jonathan kho AweUC9wTnbs unsplash


Bedelaars wekken medelijden op. Maar geef je ook iets als hij opdringerig is, tot een georganiseerde bende behoort of het geld zou kunnen uitgeven aan drank? Twee redacteuren van Süddeutsche Zeitung gaan met elkaar in debat.

Ja: ‘Oordeel niet’

De tijd dat medeleven goedkoop was, is duidelijk voorbij. Duitsers hebben ofwel minder geld dan gewoonlijk of zijn bang dat het ooit zover zal komen; in elk geval maken ze zich steeds meer zorgen over hun financiële toekomst. Mensen die zomaar iets krijgen, maar zonder er hard voor gewerkt te hebben of zich nederig tonen, worden steeds meer met argwaan bekeken, met afgunst zou je soms bijna zeggen. Toch zouden maar weinig mensen van plaats willen ruilen met de mensen die ze hun aalmoezen niet gunnen.

Het uitkeringssysteem Hartz IV heet nu burgerinkomen en wordt dat op 1 januari met 12 procent verhoogd? Dan zullen ze vast op hun luie reet gaan liggen en mogelijk nog makkelijker rondkomen dan jij! Komen mensen uit verre landen onder levensbedreigende omstandigheden naar ons toe omdat ze hopen op veiligheid en een beter leven hier? Laten we er dan voor zorgen dat ze niet onze banen en tandartsafspraken afpakken en uiteindelijk toch geen Duits spreken en zich niet aanpassen aan de dominante cultuur – op onze kosten! Vluchtelingen uit Oekraïne krijgen een gratis woning? Wat brutaal, je betaalt zelf 15 euro per vierkante meter, kale huur!

Voor de staat is deze houding tot op zekere hoogte toelaatbaar, zelfs noodzakelijk. De staat heeft maar een beperkte hoeveelheid geld te besteden, dus moet de overheid beslissen wie hoeveel krijgt en onder welke voorwaarden. Met andere woorden, de staat bepaalt de voorwaarden. Het is de taak van de staat om deze voorwaarden op een universeel geldige manier te formuleren, idealiter op zo’n manier dat het resultaat door de meerderheid van de bevolking als eerlijk wordt ervaren. Dit kan niet de taak zijn van het individu, wat een voorrecht is: hij kan ervoor kiezen om onvoorwaardelijk te geven. En dat brengt ons bij het bedelen.

Experts waarschuwen dat iedereen die hier geld geeft maffiastructuren steunt en versterkt

Als je iemand op straat ziet zitten met een kartonnen bordje en een metalen bekertje, heb je drie opties. Eén: niets geven. Twee: in ieder geval iets geven. Drie: iets onder bepaalde voorwaarden geven. Deze voorwaarden houden meestal in dat de bedelaar niet opdringerig is. Dat hij niet de indruk wekt dat hij op het punt staat het gekregen geld bij de dichtstbijzijnde slijterij te verbrassen. Dat hij geen oneerlijke trucjes uithaalt of onder valse voorwendselen bedelt. Dat hij niet bij een bedelbende hoort en dus achteraf een groot deel van het geld moet afstaan.

Het is vooral de verdenking dat hij deel uitmaakt van een bende die mensen ervan weerhoudt om in hun buidel te tasten. Experts waarschuwen dat iedereen die hier geld geeft maffiastructuren steunt en versterkt. Maar hoe kun je snel herkennen of de bedelares met het kind bij zo’n bende hoort? En zelfs als dat zo is: maakt het kleine bedrag dat ze mag houden misschien het verschil voor haar aan het eind van de dag? En hoe zit het met degenen die bedelaars opzettelijk alleen eten geven zodat ze met het geld geen drank kunnen kopen – nemen zij hier niet opnieuw de rol van rechter op zich door dit signaal af te geven: ik kijk weliswaar niet de andere kant op, maar ik beslis wat goed voor jou is? Een moreel dilemma natuurlijk, maar die vraag kun je jezelf stellen.

De bottomline blijft hetzelfde: het meest genereuze (en overigens ook het meest bevredigende) geschenk is niet aan voorwaarden gebonden, het is gericht aan een persoon die het niet verdient. In dit opzicht is het onrechtvaardig. In de Bijbel staat de gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15:11-32): de jongste zoon eist bij zijn vader zijn erfenis op, verkwist die en keert als een arm man terug naar huis – waar zijn vader hem om de hals valt en een vetgemest kalf slacht om het te vieren. De oudste zoon, die al die jaren hard heeft gewerkt, vindt dit oneerlijk, maar de vader laat niet van de wijs brengen brengen.

Het Centraal Comité van Duitse Katholieken heeft een lezenswaardige uitleg daarover gepubliceerd: goddelijke rechtvaardigheid, hoog gewaardeerd in het Oude Testament, staat in de gelijkenis van de verloren zoon tegenover liefde, die uiteindelijk sterker blijkt te zijn. En het is een feit: ‘Het primaat en de verhevenheid van de liefde boven de gerechtigheid komt juist tot uitdrukking in mededogen.’ Dat is een radicaal goede uitspraak, en niet alleen met Kerstmis.

