brian yurasits YFiHaY2DVyE unsplash 1 scaled


Veel jonge afgestudeerden willen zich in hun werk inzetten voor een duurzame wereld. Maar de praktijk blijkt weerbarstig: ‘Het klimaat is belangrijk, maar we blijven natuurlijk wel een bedrijf.’

Ze zijn verantwoordelijk voor de duurzame ontwikkeling van een bedrijf of voor de afdeling MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen). Of ze zijn consultant ecologische transitie, of verantwoordelijk voor het verminderen van de CO2-uitstoot van een bedrijf, projectmanager biodiversiteit of data-analist ESG [Ecologische, Sociale en Governance aspecten]. Ze sporen in de media bedrijven aan hun koers te veranderen of foute bedrijven de rug toe te keren, en zijn op zoek naar verandering van binnenuit. Dat doen ze in zogenoemde ‘groene’, ‘MVO’- of ‘positieve impact’-banen, die de laatste jaren een hoge vlucht hebben genomen. Het gaat om een stijging van 21 procent tussen 2019 en 2021, volgens een onderzoek uit 2022. Maar het uitvoeren van dit ‘zinvolle’ werk verloopt niet altijd zonder moeilijkheden, strijd of soms zelfs ontgoocheling. 

Enkele tientallen jonge professionals reageerden op een oproep van Le Monde om hun ervaringen te delen. Ze vertelden over de aanvankelijke passie voor hun beroep, maar ook over frustraties en concessies, trage besluitvorming en wel erg kleine triomfen.

Waarden

‘Ik had beter moeten weten op grond van het sollicitatiegesprek,’ zegt Julien (die net als de andere geïnterviewden om anonimiteit vroeg). ‘Toen ik zei dat de strijd tegen klimaatverandering belangrijk voor me was, antwoordde de hr-manager met een glimlach: “Natuurlijk, voor ons ook! Maar we blijven natuurlijk wel een bedrijf…”.’ 

Nadat hij was afgestudeerd als ingenieur en onderzoekservaring had opgedaan, ontdekte deze Parijse dertiger ‘de geweldige wereld van de groene technologie’. In 2021 begon hij een adviesbureau dat gespecialiseerd is in dataverwerking om de duurzame ontwikkeling in bedrijven te ondersteunen, met name door het uitvoeren van CO2-audits. ‘Ik wil niet werken voor een bedrijf dat alleen maar bezig is met dom en vervuilend kapitalisme. Liever iets wat een beetje meer in het algemeen belang is, snap je,’ aldus de datawetenschapper.

Hij is niet de enige. Uit onderzoek van Toluna-Harris Interactive onder 2000 jongeren tussen de 18 en 30 jaar, dat in juni werd uitgevoerd voor het collectief Pour un réveil écologique [Voor een ecoligisch ontwaken], blijkt dat meer dan acht van de tien ondervraagden het belangrijk vindt om een baan te hebben waarin het milieu een rol speelt en die nut heeft voor de samenleving. Zeven op de tien zeggen zelfs niet te solliciteren bij een bedrijf dat onvoldoende rekening houdt met het milieu.

Maar voor Julien valt het werk, ondanks de ‘goede sfeer met collega’s, trainingen over klimaatverandering en een verbod op wegwerpbestek in de kantine’, nogal tegen. ‘Ik heb gemerkt dat de verwachtingen van de bedrijven die ons advies inschakelen soms vrij laag zijn en dat we vaak te weinig feedback krijgen over wat ze daadwerkelijk met onze rapporten doen. Soms wordt er zelfs helemaal niets mee gedaan – terwijl ze er wel graag goede sier mee maken dat ze een cool, verantwoordelijk bedrijf hebben ingehuurd.

Hij voelt zich er slecht bij bedrijven die werkzaam zijn in de oliesector te certificeren vanwege hun milieubeleid. Ook voelt het niet goed dat bepaalde studies die hij ‘bullshit’ noemt vanuit de overheid worden gefinancieerd. ‘Ik had geen zin om daar nog langer aan mee te doen.’ Dus stopte Julien na anderhalf jaar bij zijn adviesbureau om zich aan te sluiten bij een grote, ‘meer geëngageerde’ start-up op het gebied van de deeleconomie. Daar is hij als datawetenschapper nu veel gelukkiger, omdat hij ‘werkt in overeenstemming met zijn waarden’.

Vier van de tien ondervraagde jongeren hebben het gevoel dat hun bedrijf lippendienst bewijst aan het milieu

Degenen die betrokken zijn bij duurzame ontwikkeling of maatschappelijk en milieuverantwoord ondernemen, geven aan dit soort opmerkingen regelmatig te horen van jonge mensen aan het begin van hun carrière, wanneer ze de realiteit ontdekken van hun vermeende droombaan. Maar echte teleurstellingen ‘zijn toch vrij zeldzaam, omdat deze banen over het algemeen echt zinvol zijn’, volgens Caroline Renoux, directeur van Birdeo, een wervingsbureau dat gespecialiseerd is in banen met een maatschappelijke impact. Haar rol is om de ‘misverstanden en valkuilen’ weg te nemen.

