dominik vanyi Mk2ls9UBO2E unsplash


De EU moet streven naar strategische autonomie om economisch concurrerend te blijven en de klimaatdoelen te halen, schrijft Werner Hoyer, president van de Europese Investeringsbank. Dat betekent dat Europa niet afhankelijk moet zijn van enkel één land als het gaat om de aanvoer van nieuwe grondstoffen die cruciaal zijn voor de energietransitie.

Al de hele menselijke geschiedenis zijn grondstoffen onmisbaar voor economische ontwikkeling, internationale betrekkingen en het lot van hele naties en beschavingen. Van kostbare metalen (zilver en goud) en landbouwproducten (suiker, rubber, zijde en specerijen) tot energiebronnen als olie en gas, telkens opnieuw hebben veranderingen van vraag als gevolg van technologische ontwikkelingen wereldwijd tot andere handelspatronen en geldstromen geleid en menigmaal conflicten en uitbuiting in de hand gewerkt.

In de jaren twintig van deze eeuw zijn we steeds meer aangewezen geraakt op een nieuwe reeks kritieke grondstoffen, waaronder zeldzame aardmetalen (REE’s) en metalen als lithium, gallium en germanium. Het gebruik van deze grondstoffen in zaken als zonnepanelen, accu’s, windturbines en computerchips voor industrie en defensie maakt ze onmisbaar voor de groene en digitale transitie, die op haar beurt de toekomst van onze planeet zal bepalen.

Europa zal nooit zelf in zijn vraag naar REE’s of lithium kunnen voorzien en moet daar ook niet naar streven. Het is beter om de toegang tot kritieke grondstoffen veilig te stellen zodat we niet zijn overgeleverd aan de genade van partijen die ze als wapen kunnen inzetten, zoals het Kremlin heeft gedaan met aardgas en aardolie. Een dergelijke toegang is van wezenlijk belang voor het versterken van onze strategische autonomie, het handhaven van onze concurrentiekracht en het halen van onze klimaatdoelen.

Immens karwei

Om dit doel te bereiken moeten we de fouten uit het verleden vermijden, niet in de laatste plaats de al te grote afhankelijkheid van één enkele leverancier. Recente gebeurtenissen, zoals de coronaepidemie en de grootscheepse Russische inval in Oekraïne, hebben in alle economische sectoren het belang van veilige aanvoerketens vergroot. Ze benadrukken ook de aanzienlijke invloed van opkomende markten – zoals de BRICs-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) – die veel belangrijke wereldwijde aanvoerketens domineren, waaronder die van kritieke grondstoffen.

Als we blijven streven naar decarbonisatie en elektrificatie, zullen metalen en mineralen steeds belangrijker worden. Alleen al de wereldwijde vraag naar REE’s zal naar verwachting tot 2030 vervijfvoudigen. Aan de aanbodkant wordt de markt echter maar door één land gedomineerd: bijna 90 procent van alle REE’s en 60 procent van al het lithium ter wereld wordt gewonnen en verwerkt in China. Zodoende is de Europese Unie voor bijna al haar geïmporteerde REE’s afhankelijk van China.

De recente ervaringen maakten al duidelijk wat de risico’s zijn van zo’n sterke afhankelijkheid. Om ontwrichting te vermijden moet Europa zijn aanvoerketens diversifiëren en minder riskant maken. Het probleem kan niet simpelweg worden opgelost door te investeren in Europese mijnbouw. Dat zou bovendien economisch zinloos zijn. In plaats daarvan zullen we gelijkgezinde partners overal op de wereld moeten helpen hun extractie- en verwerkingscapaciteit op te schalen.

Desondanks moeten we nog een aantal moeilijke beslissingen nemen over mijnbouwprojecten binnen Europa, en zullen we ook meer moeten investeren in onze eigen raffinaderijen en verwerkingsfabrieken. Zo leggen we de basis voor een energieneutrale circulaire economie. Dat is een immens karwei dat aanzienlijke en langdurige investeringen zal vergen.

Uit eerdere initiatieven, zoals de Europese Batterij Alliantie (EBA) uit 2017, bleek dat we met vereende krachten kunnen slagen. Europa huisvest inmiddels een van de groenste en meest geavanceerde gigafabrieken voor accu’s ter wereld. Binnenkort zal Europa twee derde van de lithium-ion-accu’s die het nodig heeft voor elektrische voertuigen en energieopslag zelf produceren.

We erkennen dat Europa momenteel over onvoldoende middelen beschikt

Om dit succesverhaal te herhalen moeten we het kritieke-grondstoffenvraagstuk niet afzonderlijk aanpakken. Alle initiatieven inzake het veiligstellen van voorraden moeten worden gebundeld tot een veelomvattend beleid, zoals we ook hebben gedaan in de strijd tegen klimaatverandering. Bij deze aanpak moeten we streven naar een Europees buitenlandbeleid dat is gericht op het ontwikkelen en versterken van strategische samenwerking en het verhogen van investeringen in Europa en partnerlanden.

De dit jaar aangenomen Kritieke Grondstoffenwet van de EU heeft al de nodige beleidsveranderingen in gang gezet. Zoals de Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen eerder deze maand opmerkte tijdens haar toespraak over de Staat van de Unie, willen veel landen maar al te graag samenwerken om de wereldwijde aanvoerketens veilig te stellen.

Het is duidelijk dat Europa het niet kan laten bij het waarborgen van de toegang tot kritieke grondstoffen alleen. De Europese Investeringsbank (EIB), die de afgelopen zeven jaar al drie miljard euro heeft gestoken in het versterken van de aanvoerketens van kritieke grondstoffen, is graag van de partij. Maar we erkennen ook dat Europa momenteel over onvoldoende middelen beschikt. De EIB werkt daarom al aan een kritieke-grondstoffeninitiatief dat deze doelstellingen realistisch maakt, en we moedigen anderen aan hetzelfde te doen, zowel door regelgeving als door specifieke, concrete projecten.

Toegang tot strategisch belangrijke grondstoffen is van oudsher onmisbaar voor economische voorspoed en ontwikkeling. Om onze toekomst veilig te stellen, moeten we ons boven alles richten op het waarborgen van de toegang tot de nieuwe onmisbare grondstoffen van deze eeuw.

Werner Hoyer is sinds januari 2012 president van de Europese Investeringsbank


Deel dit artikel


Recent verschenen