ross sneddon PbI3nbkKSpw unsplash 2 1 scaled


Dankzij de smartphone kunnen we overal e-mails voor ons werk versturen. We kunnen documenten bewerken in de metro, in de wachtkamer of in het park terwijl de kinderen aan het spelen zijn. Is deze manier van gefragmenteerd werken een bevrijding of een nieuwe vorm van slavernij?

De term ‘microwerken’, die aan het eind van de jaren 2010 opdook, beschrijft een trend waarbij je je tijd optimaal benut door tijdens de dagelijkse beslommeringen korte werksessies te doen op plekken die daar niet voor bedoeld zijn. We doen onbewust aan ‘microwerken’ als we een werkmail  beantwoorden bij de kapper of Slackberichten checken in het openbaar vervoer. Overal zie je microwerkers. Ze zitten met hun computer op schoot in het park, verbonden via 4G, of kijken documenten na op een bankje tijdens de dansles van de kinderen.

‘Met Google Drive hebben we toegang tot alles,’ zegt manager vastgoedbeheer Simon, die anoniem wil blijven. Hij is te vroeg voor een afspraak en verzendt tijdens het wachten ‘een e-mailsalvo’ in een café in Parijs. Aan een tafel naast hem is een groep architecten spontaan begonnen met vergaderen. Niemand realiseert zich waarschijnlijk dat ie aan het microwerken is. De term is nooit echt ingeburgerd geraakt, ondanks de inspanningen van vastgoedmensen die ervan overtuigd waren dat er een markt voor was. Hun idee was om overal microbureaus te installeren voor al deze microwerkers.

Op de meest onverwachte plaatsen doken microwerkplekken op, zoals in de Monoprix des Ternes [een Franse winkelketen] in het noordwesten van Parijs, of in het stadhuis van het 17e arrondissement van de hoofdstad. De start-ups Weem en Kabin onder andere, kwamen op het idee om cabines voor telewerkers te ontwikkelen – geluidsdichte, aan elkaar gekoppelde cabines die het midden houden tussen een telefooncabine en een pasfotohok. Deze exemplaren werden uitgerust met software die advies gaf over hoe je je beter kon concentreren. Volgens die bedrijven zouden overal zulke cabines opduiken.

Op 20 maart 2023 vond in het Théâtre Mogador in Parijs de Nacht van de Future of Work [Toekomst van Werk] plaats, waar bedrijven, start-ups en vastgoedbedrijven hun innovaties presenteerden. Geen woord meer over het fameuze microwerken. Weem had vier jaar geleden laten weten een ‘microwerkerskring’ op te zullen richten, met een aantal deskundigen die een witboek over deze praktijk op zouden stellen. Antropologe Fanny Parise zegt zich niet meer te kunnen herinneren dat ze aan het project zou meewerken – Weem werd enkele weken geleden opgeheven. Emmanuel Ratel, ex-directeur-generaal van Weem, herinnert zich dat de cabines die hij in Frankrijk had geplaatst, het meest werden gebruikt op het platteland, en dan niet zozeer als ‘expreswerkplek’, maar ‘als ontmoetingsplek’.

Out of the box

Wat Kabin betreft: hun plek in Monoprix des Ternes bestaat niet meer. ‘Het was misschien een beetje té disruptief,’ geeft oprichter Adrien Lemaire toe. Misschien is niet iedereen klaar voor microwerk in een cabine naast de vleesafdeling. Kabin wil nu in mei andere cabines gaan testen. Op dit moment zijn er vijf operationeel, verspreid over Parijs, in Levallois-Perret (Hauts-de-Seine) en in Luxemburg. Het stadhuis van het 17e arrondissement heeft van de renovatie van zijn hal gebruikgemaakt om het bedrijf te vragen zijn cabines opnieuw te installeren, zodat burgers die hun identiteitsbewijs komen vernieuwen, voor of na hun bezoek aan het loket, bijvoorbeeld aan een Zoomvergadering kunnen deelnemen.