Een van de moeilijkheden is de vermeende greenwashen van bepaalde bedrijven, die zich slechts voor de vorm in zouden zetten voor het klimaat om zo mee te profiteren van de groeiende maatschappelijke drive. Soms trekken ze om die reden bewust jonge mensen aan. Vier van de tien ondervraagde jongeren in de recente Toluna-Harris Interactive-enquête hebben het gevoel dat hun bedrijf enkel lippendienst bewijst aan het milieu. Omgekeerd zegt een aantal door Le Monde ondervraagde professionals, die overtuigd zijn van de grotere betrokkenheid van hun bedrijf, dat ze moe worden van de verdenkingen dat hun bedrijf aan greenwashing doet.

Verwachtingen

Maar als het erop aankomt het kaf van het koren te scheiden, om ‘te kiezen tussen een bedrijf dat alleen maar aan de regels wil voldoen of een dat juist een meer geëngageerde aanpak wil volgen’, zijn net afgestudeerden tijdens hun sollicitatie vaak ‘niet duidelijk over hun waarden, wensen en wat ze bereid zijn te accepteren’, zegt Caroline Renoux. Ze moeten ook oppassen dat ze ‘een bedrijf niet verwarren met een ngo of een stichting. Want een bedrijf moet zowel voldoen aan zijn rendementsdoelstelling als aan sociale of milieudoelstellingen. En dat verloopt natuurlijk nooit zonder spanningen.’

Wanneer de noodzaak van economische groei conflicteert met de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen, de impact van CO2 of het gebruik van water te verminderen, kunnen waardeconflicten en cognitieve dissonantie optreden.

Jonge mensen die in ‘junior’-posities terechtkomen, met weinig invloed binnen het bedrijf, ‘zien al snel de tegenstrijdigheden in waarmee ze te maken krijgen en waaraan ze moeten wennen’, voegt Fabrice Bonnifet toe. Hij is hoofd duurzame ontwikkeling van de Bouygues-groep en voorzitter van het Collège des directeurs de développement durable (C3D), een organisatie waarin de hoofden duurzame ontwikkeling van veel bedrijven zich hebben verenigd. ‘We krijgen regelmatig van jonge mensen te horen dat ze gedesillusioneerd zijn,’ zegt hij. ‘Ze werken in MVO-functies maar vinden dat er niet naar ze wordt geluisterd, en bespeuren bij hun gesprekspartners niet de mate van urgentie die ze zelf ervaren.’

De jonge professionals die wij hebben geïnterviewd lieten weten ook moeilijk overweg te kunnen met de manier waarop met tijd wordt omgegaan. ‘We zijn ons bewust van de ecologische noodsituatie. We zien dat de klimaatverandering versnelt en we weten dat we nu moeten handelen. Maar alles gaat zo langzaam,’ zegt Morgan (25), die sinds twee jaar verantwoordelijk is voor de bescherming van wetlands bij een grote fabrikant van transportinfrastructuur. Hij schetst een situatie die ook veel andere professionals ervaren. ‘Onze werkzaamheden, die relatief nieuw zijn, botsen standaard met die van andere diensten binnen het bedrijf die al lange tijd geld opleveren. Wij krijgen dus zelden voorrang. Het duurt maanden, soms jaren voordat beslissingen worden genomen en uitgevoerd. Je moet geduld hebben. En je moet accepteren dat de milieumaatregelen die je er met moeite doorheen krijgt, zeker in het begin slechts “compenserend” zijn voor activiteiten die voor de rest weinig veranderen…’  Het is een traagheid die hij ook ondervond bij de overheidsinstellingen waarvoor hij in het verleden werkte.

‘Je moet ook leren genieten van deze permanente oefening in diplomatie’

Nu de tijd begint te dringen, ‘moet je over uithoudingsvermogen beschikken en positief blijven – dat is bijna onderdeel van je functieomschrijving,’ zegt Alexandra (27). Ze is hoofd duurzame transformatie voor een groot cosmeticaconcern en gepassioneerd over haar werk. ‘Je moet ook leren genieten van deze permanente oefening in diplomatie ten overstaan van mensen die minder overtuigd zijn dan jij,’ voegt Guillaume (26) toe, die bij de kamer van koophandel en industrie in de regio Parijs bedrijven adviseert over ecologische transitie. In plaats van mensen die ‘soms klimaatsceptisch’ zijn te wijzen op de noodsituatie, probeert hij hen bijvoorbeeld ‘te laten zien hoe ze geld kunnen besparen door hun milieu-impact te verminderen’.

Om zijn ongeduld tegen te gaan, evenals het gevoel dat hij te veel concessies doet aan zijn eigen waarden, doet hij, net als andere geïnterviewde jongeren, naast zijn baan ook vrijwilligerswerk. Zo initieert hij muurschilderingen over het klimaat, neemt hij deel aan klimaatmarsen, zamelt hij afval in et cetera. Het helpt om plezier in zijn werk te behouden en niet ondergedompeld te raken in de klimaatangst, die vaak op de loer ligt.


Deel dit artikel


Recent verschenen