Nieuw onderzoek naar de oorsprong van het nieuwe coronavirus laat zien dat het niet op de markt in Wuhan kan zijn ontstaan, en al eerder onder de mensen moet zijn geweest.
Nieuw onderzoek heeft het mysterie rond de oorsprong van het coronavirus dat verantwoordelijk is voor covid-19 vergroot in plaats van opgelost. Vleermuizen, diermarkten, schubdieren en laboratoria hebben mogelijk allemaal een rol gespeeld, maar het simpele verhaal van een dier op een markt dat door een vleermuis besmet is en dat die vervolgens verschillende mensen heeft aangestoken, lijkt niet langer geloofwaardig.
Een studie die begin mei door wetenschappers van het Broad Institute in Cambridge, Massachusetts en de Universiteit van Brits-Columbia werd gepubliceerd, heeft een ongebruikelijk kenmerk van het virus aan het licht gebracht: het is te langzaam geëvolueerd. De genomen van virussen waarvan tijdens de SARS-epidemie in 2002-2003 monsters werden gemaakt, vertoonden tijdens de eerste maanden van de epidemie snelle evolutionaire veranderingen, aangezien het virus zich in die periode aanpast aan zijn nieuwe gastheer. Daarop volgt een veel langzamer transitieproces. Maar monsters van genomen uit recente gevallen van het nieuwe coronavirus, SARS-CoV-2, vertonen relatief weinig genetische aanpassingen ten opzichte van een vroeg geval uit december.
Dezelfde studie lijkt uit te sluiten dat besmette dieren op de Huanan-vismarkt in Wuhan het virus op verschillende mensen hebben overgedragen
De auteurs, Shing Hei Zhan, Benjamin Deverman en Yujia Alina Chan, schrijven: ‘We waren verrast toen we ontdekten dat SARS-CoV-2 een lage genetische diversiteit vertoont in tegenstelling tot SARS-CoV, dat tijdens de vroege en middelste fase van de epidemie een aanzienlijke genetische diversiteit liet zien.’ Dit impliceert, zo stellen ze, dat ‘tegen de tijd dat SARSCoV-2 eind 2019 voor het eerst werd ontdekt, het reeds was aangepast aan menselijke overdracht in een mate die vergelijkbaar is met de aanpassing in de latere fase van de SARS-CoV-epidemie.’ Dit is potentieel zeer goed nieuws: omdat het virus genetisch gezien inmiddels relatief stabiel is, is de kans groter dat een vaccin, als het ons lukt dat te ontwikkelen, tegen alle verschillende stammen bestand zal zijn.
Dezelfde studie lijkt de mogelijkheid uit te sluiten dat besmette dieren op de Huanan-vismarkt in Wuhan het virus op verschillende mensen hebben overgedragen, zoals wel is gesuggereerd. De Chinese autoriteiten hebben nu bevestigd dat er geen besmettingen zijn gevonden onder dierlijke monsters die op de markt zijn genomen. Dit suggereert dat één enkel persoon een virus, dat toen dat al bedreven was in menselijke overdracht, naar de markt heeft gebracht en er anderen infecteerde.
Verlaten mijnschacht
Een in maart gepubliceerde studie van Andrew Rambaut van de Universiteit van Edinburgh, waarvoor genomische sequenties werden geanalyseerd, stelt vast dat de meest recente gemeenschappelijke voorouder van de virussen die nu in omloop zijn eind november of begin december iemand kan hebben besmet, met een eventuele kleine uitloop tot oktober. Dat biedt weinig tijd voor evolutionaire aanpassing, zodat het virus vermoedelijk al maanden eerder, en ergens anders dan op de markt in Wuhan, zijn vermogen om mensen te infecteren heeft verfijnd.
De meest in de buurt komende versie van het virus onder dieren is nog altijd afkomstig uit een vleermuismonster dat in 2013 duizenden kilometers verderop, in Yunnan, door wetenschappers is verzameld. Details over waar en hoe dat monster werd verkregen zijn onduidelijk, maar een nieuw artikel van twee wetenschappers van het Agharkar Research Institute in Pune, India, laat zien dat het virus overeenkomt met een monster dat is verzameld in een verlaten mijnschacht in het zuiden van Yunnan in 2013, na de uitbraak van een longontstekingachtige ziekte waaraan het jaar daarvoor drie mijnwerkers omkwamen.
Toch kan dat virus niet de directe bron zijn van covid-19. Een gedeelte van een van de belangrijkste genen, dat codeert voor het ‘spike’ -eiwit waarmee het virus zich aan menselijke cellen kan hechten, verschilt namelijk van de versie die de pandemie veroorzaakt. In het humane virus komt dit deel van het gen, dat het ‘receptorbindende motief’ wordt genoemd, meer overeen met dat van het virus dat werd aangetroffen in gesmokkelde schubdieren, terwijl het virus met de rest van het schubdiervirus minder overeenkomsten vertoont.