Rebels als ze zijn, volharden werkgevers in het out-of-the-box microwerken. SNCF, de Franse spoorwegmaatschappij, schiep 197 microwerkplekken in stationshallen voor reizigers die er tijdens het wachten een poosje kunnen werken. Maar volgens Gare & Connexions, dat de stations beheert, worden die vooral gebruikt gewone reizigers om hun batterijen op te laden. Ondertussen valt wel op hoeveel mensen op dit soort plekken aan het werk zijn, zittend aan een tafeltje in een café of restaurant, op een bankje of zelfs op de grond…

Misschien schuilt de charme van het geïmproviseerde werken – in afwachting van iets of iemand – wel in het gevoel flexibeler te zijn dan je agenda. Misschien willen mensen die op deze gefragmenteerde manier werken zich niet van de wereld afsluiten in een ruimte waar de zintuigen worden uitgeschakeld. De app Coffitivity doet dit inderdaad vermoeden. Deze belooft ‘het geluidsbeeld van een café na te bootsen om de creativiteit te stimuleren’. Er zijn verschillende audio-omgevingen beschikbaar, zoals die van een café in Parijs. Kennelijk willen mensen graag werken op plekken die daar niet voor bedoeld zijn. Werknemers van het Amerikaanse bedrijf Buffer – die volledig op afstand werken – krijgen een tegemoetkoming in de kosten voor een co-werkplek en hebben ze recht op tweehonderd dollar per maand voor consumpties in het café van waaruit ze eventueel willen werken.

‘Nomadische werknemers werken overal en altijd’

Nicolas Cochard, hoofd onderzoek en ontwikkeling van de Kardham Group en specialist in de werkomgeving, ziet een andere verklaring voor het feit dat cabines voor microwerk niet het verwachte succes hadden. Professionals van Future of Work hebben de neiging om het aantal mensen te overschatten dat werkt zoals zij. ‘Let op het elitaire karakter van dit soort trends die worden aangeprezen als universeel,’ waarschuwt hij. ‘Ons wordt wijsgemaakt dat ze zich als een lopend vuurtje verspreiden, maar in feite gaat het vooral om activiteiten van bepaalde groepen in de metropolen.’ En laten we wel wezen: werkcabines en microarbeid zijn handig voor het afronden van een PowerPoint, maar minder praktisch voor het storten van beton of het bakken van stokbroden. Trouwens, als het zou gaan leraren die in het café huiswerk nakijken of om vertegenwoordigers die in hun auto aan orders werken, zou niemand op het idee komen dat als ‘trendy’ te bestempelen.

Broekzak

Dankzij de technologie beweegt de werkplek tegenwoordig mee in de broekzak van de werknemer, merkte socioloog Yves Lasfargue al begin jaren 2000 op. Hij was een van de eersten die over nomadisch werken schreef. Degenen die dit ‘werken op onverwachte momenten van de dag’ willen formaliseren, zien daar volgens Nicolas Cochard vooral een bron van inkomsten in, zoals professionals in de hotel- of flexwerkbranche of in het kantoorvastgoed. Ze hopen de opbrengst van hun ruimte te kunnen maximaliseren door ze voor korte tot zeer korte periodes te verhuren. Microwerkers zijn echter gesteld op informaliteit. ‘Nomadische werknemers werken overal en altijd,’ aldus Cochard. Een cabine hebben ze niet nodig – oortjes of een koptelefoon zorgen voor afzondering, waar ze ook zijn.

Elodie, een microwerker die weigert om zo genoemd te worden, leidt een bureau voor marketingonderzoek en heeft een hekel aan plaatsen die tot ‘werkplek’ worden bestempeld (ze blijft liever anoniem – haar klanten hoeven niet te weten dat ze e-mails vanuit de wachtkamer van de tandarts stuurt). ‘“Werkplek” herinnert me eraan dat ik aan het werk ben,’ zegt ze. Maar als ik in een wachtkamer ideeën noteer of in een coffeeshop de PowerPoint van een collega doorneem, kan ik, omdat dat werk geen naam en geen vaste plek heeft, mezelf wijsmaken dat ik niet werk. Het is een truc: vaker werken in het café om minder vaak te werken op kantoor.’

