Asielzoekers in het Amerikaanse immigratiesysteem krijgen te maken met een omgekeerde bewijslast binnen een rechtssysteem dat hun vreemd is. Hoe bewijs je dat het land dat je ontvlucht bent te gevaarlijk is om een enigszins normaal bestaan te garanderen? Auteur Francisco Cantú werkt als vrijwilliger bij organisaties die immigranten bijstaan. Hij kan nauwelijks bevatten hoeveel macht de overheid uitoefent over het leven en het lot van vluchtelingen.
Ysabel wordt al meer dan zeven maanden zonder officiële aanklacht vastgehouden in een immigrantendetentiecentrum in het zuiden van Arizona. Dit centrum maakt deel uit van een reusachtig netwerk van private detentiefaciliteiten met winstoogmerk, die een contract hebben afgesloten met het ministerie van Homeland Security.
Ik ga elke twee weken langs bij Ysabel (die om veiligheidsredenen niet wil dat ik haar echte naam gebruik), omdat ik vrijwilliger ben bij het Kino Border Initiative, een van de paar organisaties, zoals ook Mariposas Sin Fronteras en Transcend, die zich sterk maken voor bezoekregelingen in Arizona, waaraan zo wanhopig behoefte is. Onze belangrijkste rol als vrijwilliger is het verlenen van morele steun; het faciliteren van contact met familieleden en juridisch hulpverleners; een luisterend oor bieden voor alle frustratie, verwarring en vaak onvervalste wanhoop.
Ysabel en de andere asielzoekers bij wie we langsgaan, hebben vaak heel eenvoudige verzoeken, zoals een klein bedragje storten op hun tegoed, zodat ze familieleden kunnen bellen, of veel te dure spullen kunnen aanschaffen, zoals noedels, tampons, shampoo of een koptelefoon, of telenovela’s kunnen kijken. Ze vragen vaak of we Spaanse boeken kunnen sturen – een van de weinige dingen die ze per post mogen ontvangen zonder dat daarvoor speciale toestemming van een bewaker nodig is. Bijbels met grote letters zijn het meest in trek, naast lied- en gebedenboeken, tweetalige woordenboeken en lesboeken Engels, romans of andere boeken om de tijd te doden – puzzelboeken, kleurboeken, boekjes om te leren tekenen en instructieboekjes om origamifiguren te vouwen.
Ysabel is vorig jaar oktober aan de grens van de Verenigde Staten gearriveerd, nadat ze haar huis en haar twee kinderen in het oosten van Venezuela had achtergelaten. De regio die zij ontvluchtte werd geteisterd door chaos, al lang voor de vele meldingen van ongeregeldheden die ons de laatste maanden bereiken. Geregeld viel de stroom uit, er was sprake van grootschalig geweld en onlusten en er was een schrijnend gebrek aan voedsel, water en medicijnen. Ysabel vertelt me dat ze, in de jaren voorafgaand aan het moment waarop ze besloot haar land te ontvluchten, niet alleen was ontvoerd en diverse keren was beroofd onder bedreiging met een vuurwapen, maar ook nog eens was beschoten toen criminelen haar auto probeerden te stelen.
Hoewel Ysabel zich keurig heeft gehouden aan alle procedures van de Amerikaanse immigratiewetgeving wordt ze inmiddels al meer dan een halfjaar vastgehouden
Net als miljoenen van haar landgenoten was Ysabel zwaar teleurgesteld in de regering toen die er maar niet in slaagde de burgers ook maar enige vorm van veiligheid te garanderen of zelfs de meest basale voorzieningen te regelen. Ze sloot zich aan bij een plaatselijke oppositiebeweging en nadat ze had deelgenomen aan enkele antiregeringsdemonstraties, werd ze aangemerkt als vijand van het heersende regime. Nadat haar huis overhoop was gehaald door de Venezolaanse geheime dienst, besloot ze te vertrekken.
