De Italiaanse filosoof Massimo Cacciari projecteert zichzelf naar 2040, precies twintig jaar na de lockdown van zijn land. Hoe wordt in deze denkbeeldige toekomst de bestrijding van het coronavirus aangegrepen om een beter Italië op te bouwen?
Als we vandaag terugdenken aan die dag, lang geleden, waarop heel Italië tot ‘rode zone’ werd bestempeld en gemeentes, provincies, regio’s, sterker nog, huizen, door talloze grenzen van elkaar werden gescheiden, lijkt het een ongelooflijke weg die we hebben afgelegd. Velen zagen in die enorme gezondheidscrisis de bevestiging van een onomkeerbaar proces van verval van onze instituties en van die van Europa, alsmede het symbool van hun onvermogen om met de algehele ‘toestandsverandering’ om te gaan die symptomatisch is voor onze tijd.
Maar juist doordat de bodem was bereikt, beleefde de politieke wil, de grote politiek, een opleving. Jongeren die na die datum zijn geboren kunnen zich geen voorstelling maken van de ware omwenteling die de crisis teweegbracht in de gehele leidende klasse van het land, van politieke machten tot beroepsorganisaties. Zeker, het kwaad komt nooit gelegen, maar dit kwaad schudde grote geesten wakker, duidde de rampen van de eraan voorafgaande dertig jaar en begon aan een systematisch herstel ervan.
De eerste tekenen dat er een nieuwe fase was bereikt, werden trouwens al zichtbaar in de manier waarop de noodsituatie zelf werd aangepakt. Vanuit medisch-sanitair oogpunt was er eigenlijk geen andere keuze dan de aanwijzingen van de wetenschappelijke autoriteiten en de gezondheidsraad volgen. Maar de regering beperkte zich hier niet toe, noch stelde ze lukraak wat middelen ter beschikking aan vitale sectoren van onze economie om de te voorziene ramp het hoofd te bieden. Nee, op grond van diepgaand overleg, ook met de oppositie, bepaalde de regering welke tegemoetkomingen prioriteit hadden, en wat de criteria en methoden voor toekenning waren.
Ze gaf er meteen blijk van heel te goed te begrijpen dat mensen niet alleen ziek worden door het coronavirus, maar ook door groeiende werkloosheid, door toenemende onzekerheid, door het verlies van alle vertrouwen – en wellicht zijn dat kwalen die langer voortduren en vaak leiden tot lichamelijke klachten. Daarom wendde ze zich tot de sectoren die het hardst door de crisis werden getroffen (en fundamenteel waren voor de economie van het land), garandeerde in de eerste plaats de werknemers elke mogelijke vorm van bescherming (wachtgeld of iets anders) en beloofde ondernemingen een duidelijke, complete herziening van hun fiscale verplichtingen.
Wilskracht en nieuwe projecten
Niet alleen dat: ook zette de regering al in de dagen dat ‘ik blijf thuis’ nog het enige categorische gebod was (eindelijk ‘baas in eigen huis’, grapten sommigen) de lijnen uit om de uitzonderlijke economische en financiële moeilijkheden waarin we ons na de ‘bevrijding’ zouden bevinden het hoofd te bieden. De berekeningen waren snel gemaakt en werden de burgers helder uitgelegd: er waren honderden miljarden bbp mee gemoeid (waarvan 13 procent alleen al voor het toerisme, met alles wat daarbij hoort), dus heel wat meer dan een extra tekort van een paar miljard. De vertragingen, de fouten en de onmacht van eerdere regeringen werden eerlijk toegegeven. En bovenal werd plechtig verklaard dat de kosten van deze kleine oorlog niet zouden worden verhaald op de burgers, en zeker niet op die 50 procent van hen die regelmatig en volledig belasting betaalde. Ten slotte zou de strijd tegen belastingontduiking nu niet langer alleen in woord, maar ook in daad worden aangepakt.
Dat alles was geruststellend, bemoedigend, maakte duidelijk dat de crisis resulteerde in wilskracht en nieuwe projecten. Terwijl artsen, verpleegkundigen en de burgerbescherming elk op hun eigen gebied streden met alle beschikbare middelen – ondanks de bezuinigingen die elkaar de laatste dertig jaar hadden opgevolgd en de enorme verschillen tussen de gezondheidszorginstellingen in de verschillende regio’s – vervulde de politieke klasse mede haar plicht door Europa en de rest van de wereld af te gaan om het imago van ons land te verdedigen en te strijden tegen het verraderlijke opportunisme van concurrerende ‘vrienden’. De resultaten van al die initiatieven en besluiten werden elke avond na de medische bulletins toegelicht.
Nieuwe politieke cultuur
Een veelbelovend begin, kortom. Onze regering, sterker geworden door die uiterst smartelijke ervaring, streed op alle fronten voor de invoering van een nieuwe politieke cultuur die strookte met de wereld waarin we moeten leven, of we dat nou leuk vinden of niet. De coronacrisis was niet ‘logischerwijs’ anders dan de vele andere die ons in die, gelukkig voorbije, periode teisterden. Geen enkele crisis bleef plaatselijk, of die nu de economie, migratie, het milieu of ziekte betrof. Geen enkele muur beschermt ons tegen de verspreiding van besmetting. Behalve dan de muur die we weten te bouwen door middel van samenwerking, begrip tussen staten en het vaststellen van internationale regels en normen die stoelen op het positieve recht van een ieder. En dat geldt op alle terreinen.
De gezondheidscrisis legde de noodzaak van deze verandering bloot. De aard ervan lijkt, net als die van aardbevingen, elke politieke macht te overstijgen, maar dat is niet zo. Een dergelijke gebeurtenis overstijgt alleen een politiek die niet in staat is tot analyseren en voorspellen. En bij alle grote kwesties is de mens in staat te voorspellen, en dus te voorkomen. Een politiek die achter een noodsituatie aanloopt, is niet berekend op haar tijd. Vanwege het simpele feit dat die noodsituatie normaal wordt en dus ophoudt een noodsituatie te zijn. Zo ontdekten we de noodzaak van een politieke cultuur die in staat is te voorkomen, net als goede gezondheidszorg. Maar om te weten hoe je moet voorkomen, is het nodig te weten. De politieke machten werden zich hiervan bewust en reorganiseerden zich met dat doel: ze internaliseerden als het ware specialismen en vaardigheden, ze vermenigvuldigden de inspanningen en de middelen voor de vorming van administratieve, bureaucratische en technische klassen die in staat waren om te leven met de ‘permanente revolutie’ van onze tijd.
Wat twintig jaar geleden alleen met de moed der wanhoop kon worden gehoopt, is in de loop van deze generatie bijna verwezenlijkt. Onze politieke machten hebben de gezondheidscrisis weten te benutten om samen de aanzet te geven tot een constituerende fase, iets wat ze dertig jaar eerder, na de val van de Muur, schandalig genoeg hadden nagelaten. Daarom gedenken we vandaag 10 maart 2020.
Massimo Cacciari
L’Espresso
Italië | weekblad | oplage 196.000
Dit moderne nieuwsmagazine heeft naam gemaakt met doorwrochte enquêtes en vooral met het aan de kaak stellen van politieke en economische schandalen.

