context dossier


Wat in het publieke debat gezegd of geschreven mag worden, wordt nauwlettend in de gaten gehouden. Niks nieuws, alleen zijn de bezorgdheid en de verontwaardiging veel zichtbaarder dan eerst. En feller. Over dat intolerante klimaat en de neiging anderen met tegengestelde meningen aan de schandpaal te nagelen, publiceerde het Amerikaanse blad Harper’s Magazine een zinnige open brief. Er volgde een hoos aan reacties. Het draait, zo blijkt, niet alleen om de heroïsche verdediging van het vrije woord maar om wie de macht en daarmee invloed heeft.

ha0720 0c1ds 001 p1 250x0 c default

Democratische inclusiviteit

De ondertekenaars van de open brief schrijven te ‘hechten aan krachtige en zelfs bijtende tegenspraak vanuit alle gelederen.’

‘Onze culturele instellingen beleven moeilijke tijden. Massale betogingen tegen raciaal en sociaal onrecht leiden tot de – te late – roep om hervormingen bij de politie, en in bredere zin tot de roep om meer gelijkheid en inclusiviteit binnen de Amerikaanse samenleving, niet in de laatste plaats in het hoger onderwijs, de journalistiek, de filantropie en de kunsten. Maar deze hoognodige afrekening versterkt ook enkele nieuwe morele en politieke overtuigingen die het open debat en onze acceptatie van onderlinge verschillen ondergeschikt dreigen te maken aan ideologische eenvormigheid. De eerste ontwikkeling juichen we toe, maar tegen de tweede verheffen we onze stem. Het antiliberalisme neemt overal te wereld toe en vindt een machtige bondgenoot in Donald Trump, die een ernstige bedreiging vormt voor de democratie. Maar ons verzet mag niet in een eigen vorm van dogmatiek of dwang ontaarden, waar rechtse demagogen nu al naar hartenlust op inspelen. De democratische inclusiviteit waarvoor wij pleiten is alleen haalbaar wanneer we ons uitspreken tegen het intolerante klimaat dat op alle fronten heerst.

De vrije uitwisseling van informatie en ideeën, waarmee een liberale samenleving valt of staat, raakt met de dag meer ingesnoerd. Van radicaal rechts verwachten we niet anders, maar ook in onze eigen cultuur wint de onverdraagzaamheid terrein: het niet tolereren van tegengestelde meningen, de mode om anderen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen en aan een schervengericht te onderwerpen en de neiging om ingewikkelde politieke kwesties blindelings in het eigen morele gelijk te laten verzanden. Normaliter hechten wij aan krachtige en zelfs bijtende tegenspraak vanuit alle gelederen. Maar tegenwoordig roepen we maar al te vaak om snelle en strenge vergelding wanneer iemand van onbetamelijk spreken of denken wordt verdacht. Nog verontrustender is dat institutionele leiders, in hun paniekerige hang naar schadebeperking, overhaaste en onevenredige strafmaatregelen verkiezen boven weloverwogen hervormingen. Hoofdredacteurs worden ontslagen wegens het publiceren van controversiële stukken; boeken worden uit de handel genomen omdat ze niet authentiek zouden zijn; journalisten wordt verboden over bepaalde onderwerpen te schrijven; naar docenten wordt een onderzoek ingesteld omdat ze tijdens de les uit bepaalde literaire werken citeren; een onderzoeker wordt ontslagen omdat hij een door collega’s getoetste academische studie in omloop brengt; en hoofden van organisaties moeten het veld ruimen omdat ze alleen maar een klunzige fout hebben gemaakt. Welke argumenten er bij elk afzonderlijk incident ook worden gebruikt, het resultaat is dat de grenzen van wat er ongestraft kan worden gezegd allengs vernauwen. Wij betalen daarvoor nu al de prijs, want schrijvers, kunstenaars en journalisten mijden steeds vaker risico’s omdat ze vrezen voor hun broodwinning als ze afwijken van de consensus, en zelfs als ze daar niet enthousiast genoeg mee instemmen.

