‘Miljoenen mensen met borstkanker zouden chemotherapie kunnen vermijden’, meldt de BBC, onder verwijzing naar een veelbelovende wetenschappelijke studie van University College London met vierduizend patiënten boven de veertig jaar in het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Australië en Thailand.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Een nieuwe DNA-test, Prosigna, kan patiënten identificeren die wel en niet op de behandeling zullen reageren. ‘De internationale studie concludeerde dat meer dan twee derde van de deelnemers de bijwerkingen van chemotherapie niet hoeft te ondergaan’, aldus het Britse medium.
Deze bijwerkingen omvatten vermoeidheid, haaruitval en misselijkheid. Na vijf jaar was de overlevingskans van patiënten die dankzij de test geen chemotherapie nodig hadden, bijna 94 procent.
Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de Democratische Republiek Congo. Daar is opnieuw een ebola-epidemie vastgesteld. De omstandigheden maken het indammen van het virus dit keer bijzonder moeilijk: gewapende conflicten, wantrouwen in de overheid en teruglopende internationale hulp zetten het toch al broze gezondheidsstelsel verder onder druk.
Wat is er aan de hand?
Er is sprake van een nieuwe uitbraak van het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo, met het epicentrum in de provincie Ituri. Het is de zeventiende keer dat het land te maken krijgt met het virus sinds ebola vijftig jaar geleden werd ontdekt, merkt Afrik.com op. De epidemie wordt veroorzaakt door het Bundibugyo-virus. Er bestaat momenteel geen vaccin of specifieke behandeling tegen deze variant, die een sterftepercentage heeft van 50 procent. Symptomen zijn onder andere hoge koorts, intense vermoeidheid, spierpijn, braken en in sommige gevallen bloedingen. In ernstige gevallen kunnen organen worden aangetast.
Het aantal vermoedelijke gevallen in de DRC nadert de duizend, terwijl Oeganda zeven gevallen meldt, aldus het Amerikaanse nieuwsplatform Mongabay. Deze snelle toename wijst erop dat het virus al langer in de regio circuleert dan eerder werd gedacht.
‘We breiden onze activiteiten met spoed uit, maar op dit moment blijft de epidemie een stap voor’
‘We breiden onze activiteiten met spoed uit, maar op dit moment blijft de epidemie een stap voor’, waarschuwde de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) Tedros Adhanom Ghebreyesus maandag, aldus Reuters. Het Afrikaanse Centrum voor ziektebestrijding en -preventie heeft tien Afrikaanse landen aangewezen die risico lopen: Angola, Burundi, de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Republiek Congo, Ethiopië, Kenia, Rwanda, Zuid-Soedan, Tanzania en Zambia.
Wat maakt het zo lastig om het virus te bestrijden?
Ebola verspreidt zich via lichaamsvloeistoffen zoals bloed, speeksel, zweet en sperma, zodat vooral zorgverleners en mantelzorgers kwetsbaar zijn. Volgens professor mondiale volksgezondheid Devi Sridhar van de Universiteit van Edinburgh is er echter geen gebrek aan kennis. ‘Het is eerder ook gelukt uitbraken onder controle te krijgen’, schrijft ze in The Guardian. De grootste uitdagingen zitten volgens haar in de uitvoering: er is een tekort aan personeel, laboratoriumcapaciteit en logistieke middelen.
Juist die uitvoering is in de DRC bijzonder ingewikkeld. De uitbraak vindt plaats in een conflictgebied waar veel reisverkeer is en waar gezondheidsvoorzieningen door jaren van geweld zijn beschadigd of verwoest. ‘Zelfs onder ideale omstandigheden zijn maatregelen zoals contactonderzoek en isolatie moeilijk uit te voeren’, schrijft spoedeisendehulparts Craig Spencer in The New York Times. In 2014 liep hij zelf ebola op na het behandelen van patiënten in Guinee. ‘De omstandigheden in de DRC zijn allesbehalve ideaal.’
Daarnaast staat de bestrijding van de uitbraak onder druk door een afname van internationale hulp. Na de grote ebola-uitbraak van 2014, waarbij circa elfduizend mensen stierven, werden systemen opgezet om nieuwe uitbraken sneller op te sporen en in te dammen. Maar een deel van die infrastructuur – zoals surveillancenetwerken en internationale samenwerkingsverbanden – is de afgelopen jaren afgebouwd, onder meer door het stopzetten van USAID. ‘Daardoor zijn we minder goed voorbereid dan enkele jaren geleden’, schrijft Spencer. Ook het budget van het noodhulpprogramma van de WHO is sinds 2024 met 37 procent gedaald.
‘We zijn minder goed voorbereid dan enkele jaren geleden’
Maar ook de hulp die wél beschikbaar is, stuit op weerstand. Een groot deel van de lokale bevolking heeft weinig vertrouwen in de overheid of externe hulporganisaties, wat routinematige zorg zoals vaccinatiecampagnes bemoeilijkt, aldus CNN.
Zondagavond liepen de spanningen hoog op toen een groep jonge mannen een ziekenhuis bestormde waar ebolapatiënten worden behandeld in de provincie Ituri. Er zouden meerdere schoten zijn gelost voordat het medisch personeel van het Mongbwalu General Hospital de patiënten kon evacueren, zo meldt Associated Press. De medisch directeur van het ziekenhuis zei dat de aanvallers eisten dat de lichamen van twee familieleden aan hen zouden worden overgedragen. Het was de derde aanval op een zorginstelling in een week tijd.
Hoe groot is het gevaar?
Volgens Professor Devi Sridhar in The Guardian is het onwaarschijnlijk dat de ebola-uitbraak een wereldwijde pandemie wordt, gezien de verspreidingswijze. Des te groter zijn de zorgen over de verwoestende gevolgen voor de DRC en buurlanden. Sridhar vreest een herhaling van de uitbraak in West-Afrika. ‘Er stierven honderden gezondheidswerkers doordat ze patiënten behandelden zonder over adequate persoonlijke beschermingsmiddelen te beschikken. Zorgverleners zijn onmisbaar en moeilijk te vervangen. Het effect was een toename van de moeder- en zuigelingensterfte door een gebrek aan opgeleid personeel, en een stijging van de kindersterfte doordat het standaardvaccinatieprogramma werd verstoord.’
De regeringen van de DRC en Oeganda hebben de aandacht, medewerking en steun van de wereld nodig om deze uitbraak te stoppen, aldus Sridhar: ‘Als het huis van je buurman in brand staat, blijf je ook niet toekijken. Dan help je het vuur te blussen.’
‘We breiden onze activiteiten met spoed uit, maar op dit moment ligt de epidemie nog op ons voor’, gaf Tedros Adhanom Ghebreyesus, directeur van de Wereldgezondheidsorganisatie, begin deze week toe. Voordat hij dinsdag naar de Democratische Republiek Congo reisde, riep hij ‘buurlanden op om meteen actie te ondernemen’, meldt The Guardian.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Tijdens een online bijeenkomst van de Afrikaanse Unie over de uitbraak maakte hij ook bekend dat er tot nu toe naar verluidt 220 mensen zijn gestorven door de huidige ebola-uitbraak en dat hij dinsdag naar de Democratische Republiek Congo zou reizen met Chikwe Ihekweazu, uitvoerend directeur van het WHO-programma voor gezondheidsnoodsituaties.
Pogingen om het virus in te dammen worden belemmerd door de aanvallen van dit weekend op zorginstellingen in de Congolese provincies Ituri en Noord-Kivu en het gebrek aan een goedgekeurd vaccin, aldus Ghebreyesus, geciteerd door de Britse krant.
De WHO spreekt van een noodsituatie, niet van een pandemie
De gezondheidsautoriteiten hebben vrijdag een waarschuwing afgegeven voor een nieuwe uitbraak van het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo (DRC), meldt Al Jazeera. Het Africa Centers for Disease Control and Prevention (Africa CDC), de belangrijkste instantie voor volksgezondheid op het continent, meldde 246 vermoedelijke gevallen van ebola en 65 sterfgevallen in de provincie Ituri, in het noordoosten van het land, en waarschuwde voor een hoog risico op verdere verspreiding.
Later die dag bevestigde buurland Oeganda de aanwezigheid van de ziekte op zijn grondgebied en meldde dat een Congolese staatsburger die vanuit de DRC was gereisd, in Kampala was overleden. Deze nieuwe uitbraak komt ongeveer vijf maanden na de laatste ebola-uitbraak in de DRC, waarbij drieënveertig mensen om het leven kwamen, aldus de zender.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De WHO heeft zondag het op een na hoogste internationale alarmniveau afgekondigd naar aanleiding van de uitbraak in de DRC, nadat het eerste geval was bevestigd in Goma, een belangrijke stad in het oosten die wordt gecontroleerd door de anti-regeringsgroep M23. Volgens de laatste cijfers van Africa CDC van zaterdag zijn er achtentachtig sterfgevallen geregistreerd die waarschijnlijk aan het virus zijn toe te schrijven, op een totaal van 336 verdachte gevallen. Ook werd het overlijden van een negenenvijftigjarige Congolese man in buurland Oeganda gemeld.
De aanhoudende uitbraak, die vrijdag door Congolese en internationale gezondheidsautoriteiten werd uitgeroepen, ‘vormt een noodsituatie voor de volksgezondheid van internationaal belang (PHEIC), maar voldoet niet aan de criteria voor een pandemie’, verduidelijkte WHO-directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus op X.
De behandeling vermindert het risico op hiv-overdracht met 99,9 procent
Lenacapavir, een injecteerbare behandeling die slechts twee keer per jaar hoeft te worden toegediend, zal zo snel mogelijk in Zuid-Afrika worden geproduceerd, zo maakte de internationale gezondheidsorganisatie Unitaid dinsdag bekend tijdens de Frans-Afrikaanse top Africa Forward in Nairobi.
Er is een aanbesteding uitgeschreven voor het laboratorium dat een generieke versie van dit medicijn zal produceren. Deze beslissing zal de soevereiniteit van het Afrikaanse continent op het gebied van gezondheid verbeteren, aldus Philippe Duneton, directeur van Unitaid.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Studies tonen aan dat deze veelbelovende behandeling het risico op hiv-overdracht met 99,9 procent vermindert. ‘Ondanks deze vooruitgang is er geen garantie dat hiv-negatieve mensen het ook daadwerkelijk zullen gebruiken’, waarschuwt dr. Katherine Gill in de Zuid-Afrikaanse krant Sunday Times.
Om echt een verschil te maken, moet lenacapavir ‘binnen de gemeenschappen zelf worden verspreid, en niet alleen in klinieken’, benadrukt ze.
De symptomen ontwikkelden zich aan boord van een vliegtuig
Een van de vijf Franse passagiers die zondag van het cruiseschip MV Hondius, het epicentrum van een dodelijke hantavirusuitbraak, werden geëvacueerd, vertoont symptomen van de ziekte. De Franse premier Sébastien Lecornu gaf ’s avonds aan dat ‘deze Franse staatsburger symptomen ontwikkelde aan boord van een chartervlucht’ van Tenerife, op de Spaanse Canarische Eilanden, naar Parijs, aldus de BBC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De vijf geëvacueerden van de MV Hondius werden daarom ‘onmiddellijk in strikte isolatie geplaatst tot nader order’, aldus Lecornu. Deze Franse burgers ‘behoren tot de meer dan negentig toeristen die zondag van het Nederlandse schip werden gerepatrieerd, dat voor zonsopgang voor anker was gegaan bij de Canarische Eilanden’, meldt de Britse omroep.
Het schip MV Hondius was vanaf die plaats vertrokken
De Argentijnse autoriteiten hebben woensdag aangekondigd dat technische teams van het Malbrán Gezondheidsinstituut naar het zuidelijkste puntje van het land zullen reizen, vanwaar het cruiseschip de Hondius – het epicentrum van de uitbraak van het hantavirus – was vertrokken, om knaagdieren te vangen en te analyseren, meldt Clarín.
‘Ze proberen de mogelijke aanwezigheid van het virus in natuurlijke reservoirs op te sporen. De belangrijkste officiële hypothese is dat een Nederlands echtpaar het virus heeft opgelopen tijdens het observeren van vogels in Ushuaia voordat ze aan boord van het schip gingen’, legt de Argentijnse krant uit.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Experts zullen ook proberen de reisroute van de twee overleden passagiers te reconstrueren. Zij gingen op 1 april aan boord van de MV Hondius na een reis van enkele maanden door Zuid-Amerika. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is ook een derde passagier van Duitse afkomst overleden.
Het schip vertrok woensdag uit Kaapverdië en zal naar verwachting zaterdag aankomen op Tenerife, een van de Canarische Eilanden, vanwaar de evacuatie van de passagiers naar verwachting maandag zal beginnen.
Volgens de nieuwe Britse wet kan niemand die geboren is na 2008 meer legaal tabak kopen. Voorstanders zien een slimme, geleidelijke aanpak die jongeren beschermt tegen levenslange verslaving; critici vrezen de inperking van individuele vrijheid. Hoe ver mag de staat gaan om haar burgers te beschermen?
Nee: ‘Vrijheid betekent opgroeien zonder het doelwit te zijn van verslavende industrieën’
Vorige week werd in het Verenigd Koninkrijk een nieuwe wet aangenomen die een rookvrije generatie moet creëren en tabak uiteindelijk volledig moet uitbannen. Niemand die op of na 1 januari 2009 is geboren, zal ooit legaal tabak kunnen kopen. Vanaf 2027 gaat de wettelijke minimumleeftijd – nu nog achttien jaar – jaarlijks met één jaar omhoog. ‘Het is een behoorlijk slim stuk wetgeving. Na verloop van tijd zal het aandeel mensen dat sigaretten kan kopen steeds kleiner worden – totdat op een dag niemand in het Verenigd Koninkrijk nog zal roken,’ legt Devi Sridhar, hoogleraar mondiale volksgezondheid aan de Universiteit van Edinburgh, uit in The Guardian.
Ondanks een politiek gepolariseerd klimaat kan de nieuwe wet rekenen op de steun van partijen over het hele politieke spectrum. Bovendien merkt Sridhar op dat rokers zelf een van de sterkste pleitbezorgers van de wet zijn. Uit YouGov-onderzoek uit 2024 bleek dat 52 procent van de rokers de jaarlijkse leeftijdsverhoging steunde, en dat 78 procent van het publiek voorstander is van een rookvrije generatie
‘Misschien hadden rokers gewild dat deze wetgeving al van kracht was geweest toen zij zelf jong waren’
Waarom zouden rokers dit beleid steunen? ‘Misschien omdat ze hadden gewild dat deze wetgeving al van kracht was geweest toen zij zelf jong waren. De meeste rokers raakten al op jonge leeftijd verslaafd, velen nog voordat ze de gezondheidsrisico’s of de gevolgen voor de kwaliteit van hun dagelijks leven volledig begrepen.’ Uit verschillende enquêtes blijkt dat de overgrote meerderheid van de rokers spijt heeft dat ze ooit zijn begonnen en naar schatting heeft zo’n 80 procent weleens geprobeerd te stoppen.
Tegenstanders van de wet vinden dat het generatieverbod een inbreuk vormt op de individuele vrijheid, maar volgens Sridhar hangt dat af van de interpretatie. ‘Vrijheid is niet alleen het vermogen om schadelijke producten te kopen – het kan ook de vrijheid betekenen om op te groeien zonder systematisch het doelwit te zijn van verslavende industrieën.’ Bovendien kosten rookgerelateerde aandoeningen de Britten naar schatting 2,6 miljard pond per jaar en de samenleving in bredere zin ongeveer 11 miljard pond per jaar. ‘De zorg is overbelast. Vrijheid kan dus ook betekenen dat mensen toegang krijgen tot tijdige, hoogwaardige gezondheidszorg’, schrijft ze.
