ANP 370465981

Meer dan driehonderd miljoen Chinezen roken. De regering moedigt verslaving aan in plaats van die te bestrijden, omdat roken een hoop geld in het laatje brengt. Ondanks de toezeggingen van de overheid en de bewustwording van de gezondheidsrisico’s bestaat het tabaksimperium nog steeds.

Weer een nieuwe lichting studenten aan de Bachelor Tabakwetenschap rookt binnenkort de eerste sigaretten in de collegezaal. Docenten van de Landbouwuniversiteit in Kunming, in het zuidwesten van China, zorgen voor asbakken en aanstekers.

Een jaar geleden begon de eenentwintigjarige Min Li hier met haar studie. ‘In het eerste semester bezochten we de velden, oogstten we tabak en plantten we nieuwe tabaksplanten op de heuvel achter de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze over de campus loopt. Haar echte naam geeft ze liever niet. Het gaat hier immers over sigaretten, oftewel: over het echt grote geld.

Deze universiteit in de provincie Yunnan neemt elk jaar circa honderdveertig nieuwe studenten aan en leidt de nieuwe lichting op voor de sigarettenindustrie in de Volksrepubliek. Hier leren ze om sigaretten machinaal te produceren en hoe ze tabak moeten planten en verwerken.

Terwijl roken in West-Europa en in de VS nagenoeg taboe is, zijn sigaretten in China nog alomtegenwoordig. Men lijkt zich er nauwelijks van bewust dat ze dodelijke ziekten kunnen veroorzaken. Het is normaal om een topmerk als Chunghwa of Panda cadeau te doen aan de gastheer van een feestje, een leraar na de examens of als nieuwjaarsgeschenk voor een portier. Op bruiloften worden pakjes van het merk ‘Dubbel Geluk’ uitgedeeld. Bruid en bruidegom gaan van tafel tot tafel om de sigaretten aan te bieden. Longen vol rook voor een lang, gelukkig huwelijk.

Op de derde verdieping van het Tabaksinstituut is een museum ingericht. Achter een met ijzer beslagen deur liggen honderden pakjes sigaretten in vitrines. In een hoek staat een waterpijp, op de vergadertafel staat een enorme kristallen asbak en aan de muren hangen foto’s van staatsoprichter Mao Zedong met een sigaret in zijn hand en natuurlijk van Deng Xiaoping, de patriarch van de hervorming – een kettingroker die er graag een opstak tijdens het eten.

Oorlogsschepen

Aan het begin van de jaren tachtig richtte Deng het staatsbedrijf China National Tobacco Corporation op, een monopolist die 96 procent van alle sigaretten in het land verkoopt. Op de wereldmarkt heeft het bedrijf een aandeel van ongeveer 46 procent: China Tobacco is veruit het grootste tabaksbedrijf ter wereld. Het verkoopt ook farmaceutische producten en mineraalwater, doet autoreparaties en heeft een eigen reclamebureau. Maar bovenal controleert dit wijdvertakte conglomeraat de teelt, inkoop, productie en distributie van tabak. Het is een staat in een staat, een organisatie die onderzoek aan de universiteit in Yunnan ondersteunt, boeren op het land betaalt en geld inzamelt voor het bewind in Beijing. De regering van de op een na grootste economie ter wereld financiert zichzelf met de verslaving van haar bevolking. Aan de kosten die daaruit voortvloeien wordt geen aandacht besteed.

ROKEN IN ZWEDEN

Zweden telt het laagste percentage rokers in de EU en is dicht bij de status ‘rookvrij’: een definitie die geldt voor een bevolking met minder dan 5 procent dagelijkse rokers, schrijft de Britse online krant The Independent. Slechts 6,4 procent van de Zweden boven de 15 rookte dagelijks in 2019. Dat is het laagste percentage in de EU en ligt ver onder het gemiddelde van 18,5 procent in het EU-blok van 27 landen. Het percentage rokers is sindsdien blijven dalen, tot 5,6 procent vorig jaar.