Om de Verenigde Staten te bereiken ging Ysabel eerst naar Caracas, het beginpunt van een bijna drie weken durende, omslachtige reis per vliegtuig, auto, bus en taxi. Ze reisde via Panama-Stad, Bogotá, Cancún, Mexico-Stad en Mexicali, om uiteindelijk aan te komen in San Luis Río Colorado, een Mexicaans plaatsje dat grenst aan Yuma, Arizona. Daar meldde ze zich bij een aanmeldcentrum en vroeg asiel aan.
Hoewel Ysabel zich keurig heeft gehouden aan alle procedures van de Amerikaanse immigratiewetgeving wordt ze inmiddels al meer dan een halfjaar vastgehouden. Tijdens gesprekken met ambtenaren van Homeland Security werd al snel vastgesteld dat haar angst om terug te keren naar Venezuela terecht is. Maar desondanks is Ysabel, net als tienduizenden andere asielzoekers, gevangen komen te zitten in de verstikkende onzekerheid van ons strafrechtsysteem – terwijl ze nooit een misdrijf heeft begaan, of daar zelfs maar van is beschuldigd.
Omgekeerde bewijslast
Wie asiel aanvraagt in de Verenigde Staten hoeft niet voor de strafrechter te verschijnen, maar belandt in een civiele procedure. In een civiele procedure krijg je geen advocaat toe-gewezen, dus de meeste immigranten en asielzoekers moeten het zonder juridische bijstand stellen bij het voorbereiden van hun immigratiezaak. Ze kunnen enkel rekenen op steun van pro-bono-instellingen als The Florence Project, de enige non-profitorganisatie in Arizona die migranten juridische bijstand verleent. Volgens een rapport uit 2016 van de American Immigration Council wordt slechts 14 procent van de gedetineerde immigranten bijgestaan door een jurist – een percentage dat waarschijnlijk nog verder is gedaald met de recente toename van het aantal asielzoekers dat de grens weet te bereiken. Bij een overweldigende meerderheid van de mensen die het zonder juridische bijstand moeten stellen – bijna 91 procent – wordt de asielaanvraag afgewezen.
Binnen het Amerikaanse immigratiesysteem blijkt het uitgangspunt van de reguliere rechtsgang een mythe en wordt de zaak omgedraaid. Migranten zijn niet onschuldig tot het tegendeel is bewezen, nee, de aanname is dat ze niet hoeven te worden toegelaten. Aan hén de taak om duidelijk te maken dat hun leven gevaar loopt, al zijn er in de landen die ze ontvluchten nauwelijks mogelijkheden om materiaal te vergaren dat ervan getuigt hoe hachelijk hun situatie is. En zo worden asielzoekers opgezadeld met een omgekeerde bewijslast binnen een rechtssysteem dat hun vreemd is.
Ons detentie- en deportatiesysteem wordt nog eens extra vertroebeld door een kafkaëske bureaucratie, bestaande uit verschillende instanties, waarin men zich een weg moet zien te banen in een taal die niet de moedertaal is van de meeste mensen die in dit systeem verstrikt zijn geraakt. Zelfs aan de grens met Mexico spreken en verstaan de meeste bewakers en rechters geen Spaans, waardoor er nog meer afstand ontstaat tot de mensen over wie ze een ongekende macht uitoefenen. Daardoor wordt ook nog eens de kwetsbaarheid vergroot van de gedetineerden én hun familieleden, op wie wordt geaasd door advocaten, borgtochtgeldschieters en een micro-economie van mensen die willen helpen bij het in orde maken van de juiste papieren, of bij het vertalen, of die talloze andere dubieuze ‘diensten’ aanbieden.