Andere landen zullen nauwlettend in de gaten houden hoe dit Britse experiment verloopt. ‘Tot nu toe lijkt het een groot succes, bij zowel niet-rokers als rokers.’
Professor Devi Sridhar is hoogleraar mondiale volksgezondheid aan de Universiteit van Edinburgh en auteur van How Not to Die (Too Soon).
Ja: ‘Dit is een autoritaire oplossing op zoek naar een probleem’
‘Winston Churchill draait zich om in zijn graf nu het Verenigd Koninkrijk iedereen die na 2008 is geboren voorgoed verbiedt tabaksproducten te kopen’, schrijft The Washington Post in een redactioneel commentaar. Volgens de krant ‘omarmt premier Keir Starmer deze bemoeizuchtige maatregel om te laten zien dat hij iets kan doorvoeren, nu zijn Labour-regering wankelt’.
De krant voorziet bovendien vreemde situaties. ‘In 2055 zal het legaal zijn voor een 47-jarige om een pakje sigaretten te kopen, maar niet voor een 46-jarige. Tientallen jaren later zal een 92-jarige zijn identiteitsbewijs moeten laten zien bij het afrekenen van een sigaar, zodat de kassamedewerker zeker weet dat hij niet eenennegentig is.’
Ook de noodzaak van de wet wordt betwijfeld. ‘Dit is een autoritaire oplossing op zoek naar een probleem’, schrijft de redactie. Het percentage rokers in Groot-Brittannië staat namelijk op een historisch dieptepunt. In de jaren zeventig rookte bijna de helft van de volwassenen; nu is dat ongeveer een op de tien. Het aantal kinderen van 11 tot 15 jaar dat ooit een peuk heeft aangeraakt is op het laagste niveau ooit, gedaald van 49 procent in 1996 naar 12 procent nu. Slechts 1 procent geeft aan regelmatig sigaretten te roken. ‘Het lijkt er bijna op dat de regering juist de aandacht op sigaretten probeert te vestigen.’
‘In plaats van fundamentele kwesties aan te pakken, gedragen politici zich als betweters en spelbrekers’
Groot-Brittannië staat voor talloze beleidsuitdagingen, van chronisch stagnerende groei tot torenhoge kosten voor schuldaflossing. ‘In plaats van deze fundamentele kwesties aan te pakken, gedragen politici zich liever als betweters en spelbrekers. Ze verplichten calorievermeldingen op menu’s, treden hard op tegen twee-voor-de-prijs-van-éénaanbiedingen in supermarkten en voeren nu voor een hele generatie een rookverbod in.’
Volgens de krant betwist niemand dat roken ongezond is, maar hebben mensen het recht om te kiezen of ze een sigaret willen opsteken. ‘Hier begint de uitholling van onze vrijheid – en daar houdt het vast niet op.’
The Washington Post heeft een lange reputatie op het gebied van scherpe berichtgeving en diepgravende analyses van het Amerikaanse politieke leven. Sinds eind 2024 ligt de krant onder vuur wegens vermeende inmenging van eigenaar Jeff Bezos in de redactionele koers van de opiniepagina. Sindsdien neemt zowel het aantal abonnees als het personeelsbestand af.
Het altruïstische zorgsysteem in de Belgische stad Geel gaat terug naar de dertiende eeuw, toen er een kerk werd gebouwd ter ere van Dimpna, beschermheilige van psychische aandoeningen. Journalist Ilvy Njiokiktjien ging er op bezoek.
De Belgische stad Geel heeft een pleegzorgsysteem voor patiënten met mentale gezondheidsklachten. Pleeggezinnen hebben kostgangers soms decennialang in huis, waardoor ze een onlosmakelijk deel uit gaan maken van het gezin. De gezinnen zien dit principe als normaal omdat ze dit veelal van hun ouders, grootouders, ooms en tantes hebben meegekregen; het systeem zit in het Geelse DNA.
Met dit soort opvang proberen de pleeggezinnen het leven van mensen met mentale problemen zo gewoon mogelijk te maken. Ze worden niet behandeld als patiënten met een diagnose, die eventueel moeten worden geïnstitutionaliseerd, maar als personen die recht hebben op waardigheid en inclusie. Deze vorm van altruïstische zorg maakt al sinds de dertiende eeuw deel uit van Geel, toen er een kerk werd gebouwd voor de heilige Dimpna, beschermhei- lige van psychische aandoeningen. Vervolgens trokken er massaal pelgrims naar de stad. Destijds woonden ongeveer tweeduizend gasten in bij de lokale boeren, die hielpen met het dagelijkse werk. En zo ontstond het pleegzorgsysteem, dat zevenhonderd jaar later nog altijd wordt toegepast.
Gestructureerder
Door de eeuwen heen is het systeem gestructureerder en geavanceerder geworden. Zo biedt de OPZ, het psychiatrische ziekenhuis van de gemeente, sinds het midden van de negentiende eeuw professionele hulpdiensten. Ook kan het centrum dagopvang faciliteren en wordt de kostganger psychiatrische behandeling en hulpverlening geboden.
Ik bezocht zes gezinnen in Geel, waar het leven zijn normale gangetje ging. De kostgangers speelden spelletjes met gezinsleden, deden klusjes en keken samen televisie. Voor veel van hen zijn structuur en routine van groot belang en volgens de Gelers vinden ze dat hier op een natuurlijkere manier dan wanneer ze worden geïnstitutionaliseerd.
De 71-jarige Heidi woont bij haar pleegverzorger, Maria Dierckx. Ik fotografeerde ze ’s ochtends terwijl Heidi op de bus wachtte die haar zou meenemen naar de OPZ. De bus kwam iets later en Heidi werd zenuwachtig. Ik zag haar door de woonkamer ijsberen terwijl ze naar de klok keek. Maria kwam binnen, ging even met Heidi zitten en babbelde wat. Heidi werd meteen weer rustig. Toen de bus er was, stormde Heidi naar buiten, maar gaf Maria eerst een kus op de wang. Het zijn dit soort kleine dingen die de kostgangers een gevoel van veiligheid geven, het gevoel ergens thuis te horen; bij een gezin waar ze op kunnen rekenen.
De 58-jarige Maggy Vleugels en haar echtgenoot Jozef Huysmans bieden onderdak aan de 65-jarige Hilda. Dit is niet hun eerste kostganger. Maggy groeide op in een gezin waar kostgangers de normaalste zaak van de wereld waren. Toen haar ouders overleden, besloot ze om hun kostganger Jeff op te nemen. Toen de zorg voor Jeff, die ernstige mentale klachten had, te veel werd voor Maggy, werd hij overgeplaatst naar de OPZ. Maggy had liever nog langer voor hem gezorgd, maar de zorg werd te gespecialiseerd. Ze gaf aan de OPZ aan dat ze graag weer iemand in huis nam. Zoals voor veel Geelse gezinnen geldt voelt deze vorm van verzorgen als onderdeel van haar karakter.
Kostgangers
In Geel wonen ongeveer honderdtwintig kostgangers bij pleeggezinnen. Ooit waren dit er duizenden, maar door de jaren heen is het aantal teruggelopen. Dat komt vooral doordat in veel huishoudens nu zowel de man als de vrouw een baan heeft, wat in vorige eeuwen niet voorkwam. De gezinnen krijgen een toeslag van 28 euro per dag per persoon aan wie ze zorg bieden, waarmee algemene kosten worden gedekt.
In deze tijd waarin veel aandacht is voor mentale gezondheid en een grote behoefte bestaat aan vernieuwende oplossingen, zou dit eeuwenoude model van Geel, gebaseerd op empathie en solidariteit, wel eens uitkomst kunnen bieden.
Openluchtzorggemeenschap
Het eeuwenoude zorgsysteem van gezinsverpleging in Geel werd in 2023 erkend als cultureel erfgoed volgens UNESCO-principes.
Het Geelse systeem geldt als een van de oudste vormen van gemeenschapsgerichte geestelijke gezondheidszorg ter wereld. De praktijk ontstond in de dertiende eeuw, rond de verering van Sint-Dimpna, en bleef ook na de opkomst van psychiatrische instellingen intact.