Tanja Rest


Nee: ‘Een kwestie van afwegen’

Individuen kunnen niet iedereen helpen, dus maken ze keuzes, en dat is prima. Omdat mensen mensen zijn en geen gevoelloze leeghoofden, raken ze ontroerd als iemand op de grond gehurkt zit bij de tochtige ingang van een metrostation, voor een kerk, bedelend om hulp. Met Kerstmis, dat gevoel krijg ik althns, zijn er meer mensen op straat aan het bedelen dan normaal; velen hebben een kartonnen bordje voor zich neergezet waarop staat ‘Ik ben in nood’, ‘Ik heb honger’, naast een beker of een hoed voor de munten die ze hopen te ontvangen.

Misschien valt deze overduidelijke armoede ook meer op doordat het moeilijker te verdragen is dat de warme adventssfeer en koude misère tegelijkertijd aanwezig zijn. Ik heb het warm en heb iets te eten en ben misschien al bezig met het vervullen van kerstwensen – terwijl anderen bevriezen en verhongeren en zeer basale wensen hebben.

In een ideale wereld zou iedereen in nood geholpen moeten worden. Dat is naastenliefde, een belangrijke, misschien wel de belangrijkste lijm die de maatschappij bij elkaar houdt. Het lot van anderen zou je nooit onverschillig mogen laten, mede omdat het kan gebeuren dat je zelf ook een keer afhankelijk bent van anderen. Het individu kan echter niet iedereen helpen, maar inderdaad: alleen individuen. Dus kiezen en beslissen ze of en, zo ja, aan wie ze één of twee euro geven en aan wie niet. En dat is prima.

Kiezen betekent immers niet dat men voorwaarden stelt. Dat is vaak het verwijt als mensen zeggen dat ze nadenken voor ze een muntje in iemands beker doen: aha, dus nu worden zelfs bedelaars en paupers in de neoliberale meritocratie geacht netjes te presteren en hun hongerloontje te verdienen, door er aangenaam uit te zien, niet te drinken in het openbaar, misschien zelfs door er een kleine prestatie tegenover te zetten. Wat een laatdunkende houding!

Het aanpakken van fundamentele problemen is in de eerste plaats de taak van de staat

Maar dit is een beschuldiging die nergens toe leidt. Want de criteria om een keuze te maken kunnen totaal verschillend zijn en vooral onafhankelijk van de individuele bedelaar: ik geef iets aan elke vierde persoon die ik passeer. Ik doe het alleen op een bepaalde dag van de week. Ik koop een van de vele daklozenkranten die nu in de steden verkrijgbaar zijn, met een goede fooi voor degenen die ze aanbieden en uren in de kou wachten. Ik neem intuïtieve beslissingen, die soms onaangenaam kunnen zijn – bijvoorbeeld als je doorloopt omdat je bent lastiggevallen voor de supermarkt.

Je denkt dus heel eenvoudig na over aan wie je iets geeft. Dit gedrag wordt nooit echt ter discussie gesteld in gesprekken wanneer je geld overmaakt naar liefdadigheidsinstellingen, zelfs niet voor Kerstmis. Wat, even terzijde, waarschijnlijk sowieso de betere oplossing is: als je regelmatig grote bedragen doneert aan organisaties zoals de Kältebus, beslissen anderen die het beter weten dan jij waar het geld het beste aan besteed kan worden.

En het kan ook betekenen: ik geef niet aan iemand van wie ik het gevoel heb dat hij deel uitmaakt van een georganiseerde bende. Want dan is de kans groot dat het geld niet terechtkomt bij de mensen die ik wil steunen. Met mijn donatie versterk ik een maffia-achtig systeem dat weerloze mensen uitbuit. Ja, deze houding benadeelt deze mensen die het waarschijnlijk hard nodig hebben. Om het bot te zeggen: we weigeren hen te helpen. Op dit punt wil ik echter opmerken dat het aanpakken van fundamentele problemen zoals dakloosheid, armoede (en bendecriminaliteit) in de eerste plaats de taak van de staat is – niet van het individu.

Je zou hieruit een fatale conclusie kunnen trekken, namelijk dat je gewoon nooit iets van je geld moet weggeven. Wat heeft het voor zin als ik er bijna niets mee voor elkaar krijg? Niets verander aan de fundamentele structuren? Maar dat is geen optie. Want deze beslissing zou niet alleen een teken van hardvochtigheid à la Ebenezer Scrooge zijn, het zou ook betekenen dat je bewust de andere kant opkijkt: je kijkt bewust weg van de plek waar je moet kijken. En niet alleen in de weken voor Kerstmis.

Maureen Linnartz


Deel dit artikel


Recent verschenen