In Arizona staan de immigratierechters die vonnissen vellen binnen de detentiecentra veelal bekend om hun harde aanpak. Zo heeft een van die rechters, John W. Davis, uit het zuiden van Arizona, tussen 2013 en 2018 maar liefst 96,9 procent van de zaken die hem zijn voorgelegd, afgewezen. Van de 291 mensen die voor hem zijn verschenen heeft hij slechts negen mensen asiel verleend (het landelijke afwijzingspercentage in diezelfde periode lag beduidend lager, namelijk op 57,6 procent). In een aaneengesloten periode van twee jaar heeft rechter Davis álle asielzoekers die zijn rechtszaal betraden, laten uitzetten.
Kastje naar de muur
Hoewel alles tegen leek te zitten, werd Ysabel in februari door een federale immigratierechtbank asiel verleend. Zelfs zonder juridische bijstand had ze haar zaak weten te winnen. Toen ik haar een paar dagen na de uitspraak opzocht, was ze zichtbaar veranderd en ze straalde een zekere lichtheid uit, iets wat ik maar zelden heb gezien binnen de muren van een detentiecentrum. Na een halfjaar gebukt te zijn gegaan onder onzekerheid, zag ze nu eindelijk weer iets van een toekomst voor zich. Ze kon nu elk moment worden vrijgelaten, zei ze, de deur naar Amerika stond eindelijk open.
Maar er verstreken dagen, weken, en de deur bleef om onverklaarbare redenen gesloten. Week in, week uit bezocht ik het detentiecentrum en verwachtte steeds Ysabels naam te zien op de lijst van mensen die waren vertrokken, maar elke keer opnieuw trof ik haar aan in de bezoekersruimte, te midden van de andere vrouwen die asiel hadden aangevraagd – moeders, oma’s, zussen, dochters. Elke keer dat we elkaar spraken, leek haar vrijheid haar nog iets verder te zijn ontglipt. De regering had verzocht haar vrijlating uit te stellen terwijl er een beroepszaak werd voorbereid. De deadline voor het hoger beroep kwam en ging zonder dat Ysabel op de hoogte werd gehouden van de vorderingen.
Uiteindelijk kreeg ze te horen dat de overheid inderdaad in beroep wilde gaan, maar zonder dat een nieuwe datum werd genoemd waarop haar zaak zou voorkomen – de enige informatie waarmee gedetineerde asielzoekers iets van een tijdspad kunnen uitstippelen voor hun directe toekomst, het enige stipje op de horizon waar wellicht iets van hoop zou kunnen gloren.
Ysabels zaak, stelde ik vast na een uur van het kastje naar de muur te zijn gestuurd, was overgedragen aan de Board of Immigration Appeals, het hoogste orgaan in Amerika voor de interpretatie en toepassing van het immigratierecht. Toen ik daar eindelijk iemand te pakken had gekregen die me antwoord zou kunnen geven op de vraag of er al een datum was vastgesteld waarop Ysabels zaak zou voor-komen, kreeg ik te horen dat er nog geen datum was vastgesteld. In de meeste gevallen komt er geen echte rechtszaak, maar besluit het hof achter gesloten deuren en baseert zich daarbij meestal alleen op ‘de papieren zaak’. Op mijn vraag of iemand me enig inzicht zou kunnen geven hoelang het zou gaan duren voordat er een besluit zou worden genomen, werd me te verstaan gegeven: ‘Het hof werkt niet met deadlines.’
Ontmenselijking migranten
Het is nauwelijks te bevatten hoeveel macht de overheid uitoefent op het leven en het lot van Ysabel. Het vagevuur waarin zij en andere asielzoekers belanden, houdt hen vaak maanden, of zelfs jaren gevangen. Overal in Amerika worden migranten zoals Ysabel weggehouden uit de openbaarheid, onttrokken aan het publieke oog, in honderden instellingen die goeddeels ontoegankelijk zijn voor de buitenwereld. Er zijn maar weinig andere landen die op een dergelijke schaal onschuldigen gevangenzetten: volgens het in Genève geregistreerde Global Detention Project is het Amerikaanse immigrantendetentiesysteem het grootste ter wereld, en is Amerika een van de weinige landen die immigranten opsluit in gevangenissen die zijn ontworpen voor misdadigers.
