Het talibanregime sluit vrouwen iedere week steeds verder uit van de samenleving. Nadat de toegang tot parken en sportscholen werd verboden, volgen nu ook scholen, universiteiten en banen waarvoor deelname aan het openbare leven vereist is.
Het is een donkere tijd voor Afghaanse vrouwen die toegang willen tot kennis. Schoolmeisjes hebben al meer dan vijfhonderd dagen geen leraar gezien. Op bevel van hun hoogste leider, Mullah Haibatullah Akhundzada, hebben de taliban op 23 maart 2022 de middelbare scholen gesloten, slechts enkele uren nadat ze officieel waren heropend. Vrouwelijke studenten werden op 21 december 2022 van de universiteiten geweerd. Op 28 januari dreigde hardliner Nida Mohammed Nadim, minister van Hoger Onderwijs, particuliere opleidingen met ‘gerechtelijke stappen’ als ze vrouwelijke studenten zouden toestaan deel te nemen aan eindexamens voor bachelor-, master- of doctoraatsdiploma’s. Die harde aanpak werkt. Activisten zijn begin 2023 uit het publieke leven verdwenen. Het verzet neemt af.
Op de dag nadat de universiteiten werden gesloten voor vrouwelijke studenten, werd de achtentwintigjarige Rukaiya Saai, moeder van twee kinderen en weduwe sinds 2020, samen met andere demonstranten voor vrouwenrechten gearresteerd bij de universiteit van Kaboel. Ze bracht drie dagen door in de gevangenis. ‘Het was een nachtmerrie, een psychologische marteling waarvan ik nog altijd niet ben hersteld. De taliban-politie bleef maar vragen wie mij financierde, voor welk land ik werkte, waarom ik hen belasterde,’ vertelt ze in haar huis in Kaboel. Zij en haar vrienden ontdekten dat een inlichtingenofficier van de taliban hun groep had geïnfiltreerd. ‘Ze lieten me een document ondertekenen waarin stond dat ik – als ik weer zou worden opgepakt – welke straf dan ook zou aanvaarden.’
Vijf van de acht vrouwen die die dag werden vastgehouden, hebben hun protesten gestaakt onder druk van hun families die zich zorgen maakten over hun veiligheid. De overige drie, waaronder Rukaiya Saai, besloten te blijven praten. Nadat ze haar ouders had bezocht in Bamiyan, in het midden van het land, keerde ze terug naar de hoofdstad. ‘Ik draag een masker zodat ik niet herkend kan worden. We houden geen bijeenkomsten meer buitenshuis. We ontmoeten elkaar thuis en via onze WhatsApp-groep. Maar alles is veranderd en ik heb het vertrouwen verloren. Ons moraal is op zijn laagst.’
Uitgeput van de zenuwen
Le Monde leerde Rukaiya Saai in juni 2022 kennen. Ze woonde vlak bij haar ouders, twee jongere zussen en hun twee kinderen in Dasht-e-Barchi, ten westen van de Afghaanse hoofdstad. Daar behoort 95 procent van de bewoners tot de Hazara, een sjiitische minderheid. De kleine sokkenwinkel van haar vader leverde niet genoeg op om iedereen te onderhouden. ‘Hij heeft land in Bamiyan, dus om een beter leven op te bouwen is hij daarheen teruggegaan met mijn moeder en zussen,’ zegt de jonge vrouw terwijl ze naar de grond staart. Plotseling spreekt ze vol emotie. De vader, aanwezig bij het gesprek in juni, was boos: ‘Natuurlijk zijn we bang dat ze ons haar afgehakte hoofd komen brengen. Ik zeg haar steeds: “Als je niet aan jezelf denkt, denk dan tenminste aan je kinderen…”’
Haar ouders begrijpen haar hopeloze strijd niet en vroegen haar ermee te stoppen en in Bamiyan te blijven. Ze weigerde. Toen ze werd gearresteerd, stond het hart van haar moeder letterlijk even stil; ze kreeg een hartaanval. Deze overleefde ze, maar dat doet niet af aan het schuldgevoel van haar dochter. Toch heeft ze besloten trouw te blijven aan zichzelf. In een samenleving waarin het individu alleen bestaat voor de gemeenschap waartoe het behoort, is dat geen vanzelfsprekende keuze. De vrolijke en wilskrachtige Rukaiya Saai is in een paar maanden tijd in zichzelf gekeerd geraakt. Ze wordt verscheurd door twee loyaliteiten die niet samen gaan; die aan haar familie en die aan haar overtuigingen en idealen.
