ANP 90227458 2 scaled


De vraag naar duurzame alternatieven voor fast fashion groeit, van het recyclen van textiel in het Italiaanse Prato, tot de plannen van de Europese Unie en de opkomst van tweedehands kledingplatforms. Verandering is hoognodig en haalbaar.

Volgens de Europese Commissie had de Europese textielconsumptie in 2022 de op drie na grootste impact op het milieu en klimaatverandering, na voedsel, huisvesting en mobiliteit. De textielindustrie is de op twee na grootste verbruiker van water en land en staat op de vijfde plaats wat betreft het gebruik van primaire grondstoffen en de uitstoot van broeikasgassen.

De Ellen MacArthur Foundation publiceerde in 2017 een rapport waarin wordt geschat dat de sector tussen de 792 en 931 miljard kubieke meter water per jaar gebruikt voor de textielproductie, van het verbouwen van katoen tot verven en andere bewerkingen. Dat komt overeen met 4 procent van alle zoetwaterwinning wereldwijd.

We kopen steeds meer kleding, maar die gaat maar half zo lang mee. Kleren belanden vaak op stortplaatsen ver buiten Europa – uit het zicht en uit het hoofd. In Europa wordt minder dan de helft van de gebruikte kleding ingezameld voor hergebruik of recycling, en slechts 1 procent wordt uiteindelijk gerecycled tot nieuwe kleding. Dat leidt tot de grote vraag: is een duurzame paradigmaverschuiving nog haalbaar? 

Italië

De Italiaanse stad Prato is geen onbekende als het gaat om het recyclen van wol. De stad ligt op slechts een paar kilometer van het oude renaissancecentrum Florence, en is al sinds de middeleeuwen het textielcentrum van Europa, maar ook een centrum van de circulaire economie. Vanwege een oude wet die de import van ruwe wol verbood, werd de stad toonaangevend in het recyclen ervan en inmiddels produceert Prato 15 procent van alle gerecyclede textiel ter wereld. 

Het Italiaanse bedrijf Comistra is marktleider op het gebied van het recyclen van wol. Het ruim honderd jaar oude bedrijf geeft nieuw leven aan tonnen gebruikte vodden die dagelijks in het magazijn aankomen.

‘Van de grondstoffen is 60 procent bestemd voor hergebruik,’ zegt Alice Tesi, hoofd marketing van Comistra. Ongeveer 35 procent wordt gerecycled en ongeveer 5 procent wordt weggegooid. De kleding komt aan in zakken en wordt met de hand gesorteerd. Zo besluiten we wat kan worden hergebruikt of gerecycled.’

Na het sorteren op kleur wordt de wol uitgeplozen tot vezels en geregenereerd door machines. Nadat de wol is teruggebracht tot een staat van grondstof, wordt ze gemengd om er garens en stoffen mee te maken die kunnen terugkeren in nieuwe kleding. Het water dat in het proces wordt gebruikt, wordt gerecycled en hergebruikt, en daarmee is de cirkel rond.

Europese Unie

In de duurzame textielstrategie van de Europese Unie staat de circulaire economie centraal en wordt het gebruik van gerecyclede vezels en ecodesign aangemoedigd. Volgens Fabrizio Tesi, CEO van Comistra, is dit beleid de weg naar een meer verantwoorde kledingproductie.

‘Bij het ontwerpen van een kledingstuk moeten we er rekening mee houden dat het, wanneer het op zijn einde loopt, gemakkelijk gerepareerd, gerecycled en hergebruikt kan worden. Dat noemen we de magische cirkel van de circulaire economie, die ligt nu binnen ons bereik. De Green Deal en Europa wijzen ons de weg. Op deze manier kan de recyclingsector bovendien veel mensen werk opleveren,’ aldus Tesi.

De EU overweegt een ‘paspoort’ met QR-codes dat kan helpen ‘greenwashing’ te bestrijden, doordat het informatie bevat over de recyclebaarheid en milieu-impact van een product. Dit staat bekend als het digitale productpaspoort. Het EU-initiatief maakt deel uit van een voorgestelde verordening inzake ecologisch ontwerpen van duurzame producten en vormt een belangrijke stap in het kader van CEAP; het actieplan voor een circulaire economie. 

‘De meeste goedkope stoffen zijn niet recyclebaar. En dat is een probleem’

Niccolo Cipriani is oprichter van Rifo, een start-up die kiest voor natuurlijke vezels zoals katoen en wol en voor recyclebare ontwerpen van gerecyclede, enkelvoudige materialen. Hij is van mening dat de motivatie tot aankoop van een kledingstuk gebaseerd moet zijn op de totstandkoming ervan, en niet op het prijskaartje. 

‘De meeste stoffen worden tegenwoordig goedkoop op de markt ingekocht. Ze zijn niet recyclebaar. En dat is een probleem. Want de beste manier om een product winstgevend te maken is om natuurlijke en synthetische vezels met elkaar te mengen. Er bestaan technologieën die het mogelijk maken om vezels te scheiden, maar nog niet op industrieel niveau. Op een gegeven moment zullen we een criterium voor recyclebaarheid moeten introduceren,’ zegt hij.

De Europese kaderrichtlijn voor afvalstoffen zal binnenkort worden herzien. Verwacht wordt dat industriële vervuilers moeten gaan betalen voor de gescheiden inzameling van gebruikt textiel. In Prato wordt volgend jaar een nieuw textielsorteercentrum gebouwd. Het doel is om het aantal ingezamelde stoffen te verdubbelen en de recyclingsector te moderniseren.

Tweedehands

Veel experts vinden dat minder kopen prioriteit moet zijn, maar is dat ook echt haalbaar? Een antwoord op die vraag vinden we misschien in Litouwen, de thuisbasis van Vinted, de app voor tweedehands kleding, en bij modejournalist Deimante Bulbenkaite.

‘Aan de ene kant biedt fast fashion veel mensen de mogelijkheid om zichzelf te kleden zoals ze willen,’ zegt zij. ‘Dus in dat opzicht is het logisch dat het bestaat. Aan de andere kant is de hoeveelheid kleding die wordt geproduceerd behoorlijk catastrofaal. Er wordt veel meer geproduceerd dan we hoeven te gebruiken – of zelfs kunnen gebruiken.’

De term fast fashion wordt gebruikt voor goedkope kleding die snel wordt geproduceerd door winkelketens om in te spelen op de laatste trends. De Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties publiceerde in 2018 een rapport waarin staat dat 85 procent van het textiel op stortplaatsen terechtkomt. Dat komt neer op 21 miljard ton per jaar. Eurostat schat dat EU-burgers in 2020 6,6 miljoen ton kleding en schoeisel kochten. Dat is 14,8 kilo per persoon, bestaande uit 6,0 kilo kleding, 6,1 kilo huishoudtextiel en 2,7 kilo schoeisel.

‘Slechts 14 procent van de kledingtransacties is tweedehands’

Een manier om minder massageproduceerde kleding te kopen, is naar kringloopwinkels te gaan, zoals Humana. Daar is de kleding goedkoop en van goede kwaliteit. Maar Bulbenkaite winkelt nog altijd het liefst op Vinted. Deze app, die vijftien jaar geleden in Vilnius werd opgericht, telt inmiddels 50 miljoen gebruikers.

Vinted zegt mee te helpen de overproductie van textiel tegen te gaan. In het eerste rapport over klimaatverandering dat dit jaar door Vinted werd gepubliceerd, beweert het bedrijf dat het kopen van tweedehands spullen een uitstoot van 1,8 kilo CO₂ per artikel voorkomt.

‘Voor 40 procent van de honderden miljoenen transacties die via Vinted hebben plaatsgevonden, geldt dat er geen nieuw product is gekocht. Dat betekent dat er geen nieuw product geproduceerd hoefde te worden. Maar slechts 14 procent van de kledingtransacties is tweedehands. We hebben dus nog een lange weg te gaan voordat tweedehands de standaard manier van kopen wordt,’ zegt Adam Jay, CEO van Vinted Marketplace.  

Daarnaast zijn steeds meer modeontwerpers op zoek naar manieren om oud textiel te upcyclen tot iets nieuws. Een zo’n merk is Behind Curtains. ‘De modeproductie voor de massa is te groot en groeit nog steeds enorm,’ zegt Monika Vaisova, ontwerper bij het bedrijf. ‘We hebben dat niet nodig. We kunnen spullen hergebruiken.’

Hun boodschap is duidelijk: zorg dat fast fashion uit de mode raakt en koop iets waarvan naderhand opnieuw iets kan worden gemaakt.


Deel dit artikel


Recent verschenen