Met stijgende kosten voor pensioenen, zorg en sociale zekerheid worstelen overheden in welvarende landen om hun begrotingen rond te krijgen. Een hogere btw biedt een haalbare oplossing.
Terwijl overheden in welvarende landen steeds verder groeien, neemt hun effectiviteit af. Devoorzaken hiervan zijn niet eenvoudigvterug te draaien. Het bieden van zorg voor een vergrijzende bevolking, het aanpakken van loonongelijkheid en toenemende uitgaven aan pensioenenen uitkeringen zijn moeilijk verenigbaar. Tussen 1980 en 2022 stegen de sociale uitgaven in deze landen, voor zover meetbaar, van 14 naar 21 procent van het bbp.
Toch zijn politici terughoudend om fiscale maatregelen te nemen die deze kostenstijgingen kunnen ondervan-gen. In veel gevallen hebben ze belas-tingen zelfs verlaagd. Dit heeft geleid tot hogere leningen en het bezuinigen op publieke diensten om de begroting rond te krijgen, waardoor veel overheidsdiensten op het punt van instorten staan. In delen van Canada wachten kinderen net zo lang op een plek inde crèche als dat ze daadwerkelijk in de crèche zullen doorbrengen. In Groot-Brittannië worden gevangenen vervroegd vrijgelaten door een tekort aan capaciteit. In Duitsland rijdt minder dan twee derde van de langeafstandstreinen op tijd.
Minst schadelijk
Politici proberen krampachtig het sociale zekerheidsstelsel in toom te houden, maar om een instorting van openbare diensten of fiscale crises te voorkomen, lijkt een belastingverhoging onvermijdelijk. Een haalbare en economisch minst schadelijke optie zou dan een verhoging van de btw zijn, oftewel een hogere belasting op consumptie. Het goede nieuws is dat meer herverdeling geen mokerslag voor het kapitalisme hoeft te betekenen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld uitbreiding van de ambtenarij of nationalisering van de industrie is het weghalen van geld bij Jan om Piet te betalen een betrekkelijk lichte economische ingreep.
Als de helft van de overheidsbegroting bestaat uit uitkeringen, is het voor te stellen dat 40 procent van het bbp aan uitgaven opgaat, maar dat slechts 20 procent van de beroepsbevolking bestaat uit ambtenaren. Vanuit een puur economisch perspectief is het herverdelingssysteem kostbaar in die zin dat het prikkels verstoort, vooral door de belastingdruk op arbeid en ondernemingen. Herverdeling en vrije markten kunnen prima naast elkaar bestaan, mits het systeem voorkomt dat potentiële werknemers afhankelijk worden van bijstand en gebruik maakt van ‘effciënte’ belastingen die de prikkels grotendeels intact laten.
Een grondbelasting zou de beste optie zijn. Helaas gruwen kiezers van dit idee
Helaas hebben overheden tegenwoordig geen oog voor dit principe. De nieuwe Britse Labour-regering zal naar verwachting volgende maand de belastingen op sparen en investeren verhogen, wat nadelig zal zijn voor de groei. Canada heeft de vermogenswinstbelasting verhoogd, en de nieuwe Franse regering overweegt nieuwe heffingen op bedrijven. In de VS, waar een onverantwoord jaarlijks tekort van 7,3 procent van het bbp bestaat, ontwijken presidentskandidaten de noodzaak om belastingen te verhogen of efficiënter te maken. In plaats daarvan beloven ze verschillende geforceerde maatregelen, zoals het vrijstellen van fooien en, in het geval van Donald Trump, ook overuren van de inkomstenbelasting. Trump wil bovendien het belastingstelsel aanpassen met tarieven die schadelijk zijn voor de internationale handel.
Politici zouden een andere koers moeten varen en proberen een efficiënter belastingstelsel op te zetten. Een grondbelasting zou de beste optie zijn. Helaas gruwen kiezers van dit idee, mogelijk omdat onroerendgoedbelasting grote, regelmatige betalingen met zich meebrengt. Dan maar de belasting op toegevoegde waarde (btw), een heffing op consumptie die prikkels alleen verstoort doordat bepaalde goederen en diensten zijn vrijgesteld.
Hoge btw
De ervaring toont aan dat het eenvoudiger is om de btw te verhogen dan andere efficiënte belastingen – zozeer zelfs dat de Amerikaanse Republikeinse Partij traditioneel tegen deze belasting is, omdat deze de ontwikkeling van een verzorgingsstaat vergemakkelijkt. (In de VS bestaan, opmerkelijk genoeg, alleen staatsbelastingen.) In 2011 verhoogde Groot-Brittannië zijn btw-tarief van 17,5 procent naar 20 procent. Publieke protesten bleven goeddeels uit. Een hoge btw heeft Scandinavische landen lange tijd geholpen om een grote overheid te combineren met bloeiende markteconomieën, met tarieven van 24 of 25 procent, die tot de hoogste in de welvarende wereld behoren. Estland verhoogt zijn btw in vergelijkbare mate om meer defensie-uitgaven te kunnen dekken.
Een overheid die aan obesitas lijdt, heeft de btw hard nodig
Een veelgehoord argument tegen de btw is dat deze regressief is, omdat de armen een groter deel van hun inkomen besteden dan de rijken. Maar de armen hebben ook het meest te winnen bij betere openbare diensten en snellere economische groei. Bovendien is btw minder regressief wanneer ze wordt afgezet tegen levenslang inkomen in plaats van het jaarlijkse inkomen; belastingverhogingen treffen rijke gepensioneerden die hun vermogen uitgeven en geen belasting meer betalen op arbeid.
Een ander bezwaar tegen een verhoging van de btw is dat dit leidt tot prijsstijgingen en dus inflatie. Maar de inflatie is aanzienlijk afgenomen, en bij een geleidelijke verhoging zijn de effecten goed te beheersen. Wanneer publieke diensten in elkaar storten en schulden de pan uit rijzen, is er geen houden meer aan. Dan wordt de kiezerswoede onvermijdelijk en komen economieën in zwaar weer. De btw is geen wondermiddel, maar in vergelijking met weinig andere belastingen kan het helpen om publieke diensten te behouden nu de bevolking veroudert, en om een omvangrijke overheid te financieren zonder het vrije ondernemerschap te beperken. Een overheid die aan obesitas lijdt, heeft de btw hard nodig.