Historisch bereikten de aantallen een hoogtepunt in de negentiende eeuw. Rond 1850 verbleven naar schatting twee- tot drieduizend kostgangers bij Geelse gezinnen – op een stad met slechts enkele duizenden inwoners. Geel fungeerde daarmee feitelijk als een openluchtzorggemeenschap. Aan het begin van de twintigste eeuw liep dit aantal terug, mede door de professionalisering van de psychiatrie en veranderende gezinsstructuren. Maar het systeem hield stand.
Vandaag wonen in Geel ongeveer 120 volwassenen met langdurige psychische problematiek bij pleeggezinnen. Zij krijgen medische en psychosociale begeleiding via het OPZ Geel, dat sinds 1852 deel uitmaakt van het systeem. Pleeggezinnen ontvangen een dagvergoeding van circa 28 euro, bedoeld voor huisvesting en dagelijkse kosten; behandeling blijft in handen van professionals.
In 2023 werd de traditie van gezinsverpleging in Geel opgenomen in de Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed van Vlaanderen, conform UNESCO-principes. Daarmee wordt het systeem erkend als levend erfgoed en als vroeg voorbeeld van wat tegenwoordig community-based mental health care heet.
De beslissing zal vrijwel zeker worden aangevochten
Een rechter in Massachusetts blokkeerde maandag, in ieder geval tijdelijk, een aantal wijzigingen die minister van Volksgezondheid Robert Kennedy Jr. had aangebracht in de vaccinatieaanbevelingen en -schema’s. Hij oordeelde dat de Amerikaanse overheid de wetenschappelijk onderbouwde methoden die normaal gesproken worden gebruikt om dergelijke beslissingen te rechtvaardigen, had ‘genegeerd’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het Adviescomité voor Vaccinatiepraktijken (ACIP) was met name gestopt met het aanbevelen van het hepatitis B-vaccin voor alle pasgeborenen, tegen het advies van veel zorgprofessionals in. Dit is een ‘zware klap voor het gezondheidsbeleid van de regering-Trump’, aldus The New York Times.
‘De beslissing van rechter Murphy, die door de vorige Democratische president Joe Biden in het federale hof werd benoemd, zal vrijwel zeker in hoger beroep worden aangevochten’, voegt de krant eraan toe.
De detectie kan met meer dan 10 procent worden verbeterd
Volgens de resultaten van een nieuwe studie kan de detectie van borstkanker met meer dan 10 procent worden verbeterd door het gebruik van een AI-tool, schrijft de BBC. De evaluatie werd uitgevoerd door de Universiteit van Aberdeen in het kader van een project van NHS Grampian, een dependance van de Schotse Nationale Gezondheidsdienst (NHS).
Het team onderzocht hoe de AI-software zorgverleners kon ondersteunen bij de routinematige borstkankerscreening van meer dan tienduizend vrouwen, die vervolgens ook sneller op de hoogte konden worden gesteld van de resultaten. Yvonne Cook uit Aberdeen, een vrouw van in de zestig, deed mee aan het AI-onderzoek. Haar borstkanker werd ontdekt en vervolgens behandeld. ‘Ik voel me ongelooflijk gelukkig’, zegt ze tegen de BBC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De AI-tool, genaamd Mia, is ontwikkeld door medisch technologiebedrijf Kheiron. De tool kan potentiële kleine en moeilijk te detecteren afwijkingen op mammografieën signaleren die met het blote oog over het hoofd kunnen worden gezien. De studie naar borstkankerscreening, die dinsdag in het tijdschrift Nature Cancer werd gepubliceerd, toonde aan dat de detectie met 10,4 procent kan toenemen.
Het onderzoek wees ook uit dat de tool de werkdruk van het personeel kan verlagen en de tijd die nodig is om de getroffen vrouwen te informeren kan verkorten. Het onderzoeksteam omschreef de bevindingen als ‘enorm belangrijk’, omdat vroegtijdige detectie vroegtijdige behandeling mogelijk maakt en daarmee de kans op een succesvolle behandeling vergroot.
De bevindingen van de studie zullen nu verder worden uitgewerkt in een vervolgonderzoek naar het gebruik van AI bij borstkankeronderzoek op locaties in het Verenigd Koninkrijk, aldus de Britse nieuwszender.
Bij andere kankersoorten lopen vegetariërs juist meer risico
Vegetariërs hebben een aanzienlijk lager risico op vijf soorten kanker, zo blijkt uit een baanbrekend onderzoek naar de rol van voeding. Het onderzoek, gebaseerd op gegevens van meer dan 1,8 miljoen mensen die jarenlang werden gevolgd, toonde aan dat vegetariërs 21 procent minder risico lopen op alvleesklierkanker, 12 procent minder op prostaatkanker en 9 procent minder op borstkanker in vergelijking met vleeseters. Deze kankersoorten zijn samen verantwoordelijk voor ongeveer een vijfde van alle kankersterfgevallen in het Verenigd Koninkrijk, aldus The Guardian.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Vegetariërs hebben ook 28 procent minder risico op nierkanker en 31 procent minder risico op multipel myeloom, aldus de studie die is gepubliceerd in het British Journal of Cancer. Hoewel vegetarisme over het algemeen beschermend lijkt te zijn, ontdekten de wetenschappers ook dat mensen die een vegetarisch dieet volgen bijna twee keer zoveel risico lopen op de meest voorkomende vorm van slokdarmkanker, plaveiselcelcarcinoom, in vergelijking met vleeseters. Dit zou te wijten kunnen zijn aan een tekort aan essentiële voedingsstoffen zoals B-vitaminen bij vegetariërs, suggereerde het team.
Veganisten hebben een 40 procent hoger risico op darmkanker vergeleken met vleeseters. Dit kan te wijten zijn aan de lage gemiddelde inname van calcium (590 mg per dag, vergeleken met de Britse aanbeveling van 700 mg per dag) en een lagere inname van andere voedingsstoffen. De onderzoekers gaven aan dat er meer onderzoek nodig is om vast te stellen of vleesconsumptie problematisch is of dat er iets specifieks in vegetarische diëten zit wat het kankerrisico verlaagt. Het antwoord zou kunnen verschillen afhankelijk van het type kanker, schrijft The Guardian.
Senegal beschikt over een detectiesysteem dat ziektekiemen opspoort voordat ze zich verspreiden en niet meer te stoppen zijn. Door de bevolking routineus te testen en deze gegevens centraal te verwerken, kunnen rampen zoals de ebola-uitbraak van 2014 voorkomen worden.
In een vervallen kliniek in Dourbel, een stad op het Senegalese platteland, komt een vrouw aan met hoge koorts en hoofd- en gewrichtspijn. Zonder dat ze het weet zetten haar symptomen een proces in werking waar honderden mensen, miljoenen dollars en de meest geavanceerde ziekteopsporingstechnologie van het hele continent aan te pas komen.
In veel delen van sub-Saharaans Afrika wordt een patiënt als zij soms simpelweg naar huis gestuurd met een handjevol pijnstillers, of ze nou griep heeft, malaria, chikungunya, een hemorragische koorts zoals ebola of iets volledig nieuws.
Maar in Senegal, een klein land aan de West-Afrikaanse kust, wordt via een onzichtbaar bewakingssysteem meegekeken. Het Syndromic Sentinel Surveillance System, oftewel 4S, is een nationaal netwerk voor tijdige waarschuwing dat wordt beheerd door het Institut Pasteur de Dakar (IPD), een centrum waar besmettelijke ziekten worden onderzocht en vaccins geproduceerd. Het doel: gevaarlijke ziektekiemen herkennen voordat ze zich oncontroleerbaar verspreiden. Wij zijn in Senegal om te zien hoe dit system werkt en wat er allemaal mee kan.
Vrijwel meteen vallen ons enkele beperkingen op. Op dezelfde dag waarop we de laboratoria van de IPD in Dakar bezoeken, is 250 kilometer naar het noorden toe een van de dodelijkste ziekteuitbraken in decennia aan de gang, zonder dat het systeem dat heeft opgemerkt. Rift valley fever (RVF) is een virus dat zich van dieren naar mensen verplaatst via muggen. In Saint-Louis, een kleine landbouwregio naast de Mauritaanse grens, kostte het aan zeventien mensen het leven. Uiteindelijk zijn er negenentwintig mensen aan overleden.
79 zorgdistricten
Het 4S-systeem wordt gebruikt in iets minder dan de helft van de negenenzeventig Senegalese zorgdistricten. Hoewel er duizenden patiëntmonsters per week worden verwerkt, kan het programma niet naar meer plekken uitbreiden vanwege een gebrek aan financiering, mede veroorzaakt door de ontzegging van ontwikkelingshulp vanuit de VS. Maar waar het wel werkt, is het buitengewoon effectief.
Zorgmedewerkers op vierenveertig monitorpunten, ziekenhuizen en klinieken die bij het programma staan ingeschreven, voegen de symptomen van elke patiënt via een smartphone of laptop toe aan een gecentraliseerde database. Daarmee brengt het systeem wekelijks ziektepatronen door het hele land in kaart.
Als er pieken optreden van bijvoorbeeld koorts of diarree, worden de monsters die van de patiënten zijn afgenomen vliegensvlug met de motorfiets naar de IPD gebracht, in Dakar of een van de bijbehorende laboratoria. Daar worden ze met geavanceerde diagnosemachines geanalyseerd. Elk flesje bloed of speeksel wordt gescreend op allerlei besmettelijke ziekten: covid-19, malaria, tuberculose, zika, gele koorts, ebola en zelfs de pest.
Waar het programma werkt, is het buitengewoon effectief
De monsters worden ook onderworpen aan genoomsequencing; ze worden letter voor letter nauwkeurig bekeken om te achterhalen of er mutaties voorkomen in het DNA van het pathogeen. Eventuele afwijkingen worden naar internationale databases geüpload en gedeeld met het wereldwijde veiligheidsnetwerk van de WHO. Hierdoor worden ziekteautoriteiten door heel Afrika en daarbuiten binnen enkele uren op de hoogte gebracht dat er iets nieuws in de klinieken van Senegal is aangetroffen.
De vrouw in Diourbel blijkt malaria te hebben. De diagnose is niet alleen nuttig voor haar – ze krijgt nu antimalariamedicatie voorgeschreven – maar ook gezondheidsmedewerkers. Ze slaan het ziektegeval op en hebben weer beter zicht op hoe, waarom en waar de muggenziekte zich verspreidt, zodat ze hopelijk andere mensen kunnen beschermen.
‘Als we een positief monster hebben, wordt het genetisch in kaart gebracht, waarbij we naar mutaties zoeken: veranderingen in de structuur van het virus die een risico vormen voor de volksgezondheid,’ aldus dokter Andy Mahon, viroloog bij de IPD. ‘We voeren ook andere soorten tests uit, waaronder antigeentests. Daarbij beoordelen we hoe efficiënt beschikbare vaccins of behandelingen zijn om het opgespoorde pathogeen te bestrijden.’
Dit soort onderzoek is vooral cruciaal voor malaria, aangezien deze parasiet steeds weerbaarder wordt tegen Artemisinine, het belangrijkste strijdmiddel tegen de ziekte. In Senegal stegen de malariagevallen dit jaar met 13 procent tot ongeveer 250.000 bevestigde infecties, terwijl de mug zich voortdurend naar nieuwe gebieden verspreidt en steeds resistenter wordt tegen medicijnen en insecticide.
In 2023 ontdekten de wetenschappers van 4S een cluster malariagevallen met een nieuwe mutatie – PfKelch13R515K – onder patiënten die een kleine kliniek hadden bezocht in Kaolack, een plaats dicht bij de Gambiaanse grens. Deze mutatie toonde aan dat de parasiet genen ontwikkelde die Artemisinine konden weerstaan, en was daarmee een van de eerste waarschuwingssignalen voor een mogelijke falende behandelmethode in Afrika.
In 2025 heeft het systeem nog veel andere uitbraken aangetoond: dengue in Dakar, westnijlvirus in het zuidelijke Goudomp en een kleinere uitbraak van RVF in Gossas, in het oosten. ‘Toen 4S deze uitbraken ontdekte waren ze nog bescheiden en bevonden ze zich een vroeg stadium,’ vertelt dokter Boubacar Diallo, hoofd toezicht en uitbraakrespons van de IPD. ‘In maart 2023 hebben we een wachtpost opgericht in Pikine [de grootste buitenwijk van Dakar]. In die kliniek was nog nooit eerder een uitbraak ontdekt. Tegen het einde van het jaar waren er tweehonderd denguegevallen en twee gevallen van het krim-congovirus,’ aldus Diallo. ‘Het is makkelijk om te reageren als je het vroeg te pakken hebt… Maar als je een uitbraak laat gedijen wordt het complex.’
Volgens wetenschappers zal de volgende pandemie waarschijnlijk beginnen op een plek waar mensen in nauwer contact met dieren leven, klimaatverandering nieuwe risico’s met zich meebrengt en uitbraken vanwege zwakkere zorgsystemen moeilijker op te sporen en in te perken zijn.
Tien landen
Het 4S-systeem wordt verder uitgebreid door heel Afrika dankzij een combinatie van binnenlandse investering en buitenlandse ontwikkelingshulp. Het is al in tien omliggende landen op touw gezet – Gambia, Kaapverdië, Mauritanië, Niger, Mali, Togo, Guinee, Guinee-Bissau, Sierra Leone en Benin –, zodat een regionaal alarmsysteem ontstaat om ziektes op te sporen voordat ze de grens oversteken.
In Gambia detecteerde het systeem in 2023 de eerste chikungunya-uitbraak van het land en een paar maanden later de eerste denguegevallen. Het netwerk van Kaapverdië gaf waarschuwde al vroeg voor een grootschalige dengue-uitbraak die later dat jaar tot stand kwam en meer dan 28.000 infecties veroorzaakte. In Guinee werd het eerste lokaal opgelopen denguegeval ontdekt, slechts tien dagen na de oprichting van het systeem. Ook Mauritanië, Niger en Mali hebben inmiddels hun eerste dengueclusters vastgesteld in het laboratorium.
Er zijn veel mensen gestorven voordat we het detecteerden. Dat mag niet nog een keer gebeuren.
Dokter Boubacar Diallo vindt 4S van cruciaal belang om een herhaling te voorkomen van de vernietigende epidemieën die West-Afrika in het verleden hebben geteisterd. Hij en een klein aantal collega’s waren de eerste medische werkers op locatie in Guinee toen ebola zich in maart 2024 begon te verspreiden, een uitbraak die tienduizend mensen het leven zou kosten. Het ontbrak daar destijds aan iets van een alarmsysteem.
‘Toen we onderzoek deden naar ebola in West-Afrika, bleek dat het al vier maanden gaande was voordat het werd opgemerkt. Er zijn veel mensen gestorven voordat we het detecteerden. Dat mag niet nog een keer gebeuren. We moeten een alarmsysteem opbouwen dat landen kan helpen het pathogeen te bestrijden vanaf het moment dat we het eerste signaal oppikken,’ aldus Diallo.
Maar het netwerk heeft zijn tekortkomingen. Terwijl ik informatie verzamel in het gebied krijgen mijn collega’s in Londen steeds meer berichten van de RVF-uitbraak. Mijn gesprek met de Senegalese minister van volksgezondheid wordt tussen neus en lippen afgelast omdat hij ‘dringende zaken’ moet afhandelen in het noorden. Met meer dan honderd infecties is dit de grootste uitbraak van deze verwoestende ziekte die Senegal ooit heeft gekend. Het virus kan naast blindheid ook lever- en zenuwschade aanrichten. In zijn ergste vorm sterft 50 procent van de patiënten eraan.
Het 4S-systeem is dus nog niet feilloos, en bovendien erg duur om te onderhouden en uit te breiden. Op dit moment zijn er controleposten in iets minder dan de helft van de negenenzeventig Senegalese gezondheidsdistricten. Saint-Louis, de regio waar RVF zich nu als een lopend vuur verspreidt, is een van de regio’s die niet door 4S wordt bediend.
Dit is niet de eerste keer dat de kwetsbaarheid van systeem op pijnlijke wijze blijkt. In 2023 stierven zes van de twintig geïnfecteerde mensen bij een uitbraak van het krim-congovirus, een neef van het ebolavirus die zich via tekenbeten verspreidt. Alle gedocumenteerde sterfgevallen kwamen voor in een district dat niet door het programma werd behelsd. Volgens wetenschappers van het IPD kwam dit waarschijnlijk doordat de patiënten hun diagnose te laat kregen om nog goede behandeling te krijgen. Elders in Senegal daarentegen werden veertien wachtpostpatiënten geïnfecteerd, maar deze kregen al in vroeg stadium behandeling waardoor ze geen secundaire complicaties kregen.
‘Alle gevallen die door 4S werden gedetecteerd, werden vroeg geïdentificeerd, zodat er onder hen geen doden vielen. Maar helaas dekt het netwerk nog niet het hele land. In de zorginstellingen worden gevallen pas in een laat stadium opgemerkt, wanneer patiënten al bloedingen hebben ontwikkeld. De meesten daarvan zijn gestorven,’ vertelt dokter Diallo.
‘We leven in een land met veel concurrerende prioriteiten’
Het ministerie van Volksgezondheid heeft het IPD opgedragen om vijf nieuwe wachtposten per jaar op te richten, maar de druk op het algemene zorgsysteem in Senegal blijft hoog. Het aantal infecties en niet-overdraagbare ziekten – waaronder hiv, malaria, tuberculose, diabetes en kanker – is hoog en de recente ontzegging van USAID heeft het zorgbudget met 75 miljoen dollar verlaagd. Overheidsuitgaven voor volksgezondheid bedragen slechts 9 procent van het bnp, ver onder het doel van 15 procent, en meer dan de helft van alle medische kosten wordt direct door de patiënten betaald.
‘We leven in een land met vele concurrerende prioriteiten,’ aldus de Senegalese minister van Volksgezondheid, dokter Ibrahima Sym, met wie het tegen het einde van onze reis eindelijk lukte een afspraak te maken. ‘We proberen onze prioriteiten opnieuw te stellen zodat ze meer effect hebben en we een robuust gezondheidssysteem kunnen ontwikkelen,’ zegt hij. Hij merkt op dat de overheid het budget voor gezondheidszorg vorig jaar heeft verhoogd van 267 miljard CFA-frank [ongeveer 407 miljoen euro] naar 270 miljard CFA-frank [ongeveer 412 miljoen euro] om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse steun.
4S is tot nu toe grotendeels afgeschermd gebleven van de recente bezuinigingen. Het systeem wordt vooral bekostigd door The Global Fund, het internationale instituut dat gezondheidsprogramma’s in ontwikkelingslanden financiert middels donaties van overheden en private organisaties, maar zelfs die steun staat onder druk.
Steun
Eerder dit jaar ontzegden de VS een groot deel van de steun die ze voor 2025 aan The Global Fund hadden toegezegd en ook andere westerse landen – die veelal ontwikkelingshulp naar defensie hebben verplaatst – lopen achter in hun betalingen. Hierdoor heeft The Global Fund al 10 procent van haar Senegalese budget moeten schrappen. De achtste financieringsrons is in november en van veel landen, waaronder het VK, wordt verwacht dat ze hun steun stevig terug zullen draaien. [Dit is ook gebeurd. Van de benodigde 18 miljard dollar is er na de top slechts 11 miljard toegezegd.] Als ze de 18 miljard dollar, die ze zeggen nodig te hebben voor de gezondheidsprogramma’s in de 120 landen die er gebruik van maken, niet halen, zullen levensreddende zaken in landen als Senegal prioriteit krijgen, zoals hiv-behandelingen, klamboes voor kinderen die het grootste risico lopen op malaria en andere onmisbare attributen.
De toekomst van 4S staat op het spel, terwijl het cruciaal is voor de wereldgezondheid, aldus de onderzoekers. ‘De IPD is van onschatbare waarde,’ aldus dokter Ibrahima Socé Fall, directeur van de IPD en voormalig assistent-directeur-generaal van noodhulp bij de WHO. ‘Weinig Afrikaanse instellingen hebben zo’n capaciteit. Je hebt sterke instellingen nodig, op nationaal en regionaal niveau, om goed werk te kunnen leveren bij het snel opsporen en bestrijden van uitbraken, waarmee je uiteindelijk pandemieën voorkomt.’
Aan de overkant van de binnenplaats zijn IPD-wetenschappers bezig busjes vol te laden met testkits, draagbare sequencing-apparaten en grote voorraden persoonlijke beschermingsmiddelen. Achter hen rollen anderen flinke koffers naar buiten – mobiele laboratoria die naar de meest afgelegen gebieden kunnen worden gebracht, zodat het team flexibel inzetbaar is. Hun bestemming: Saint-Louis, waar ze zich zullen inzetten om de RVF-uitbraak in te perken. Het is niet de eerste keer dat ze dit doen, zegt een van de onderzoekers lachend, en hij knikt naar de koffer die hij in 2014 door de Guineese bossen heeft gedragen om ebola te bestrijden. En het zal niet de laatste keer zijn.
De Deense farmaceutische gigant neemt zichzelf grondig op de schop, met de bedoeling zijn leidende marktpositie in geneesmiddelen tegen obesitas te heroveren.
Toen Novo Nordisk in juni 2021 zijn baanbrekende afslankinjectiemiddel, Wegovy genaamd, in de Verenigde Staten lanceerde, voelde dat alsof het bedrijf een sprong in het duister nam, aldus Maziar Mike Doustdar, die in augustus de leiding overnam van dit Deense farmaceutische bedrijf. Hoewel Novo begreep dat er enorme kansen lagen, was het geenszins duidelijk hoe groot de vraag zou zijn of waaruit die zou voortkomen. Novo, zegt Doustdar, leed onder de ‘vloek van het leiderschap’.
Meer dan twee jaar lang had het bedrijf de markt voor afslankmedicijnen voor zichzelf. In 2023 was de omzet van Wegovy in de Verenigde Staten tot 4,3 miljard dollar gestegen. Maar datzelfde jaar lanceerde Eli Lilly, een concurrent die Novo’s misstappen nauwlettend had gevolgd, zijn eigen afslankinjectiemiddel, Zepbound. In 2024 was dat product goed voor een omzet van 4,9 miljard dollar, driekwart van Wegovy’s omzet.
Dit jaar zal Lilly Novo voorbijstreven. Volgens prognoses van het onderzoeksbureau Bloomberg Intelligence zal Lilly in 2030 meer dan de helft van de wereldwijde markt voor geneesmiddelen tegen obesitas in handen hebben, tegenover slechts een derde voor Novo.
Beleggers in de Deense farmaceut zijn flink van slag. De marktwaarde van zo’n 220 miljard dollar is sinds juni 2024 – toen Novo het meest waardevolle bedrijf van Europa was – met twee derde gedaald. De waarde van Lilly is sindsdien met meer dan een kwart gestegen. Desondanks liet Doustdar in een interview met The Economist blijken dat hij vertrouwen had in Novo’s mogelijkheden tot herstel. Zijn remedie: de ontwikkeling van een nieuwe generatie middelen tegen obesitas, plus ingrijpende veranderingen in de bedrijfsvoering.