Deze Afghaanse Antigone offert veel op voor haar standpunten over vrijheid, rechten en haar land. Ze woont nu alleen met haar kinderen in Kaboel, uitgeput van de zenuwen. Ze slaapt slecht uit angst voor de toekomst. Voordat ze werd gearresteerd werkte ze als schoonmaker, nu heeft ze geen werk meer. ‘Ik heb alle hoop verloren, terwijl ik er vorig jaar nog in geloofde. Die hoop werd gevoed door de druk van de internationale gemeenschap op de taliban, maar die haalde niets uit. We hadden verwacht dat de wereld ons zou beschermen.’
‘Ik weet honderd procent zeker dat ik het ga redden. Ik word advocaat’
Wat voor toekomst heeft ze onder een totalitair regime dat vrouwen elke week een beetje meer buitensluit van de Afghaanse samenleving? ‘Ik zal mijn land nooit verlaten. Ik zal het nooit aan de taliban geven,’ zegt Rukaiya Saai trots. ‘Mijn kracht vind ik in de herinnering aan de mensen die stierven tijdens hun strijd. Zij hebben de oorlog niet verloren – het land is gewoon overhandigd aan de taliban. Erken dit regime nooit,’ voegt ze eraan toe. ‘Blijf druk uitoefenen – zonder de corrupte politici van vroeger terug te halen.’
Ook de zestienjarige Jawaher, gestoken in een fuchsia jas over de zwarte tuniek die de meisjes in het land verplicht moeten dragen van de taliban, heeft een sterke wil. Haar verlangen om het lot dat haar in Afghanistan wacht te ontlopen klinkt door in haar scherpe toon. We ontmoeten elkaar in de wijk Dasht-e-Barchi in een voormalige shisha-bar. Die werd in januari door de taliban gesloten. Deze onopvallende plek is omgetoverd tot studieruimte voor jongens en meisjes, ook voor degenen die niet naar de middelbare school mogen. De ruimte is via een smalle trap toegankelijk vanaf de bedrijvige Shahid-Mazari Boulevard.
‘Ik kom hier sinds drie dagen,’ zegt Jawaher. Ze zit naast Zalfa, een ander meisje dat is gekomen om te studeren, in het kantoor van de beheerder. ‘Ik kan nog steeds niet geloven wat ons overkomt. Ook zonder toekomstperspectief moeten we het blijven proberen. Sommige van mijn vrienden hebben er de brui aan gegeven en zijn met een echtgenoot teruggekeerd naar de provincie. Het klopt dat we geen echte verzetsstrijders zijn – we hebben niet de middelen om tegen de taliban te vechten. Maar we moeten onafhankelijk zijn. Ik geloof in woman power, ook al weet ik dat ik dat in mijn land nooit zal kunnen uiten.’
Engels leren is voor deze tienermeisjes de oplossing. Zalfa, een zestienjarige uit de centraal gelegen provincie Deykandi, heeft een lichte huidskleur en een rond, meisjesachtig gezicht. ‘Ik ben hier om te studeren voor een internationaal erkende test, de Toefl, die me toegang zal bieden tot beurzen om in het buitenland te kunnen studeren,’ zegt ze. Haar achtergrond is uitzonderlijk. Haar moeder is arts, haar vader is werkloos. Ze stuurden hun kinderen naar Kaboel, naar een huurhuis in Dasht-e-Barshi. Twee zussen, die aan de universiteit studeerden, zijn nu aan huis gekluisterd. Alleen hun broer volgt nog lessen.
