COLOMBIA | Een president zonder antenne
*‘Van oudsher is de Colombiaanse bevolking niet geneigd tot massale demonstraties’, schrijft
El Espectador. En toch…*
*Op 21 november bracht een – als historisch bestempelde – megamanifestatie een menigte bijeen in protest tegen de regering van Iván Duque.
De president wordt verweten impopulaire hervormingen van de pensioenen, de arbeidsmarkt en het onderwijs te willen doorvoeren. Ook zou hij het in 2016 met de FARC gesloten vredesproces ‘niet respecteren’, zo schrijft de krant.*
Tijdens de betoging en in de dagen daarop kwamen, onder begeleiding van een luidruchtig concert van pannendeksels, ook andere latente oorzaken van ontevredenheid naar boven. Eén grief is de golf van geweld die het land teistert, met talloze niet opgehelderde moorden op politiek leiders en gedemobiliseerde ex-FARC-leden. Daarnaast zijn er schandalen, zoals de recente executie van jongeren door het leger in een kamp van dissidente FARC-leden.
Duque wordt beschouwd als een beschermeling van voormalig president Álvaro Uribe, die fel tegen de door Juan Manuel Santos gesloten vredesakkoorden was. Volgens El Espectador is Duque een politicus die ‘niet aanvoelt wat er in het land leeft’. Met uitzondering van incidenteel vandalisme en een enkele uiting van ‘disproportioneel geweld’ verlopen de manifestaties vooralsnog ‘vreedzaam’ en geven ze blijk van ‘veel creativiteit’. Toch waren de aanhoudende demonstraties voor Duque aanleiding om een ‘nationale dialoog’, bedoeld om de vinger aan de pols van het land te houden, tot nader order uit te stellen.
CHILI | Het ontbreekt aan alles
Basisvoorzieningen als gezondheidszorg, energie en academisch onderwijs liggen buiten het bereik van veel Chilenen.
Energie – Een op de drie Chilenen heeft geen goede verwarming of afdoende isolatie van de woning, schrijft La Tercera. Het resultaat: een op de vijf mensen lijdt ’s winters thuis kou en nog eens 22 procent van de Chilenen ziet zich genoodzaakt extra elektriciteit en brandstoffen te verbruiken om warm te blijven, wat handenvol geld kost.
Gezondheid – Vroeger hoorde het gezondheidssysteem van het land bij de tien beste in Latijns-Amerika, maar de afgelopen jaren is het land in het klassement van de regio gezakt naar de eenendertigste plaats, schrijft The Clinic. Volgens de OESO ligt de eigen bijdrage in de gezondheidszorg in Chili op 35,1 procent, terwijl dat in de andere lidstaten van deze organisatie gemiddeld 20,6 procent is. Weliswaar kan 80 procent van de Chilenen gebruikmaken van publieke gezondheidszorg, maar door de lange wachtlijsten moet men vaak jarenlang wachten op een behandeling. Patiënten komen niet zelden te overlijden voordat ze behandeld kunnen worden.
Academisch onderwijs – Studeren is in Chili duurder dan in welk ander OESO-land dan ook: het collegegeld bedraagt gemiddeld 7000 euro per jaar, schrijft El Mostrador. In het privéonderwijs zijn de gemiddelde kosten 6500 euro. Slechts 15 procent van de studenten studeert daarom aan een publieke instelling, tegen gemiddeld 68 procent in andere lidstaten.
BOLIVIA | Op weg naar nieuwe verkiezingen
Op 24 november, een maand na de controversiële herverkiezing van Evo Morales, nam het Boliviaanse parlement unaniem een wetsvoorstel aan dat de presidentsverkiezingen van 20 oktober ongeldig verklaart en de weg opent naar nieuwe verkiezingen, die uiterlijk in april 2020 moeten worden gehouden.
Ook maakt het voorstel het de naar Mexico gevluchte Morales onmogelijk zich opnieuw kandidaat te stellen, zo schrijft het Boliviaanse dagblad El Deber. De wetstekst werd ondertekend door Jeanine Áñez, een politiek tegenstander van de afgezette president, die zichzelf tot interim-president uitriep. Ook gingen de afgevaardigden van Morales’ partij MAS akkoord, ‘dankzij bemiddeling van internationale organisaties en
de kerk’, aldus de correspondent van het Spaanse dagblad El País.
De nieuwe regering probeert op deze manier de vrede in Bolivia te herstellen; 32 mensen vonden bij onlusten de dood. Evo Morales vluchtte op 10 november naar Mexico, nadat het leger de handen van hem af had getrokken. Áñez, de tweede vicevoorzitter van de Senaat, nam tijdens een zitting van het parlement waaraan de leden van Evo Morales’ meerderheidspartij weigerden deel te nemen, de leiding van het land over.
In een analyse van de oorsprong van de Boliviaanse crisis oordeelt de Argentijnse krant La Nación dat ‘de verkiezingen van 20 oktober besmet waren door de poging van de president een vierde mandaat te forceren, waarmee hij zijn verachting voor de grondwet tentoonspreidde. Hij legde daarmee de uitkomst van het referendum in 2016 [waarin Morales het volk tevergeefs vroeg zich voor een vierde keer kandidaat te mogen stellen] naast zich neer’. Volgens de Organisatie van Amerikaanse Staten, die als verkiezingswaarnemer optrad, was zijn overwinning ongeloofwaardig door de vele onregelmatigheden, die vervolgens een ernstige crisis in het land uitlokten.
EQUADOR | Diepe teleurstellingen
De recente gebeurtenissen in Ecuador zijn in feite een herhaling van een oud conflict ‘tussen twee werelden die er niet in slagen elkaar te begrijpen’.
Het gaat om een conflict tussen ‘het platteland en de stad, of liever gezegd tussen de inheemsen en de mestiezen, tussen de boeren en de bazen’, schrijft de Ecuadoraanse website La Barra Espaciadora in een redactioneel commentaar.
Wat de redactie betreft demonstreert de sociale crisis van afgelopen oktober maar weer eens de diepe etnische en klassentegenstellingen in het land. De politiek staat daarbij aan de kant van de mestizo-samenleving. De beslissing van president Lenín Moreno om bezuinigingsmaatregelen door te voeren om aan de aanbevelingen van het IMF te voldoen, is dan ook het soort beleid waar organisaties van inheemsen fel op tegen zijn.
Want het zijn ‘de inheemse bevolking en de zwarte Ecuadoranen’ die de zwaarste lasten van de bezuinigingen moeten dragen, met ‘meer werkeloosheid, ongeletterdheid en armoede’. Maar volgens La Vanguardia is de inheemse beweging uitgegroeid tot een echte ‘tegenmacht’. Het Spaanse dagblad wijst erop dat de organisatie al onder president Rafael Correa (2007-2017) in opstand kwam tegen diens mijnbouwpolitiek. Een reeks tegenvoorstellen van de inheemse confederatie CONAIE zullen voor Lenín Moreno waarschijnlijk echter onacceptabel zijn, wat weer tot nieuwe sociale uitbarstingen zal leiden.
NICARAGUA | Bedreigingen
‘Meer repressie en meer opstanden’: zo kenschetst de Nicaraguaanse krant La Prensa een doorsneeweek in het Midden-Amerikaanse land.
Sinds april 2018 protesteren de Nicaraguanen tegen president Daniel Ortega, die al sinds 2007 aan de macht is en die het land ook eerder al leidde, van 1985 tot 1990. De betogers komen in het geweer tegen een door corruptie en nepotisme gekenmerkt autoritair regime dat protesten in bloed smoort. Er zijn bij betogingen al honderden doden en gewonden gevallen, en massa’s mensen werden gearresteerd.
In de afgelopen weken bliezen de studenten hun protesten nieuw leven in, aangemoedigd door de gebeurtenissen in andere Latijns-Amerikaanse landen. Maar volgens La Prensa zei Ortega op 14 november ‘gewapende strijd geschikter dan verkiezingen’ te vinden om het Bolivariaanse project te verdedigen dat hij samen met Hugo Chaves en Fidel Castro in 2004 in Havana initieerde.
VENEZUELA | Gelatenheid
Miljoenen Venezolanen zijn de laatste jaren naar het buitenland gevlucht.
Na gewelddadige betogingen tegen het regime van Nicolas Maduro in 2014 en 2017 – in dat laatste jaar duurden ze 134 dagen en kostten ze aan ruim 130 mensen het leven – heeft de economische en sociale crisis een massale uitvlucht veroorzaakt. Juan Guaidó, de oppositieleider die in januari 2019 ‘interim-president’ werd nadat controversiële presidentsverkiezingen Nicolas Maduro opnieuw aan de macht hadden gebracht, slaagt er niet in om nog mensen op de been te krijgen. Op 16 november riep hij op opnieuw de straat op te gaan, maar daar werd niet al te veel gehoor aan gegeven. Volgens BBC Mundo komen de Venezolanen door zorgen omtrent hun eerste levensbehoeften, uit angst voor repressie en door een verloren vertrouwen in Guaidó niet meer protesteren.