Concurrentie
Novo was uitstekend gepositioneerd om de afslankrevolutie te leiden. Het bedrijf werd meer dan een eeuw geleden opgericht als producent van insuline – een hormoon dat de bloedsuikerspiegel reguleert – en is specialist in stofwisselingsziekten. Het hoofdkantoor in Bagsvaerd, net buiten Kopenhagen, is gebouwd rond een wenteltrap die is gemodelleerd naar het insulinemolecuul. Zo’n tien jaar geleden ontdekten wetenschappers van Novo dat semaglutide, een veelbelovend medicijn tegen diabetes, de eetlust remt, wat de aanzet gaf tot de ontwikkeling van een nieuwe reeks afslankmiddelen. (Semaglutide, dat het GLP-1 hormoon nabootst, is het actieve bestanddeel van zowel Wegovy als Ozempic, een geneesmiddel dat in 2017 in Amerika is goedgekeurd voor de behandeling van diabetes.)
Novo bleek destijds de vraag naar zijn nieuwe afslankinjectiemiddel echter zwaar te onderschatten. Volgens Doustdar ging het bedrijf uit van een vraag die drie keer zo groot was als die naar Saxenda, een ouder en minder effectief medicijn tegen obesitas. Vijf weken na de lancering in de Verenigde Staten had Wegovy al evenveel recepten gegenereerd als Saxenda in vier jaar tijd. De productie kon de vraag niet aan, met als gevolg dat Wegovy op de officiële Amerikaanse tekortenlijst kwam te staan. Dit betekende dat het mocht worden verkocht in zogeheten ‘compounding’-apotheken, die toestemming hebben kopieën te maken van merkgeneesmiddelen bij onvoldoende aanbod, en deze dan met forse korting kunnen verkopen. Hoewel Wegovy in februari van de tekortenlijst af ging, zijn er via omwegen nog steeds kopieën van het medicijn verkrijgbaar. Novo schat dat ongeveer een miljoen Amerikanen deze kopieën gebruiken.
Net toen de voorraad van Novo opraakte kwam Zepbound van Lilly op de markt. Volgens een eigen vergelijkende studie verloren patiënten die het medicijn gebruikten 20 procent van hun lichaamsgewicht, tegenover 14 procent bij Wegovy. Bovendien begon Lilly, dat de groei van Wegovy nauwkeurig had gevolgd, de productie van Zepbound op te voeren lang voordat het goedkeuring had gekregen voor dit medicijn. Daardoor is het sinds oktober vorig jaar ruim beschikbaar.
De vraag wordt niet aangedreven door artsen en verzekeraars, maar door de patiënten zelf
Lilly realiseerde zich ook al in een vroeg stadium dat de verkoop van afslankmiddelen anders verloopt dan de verkoop van de meeste andere geneesmiddelen. De vraag wordt niet aangedreven door artsen en verzekeraars, maar door de patiënten zelf, van wie velen de behandeling rechtstreeks betalen. Vanaf begin 2024 begon Lilly tussenpersonen te omzeilen en patiënten rechtstreeks te benaderen. Het bedrijf bood online flacons met een lage dosis Zepbound aan voor 399 dollar, ruim onder de groothandelsprijs van circa 1100 dollar (en zelfs goedkoper dan met de kortingen die verzekeraars krijgen). Lilly ging ook samenwerken met diverse aanbieders van telegezondheidszorg om zijn bereik te vergroten.
Novo reageerde laat. Het bedrijf paste zijn eigen rechtstreekse aanbod pas een jaar na Lilly aan. In april ging het een samenwerking aan met Hims & Hers, een telezorgbedrijf, maar die manoeuvre mislukte al snel, deels omdat de aanbieder Wegovy-kopieën bleef verkopen.
Novo werd in mei wakker geschud uit zijn zelfgenoegzaamheid toen de Raad van Bestuur Lars Fruergaard Jorgensen, CEO sinds 2017, ontsloeg. Er rolden meer koppen bij de leiding toen de Novo Nordisk Foundation, die meer dan een kwart van de aandelen van de medicijnfabrikant bezit, zich liet gelden. De voorzitter, Lars Rebien Sorensen, die Novo vóór Jorgensen leidde, berispte de Raad van Bestuur omdat deze ‘te traag’ grip kreeg op de verschuivingen in de markt voor afslankmiddelen. Na een grote schoonmaak in oktober, waarbij zeven bestuursleden vertrokken, nam Sorensen het voorzitterschap van de medicijnfabrikant over.
Herstelmaatregelen
Iemand die zowel Sorensen als Doustdar goed kent zegt dat zij zonder aanzien des persoons zullen doen wat nodig is om de zaak weer op de rails te krijgen. De veranderingen zijn al in gang gezet. In september kondigde Novo aan dat het negenduizend banen zou schrappen, meer dan een tiende van zijn personeelsbestand, waaronder ongeveer vijfduizend in Denemarken, de grootste ontslagronde ooit in dat land. Novo heeft ook de ontwikkeling stopgezet van alle geneesmiddelen die niets te maken hebben met diabetes of obesitas.
Die nauwere focus moet de weg vrijmaken voor de lancering van twee nieuwe producten, volgend jaar. Een daarvan is een orale versie van Wegovy, die in proeven meer gewichtsverlies teweegbracht dan de concurrerende pil van Lilly. Nadeel is wel dat je het middel op een lege maag moet innemen – het is pas na een half uur toegestaan iets te eten. Analisten vrezen dat dit voorschrift patiënten zal afschrikken – de pil van Lilly kent een dergelijke beperking niet. Martin Lange, hoofdwetenschapper bij Novo, wijst deze angst van de hand. Hij merkt op dat diabetici nu al zonder problemen orale semaglutide gebruiken.
Het tweede nieuwe product is een Wegovy-injectie met een hogere dosering, die in proeven een gewichtsverlies opleverde dat vergelijkbaar is met dat van Zepbound. Novo hoopt hiermee de indruk te weerleggen dat zijn behandeling minder krachtig is. Deze keer zal het bedrijf over voldoende capaciteit beschikken om de geneesmiddelen te produceren.
Volgens Doustdar moet Novo een ‘consumentenmentaliteit’ ontwikkelen
Novo voert ook veranderingen door in zijn manier van zakendoen. Het bedrijf streeft naar uitbreiding van zijn directe verkoopkanalen, die momenteel goed zijn voor een tiende van de Wegovy-recepten in Amerika. Met dat doel heeft het overeenkomsten gesloten met retailers als Costco en Walmart.
Samenwerkingsverbanden alleen zullen niet voldoende zijn. Volgens Doustdar moet Novo een ‘consumentenmentaliteit’ ontwikkelen; hij wil dat het bedrijf ‘meer als Amazon’ gaat denken en klanten de snelheid en flexibiliteit biedt die zij tegenwoordig verwachten.
Novo herziet ook zijn prijsbeleid en is onlangs begonnen Wegovy rechtstreeks aan klanten aan te bieden voor 199 dollar gedurende de eerste twee maanden, waarna de prijs stijgt naar 349 dollar. (Lilly sloeg terug door de prijzen voor rechtstreeks verkochte Zepbound te verlagen.) In november sloten beide bedrijven ook overeenkomsten met de regering-Trump om Medicare, de openbare verzekeraar voor ouderen, korting te geven op hun obesitasmedicijnen, tegen ongeveer een derde onder de prijs die commerciële verzekeraars wordt berekend. In ruil daarvoor stemde Medicare ermee in om de behandelingen de eerste keer te vergoeden.
‘De behandeling van honderden miljoenen patiënten vereist dat we openstaan voor ideeën van buiten’
De laatste verschuiving in de strategie van Novo betreft de manier waarop het zijn pijplijn gaat uitbouwen. Novo vertrouwde traditioneel op zijn eigen laboratoria in plaats van op overnames, maar dat gaat veranderen. In november raakte het verwikkeld in een biedingsstrijd met Pfizer, een Amerikaanse geneesmiddelenfabrikant. Inzet was de overname van Metsera, een biotechbedrijf met een veelbelovend geneesmiddel tegen obesitas in ontwikkeling. Pfizer won, maar Doustdar maakt zich daar geen zorgen over. ‘De behandeling van honderden miljoenen patiënten vereist dat we openstaan voor ideeën van buiten,’ zegt hij. Hij wil dat Novo een brede portefeuille van geneesmiddelen tegen obesitas verwerft, zodat het elke patiënt een behandeling op maat kan bieden.
Externe hulp is hierbij wellicht onontbeerlijk. Lilly heeft een indrukwekkende eigen pijplijn, en ervaring met een breder scala aan ziekten. Dat komt goed uit, aangezien medicijnen tegen obesitas steeds vaker worden gebruikt voor de behandeling van aanverwante aandoeningen, bijvoorbeeld aan de nieren en de lever. Ook andere concurrenten hebben hun oog laten vallen op de afslankmarkt. Er zijn momenteel meer dan honderdzestig nieuwe medicijnen tegen obesitas in ontwikkeling. Bovendien verliest semaglutide in 2026 zijn octrooibescherming in diverse grote opkomende markten, waaronder Brazilië, China en India. Daardoor krijgt het te maken met concurrentie van generieke geneesmiddelen in die landen, waar een groot deel van de wereldbevolking met obesitas woont.
Toch is de grootste strijd van Novo wellicht een interne strijd. Het bedrijf wil van een voorzichtige geneesmiddelenfabrikant veranderen in een wendbaar consumentenmerk. De sprong in het duister waarvan Doustdar repte, heeft nog geen licht opgeleverd.
Vijfentwintig jaar onderzoek naar de opmerkelijke groep van zogeheten super-agers, mensen die tot op hoge leeftijd geestelijk en lichamelijk vitaal blijven, laat één opvallend gegeven zien: sociale banden gaan gepaard met betere cognitie
Ralph Rehbock, een 91-jarige man die de holocaust heeft overleefd, heeft een volle agenda. Elke eerste vrijdag van de maand voegt hij zich bij een groep oudere mannen in een synagoge even buiten Chicago voor een bijeenkomst van de MEL: Men Enjoying Leisure. Mannen die genieten van hun vrije tijd. Elke vrijdagmiddag voert hij klassiekers uit de jaren 1930 en 1940 op met de Meltones, de zangclub van de groep. En in de loop der jaren heeft hij het verhaal van zijn ontsnapping uit nazi-Duitsland verteld aan duizenden schoolkinderen, via zijn werk voor het Illinois Holocaust Museum & Education Center.
Leigh Steinman, 82, besteedt een groot deel van zijn tijd aan kunstprojecten met de kinderen uit zijn buurt in Chicago, en hij gaat naar de wedstrijden van de Chicago Cubs in honkbalstadion Wrigley Field, dat op een steenworp afstand van zijn huis ligt. Steinman had zeventien jaar als beveiliger in het stadion gewerkt toen hij aan het begin van de pandemie met pensioen ging (daarvóór had hij gewerkt als copywriter bij een reclamebedrijf). ’s Zomers loopt hij nog drie of vier keer per week naar het stadion om voormalige collega’s en andere fans te spreken.
Rehbock en Steinman worden beiden gezien als super-agers, mensen van tachtig of ouder met een geheugen dat vergelijkbaar is met dat van iemand van twintig of dertig jaar jonger. Wetenschappers van Northwestern University bestuderen deze opmerkelijke groep al sinds 2000, in de hoop te achterhalen hoe deze mensen zich weten te onttrekken aan de typische leeftijdgerelateerde cognitieve achteruitgang, en aan ernstigere geheugenproblemen zoals Alzheimer. In een onlangs gepubliceerd onderzoek worden hun bevindingen van de afgelopen kwart eeuw samengevat.
Super-agers zijn er in alle soorten en maten; ze hebben geen dieet, oefenprogramma of medicatie gemeen. Maar wat hen wél bindt is ‘het belang dat ze hechten aan sociale contacten’, aldus Sandra Weintraub, hoogleraar psychiatrie en gedragswetenschappen aan de Northwestern Feinberg School of Medicine, die van begin af aan bij het onderzoek betrokken is geweest. ‘En wat hun karakter betreft: ze zijn meestal aan de extraverte kant.’
‘Wat hun karakter betreft: ze zijn meestal aan de extraverte kant’
Ben Rein, neurowetenschapper en auteur van Why Brains Need Friends: The Neuroscience of Social Connection (Waarom hersenen vrienden nodig hebben. De neurowetenschap achter sociale verbintenissen) kijkt hier niet van op.
‘Mensen die veel met anderen omgaan, zijn beter bestand tegen de cognitieve achteruitgang van het ouder worden,’ zegt Rein. En, zo voegt hij eraan toe, ‘meestal hebben ze grotere hersenen.’
De onderzoekers vermoeden dat de omgang met anderen bescherming biedt tegen de afname in hersenomvang als gevolg van leeftijd en isolement. In geval van eenzaamheid, die met name ouderen ervaren, kan het niveau van het stresshormoon cortisol stijgen, en als het cortisolniveau gedurende een langere periode te hoog is, kan dat leiden tot chronische ontstekingen. Die ontstekingen kunnen op hun beurt weer hersencellen beschadigen en het risico op dementie vergroten.
Door tot op hoge leeftijd sociaal te blijven, kunnen super-agers de atrofie tot op zekere hoogte voorkomen. Een analyse die is opgenomen in het onderzoek ondersteunt dit: de hersenomvang van de super-agers komt dichter in de buurt van dat van vijftig- en zestigjarigen dan dat van leeftijdsgenoten van in de tachtig of negentig.
Door tot op hoge leeftijd sociaal te blijven, kunnen super-agers hersenatrofie tot op zekere hoogte voorkomen.
Een ander opmerkelijk verschil is dat de hersenen van super-agers meer van een specifiek soort cellen bevatten – de zogeheten spindelneuronen – waarvan wetenschappers denken dat ze van belang zijn voor sociaal gedrag. Deze cellen worden aangetroffen bij hoog sociale dieren, namelijk bij apen, olifanten, walvissen en mensen.
Al die spindelneuronen ‘komen vermoedelijk van pas bij het opbouwen en onderhouden van krachtige, sterke sociale relaties en sociale netwerken’, zegt Bill Seeley, hoogleraar neurologie en pathologie aan de University of California in San Francisco. En dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor het algemene welbevinden en de gezondheid van mensen.’
Maar, voegt Seeley eraan toe, dit is waarschijnlijk maar een van ‘een hele reeks neurobiologische voordelen waardoor deze mensen zo vitaal zijn in deze fase van hun leven’.
Zo vertonen vrijwel alle tachtigjarigen tekenen van Alzheimer in hun hersenen (ongeacht of ze aan de ziekte leiden), terwijl dat bij sommige super-agers niet tot nauwelijks het geval is. Daarnaast blijkt in de hersenen van super-agers een bepaalde neurochemische stof die van belang is voor onze aandacht en geheugenfunctie beter te blijven werken.
Helaas is het niet zo dat je een super-ager kunt worden door jezelf te dwingen vaker gezelschap op te zoeken
Sofiya Milman, hoogleraar geneeskunde en genetica aan het Albert Einstein College of Medicine in New York, bestudeert gezonde honderdjarigen. Zij zegt dat ook deze mensen meestal extravert zijn en ‘een positieve levenshouding’ hebben.
Hier geldt overigens ook de vraag wat de kip is en wat het ei. Iemand met betere cognitieve vaardigheden zal misschien eerder sociale activiteiten ondernemen dan iemand die het gevoel heeft dat zijn of haar geheugen achteruitgaat. ‘Of het nou de sociale omgeving is die zorgt voor betere cognitieve vaardigheden, of dat betere cognitieve vaardigheden leiden tot meer omgang met anderen, dat staat nog ter discussie,’ aldus Milman.
Helaas is het niet zo dat je een super-ager kunt worden door jezelf te dwingen vaker gezelschap op te zoeken. Volgens Weintraub zijn de uitzonderlijke vermogens van super-agers waarschijnlijk net zozeer te danken aan hun genen en biologische omstandigheden als aan hun gedrag.
Maar voor Steinman staat buiten kijf hoe belangrijk het is om naar het stadion te blijven gaan en buren en vrienden te blijven opzoeken. ‘Wat mij al die tijd op de been heeft gehouden is de gezelligheid van Wrigley Field en het huizenblok waar ik woon,’ zegt hij.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.