Vooral de jongere generaties lijken doordrongen van de risico’s van roken en het is inmiddels zeldzaam om een van de 10,5 miljoen inwoners te zien roken. Maatregelen om roken te ontmoedigen hebben het aantal rokers in heel Europa omlaaggebracht, maar Zweden is verder gegaan. Zo is roken verboden bij bushaltes, op treinperrons en bij ingangen van ziekenhuizen en andere openbare gebouwen. Net als in het grootste deel van Europa is roken in cafés en restaurants niet toegestaan, maar sinds 2019 geldt er ook een rookverbod voor zitgedeeltes buiten. Het aantal gevallen van longkanker in Zweden is inmiddels dan ook relatief laag. Overigens zijn Zweden wel dol op hun snus – een verre neef van Amerikaanse diptabak.

De handel in rook levert meer op dan de inkomstenbelasting, blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van Der Spiegel, het onderzoeksplatform The Examination en het Chineestalige nieuwsportaal Initium Media. Bij elkaar opgeteld brachten winst en belastingen van het bedrijf ongeveer 213 miljard dollar in het laatje van de staat. Dat is ongeveer 7 procent van alle overheidsinkomsten en bijna evenveel als het defensiebudget van de Volksrepubliek – vanwege deze vergelijking grappen sommige Chinezen als ze een sigaret opsteken dat ze ‘de overheid helpen oorlogsschepen te bouwen’.

Via Tabaksmonopolie Beheer – zijn regelgevende pendant, met kantoren in elke uithoek van China – controleert China Tobacco de complete toeleveringsketen van tabak. Op papier lijken de twee organisaties afzonderlijke entiteiten, maar de regelgevende instantie en het tabaksbedrijf zijn in praktijk één en dezelfde onderneming. Ze hebben dezelfde leiding, hetzelfde personeel en hetzelfde hoofdkantoor in Beijing.

De bureaucraten van Tabaksmonopolie Beheer stellen quota vast voor boeren, geven vergunningen af aan honderdduizenden sigarettenverkopers en bepalen welke truckers tabaksproducten mogen vervoeren. Ambtenaren vervolgen sigarettenvervalsers en leggen regels op aan de groeiende e-sigarettenindustrie in het land, die wordt gedomineerd door de particuliere sector.

In Beijing en Shanghai is de afgelopen jaren een rookverbod ingesteld in openbare gebouwen en restaurants om de indruk te wekken dat er iets wordt gedaan voor de volksgezondheid. Maar buiten de grote steden wordt er nog steeds volop gerookt. Neem Chongqing: deze metropool aan de Yangtze wilde zich aansluiten bij het bescheiden rijtje Chinese steden die roken in het openbaar hebben verboden. In augustus 2020 bracht Zhang Jianmin, hoofd Tabaksmonopolie Beheer, een bezoek aan de burgemeester en de lokale voorzitter van de Communistische Partij.

In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is

Toen de nieuwe antirookwet van Chongqing een maand later werd aangenomen, bevatte deze een belangrijke uitzondering waar het bedrijf om had gevraagd: roken werd in aangewezen gebieden toegestaan in restaurants, hotels en ‘uitgaansgelegenheden’ zoals bars en karaokeclubs. In een memo die het bedrijf in juni verstuurde, stond dat ‘controle op roken’ een acceptabel doel is, maar een ‘rookverbod’ niet. In een lobbyhandboek van China Tobacco, dat gewoon te koop is in de boekhandel, staat dat roken een ‘mensenrecht’ is.

Studenten aan het Tabaksinstituut in Kunming horen iets soortgelijks. Maar praten ze in de seminars ook over de schadelijke aspecten van roken? Komen verslaving, hartaanvallen of kanker aan de orde? Student Min Li zegt: ‘Sommigen van ons maakten zich er zorgen over, maar we hebben begrepen dat de tabaksproductie een belangrijke bijdrage levert aan de lokale economie en belastinginkomsten. Onze professoren praten over de sociale impact van de tabaksindustrie en benadrukken de voordelen ervan. De tabaksteelt is een belangrijke bron van inkomsten en heeft gezinnen uit de armoede geholpen.’ Haar eigen familie verbouwde vroeger tabak. Overal in China is roken normaal, zegt ze.