In een intern rapport uit 2009 van ICE, de U.S. Immigration and Customs Enforcement, staat onomwonden te lezen dat het detentiemodel van ICE ‘voornamelijk is gebaseerd op detentiestandaarden die zijn bedoeld voor criminelen in afwachting van hun proces’. ICE erkent dat deze standaarden gepaard gaan met ‘meer beperkingen en hogere kosten dan strikt noodzakelijk’. Maar tegenover die kosten staan enorme winsten voor de detentie-industrie die in particuliere handen is: in het belastingjaar 2016 werd ongeveer twee derde van alle migranten in detentie (meer dan 260 duizend mensen) vastgehouden in faciliteiten met winstoogmerk, die meer dan 4 miljard aan inkomsten hebben gegenereerd.
Door langdurige detentie wordt de ontmenselijking van migranten uitvergroot – mensen die worden gereduceerd tot een verhandelbaar product op het moment dat iemand in zee gaat met een mensensmokkelaar, de gevaren die ze moeten verduren aan onze grenzen die tot militair gebied zijn verworden, en het stempel misdadiger dat ze opgeplakt krijgen zodra ze die grens oversteken. Al die facetten worden samengebald binnen de muren van het detentiecentrum. De vrouwen die ik spreek zijn zich daar scherp van bewust. ‘Ik hoop zo snel mogelijk tussen deze muren vandaan te komen,’ zeggen ze, want binnen de muren ‘is het net of we beesten zijn.’
De directe macht van deze ontmenselijking moet ook dienen als afschrikwekkend voorbeeld
De directe macht van deze ontmenselijking moet ook dienen als afschrikwekkend voorbeeld. Want afschrikking is inmiddels de onderliggende gedachte van de grensbewaking – de steeds grotere gevaren en oplopende kosten van een tocht door onze woestijnen in het zuidwesten, het afgrijselijke vooruitzicht dat ouders en kinderen van elkaar worden gescheiden, de ontwrichtende onzekerheid wanneer je voor onbestemde tijd wordt vastgezet. Het is allemaal bedoeld om mogelijke migranten te ontmoedigen, van hun plannen te weerhouden en uiteindelijk hun wil te breken.
Een van de vrouwen bij wie ik geregeld op bezoek ga, een 57-jarige grootmoeder uit Guatemala, vertrouwde me onlangs toe dat ze overweegt haar asielaanvraag in te trekken, in de hoop zo snel mogelijk te worden uitgezet. Ze blijkt niet opgewassen tegen de machten die haar langzaam hebben vermorzeld in de zes maanden dat ze nu al vastzit – het is ondraaglijk, erger dan de allesoverheersende angst die haar ertoe heeft aangezet huis en haard te verlaten. ‘No puedo aguantar más,’ zei ze tegen me – ‘Ik breng het niet meer op.’
Dat, wilde ik tegen haar zeggen, is precies waar dit systeem op aanstuurt. In plaats daarvan zei ik dat ze vertrouwen moest houden en de moed niet mocht verliezen, terwijl ik me ondertussen afvroeg of de veiligheid die ze hier zocht haar eeuwig zou worden onthouden.
Auteur: Francisco Cantú
Francisco Cantú is een Amerikaanse journalist, vertaler en schrijver van het boek The Line Becomes a River, over de zuidgrens van de Verenigde Staten. Hij is de tweede denker in de serie The Big Ideas van The New York Times over macht: ‘What is power?’ In de hoop dat inzicht tot verandering kan leiden, selecteerden wij zes afleveringen die laten zien dat macht meer is dan politieke manoeuvres of geweld. Macht is overal en bepaalt in grote mate hoe wij, de mensheid met elkaar omgaan.
The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

