Volgens deze Jemenitische auteur heeft de focus van het Iraanse regime op religie in plaats van op de materiële nood van de bevolking een averechts effect. ‘Iran noemt zichzelf de “Islamitische Republiek”, maar het atheïsme is wijdverbreid.’
Lees ook de andere artikelen uit het Dossier ‘Vrouw, leven vrijheid’ over de protesten in Iran:
» In Iran is ‘Dood aan Amerika’ veranderd in ‘Dood aan de dictator’
» Verschillende sociale klassen slaan handen ineen
» ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’
Hoewel de dood van Mahsa Amini op 16 september jongstleden tot grote woede heeft geleid, weten de Iraniërs dat de aanstoot die het regime nam aan een ontsnapte haarlok illustreert hoe graag het met een overmaat aan religie tegenwicht wil bieden aan de materiële nood van de bevolking.
Omdat het regime er niet in is geslaagd de belangen van de Iraniërs hier op aarde naar behoren te behartigen, probeert het dat in een andere wereld te doen. Met andere woorden, in plaats van de mensen de mogelijkheid te geven hun leven hier beneden te verbeteren, wordt hun het walhalla daarboven voorgespiegeld.
De opleving van het Koerdisch nationalisme
De Iraanse Koerden, die deelnemen aan de protestbeweging, worden met harde hand onderdrukt. Deze volksopstand heeft hun oude aanspraak op territoriale autonomie weer doen opleven.
De Iraanse Koerden zien de betogingen in Iran, waaraan ze actief deelnemen, als een mogelijkheid voor het land om zich te ontdoen van een religieus regime en de mensenrechtensituatie te verbeteren, maar ook als een mogelijkheid om hun oude aanspraak op autonomie weer van stal te halen, die aansluit bij het nationalistische streven van de Koerden in het Midden-Oosten naar een transnationale politieke gemeenschap van Turkse, Syrische, Iraakse en Iraanse Koerden, legt de pan-Arabische krant Daraj uit.
De slogans – zoals ‘Koerdistan zal een begraafplaats voor de fascisten zijn’ – en de meegevoerde portretten van Abdul Rahman Ghassemlou – een van de meest vooraanstaande leiders van de Democratische Partij van Iraans Koerdistan, die in 1989 in Wenen is vermoord door de Iraanse inlichtingendienst tijdens een speciale operatie waaraan ook de Iraanse ex-president Ahmadinejad deelnam – laten zien dat de huidige beweging een Koerdisch nationalistisch tintje heeft.
Deze etnische minderheid, die lange tijd is gemarginaliseerd, ziet bovendien raakvlakken tussen de Koerdische en de feministische beweging. ‘De meeste Koerdische feministen die in Iran gevangenzitten zijn gearresteerd om twee redenen, hun feministische betrokkenheid en hun [Koerdisch] nationalisme’, aldus de auteur van het artikel, die zelf een Syrische Koerd is.
Daraj herinnert eraan dat deze wil om actiever in het geweer te komen tegen het regime al voor de huidige twisten bestond. De Democratische Partij van Iraans Koerdistan en de Democratische Partij van Koerdistan in Iran, de twee grootste Koerdische partijen in Iran, hadden zich afgelopen augustus al verenigd na een schisma van zestien jaar.
De twee partijen, die over een militaire vleugel beschikken, de Peshmerga, hebben toen het begin van een nieuwe fase aangekondigd ‘in de strijd tegen het regime van de Islamitische Republiek Iran en tegen ieder plan dat het pluralisme en de rechten van minderheden ontkent’.
Teheran zegt bovendien dat er Peshmerga-strijders deelnemen aan de betogingen in Koerdische steden, wat door de Koerden wordt ontkend. Het is vermoedelijk een excuus om de repressie op te voeren, besluitDaraj..
De tegenstelling tussen discours en praktijk is schrijnend. Het is de tegenstelling tussen de ‘Islamitische Republiek’ en een moordzuchtige handhaving van de ‘goede zeden’. Tussen de bewering dat men de islam wil koesteren als het licht in de ogen en het met harde hand uitdragen van de religieuze ideologie.