‘De meesten van mijn mannelijke medestudenten roken. Ze beginnen doorgaans op de middelbare school, zo rond hun veertiende of vijftiende.’ Vrouwen roken zelden; ook Min Li is een niet-roker. De Wereldbank schat dat bijna de helft van alle volwassen mannen in de Volksrepubliek rookt, tegenover minder dan twee procent van de vrouwen. ‘De meeste mensen zijn zich bewust van de schadelijke gezondheidseffecten van tabak, maar ze zijn vrij om te beslissen of ze willen roken of niet,’ meent Min Li. ‘Uiteindelijk is het een persoonlijke keuze.’

Elk jaar sterven er in China meer dan een miljoen mensen aan tabakgerelateerde oorzaken. Noch de regering in Beijing, noch China Tobacco hebben schriftelijke vragen hierover beantwoord.

DE TABAKSLOBBY RICHT ZICH OP AFRIKA

Sigarettenfabrikanten zien vooral Afrika als dé afzetmarkt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, en zal naar verwachting in 2050 zijn verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt voor tabak in geïndustrialiseerde landen krimpt, worden in Afrika aanzienlijke groeicijfers verwacht, schrijft o.a. Neue Zürcher Zeitung. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) daalde het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd tot ongeveer 1,3 miljard, maar in Afrika steeg het aantal rokers van 64 tot 73 miljoen.

Er is dus al sprake van een opwaartse trend. Veel tabaksfabrikanten springen daarop in en doen dat lang niet altijd netjes. De BBC zond in 2015 een programma uit over de Brit Paul Hopkins, die – na dertien jaar in Kenia te hebben gewerkt voor tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – klokkenluider was geworden. ‘BAT koopt mensen
om, en ik organiseerde dat,’ ver- telde hij. ‘Als de regels overtreden moeten worden, dan doen ze dat.’ Hopkins toonde documenten die bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan ver- tegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. Vorig jaar maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van Bri- tish American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF.

Het bedrijf zwijgt ook over zijn uitbreidingsplannen. Sinds de jaren negentig heeft China Tobacco wereldwijd dochterondernemingen opgericht: in Zuid-Amerika, Afrika en Europa. In Zwitserland is het een onopvallend bedrijf dat ooit tabaksmerken registreerde maar dat verder alleen in het handelsregister lijkt te bestaan. Ook in Duitsland was het een tijdlang geregistreerd.

In Roemenië krijgt de groep wel voet aan de grond; ongeveer honderdveertig kilometer ten zuiden van Boekarest heeft een dochteronderneming een eigen fabriek geopend. De sigaretten die daar geproduceerd worden, worden legaal verkocht en je ziet ze nu steeds vaker in belastingvrije winkels op luchthavens. Soms worden ze ook gesmokkeld, naar Italië bijvoorbeeld. Uit documenten en verhoren van het Openbaar Ministerie blijkt dat gangsters maandenlang met een werknemer van China Tobacco overlegden hoe ze de tabaksaccijns zouden kunnen ontduiken.

Gewend

Het is zes uur ’s ochtends, maar de zon staat nog niet boven de velden van Yuxi, ongeveer honderd kilometer ten zuiden van de provinciehoofdstad Kunming. Boerin Zheng Guicun, 55, is al vroeg op, zoals elke zomerdag van juli tot september.

De kachel bepaalt haar tempo. Naast een stapel kolen heeft ze een veldbed staan. Om de paar uur pookt ze de kachel op zodat de temperatuur niet daalt in dit drooghuis, waar ze rij na rij tabaksbladeren heeft opgehangen, als overhemden aan een waslijn. Tabak heeft een temperatuur van 49 graden nodig om goed te kunnen drogen: het vocht verdampt en de groene plant verandert in een bundel sterk ruikende en rimpelige geelbruine bladeren. Het goud van Zheng Guicun.