Deze verstikkende sfeer zal uiteindelijk funest zijn voor de belangrijkste kwesties van onze tijd. Het beperken van het debat, of dat nu door een repressieve regering of een intolerante samenleving gebeurt, is steevast schadelijk voor mensen zonder macht en bemoeilijkt hun deelname aan de democratie. Slechte ideeën bestrijd je door ze aan de kaak te stellen en er overtuigende argumenten tegenin te brengen, niet door ze het zwijgen op te leggen. Wij verwerpen iedere valse keuze tussen gerechtigheid en vrijheid, want die kunnen niet zonder elkaar bestaan. Als schrijvers hebben we een cultuur nodig die ruimte biedt om te experimenteren, risico’s te nemen en zelfs fouten te maken. We moeten met elkaar van mening kunnen blijven verschillen zonder fatale gevolgen voor onze beroepsuitoefening. Als we zelf niet eens datgene beschermen waarvan ons werk afhankelijk is, kunnen we moeilijk verwachten dat het publiek of de staat dat voor ons doet.

anp 422103797

Wie deelt de lakens uit

Wat begon met een goed bedoelde riem onder het hart van het vrije debat, werd genadeloos bekritiseerd door journalisten en academici die het pamflet in Harper’s niet ondertekenden.

De prominente ondertekenaars van de inmiddels beroemde en beruchte brief afgedrukt in Harper’s Magazine kregen er behoorlijk van langs, terwijl de intentie om de vrije uitwisseling van ideeën –de levensader van een liberale samenleving – met man en macht te verdedigen, geen verkeerde kan zijn. Paradoxaal genoeg laten de reacties zien tot in welke gelederen kinnesinne tot een professie is gepromoveerd. Vooral welgestelde academici en journalisten die makkelijk toegang hebben tot belangrijke publicaties of platforms moeten het ontgelden. The Objective (een persbureau opgericht om ongelijkheden in de journalistiek aan te pakken) plaatste ‘A More Specific Letter on Justice and Open Debate’ ondertekend door een lange lijst journalisten van kleur, omdat zij vinden dat de brief de plank misslaat.

Sommige stemmen worden al generaties lang gemarginaliseerd, ook in de journalistiek en de wetenschap. Inhoudelijk gaat de brief volgens deze ondertekenaars te weinig over wie de lakens uitdeelt, en wie niet. Precies daar zit hem de kneep, zeggen zij, het is natuurlijk een groot goed dat de ondertekenaars hun belangrijke stemmen inzetten voor de vrije uitwisseling van ideeën, alleen hebben ze er wel eerst voor gezorgd dat die uitwisseling vooral vrij is voor hen, luidt de kritiek. De aard en schaal van de reacties op het oorspronkelijke pamflet geeft de inhoudelijke boodschap alleen maar meer kracht, zei initiatiefnemer Chatterton Williams tegen NPR.

Weerwoord

Een open brief opstellen en die laten ondertekenen door mensen van naam is een internationaal beoefende vorm van activisme.

Ook aan deze kant van de oceaan regende het de afgelopen maanden petities en open brieven. Er is niet veel voor nodig om in de pen te klimmen wanneer de vrijheid (van meningsuiting) in het gedrang komt of de alsmaar groeiende verdeeldheid, en de grenzen van wat acceptabel is in een goed functionerende en ‘all inclusive’ maatschappij steeds verder worden opgerekt. Meestal worden politici als de boosdoeners aangemerkt. Maar de brievenschrijvers vallen elkaar eveneens aan.

In navolging van de noodkreet in Harper’s (p.12) ondertekende in Nederland ook een eerbare lijst van hoogopgeleiden een brief waarin het vrije woord tot de tanden wordt bewapend, ook ‘als u het er ten diepste niet mee eens bent, of als die [meningen] ingaan tegen het huidige maatschappelijk discours’.

Covid-19 speelde het afgelopen half jaar ook een grote rol in het vrije debat, of wat voor ‘vrij’ zou moeten doorgaan. Want dat wordt eveneens door veel van de initiatiefnemers en ondertekenaars in twijfel getrokken. De van eenzijdigheid en elitisme beschuldigde mainstream media (MSM) is vaker het doelwit van activisten. Ze komen niet aan het woord, worden gemarginaliseerd of ronduit belachelijk gemaakt. Op sociale media kanalen bestaat de zeepkist (en de schandpaal) nog wel. Hoewel het toezicht daar nu ook als bedreiging van het vrije woord wordt gezien.


Deel dit artikel


Recent verschenen