Voor een groot deel van de samenleving lijkt religie dus een eenvoudig instrument in handen van het regime om ieder streven naar een beter leven de kop in te drukken. Dat werkt een afkeer in de hand van alles wat naar religie riekt. In die zin is de opstand tegen het verplicht dragen van een hoofddoek in feite een afwijzing van de ideologische fundamenten van het regime, met zijn velayat-e faqih-doctrine [de voorrang van religie op politieke macht].
Deze doctrine vormt de basis van het bewind van opperste leider Ali Khamenei, wiens beeltenis in tal van Iraanse steden door betogers in brand is gestoken. Khamenei vertegenwoordigt een militair-religieuze macht, die het resultaat is van een verbond tussen de sjiitische geestelijkheid en het leger rond de Revolutionaire Garde.
Afkeer
De afkeer komt ook tot uiting in een reeks verschijnselen die hand over hand toenemen: atheïsme, drugsgebruik, meer criminaliteit, stijgende emigratie. Het zijn verschijnselen die zich ook in andere moslimlanden voordoen, om soortgelijke redenen. Deze redenen houden verband met de vervlogen hoop op democratisering, met economische tegenslag en met werkloosheid. Maar daar komt het cynische gebruik van religie voor politieke doeleinden nog bij.
73 procent van de Iraniërs is tegen het verplicht dragen van een hoofddoek
Toch vormt Iran een geval apart, vanwege de duidelijke afkeer van religie die er in het land heerst. Tijdens een peiling in juni 2020, zo meldde de in Londen gevestigde televisiezender Iran International, zei 73 procent van de ondervraagden tegen het verplicht dragen van een hoofddoek te zijn en verklaarde slechts 26 procent te geloven in imam Mahdi, wiens terugkeer van het einde der tijden een belangrijk element vormt van het hedendaagse sjiisme. Van de 61 procent van de ondervraagden die zei uit een gelovige familie te komen verklaarde 60 procent nooit meer te bidden.
Daar komt nog bij dat de sjiieten in Ahwaz, een regio in het zuidwesten van Iran met een grote Arabischtalige bevolking, zich in groten getale tot het soennisme bekeren. Daarmee willen ze afstand nemen van het staatssjiisme van de Iraanse machthebbers, dat ze associëren met het streven naar hegemonie van Iraanse nationalisten. Het soennisme daarentegen verenigt hen in hun ogen met de andere Arabische landen, waar de soennieten veruit in de meerderheid zijn.
De voetballers
Net als veel andere bekende Iraniërs hebben diverse voetballers zich solidair verklaard met de protestbeweging.
Op 27 september, tijdens een vriendschappelijke wedstrijd van Iran tegen Senegal in Wenen, hebben de Iraanse spelers tijdens het spelen van de volksliederen hun shirt onder een zwarte parka verborgen. Sterspeler Sardar Azmoun heeft boodschappen op Instagram gepost om de betogers te steunen, zoals deze: ‘Schandalig dat jullie het volk zo moeiteloos hebben vermoord en leve de vrouwen van Iran.’ Boodschappen die hij uiteindelijk heeft moeten verwijderen onder druk van de autoriteiten, die hebben beloofd ‘beroemdheden te zullen aanpakken die olie op het vuur gooien’. Volgens de Iraanse krant Javan hebben de Instagramposts van een andere legendarische voetballer, Ali Karimi, ‘heel wat meer invloed dan universiteitsdocenten’.
Terwijl de vertegenwoordigers van religieuze instanties rijkelijk profiteren van de eerder genoemde overmaat aan religie, leeft meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens. Toch is Iran een van de landen met de grootste natuurlijke hulpbronnen ter wereld en zou de economie moeten floreren, ware het niet dat het militair-religieuze verbond in alle lagen van de maatschappij is doorgedrongen om deze hulpbronnen aan zijn eigen politieke en geopolitieke ambities te verspillen.
Zo geeft het verhaal van Mahsa Amini en duizenden andere Iraanse vrouwen inzicht in de ware aard van een regime waarvan de uitspraken niet stroken met de praktijk. Het gebruikt de zedenpolitie als dekmantel voor het plegen van moorden en ontketent oorlogen onder de vlag van islamitische eenheid. Het noemt zichzelf ‘Islamitische Republiek’ maar het atheïsme is wijder verbreid dan onder het monarchistische bewind van de sjah.
Lees ook:

