De gevechten in Libië verplaatsen zich naar de buitenwijken van de hoofdstad Tripoli en de VN hebben opgeroepen tot een staakt-het-vuren. Moina Spooner sprak met Jacob Mundy, auteur van een recent boek over de aanhoudende burgeroorlog in Libië.
The Conversation: Hoe erg is de situatie in Libië, en is die in het hele land hetzelfde?
Jacob Mundy: ‘Dit lijkt de ernstigste escalatie van de gevechten sinds de huidige Libische burgeroorlog in 2014 begon. Die oorlog brak uit toen er door het einde van het langdurige regime van Moammar Gaddafi een machtsvacuüm werd gecreëerd, dat verscheidene facties probeerden op te vullen.
Momenteel is de macht in Libië verdeeld tussen twee politiek-militaire autoriteiten: een parlement in het oosten dat wordt gesteund door het Libische Nationale Leger van Khalifa Haftar, dat nu grote delen van het grondgebied beheerst, en een internationaal erkende bewindvoerder in Tripoli, die wordt gesteund door voornamelijk in de hoofdstad en de omringende regio gelegerde milities.
Een ernstige bron van zorg is de mogelijkheid van een langdurige belegering van de hoofdstad. Dat is in het recente verleden zowel in Benghazi gebeurd, de tweede stad van Libië, als in de kleinere steden Derna en Sirte. Al die steden leden enorme infrastructurele schade en er was sprake van ernstige schendingen van de rechten van de burgerbevolking door milities en terroristen die om de macht streden.
In en rond de hoofdstad woont ongeveer eenderde van alle Libiërs, zodat de dreiging voor niet-strijders, zoals de recente verrassingsaanval op de luchthaven, heel reëel is.’
TC: Welke groepen zijn erbij betrokken?
JM: ‘Haftar leidt de troepen die achter de huidige aanval op de hoofdstad zitten. Als veteraan van de Libische oorlog in Tsjaad, in de jaren zeventig en tachtig, leefde hij in ballingschap als tegenstander van het regime en werkte naar verluidt samen met de Amerikaanse CIA. In 2011 sloot hij zich aan bij de opstand tegen Gaddafi.
In 2014 creëerde Haftar een bondgenootschap van milities om de veiligheid in Benghazi te herstellen. Na de revolutie van 2011 ontstond er een groot aantal milities in Libië, waaronder gewelddadige islamistische groepen die banden onderhielden met Al-Qaida en IS. Haftar en zijn volgelingen beschuldigden de interimleiders van Libië ervan blind te zijn voor die toenemende dreiging.
De troepen van Haftar worden het Libische Nationale Leger genoemd. Maar zoals alle veiligheidstroepen in het huidige Libië, is dit leger in feite een coalitie van milities. De steeds grotere professionaliteit van Haftars troepen en materieel is het gevolg van de steun die hij vanuit Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten krijgt. Zelfs Frankrijk heeft contraterrorismeacties met Haftar afgestemd.
Op het gebied van de binnenlandse politiek wordt Haftar gesteund door het Libische Huis van Afgevaardigden, het interimparlement dat in het oosten van het land is gevestigd sinds in 2014 de burgeroorlog uitbrak.
Haftars aanval richt zich officieel op milities in de hoofdstad die hij als ‘terroristisch’ omschrijft. Maar in werkelijkheid bestaan zijn opponenten uit de verscheidene milities die het al een aantal jaren in Tripoli voor het zeggen hebben, waaronder die uit de machtige stad Misrata. Veel van deze milities hebben banden met het internationaal erkende uitvoerende gezag van Libië, onder leiding van Fayez al-Sarraj.’
TC: Wat heeft geleid tot de recente geweldsescalaties?
JM: ‘Het is onduidelijk wat precies de aanleiding was voor Haftars plotselinge initiatief om Tripoli te ‘bevrijden’. Zijn recente militaire successen in het oosten en zuiden zijn het resultaat van maandenlange logistieke en sociale voorbereidingen – dat wil zeggen, het sluiten van allianties met potentiële bondgenoten op de plekken die hij wil veroveren.
Sommigen denken dat Haftar een belangrijke vredesconferentie van de VN wilde verstoren die voor deze maand gepland stond. Gezien het mislukken van gesprekken tussen Haftar en Sarraj eerder dit jaar, zou het kunnen dat Haftar zich militair wil doen gelden omdat zijn deelname aan de huidige of toekomstige regering van Libië wordt tegengewerkt.
Tegenstanders van Haftar zien hem als een potentiële militaire dictator, ook al werkten de troepen die Tripoli in 2014 innamen en het internationaal erkende parlement verjoegen tot op zekere hoogte samen met de Libische Moslimbroederschap, die wordt gesteund door Turkije en Qatar. In bredere zin wordt in Libië gevreesd dat het oude Gaddafi-regime via mensen als Haftar zal proberen weer aan de macht te komen. Maar Haftar en sommige van zijn medestanders geloven dat gestaalde revolutionairen en islamisten ervaren politici en militaire leiders buiten spel hebben gezet vanwege hun rol in de Libische staat vóór 2011.’
TC: Zijn er oplossingen denkbaar?
JM: ‘Er is duidelijk een staakt-het-vuren nodig voordat de situatie uit de hand loopt, al is het misschien al te laat. De regering-Trump lijkt de zaak inmiddels serieuzer te nemen, na aanvankelijk twee jaar lang niet naar Libië te hebben omgekeken. En er zijn aanwijzingen dat Italië en Frankrijk aan protocollen in Libië werken, en Rusland misschien ook. Degenen die de meeste invloed op Haftar hebben, in Egypte en de Golfregio, zullen die misschien wel het minst snel aanwenden.
Ook zal het zeer moeilijk zijn de situatie te laten de-escaleren, omdat Haftars kennelijke alles-of-nietsoffensief hem in een hoek heeft gedreven. Degenen die zich bezorgd toonden dat hij zichzelf als dictator wil opwerpen, hebben nu al het bewijs dat ze nodig hebben. Wat de verschillende grieven ook waren die het conflict in Libië de afgelopen jaren hebben veroorzaakt, ze spitsen zich nu toe op nog maar één ding: de kwestie-Haftar. Deze duidelijke doelstelling zou weleens de bezielende kracht kunnen verschaffen waaraan het Haftars tegenstanders zo vaak heeft ontbroken.’
Auteur: Moina Spooner
The Conversation
VK | website | theconversation.com
Het kleine Britse broertje van de Australische site, opgericht door een groep journalisten, werkt met open bronnen en verwierf in de drie jaar sinds de oprichting al groot aanzien.

