charlein gracia Ux5mdMJNEA unsplash scaled

Door op te groeien met een broer of zus leert een kind zorgzamer om te gaan met anderen en beter problemen op te lossen, aldus opinist Catherine Ruth Pakaluk.

Voor kinderen zonder ouders hebben we een woord: wezen. Voor mensen die hun partner verliezen ook: weduwen en weduwnaars. Maar voor iemand die opgroeit zonder broers of zussen bestaat er geen apart woord. Tot voor kort hadden we dat ook nauwelijks nodig.

Die situatie is aan het veranderen. In de Verenigde Staten is het aandeel moeders met één kind in vijftig jaar tijd bijna verdubbeld: van 11 procent in 1976 naar ongeveer 20 procent nu. Grote gezinnen zijn tegelijkertijd minder vanzelfsprekend geworden. In 1976 had 40 procent van de moeders aan het einde van hun vruchtbare jaren vier of meer kinderen; in 2014 was dat nog maar 14 procent. Ook het Amerikaanse geboortecijfer blijft dalen: in 2024 kwam het uit op gemiddeld 1,6 kind per vrouw, ruim onder het vervangingsniveau van 2,1.

In vrijwel alle EU-landen zijn eenkindgezinnen inmiddels talrijker dan gezinnen met twee of drie kinderen. Ook in de Verenigde Staten lijken die steeds meer de norm te worden.

De redenering was eenvoudig: hoe minder kinderen, hoe meer ouders in elk afzonderlijk kind kunnen investeren

Ik werd opgeleid tot econoom in een tijd waarin kleinere gezinnen vrijwel unaniem als een positieve ontwikkeling werden gezien. De redenering was eenvoudig: hoe minder kinderen, hoe meer ouders in elk afzonderlijk kind kunnen investeren. Kwaliteit boven kwantiteit. Die gedachte vond ook buiten de wetenschap brede weerklank. Veel ouders denken er nog altijd zo over: we willen onze kinderen alles kunnen geven.

Maar na jarenlang ouders uit grote gezinnen te hebben geïnterviewd, ben ik tot de conclusie gekomen dat die redenering tekortschiet. Een deel van wat een kind vormt, kunnen ouders niet meegeven, hoe betrokken of welgesteld ze ook zijn. En dat is het deel dat van broers en zussen komt.

In 2019 reisde ik door de Verenigde Staten om voor mijn boek Hannah’s Children moeders met vijf of meer kinderen te interviewen. In dat boek onderzoek ik waarom sommige vrouwen kiezen voor een groot gezin, terwijl vrouwen elders in de wereld juist steeds minder kinderen krijgen. De vrouwen die ik sprak hadden uiteenlopende religieuze achtergronden – van christenen en joden tot leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen – maar over één punt waren ze het vrijwel allemaal eens: kinderen een goed karakter bijbrengen is makkelijker met vijf kinderen dan met één.

‘Ze krijgen voortdurend de kans om geduldig, zorgzaam en behulpzaam te zijn’

Hun antwoord was heel praktisch. In veel grote gezinnen delen kinderen een slaapkamer, moeten ze onderlinge ruzietjes zelf uitpraten en zorgen oudere kinderen vanzelf ook voor hun jongere broers en zussen. Zoals een moeder van zes kinderen, die vroeger als procesadvocaat werkte, het verwoordde: ‘Ze krijgen voortdurend de kans om geduldig, zorgzaam en behulpzaam te zijn. Er zijn simpelweg eindeloos veel momenten waarop ze het na een ruzie weer bijleggen en daarvan leren.’

Aristoteles merkte al op dat een goed karakter ontstaat door gewoonte: ‘Wat we moeten leren doen, leren we door het te doen.’ En niets vormt onze gewoonten meer dan de eerste gemeenschap waarvan we als kind deel uitmaken: ons gezin.

De vrouwen die ik sprak, vertelden verhalen die voor buitenstaanders misschien uitzonderlijk klinken. Zo vertelde een moeder van zes kinderen hoe enthousiast haar pastoor was toen hij haar oudste zoon zijn babyzusje over het schoolplein zag dragen. Voor hem was de hechte band tussen broer en zus iets bijzonders. Hun moeder haalde er haar schouders over op. ‘Hij tilt de baby voortdurend,’ zei ze. ‘Hij verschoont haar luiers, legt haar in bed voor een dutje. Zo gaat dat nu eenmaal bij ons thuis.’

Kleine gezinnen

Gaandeweg begon ik in te zien dat grote gezinnen morele vorming voortbrengen zoals een motor warmte produceert: als vanzelfsprekend bijproduct. Ouders met een klein gezin moeten die karaktervormende ervaringen juist bewust creëren, met zomerkampen, sportverenigingen en zorgvuldig gekozen buitenschoolse activiteiten. In grote gezinnen komen ze vanzelf.

De voordelen van broers en zussen reiken nog verder, tot in de lastigste jaren van de adolescentie en daarna. Dat weet ik uit eigen ervaring. Toen ik op de middelbare school zat, kreeg mijn moeder haar jongste twee kinderen. Daarmee werd ik de oudste van acht. Hun geboorte was het mooiste wat mijn tienerjaren me brachten. Mijn sociale leven kende pieken en dalen, maar voor die kleintjes kon ik nooit iets verkeerd doen. En ik wilde dat waarmaken. Mijn jongste broers en zussen hielden me dichter bij huis en gaven me houvast tijdens die woelige periode. Nog altijd zijn ze mijn beste vrienden en de eersten bij wie ik aanklop als het tegenzit.

Pas tientallen jaren later, toen ik moeders begon te interviewen, legde ik het verband met mijn eigen ervaring. Na tientallen gesprekken werd me duidelijk dat achter de mentale gezondheidscrisis onder jongeren meer schuilgaat dan alleen schermen en sociale media.

Telkens als hij de baby in zijn armen had, veranderde zijn houding volledig. Alsof de pasgeborene hem weer tot leven bracht

Een moeder van veertien kinderen uit het noordoosten van de Verenigde Staten vertelde me dat een van haar zoons waarschijnlijk de diagnose depressie of een angststoornis zou hebben gekregen als hij geen pasgeboren zusje had gehad om vast te houden en voor te zorgen. Telkens als hij de baby in zijn armen had, veranderde zijn houding volledig, vertelde ze. Alsof de pasgeborene hem weer tot leven bracht.

Ruim vierduizend kilometer verderop vertelde een andere moeder hoe de komst van haar zesde kind haar zoon, toen nog een prepuber, uit een diepe mentale crisis hielp. Met medicatie en therapie was niet bereikt wat de geboorte van zijn broertje teweegbracht. Ze beschreef hoe hij naar het ziekenhuis kwam om zijn pasgeboren broertje te ontmoeten, hem voorzichtig in zijn armen nam en voor het eerst in lange tijd weer rust voelde. De baby was iemand van wie hij onvoorwaardelijk kon houden en die hem zonder oordeel liefde teruggaf. ‘Dat had een helende uitwerking op hem,’ zei ze.

Dit waren geen uitzonderlijke verhalen. En ik was er niet specifiek naar op zoek. Toch beschreef de ene moeder na de andere een vergelijkbare dynamiek: een ouder kind dat worstelde, maar zichtbaar opbloeide door de verantwoordelijkheid en de zorg voor een jonger broertje of zusje. Veel kinderen op de middelbare school maken dat tegenwoordig niet meer mee. Ze groeien niet op met een baby of peuter in huis die dol op hen is. Velen zullen zelfs niet eens weten hoe dat is.

Kinderen groeien niet op met een baby of peuter in huis die dol op hen is. Velen zullen zelfs niet eens weten hoe dat is

Het meest indrukwekkende verhaal dat ik hoorde, kwam van een moeder van negen kinderen aan de Amerikaanse westkust. Haar zevende kind werd geboren met een chromosoomafwijking die zo zeldzaam was dat ze nergens een vergelijkbaar geval kon vinden. Maandenlang woonde ze zo’n beetje in het ziekenhuis, terwijl haar man werkte en haar oudere kinderen, zonder dat iemand het hun vroeg, kookten, de was deden en voor elkaar zorgden.

Toen de baby eindelijk naar huis mocht, gingen zijn broers en zussen mee naar iedere afspraak – van de cardioloog en de röntgenafdeling tot de fysiotherapie – en leerden ze hem via zijn sonde te voeden, als verpleegkundigen. De specialisten waren onder de indruk van zijn vooruitgang en vermoedden dat dat met de inzet van de broers en zussen te maken had.

Alles wat de therapeut als huiswerk meegaf, hing de moeder zichtbaar op voor het hele gezin. Moest de baby worden omgedraaid om zijn bovenlichaam sterker te maken, dan deed degene die langsliep dat. ’s Ochtends, ’s avonds, de hele dag door. Zonder dat iemand het hun bewust had geleerd, was het voor deze kinderen vanzelfsprekend om voor elkaar te zorgen.

Vrijheid en gezin

We horen voortdurend dat Amerikanen meer dan ooit langs elkaar heen leven, gepolariseerd zijn en geïsoleerd raken. De een wijst naar schermen, de ander naar sociale media. Commentatoren van zowel links als rechts leggen de oorzaak bij het politieke systeem en de ideeën waarop het is gebouwd. Volgens die redenering is onze samenleving niet langer in staat de eigenschappen te ontwikkelen die haar overeind houden. De deugd zou het slachtoffer zijn geworden van de vrijheid.

De moeders die ik sprak, zagen dat anders. Volgens hen is vrijheid niet het probleem. Het echte probleem is dat we de belangrijkste plek waar karakter wordt gevormd zijn kwijtgeraakt: het gezin, waar kinderen elkaar vormen.

De negentiende-eeuwse Amerikaanse schrijver en predikant Orestes Brownson beschreef zijn jeugd ooit in precies die bewoordingen. ‘Strikt genomen heb ik nooit een echte jeugd gehad,’ schreef hij. ‘Ik groeide op tussen ouderen zonder spelletjes en het vermaak en gezelschap van andere kinderen. Nog voordat ik een jongen was, had ik al de manieren, de houding en de smaak van een oude man.’

‘Kinderen vormen elkaar, en zouden zo lang mogelijk kind moeten kunnen zijn’

Hij noemde dat een droevig gemis. ‘Kinderen vormen elkaar, en zouden zo lang mogelijk kind moeten kunnen zijn. Zowel de kindertijd als de jeugd duren bij ons veel te kort, en dat gaat ten koste van de normen en omgangsvormen in onze samenleving.’

Wat betekent dit precies voor ons? Een eenvoudig antwoord is er niet. Dat gezinnen kleiner worden, is niet alleen een bewuste keuze om meer tijd en middelen in ieder kind te kunnen investeren. Er spelen ook andere afwegingen mee, die vooral vrouwen raken: een loopbaan die tijdelijk wordt onderbroken, een lager inkomen over de rest van hun werkzame leven en promotiekansen die verloren gaan tijdens de jaren waarin zij voor kinderen zorgen.

En voor veel mensen speelt die afweging niet eens. Een geschikte partner vinden is lang niet vanzelfsprekend, steeds minder jongvolwassenen groeien op met de dagelijkse aanwezigheid van jonge kinderen – óók een gevolg van de steeds kleinere gezinnen van eerdere generaties – en door de onzekerheden van het leven voelt een langdurige verbintenis voor velen nog als een stap te ver.

Als ik ouders één advies zou mogen geven, dan is het dit: denk nog eens goed na voordat je besluit dat je gezin compleet is

Het is niet zo dat ik mensen wil aansporen om meer kinderen te krijgen. Maar als ik ouders één advies zou mogen geven, dan is het dit: denk nog eens goed na voordat je besluit dat je gezin compleet is. Wacht een jaar voordat je een definitieve beslissing neemt. Of twee. De eerste jaren met kleine kinderen zijn juist de minst geschikte periode om te bepalen hoe groot je uiteindelijk wil dat je gezin wordt. De voordelen van een groter gezin worden vaak pas later zichtbaar. Ik heb talloze ouders gesproken die achteraf vonden dat ze te vroeg waren gestopt met kinderen krijgen, simpelweg omdat ze niet konden voorzien hoeveel het hun uiteindelijk zou brengen.

De mogelijkheid openhouden voor nog een kind berust op een inzicht dat ik steeds opnieuw hoorde van de moeders die ik sprak: meer mensen vormen nooit een last voor een gezin, een samenleving of een kind. Als het om mensen gaat, is kwantiteit óók een kwaliteit.

Dat inzicht verklaart ook waarom opvoeden tegenwoordig paradoxaal genoeg moeilijker is geworden. Broers en zussen namen een deel van die opvoeding ongemerkt voor hun rekening. In onze poging het leven van onze kinderen beter te maken, zijn we uit het oog verloren hoeveel ze juist elkaar te bieden hebben.

We hebben er nog geen woord voor. Maar langzaam beginnen we te zien wat we dreigen te verliezen.

Vertaald door Tina Papa


Deel dit artikel


Recent verschenen