In vergelijking met de vleermuis- en schubdiervirussen heeft de variant die momenteel mensen infecteert ook een extra 12-letterige nucleotidesequentie, ook wel furinesplitsingsplaats genoemd, in het spike-eiwitgen; deze vergroot het vermogen van het virus om verschillende soorten menselijke cellen binnen te dringen en weer te verlaten aanzienlijk. Kristian Andersen van het Scripps Institute in La Jolla, Californië, en collega’s beweren dat deze sequentie mogelijk is ontstaan door mutatie tijdens ‘een periode van niet-herkende transmissie bij mensen’, na de oorspronkelijke transmissie bij een dier.
En hoe zit het dan met de controversiële bewering dat het virus in een laboratorium zou zijn ontstaan? Zowel het team van Ralph Baric van de Universiteit van North Carolina te Chapel Hill als het team van Shi Zhengli van het Wuhan Instituut voor Virologie hebben SARS-achtige coronavirussen onderzocht evenals hun vermogen om menselijke cellen te infecteren. Ze doen al enkele jaren succesvolle experimenten waarbij ze nieuwe virusstammen creëren door de spike-eiwitten te manipuleren die nu een grote rol spelen in de zoektocht naar een vaccin, en hun experimenten omvatten onder andere het invoegen van furinesplitsingsplaatsen.
De twee teams stelden deze zogeheten chimere virussen [waarbij cellen met elkaar worden vermengd] samen in een poging beter te begrijpen wat een virus al dan niet gevaarlijk maakt, om zo voorbereid te zijn op een toekomstige SARS-epidemie. In 2015 publiceerden ze een gezamenlijk experiment waarin ze delen van een SARS-achtig coronavirus dat in een muis was ontwikkeld combineerden met een spike-gen van een SARS-achtig coronavirus afkomstig van Chinese vleermuizen.
Verhoogde affiniteit
Bij het rapporteren van hun resultaten toonden ze zich voorzichtig over het voortzetten van dergelijke riskante experimenten: ‘Op basis van deze bevindingen zullen wetenschappelijke beoordelingspanels soortgelijke studies die chimere virussen voortbrengen (…) mogelijk te riskant achten om uit te voeren, aangezien verhoogde pathogeniteit [het vermogen van een virus om ziek te maken] in zoogdiermodellen niet kan worden uitgesloten.’ Ze voegden eraan toe: ‘De kans om toekomstige uitbraken voor te bereiden en af te zwakken, moet worden afgewogen tegen het risico dat er meer gevaarlijke ziekteverwekkers ontstaan.’
Nikolai Petrovksy en collega’s van de Flinders University in Australië hebben ontdekt dat SARS-CoV-2 een hogere affiniteit heeft met menselijke receptoren dan met alle andere diersoorten die ze hebben getest, waaronder schubdieren en hoefijzervleermuizen. Hij suggereert dat dit heeft kunnen gebeuren doordat het virus in menselijke cellen is gekweekt, en voegt eraan toe: ‘We kunnen niet uitsluiten dat het afkomstig is van een laboratoriumexperiment.’
Dus wat is er gebeurd? Voorlopig wijst het bewijs op een reeks persoon-tot-persooninfecties die ergens buiten de stad plaatsvonden, vóórdat iemand het virus naar Wuhan bracht, waar de markt als versterker fungeerde. Het eerste geval zou een boer op het platteland kunnen zijn geweest, of mogelijk een vleermuisonderzoeker die monsters verzamelde voor virologen. Ook is het mogelijk dat er op de een of andere manier een ander dier bij betrokken was, zodat het virus heen en weer ging tussen een boer en zijn dieren, of tussen een smokkelaar van wilde dieren en zijn arme schubdieren.
Toen een groter deel van de bevolking op het platteland woonde, op dieren jaagde en in bossen zocht naar brandhout, zal het contact met vleermuizen veelvuldiger zijn geweest. Maar de besmettingsketens in dorpen werden vanzelf weer doorbroken
Er bestaan nog meer coronavirussen. Als de oorsprong inderdaad niet lijkt te liggen op markten voor wilde dieren en de Chinese autoriteiten er zeker van zijn dat het virus geen zogenaamd laboratoriumlek was, zouden ze hun uiterste best moeten doen te helpen achterhalen wat er werkelijk is gebeurd.
Wat de initiële vonk ook was, door het stadsleven veranderde de bosbrand in een wereldwijde vuurzee. In het verleden zijn zeer regelmatig virussen onder mensen uitgebroken door contact met de natuur. Toen een groter deel van de bevolking op het platteland woonde, op dieren jaagde en in bossen zocht naar brandhout, zal het contact met vleermuizen veelvuldiger zijn geweest. Maar de besmettingsketens in dorpen werden vanzelf weer doorbroken.
Tegenwoordig hoeft slechts één geïnfecteerd persoon naar een drukke markt te gaan en op iemand te hoesten die op het punt staat naar een ander land te vertrekken, en de ziekte gaat de wijde wereld in. En dat zal zeker opnieuw gebeuren.
Auteur: Matt Ridley
Mr. Ridley is lid van het House of Lords en auteur van o.a. How Innovation Works: And Why It Flourishes in Freedom.
Openingsbeeld: © Getty
The Wall Street Journal
Verenigde Staten | dagblad | oplage 2.617.000
De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.

