Parochianen konden preken downloaden van de website van de kerk.

Van Jin Tianming was bekend dat hij stilletjes voor meer godsdienstvrijheid pleitte. Hij probeerde Shouwang als een legale maar onafhankelijke kerkgemeente erkend te krijgen, die niet onder toezicht van de officiële kerk zou staan. Maar zijn verzoek werd afgewezen. In 2009, vlak voor een bezoek van de Amerikaanse president Obama, dwong de regering de eigenaar van het gebouw de verhuur aan de kerk te beëindigen. Jin ging met zijn gemeente naar een park in de buurt, waar ze een dienst hielden in de sneeuw. De kerkoudsten en hij kregen huisarrest en veel parochianen werden aangehouden. Ze hadden een politieke rode lijn overschreden.

Aan de andere kant van Beijing, in een kantoorgebouw vlak bij de derde ringweg, komt een andere niet-erkende gemeente, bekend als de kerk van Zion, op een soortgelijke plek bijeen. De predikant, Jin Mingri, is afgestudeerd aan de Universiteit van Beijing. Net als de aanvankelijke locatie van Shouwang beslaat de ‘kerk’ van Zion een hele verdieping, inclusief een boekwinkel en een café dat zijn koffiedrinkers klantenkaarten verstrekt. De grote zaal biedt plaats aan vierhonderd mensen. De plek doet denken aan een kerk in voorstedelijk Amerika. De preken van Zion zijn onverbloemd evangelisch, maar omdat de kerk behoedzaam genoeg is, kan hij blijven bestaan.

Een tijdperk van tolerantie zou de partij ten goede komen

De predikanten van beide kerken behoren tot de Koreaanse minderheid van 2,3 miljoen mensen, die de kerstening van Zuid-Korea als een voorbeeld voor China ziet. Beide predikanten namen deel aan de demonstraties op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989; het neerslaan daarvan leidde ertoe dat ze hun vertrouwen in de partij verloren en zich tot het christendom bekeerden. Toch hebben de gezagsdragers in Beijing tot dusver het idee dat ze met in elk geval één van hen kunnen leven.

Liu Peng, van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, probeerde behulpzaam te zijn bij het proces tegen Shouwang. Hij adviseerde een gematigde aanpak om een impasse te voorkomen. Een certificaat in zijn kantoor bevestigt dat de toenmalige Chinese president, Hu Jintao, zijn advies opvolgde; vergeleken met andere kerken werd Shouwang inderdaad op een milde manier aangepakt.

Liu Peng, zelf christen, stelt nu op eigen initiatief een document op dat naar hij hoopt de eerste godsdienstwet van het land zal worden. Op dit moment valt godsdienst alleen maar onder administratieve regels; zo’n wet zou het moeilijker maken om kerken naar willekeur aan te pakken. Liu Peng zegt dat de partij haar leden moet toestaan gelovig te zijn, omdat een tijdperk van tolerantie zowel de partij als de kerken ten goede zou komen. Er zou een ‘religieuze vrije markt’ moeten komen. Maar hij geeft toe dat dit, net als een wet, nog ver weg is.

1 rtr28boa

De paradox van godsdienstvrijheid

Ondertussen beginnen gelovigen zich steeds provocerender te gedragen. Een middelhoge ambtenaar in een grote stad kreeg onlangs te horen dat haar christelijke geloof, dat op haar kantoor algemeen bekend was, niet strookte met haar partijlidmaatschap en dat ze het zou moeten opgeven. Ze deelde haar superieuren beleefd maar stellig mee dat dat helaas niet ging, en dat haar geloofsvrijheid werd beschermd door de Chinese grondwet. De ambtenaar werd niet ontslagen, maar naar een heropvoedingscursus op een partijschool gestuurd. Inmiddels werkt ze weer. Haar collega’s komen haar vaak uitnodigen voor het gebed, vertelt ze.

Ook houden christenen zich steeds meer bezig met sociale (en soms politieke) kwesties. Wang Yi bijvoorbeeld is een voormalig hoogleraar in de rechten en een actieve blogger die in 2005 christen werd. Het jaar daarop was hij een van de drieduizend huiskerkchristenen die president George W. Bush ontmoetten in het Witte Huis. Wang Yi is nu predikant van Vroege Regen, een huiskerk in de zuidwestelijke stad Chengdu. Op 1 juni van dit jaar, de Internationale Dag van het Kind, werden hij en leden van zijn gemeente aangehouden vanwege het uitdelen van folders tegen de eenkindpolitiek van China en de gedwongen abortussen die er het gevolg van zijn.

In 2013 bezocht een groep Chinese intellectuelen een conferentie in Oxford, waar vertegenwoordigers van diverse uiteenlopende groeperingen voor het eerst bijeenkwamen: denkers van Nieuw Links, waarvan de leden sommige onderdelen van het egalitaire maoïsme willen behouden, de Nieuwe Confucianisten, die de traditionele Chinese filosofie verder willen uitdragen, en de Nieuwe Liberalen, die het klassieke economische en politieke liberalisme voorstaan. Voor het eerst waren er ook christelijke intellectuelen uit China aanwezig. Resultaat van het congres was een document, de Oxford Consensus genaamd, dat benadrukte dat het middelpunt van de Chinese natie het volk is, niet de staat, dat de cultuur pluralistisch moet zijn en dat China zich altijd vreedzaam tegenover anderen moet gedragen. Het document was niet openlijk christelijk, wel was duidelijk dat christelijke intellectuelen eraan hadden meegeschreven. Een neerslag van het congres werd gepubliceerd in Southern People, een invloedrijke Chinese krant, en de meeste deelnemers leiden nog steeds een vrij, zij het enigszins voorzichtig leven in China.

De paradox, weet iedereen, is dat godsdienstvrijheid – als die er ooit zal komen – de christelijke kerk op twee manieren kan schaden. De kerk kan geïnstitutionaliseerd en rijk worden, en dus corrupt, zoals in Rome gebeurde in de late middeleeuwen en zoals nu al een beetje gebeurt in de kerken van de zakenlieden in Wenzhou. Daarnaast zou de kerk, die lange tijd is versterkt door de onderdrukking, in een tolerant klimaat minder aanhang kunnen krijgen. Om een ouderling van een huiskerk in Beijing te citeren, verwijzend naar de afkalving van het christelijk geloof in West-Europa: ‘Als we volledige godsdienstvrijheid krijgen, is het met de kerk gedaan.’


Deel dit artikel


Recent verschenen