Cochard merkt op hoe dit ‘lukrake’ werken de poreusheid van werk en privé accentueert. Het risico is dat je de hele tijd aan het werk bent als je elk vrij moment in je leven gebruikt om in te loggen, drie e-mails te versturen of een document te herlezen. In plaats van zich te beklagen over deze poreusheid, hebben ‘de Stakhanovisten van het vrije moment’ [een verwijzing naar Alexei Stakhanov die in de Sovjet-Unie de arbeidsproductiviteit wilde verhogen] eerder een gevoel van microtriomf: ze raken bijna bedwelmd door hun vermogen zich overal te concentreren. Uiteindelijk worden ze minder gestoord tijdens het werken vanaf de tribune in het zwembad, wachtend op het einde van de zwemles van de kinderen, dan op kantoor.

Frédéric (die anoniem wenst te blijven) zegt dat hij zich erop toelegt om zo vroeg mogelijk op de luchthaven te arriveren als hij op reis moet, ‘om twee uur de tijd te hebben om te werken’. Deze directeur van een grote Franse onderneming beschrijft ook het plezier dat hij beleeft aan het werken in een taxi. ‘Daarin richt ik echt een kantoortje voor mezelf in.’ Files? Die beschouwt hij als een kans om nog van zijn tijd te profiteren. Deze mensen voelen zich slimmer omdat ze gebruikmaken van tijd die anders eigenlijk ‘verspild’ zou zijn – een beetje zoals iemand die stiekem zijn buikspieren traint tijdens een vergadering die maar eindeloos doorgaat.

‘We reageren, gewoon om ons te laten zien. Het gaat om “Hallo, ik ben er”’

Het is geen toevallig fenomeen, signaleert de Amerikaan Cal Newport, auteur van het boek Deep Work. Finding focus in a world of distractions, waarin hij het belang van monotasking en werkuren zonder afleiding verdedigt. Alles is veranderd sinds productiviteit in de diensteneconomie een persoonlijke verantwoordelijkheid is geworden, zei hij tegen The New York Times. Je kunt niet meer zoals vroeger voor iedereen het werk organiseren. ‘Het probleem is dat wanneer productiviteit persoonlijk wordt, de druk bij individuen komt te liggen – zij moeten de spanning oplossen tussen de verschillende rollen die zij in hun leven spelen.’ Vandaar de verleiding om privéleven en werk tegelijkertijd te runnen. En om dus werkdocumenten door te nemen in afwachting van een schoolvoorstelling.

Als je al die mensen ziet werken in de trein of in het café, denk je dat ze allemaal enorm goed werk zullen verzetten. Maar de productiviteit is niet enorm toegenomen sinds deze trend. Verre van dat. In plaats van microwerken ziet Cal Newport microagitatie. Nomadische digitale hulpmiddelen zorgen voor entropie en complicaties, zegt hij. Voor het behalen van eenzelfde resultaat vindt er nu meer uitwisseling en ge-heen-en-weer plaats, omdat dat overal en op elk moment mogelijk is. De overgang naar een volgende fase van het werkproces wordt vertraagd omdat je zelfs lopend kan vragen om een verduidelijking, een update en vervolgens een andere, en dan nóg een andere versie van een contractvoorstel. Voorheen waren voor de afronding slechts twee telefoongesprekken, de uitwisseling van een paar faxen nodig gevolgd door een mondeling ‘oké’.

Cal Newport verklaart deze ontwikkeling als volgt: productiviteit is in veel van de huidige banen onmogelijk te meten en daarom vertrouwen we op ‘zichtbare activiteit’ om die te kunnen kwantificeren. Tot in de jaren 2000 bestond die uit lang op kantoor blijven. Tegenwoordig laat iemand zien dat ie aanwezig is door op vreemde tijden en overal vandaan e-mails te sturen. ‘We reageren, gewoon om ons te laten zien. Het gaat om “Hallo, ik ben er”,’ geeft de logistieke manager van een bank toe.

In feite voelen we nu een zekere trots als we kunnen zeggen dat we ons werk hebben afgemaakt vanuit een stoeltjeslift of tijdens het verjaardagsfeestje van de kinderen. Niemand zegt: ‘Weet je waar ik dat gouden idee kreeg? Op kantoor!’


Deel dit artikel


Recent verschenen