Tabak domineert het leven van haar familie. Haar man werkt in een door de staat gerund inkoopstation voor tabaksbladeren, haar oudste zoon verkoopt kunstmest voor de tabaksplanten in de stad. Een jongere zoon droogt ook tabak namens China Tobacco.

De provincie Yunnan in het zuidwesten van China aan de grens met Vietnam is voor tabak wat Beieren is voor bier. In 2021 werd hier bijna 850.000 ton tabak geproduceerd: ruim 14 procent van de wereldwijde teelt. Zheng Guicun oogst al dertig jaar; ze bezit 8000 planten op een perceel in de bergen, op drie kilometer van het dorp. In de zomer rijdt ze om de paar dagen naar haar veld en laadt dan de tractor vol. Dan begint het opnieuw: drogen, 49 graden, kolen scheppen en die tabaksgeur. ‘Ik hou er niet van. Maar ik ben eraan gewend geraakt.’

Tegen de herfst zal ze ongeveer anderhalve ton tabak gefermenteerd hebben. ‘Voor elke kilo krijg ik ongeveer 30 yuan.’ Ze verdient 45.000 yuan per jaar, het equivalent van 5700 euro. ‘Als je arbeidskosten, huur en transport ervan aftrekt, blijft er niet veel over.’ Zelf rookt ze niet. ‘Ik verdien mijn inkomen met de tabaksteelt, het is mijn levensonderhoud,’ zegt ze. ‘Maar roken is slecht voor je gezondheid. Bovendien weet ik hoeveel kunstmest we gebruiken, chemisch en organisch, alles wat voorhanden is. En dan zijn er nog de pesticiden. Je moet er niet aan beginnen.’

Nadat ze haar verschrompelde bladeren aan China Tobacco heeft geleverd, worden die een tweede keer gedroogd, fijngehakt en dan in sigarettenhulzen gestopt. Het is heel goed mogelijk dat er ooit ‘Hongtashan’ op zo’n pakje sigaretten komt te staan, een merk uit Yuxi. Bijna iedereen in China kent Hongtashan, de berg met de rode pagode.

SIGARETTEN UIT ZWITSERLAND

Naast chocolade, horloges en kaas maakt Zwitserland nog een ander succesvol exportproduct: sigaretten. In 2016 produceerde Zwitserland 34,6 miljard sigaretten, waarvan driekwart bestemd was voor de export. Sigaretten vormen dus een stabiele inkomstenbron voor de Zwitserse economie, vergelijkbaar met de export van kaas (578 miljoen Zwitserse frank) of chocolade (785 miljoen Zwitserse frank). De voornaamste exportbestemmingen zijn Japan, Marokko en Zuid-Afrika. Onderzoek van de actiegroep Public Eye toont aan dat vrijwel alle Zwitserse sigaretten voor Marokko zwaarder, verslavender en giftiger zijn dan die in eigen land of Frankrijk worden verkocht.

Zo is er een groot verschil tussen de nicotinewaarden van Zwitserse sigaretten die in Marokko of in Zwitserland worden verkocht: uit testen blijkt dat er 1,28 mg nicotine zit in een Camel van Zwitserse makelij die wordt verkocht in Marokko, tegenover 0,75 mg in Camels voor de Zwitserse markt. Ook koolmonoxide, dat de hoeveelheid zuurstof in het bloed doet afnemen, verschilt sterk: Winston Blues voor Marokko bevatten 9,62 mg per sigaret tegenover 5,45 mg in de voor Zwitserland bestemde sigaretten van hetzelfde merk. Een Camel Light in Casablanca blijkt – ondanks de geruststellende toevoeging ‘light’ – ronduit schadelijker dan het roken van een ‘gewone’ Camel in Lausanne. Is dit alles kwade opzet om rokers in Marokko verslaafd te maken? Nee hoor, zegt de tabaksindustrie, ‘consumenten over de hele wereld hebben nu eenmaal andere voorkeuren’.