‘Als slaven’
Vluchten lijkt de enige oplossing. ‘Over wat voor toekomst hebben we het? We mogen niet meer deelnemen aan het publieke leven en ze laten ons niet meer studeren,’ aldus Zalfa. ‘Mijn moeder moedigt me aan alles op alles te zetten om het land te verlaten. Ik wil mijn leven niet verpesten.’ Jawaher onderbreekt: ‘De taliban beschouwen vrouwen als slaven. Voor hen zijn we alleen goed om te koken, voor de kinderen te zorgen en schoon te maken. Maar mannen zijn niets zonder ons.’ Zalfa vervolgt: ‘Vrouwen die protesteren worden gearresteerd, geslagen of gedood. Zonder vrouwen gaat de Afghaanse samenleving achteruit. Ik weet honderd procent zeker dat ik het ga redden. Ik word advocaat.’
De beheerder van de studieruimte is Muhammad Jalil Rahimi. Hij is eenendertig jaar en tijdens het vorige regime was hij werkzaam als ingenieur. Nu voorziet hij Afghaanse gezinnen van waar het hen aan ontbreekt: boeken, tafels, stoelen en eten en drinken als hij wat geld heeft. Een bescheiden kachel zorgt voor wat warmte. ‘De meisjes zijn hier illegaal,’ zegt hij, omringd door stapels boeken in zijn kantoor.
Tot nu toe heeft hij nog geen bezoek gehad van de taliban. Aan de overkant van de boulevard is een politiebureau. ‘Mochten ze komen, dan zeg ik ze dat er geen sprake is van een misdrijf. Er wordt hier niet lesgegeven. Ik ben erop berekend. We zijn voorzichtig. We maken geen reclame, maar moeten het hebben van mond-tot-mondreclame en van de kleine boekhandel beneden die de boodschap verspreidt.’
Mustafa Hussaini is pessimistisch. Hij is directeur van een Engelse privéschool in een aangrenzende straat die tot 21 december zo’n driehonderd tot vierhonderd jongeren verwelkomde – voor het merendeel meisjes. ‘We houden het nog een maand vol, niet langer. Dan moeten we alles verkopen.’ Leden van het ministerie van Onderwijs kwamen in januari twee keer onaangekondigd controleren of hij zich aan de regels hield.
Vrouwen zijn verbannen van de meeste banen die deelname aan het openbare leven vereisen
Hij vreest dat het plan van de tienermeisjes om Afghanistan te verlaten geen kans van slagen heeft. ‘Behalve dat je moet slagen voor de Toefl heb je een paspoort nodig, en die geeft de regering niet meer af. Verder een visum – maar alle westerse ambassades zijn vertrokken – en een studiebeurs, maar die zijn zeer schaars.’ Maar, zegt hij, ‘de psychologische gevolgen zijn het ergst. Hoe kun je kinderen opvoeden zonder onderwijs? Hoe bouw je een land op zonder onderwijs? Ik heb vier dochters, waarvan er twee op de middelbare school zaten en nu naar Pakistan willen, dus ik weet waar ik het over heb.’
De angst verspreidt zich steeds verder. Volgens Mustafa Hussaini beginnen ondergrondse scholen voor meisjes nu te sluiten uit angst voor de taliban. ‘Wat toeneemt,’ zegt hij, ‘is thuisonderwijs voor groepen van maximaal vier tot zes meisjes.’ De schooldirecteur, die sinds december meer dan de helft van zijn leerlingen kwijtraakte, heeft zijn twaalf docenten aangeboden hun salaris te halveren en hen in contact te brengen met gezinnen om zo hun loon aan te vullen. ‘De taliban zeggen dat ze dit doen in naam van de islam en voor de veiligheid van jonge vrouwen,’ zegt hij vol afkeer. ‘Waren de vorige taliban onbekwaam, de huidige taliban zijn wreed.’
Vrouwen kunnen niet alleen niet meer studeren, maar zijn ook verbannen van de meeste banen die deelname aan het openbare leven vereisen. Ze mogen niet langer reizen zonder gezelschap van een mannelijk familielid en moeten een boerka of hijab dragen als ze het huis uit gaan. Ook parken, tuinen, sportscholen en openbare baden zijn voor vrouwen sinds november 2022 verboden terrein.
Lees ook:

