360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.
Verboden klanken van Mark Eliyahu
Hoe de kamancheh het Midden-Oosten verovert
MUZIEK | In Iran is Israëlische muziek formeel verboden en wordt elk contact met een Israëliër bestraft met gevangenisstraf of zelfs executie. Toch worden de liedjes van Mark Eliyahu er, in het geheim, volop beluisterd en gespeeld.
Terwijl duizenden Iraniërs de Israëlische artiest dagelijks volgen op YouTube of Instagram, meldden ook duizenden zich af voor zijn kanalen ‘uit angst voor represailles’, aldus een artikel in Ha’aretz getiteld ‘Iranians are dying to see this Israelian musician perform life’. Op een video op YouTube is te zien hoe tientallen leerlingen van een muziekschool in Teheran een van zijn nummers op percussie-instrumenten naspelen.
‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat ze me schrijven: wanneer kom je in Iran spelen?’
Het is volgens het Israëlische dagblad vooral het spel op de kamancheh, een oud-Perzisch snaarinstrument, dat Iraanse luisteraars raakt. Eliyahu werd in 1982 geboren in de Russische regio Dagestan uit twee muzikale ouders en was zes toen hij naar Israël emigreerde. Op zestienjarige leeftijd reisde hij naar het Griekse eiland Kreta om saz te studeren, waarna hij naar Azerbeidzjan verhuisde. Toen hij na zijn studie daar zijn muzikale carrière begon, was de kamancheh nog onbekend onder de Israëliërs. Toch houdt het instrument voor Eliyahu verband met de Joodse cultuur, aangezien het in de Bijbel wordt bespeeld door de Levieten: leden van de stam van Levi.
Ook in andere landen in het Midden-Oosten en in Turkije wordt Eliyahu geroemd. Zijn nummer Journey werd door meer dan 13 miljoen mensen geluisterd op YouTube. ‘Mijn concerten in Turkije zijn zo motiverend en opwindend. Ik hou van Turkse luisteraars’, citeert de Turkse site Daily Sabah de muzikant trots. ‘Ze begrijpen de emotionele taal in mijn muziek.’ Maar ook met zijn Iraanse publiek is hij verguld: ‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat ze me schrijven: wanneer kom je in Iran spelen? Het is heel ontroerend.’
Door Laura Weeda

De reis van de leraar die de toekomst kent
Het bruto nationaal geluk in beeld gebracht
FILM | In de Himalayaanse bergen neuriet een vrouw ‘Yak lebi lhadar’, een lied van jakherders over afscheid en opoffering, terwijl in de stad een grootmoeder haar kleinzoon Ugyen wakker maakt. Hij is gekleed in een T-shirt met het bruto nationaal geluk: een index die Bhutan ontwikkelde om het welzijn van de mensen te beoordelen.
‘Het slapen van de jonge man is zowel letterlijk als figuurlijk’, schrijft The Indian Express in een recensie over Lunana: A Yak in the Class Room van de Bhutanese regisseur Pawo Choyning Dorji. Om echt te ontwaken zal Ugyen, die leraar is, ‘een innerlijke reis moeten beginnen die hem zal dwingen om zowel zichzelf als zijn land te ontdekken’. Die reis begint wanneer hij wordt overgeplaatst naar een van de meest afgelegen plekken ter wereld: Lunana, een dorp tussen de besneeuwde bergtoppen, waar hij bekend komt te staan als de ‘leraar die de toekomst kent’.
Aangezien Lunana niet is aangesloten op het elektriciteitsnet, werd er gefilmd met batterijen op zonne-energie. Als acteurs werden dorpelingen ingezet die nog nooit een film hadden gezien. ‘We waren het laatste land ter wereld met televisie en internet,’ vertelt de regisseur. ‘Ik was dertien toen de eerste televisie kwam. Mensen verkochten hun koeien en jaks om er een te kopen en plaatsten die dan op een soort altaar in huis, waarop ze wierook offerden. Ze wilden zingen, zich verkleden en zijn als de “buitenstaanders”. Het fundament van het “tevreden gevoel” was volledig verstoord.’
’Ik zeg ze dat ze hun dromen moeten volgen, maar hun eigen liedjes moeten zingen, waar ter wereld ze ook zijn’
Hij heeft zelf vaak te horen gekregen dat hij wel ‘een heel gelukkig man’ moet zijn, aangezien hij uit een land komt dat inzet op bruto nationaal geluk. ‘Ik probeer met de film ook te laten zien wat Bhutan doormaakt, de uittocht van jonge mensen, leraren, die, aangetrokken door de pracht en charme van het Westen, massaal emigreren naar landen als Australië,’ zegt de regisseur in een interview met de Amerikaanse publieke omroep NPR. ‘Ik zeg niet dat ze niet weg moeten gaan; ik zeg ze dat ze hun dromen moeten volgen, maar hun eigen liedjes moeten zingen, waar ter wereld ze ook zijn.’
The Indian Express kenschetst de film als een soort Bhutanese fabel met als les dat geluk nergens anders te vinden is en enkel besloten ligt in tevredenheid. The New York Times vindt dit idee ‘mooi effectief’ uitgevoerd, maar ook een beetje schools: het is ‘een poging om het concept van bruto nationaal geluk dat Bhutan heeft uitgevonden in beeld te brengen’. Andere media, zoals Variety, waarderen het goede gevoel dat de film overbrengt, evenals de kennismaking met een onbekend land. Filmsite The Wrap schrijft: ‘In het coronatijdperk vindt deze film, die een eenvoudige manier van leven verdedigt, gebaseerd op wederzijdse hulp, veel weerklank.’ The Wall Street Times noemt de film ‘van begin tot einde ontzettend leuk’.
Verandering is onvermijdelijk, besluit The Indian Times. Op de laatste filmdag, wanneer de crew zich voorbereidt om in te pakken, arriveert een groep ambtenaren in Lunana om er telecommunicatietorens te installeren. En onlangs ontving Choyning Dorji een Facebookbericht en een TikTokvideo van Pem Zam, de inmiddels twaalfjarige ster van de film.
Nu te zien in de bioscoop.
Door Laura Weeda

Spaanse satire over kapitalisme
Meedogenloze wolf in schaapskleren
SPEELFILM | Stel, je staat als lifter langs een verlaten snelweg en op hetzelfde moment stoppen er twee auto’s. In de ene zit de moordlustige psychopaat Anton Chigurh uit de speelfilm No Country for Old Men van de gebroeders Coen; de andere chauffeur blijkt de respectabele fabrieksdirecteur Julio Blanco uit El buen patrón van regisseur Fernando León de Aranoa. Bij wie stap je in?
Met deze hypothese vergelijkt Guy Lodge in Variety twee vertolkingen van de Spaanse steracteur Javier Bardem. De keuze ligt voor de hand, stelt Lodge, ‘maar wie Bardems laatste rol heeft gezien, weet wel beter. Mogelijk brengt deze man je niet persoonlijk om zeep, maar met elke plottwist ontwikkelt hij zich steeds duidelijker als de mildste incarnatie van het pure kwaad.’
Hoofdpersonage Blanco uit El buen patrón doet er alles aan om een prestigieuze onderscheiding voor zijn weegschalenfabriek in de wacht te slepen. Voor de buitenwereld kan die prijs hem nauwelijks ontgaan, maar achter de schermen zijn sommige van zijn werknemers hun leven niet zeker.
‘Niemand haalt ongeschonden het einde. Noem het een meesterwerk of pure fetisj’
Jonathan Holland van Screendaily vermoedt dat het casten van Bardem vooral is bedoeld voor de buitenlandse bioscoopbezoeker: ‘Succes in Spanje is gegarandeerd, maar meer dan een onderhoudende en soepel gemaakte film is het niet. Een déjà-vuverhaal waarbij Bardem-fans absoluut aan hun trekken komen. Maar de rest steekt er bleekjes bij af.’

De Boliviaanse krant La Razón omschrijft El buen patrón daarentegen als een ‘geslaagde satire op het kapitalisme’. Vooral omdat Bardem gestalte geeft aan een ‘giftige, niets en niemand ontziende ondernemer, die tot het uiterste gaat’.
In het Spaanse dagblad El Mundo houdt Luis Martínez het op een ‘horrorfilm, links noch rechts georiënteerd, waarin onze maatschappij van overconsumptie wordt geportretteerd. Het gaat niet om hebzuchtige ondernemers en begerige proletariërs, maar om een wereld waarin de marktwerking iedereen overkomt. Niemand haalt ongeschonden het einde. Noem het een meesterwerk of pure fetisj.’
El buen patrón van Fernando León de Aranoa is vanaf 2 juni te zien in de bioscoop.
Door Diederik Samwel

Geestesziekte, perceptie en psychedelische drugs
Hartverscheurende beschrijvingen van depressie
LITERATUUR | Een 33-jarige naamloze auteur in de VS zit compleet aan de grond, nadat het schrijven van zijn romandebuut is mislukt. Het voorschot van de uitgever is op, zijn relatie staat op springen en een zware depressie dient zich aan. Dan krijgt hij de opdracht om als ghostwriter de memoires van een beroemde Italiaanse natuurkundige te schrijven. Volgende probleem: deze man blijkt van de aardbodem verdwenen. Daarop reist de hoofdpersoon door Italië, waar hij opvallend vaak wordt geconfronteerd met situaties en personages uit de boeken die hij leest.
Dat is het gegeven van The Red Arrow, de debuutroman van de Amerikaanse auteur William Brewer (33). Kevin Canfield van The San Francisco Chronicle vat het samen als een verhaal over een ‘verwarde man wiens leven door intensieve leesexperimenten op zijn kop wordt gezet’. Volgens Canfield is The Red Arrow een ‘pedant maar ook spiritueel en inventief boek, waarin verstandige dingen worden gezegd over geestesziekte, perceptie, creativiteit en psychedelische drugs. De manier waarop een depressie wordt beschreven is hartverscheurend.’
‘Stiekem schrijft hij zinnen van ruim een pagina, en het knappe is dat je dat als lezer niet in de gaten hebt’
Jonathan Russell Clarke schrijft in de LA Times dat er nog nooit zo ‘accuraat en inzichtelijk over depressie is geschreven. Vooral omdat duidelijk wordt dat de hoofdpersoon een relatie met zijn depressie heeft.’ Aan het soms ‘exquise taalgebruik’ proeft Clarke dat Brewer oorspronkelijk een dichter is: ‘Maar als verteller is hij op zijn best. Stiekem schrijft hij zinnen van ruim een pagina, en het knappe is dat je dat als lezer niet in de gaten hebt.’
‘Een cerebrale, ietwat warrig geschreven roman’, concludeert de recensent van Publishers Weekly. ‘De pogingen van de schrijver om zijn gedachten te ordenen doen denken aan de elliptische monologen uit de serie True Detective. Die bleken uiteindelijk ook niet te werken.’ Bradley Babendir van The Boston Globe is daar juist wel van onder de indruk: ‘Brewer gaat op zoek naar het dunne lijntje tussen wat de hoofdpersoon zelf meemaakt en zijn leeservaringen. Om erachter te komen dat geen enkele zintuiglijke ervaring nog origineel kan zijn.’
The Red Arrow van William Brewer, door René Kurpershoek vertaald als De rode pijl, is op 25 mei verschenen bij uitgeverij Spectrum.
Door Diederik Samwel