Eind jaren vijftig werd een sigarettenfabriek van China Tobacco aan de voet van de pagode uit de Yuan-dynastie geopend. Alleen was de pagode toen nog niet rood, maar wit. Als blijk van trouw aan de Communistische Partij gaf een kaderlid in de fabriek toen opdracht om het eeuwenoude gebouw de kleur van het socialisme te geven. De kleur van de overwinning.

Vanaf de berg heb je goed uitzicht op de sigarettenfabriek, die bestaat uit moderne gebouwen met staal en glas. Je ziet heftrucks rondrijden, vrachtwagens worden geladen. Voor de hoofdingang rijzen acht slanke, metalen pilaren op van tien, twaalf meter hoog: het zijn gigantische sigaretten. Op de heuvel vlak naast de pagode bevindt zich het bedrijfsmuseum. Een bezoek voelt als een reis terug in de tijd naar de jaren vijftig: fraai uitgelichte sigarettenpakjes liggen in de vitrines en aan de muren hangen foto’s. Audrey Hepburn, met een sigarettenpijpje. Winston Churchill met een sigaar.

‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen’

In de collectie van de fabriek ontbreekt Xi Jinping. Er is geen enkele foto van hem, hoewel hij elders voortdurend overal zichtbaar is, op televisie, in de kranten. Er zijn ook geen citaten of aforismen van hem te zien. Een ruimte zonder Xi is een zeldzaamheid in China. Maar Xi rookt niet. 

In 2012, toen hij nog vicepresident was, kreeg hij Microsoft-oprichter Bill Gates op bezoek. ‘Tijdens die ontmoeting zei Gates tegen Xi dat China het ontmoedigen van tabak serieuzer zou moeten nemen,’ vertelt Ray Yip, destijds hoofd van de Gates Foundation in Beijing. Xi antwoordde destijds aan Gates: ‘Ik ben het met je eens – het is niet goed voor het land.’ Zelf had hij ook gerookt, maar ‘was er twintig jaar geleden mee gestopt’.

Xi vertelde aan Gates dat de economische kosten en de schade voor de volksgezondheid door roken in China aanzienlijk waren, zo herinnert Yip zich. Tijdens een bijeenkomst liet Gates zich fotograferen met Peng Liyuan, de vrouw van Xi. Beiden droegen een felrood sweatshirt met daarop in witte Chinese karakters: ‘Passief roken? Ik zeg nee.’ Toen de twee afscheid van elkaar namen, deed Xi een belofte: ‘Wat het roken betreft, zal ik op het juiste moment ingrijpen.’ Het was zijn afscheidsboodschap, aldus Yip. Maar hij hield zich niet aan zijn woord.

Voordat Xi in 2013 president werd, had hij de leiding over de Centrale Partij Universiteit in Beijing. Met zijn goedkeuring schreef een team onderzoekers van die universiteit destijds een rapport van 239 pagina’s over de strategie van China om het roken van sigaretten te beteugelen. In krachtige bewoordingen, die ongebruikelijk zijn voor de hoogste gezondheidsfunctionarissen van China, noemden de auteurs tabak ‘een giftig product’. Maar ze gaven ook eerlijk toe: ‘De enorme inkomsten uit tabaksaccijnzen maken het moeilijk voor de regering om ervan los te komen.’ En dat, zeiden ze, is ‘de belangrijkste reden waarom de overheid niet veel vooruitgang boekt op het gebied van tabaksontmoediging’.

Experts van de Hogeschool van de Partij riepen destijds op tot ingrijpende hervormingen, waaronder het scheiden van de commerciële tak van het bedrijf van de regulerende tak en het beëindigen van het staatsmonopolie. Ontmanteling van het systeem, kortom.

Maar het imperium bestaat nog steeds, en het is nog net zo machtig als voorheen.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen