360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
Slapeloos in Fremont
Babak Jalali stuurt niet aan op medelijden
FILM | De stad Fremont, Californië, heeft twee bijzonderheden. Er bevindt zich ‘een pioniersdistrict in de filmgeschiedenis, Niles, dat door velen wordt beschouwd als het eerste Hollywood’, schrijft East Bay Times, een dagblad uit de regio. De stad met meer dan 230.000 inwoners vormt ook de thuisbasis van de grootste Afghaanse gemeenschap in de Verenigde Staten, die sinds 1979 golven vluchtelingen heeft verwelkomd tijdens de invasie van Afghanistan door Sovjet-troepen.
Deze twee facetten komen terug in Fremont, de nieuwe film van de Iraanse regisseur Babak Jalali, die lange tijd in Groot-Brittannië woonde. Hij vertelt het verhaal van Donya (Anaita Wali Zada), een tweeëntwintigjarige Afghaanse vrouw die als tolk voor het Amerikaanse leger Kaboel moest ontvluchten toen de taliban in de zomer van 2021 de controle over Afghanistan herwonnen. Ze belandt in Fremont, waar ze is omringd door landgenoten, maar toch ‘voelt ze zich alleen’, aldus San Francisco Chronicle. Sommige van haar buren weigeren met haar te praten vanwege haar oude baan, en achtervolgd door wat ze in Afghanistan heeft meegemaakt lijdt ze bovendien aan slapeloosheid. ‘Ze brengt haar nachten liggend op haar bed door, starend naar het plafond.’
‘Dit soort films sturen vaak aan op medelijden met het personage. Ik heb vooral geprobeerd Donya als mens te laten zien’
Toch weet Jalali dit onderwerp met lichtheid te brengen, onderstreept de krant uit San Francisco, mede dankzij de vele ironische gegevens in de film, zoals dat Donya overdag in San Francisco’s Chinatown werkt en helpt bij het maken van gelukskoekjes, met spreuken die op stukjes papier zijn geschreven. De regisseur zelf vertelt de San Francisco Chronicle dat hij het tegenovergestelde standpunt wilde innemen dan je in veel films over vluchtelingen tegenkomt. ‘Dit soort films sturen vaak aan op medelijden met het personage. Ik heb vooral geprobeerd Donya als mens te laten zien.’
Niet iedereen vindt dit gelukt, volgens The Washington Post bijvoorbeeld werkt het lichte aburdisme enkel vervreemdend en wekt het weinig inleving op. De hoofdpersoon krijgt wel veel lof. Ze wordt gespeeld door een Afghaanse journalist die zelf in augustus 2021 haar land ontvluchtte. Ze had geen acteerervaring toen ze solliciteerde naar de rol, maar is, volgens onder meer Mercury News, ‘zo overtuigend dat zelfs een statische opname behoorlijk opvallend wordt’; ‘Haar ingetogen spel maakt de stiltes bijzonder welsprekend.’
Door Laura Weeda

Griekse held krijgt steun van hemelse koren
Luisteraar wordt een armzalig hoopje
MUZIEK | Javelin, het tiende album van de Amerikaanse singer-songwriter Sufjan Stevens, wordt juichend ontvangen door de internationale muziekpers. Éamon Sweeney doet in The Irish Times eerst een poging het muziekgenre te vangen: ‘Alternatieve folk, lo-fi, elektronica, indiepop, barokpop, kamerpop, folkpop? Alles waar je pop van kunt maken.’ Om even later een lofzang op Stevens los te laten: ‘Zijn stem klinkt als het luidste, meest geruststellende gefluister dat je ooit zult horen; vol tederheid en kwetsbaarheid. Zijn woordenstroom getuigt van unieke lyrische vindingrijkheid en behendigheid. De productie is ongerept, barst van de ideeën en onthult weelderige soundscapes. En dan heb ik het alleen over de openingstrack.’
‘Als gewonde held uit een Griekse tragedie gaat Stevens herhaaldelijk in virtuoze dialoog met de zangeressen’
Op de Spaanse site Mondo Sonoro tekent Sergio Ariza op dat Stevens ‘een meesterwerk’ heeft afgeleverd. ‘Hij is de meest directe erfgenaam van Nick Drake en Elliott Smith. Ook Sufjan deelt eerst een tragedie met je om je daarna op te vrolijken en een glimlach op je gezicht te toveren.’ Voor Plattentests is Viktor Fritzenkötter ronduit lyrisch over het album: ‘Die koren! Als gewonde held uit een Griekse tragedie gaat Stevens herhaaldelijk in virtuoze dialoog met de zangeressen die hem becommentariëren, ondersteunen en opvangen.’ De muziek ‘straalt melodisch vernuft uit. Op een briljante manier versmelt hij de voornaamste elementen uit zijn muzikale carrière: van intiem naar weelderig, van verwoestend tot opbeurend.’
Thibaut Q., recensent van de Franse muzieksite Goûte Mes Disques, vindt dat Stevens ‘een krachttoer verricht door akoestische en elektronische muziek te laten samenvloeien. Hij weet folk-ballads op te blazen tot bijna anthemische proporties.’ In Evening Standard is David Smyth met name onder de indruk van de geleidelijke opbouw van elk nummer op Javelin: ‘Laagje voor laagje opbouwen en dan laten aanzwellen. De tokkelende banjo die eerst plaatsmaakt voor sissende drums en dan weer voor hemelse stemmen.’ Tegelijkertijd kan Smyth zich niet voorstellen dat iemand ongevoelig is voor zijn teksten. Of ze nu gaan over het verdriet over zijn overleden moeder of een relatiebreuk: ‘Stevens is de beste ter wereld die een luisteraar kan veranderen in een armzalig hoopje.’
Door Diederik Samwel

De wereld voordat er olie was
Het betoverende werk van Monira Al Qadiri
KUNST | Er is geen andere god dan olie en gas, luidt een van de implicaties van het werk van Monira Al Qadiri, die opgroeide in Koeweit in een tijd dat olie er nog niet allesbepalend was. Ze wijdt haar werk aan de enorme veranderingen die de winning ervan voor haar land en wereldwijd veroorzaakt heeft. Haar werk typeert kunsttijdschrift e-flux onder meer als ‘absurdistische samensmelting van prehistorische levensvormen met hedendaags comfort’. Zo creëerde ze een rubberen dinosaurus die karaoke zingt: zijn melancholische stem smeekt de mensheid om de bijdrage van zijn uitgestorven soort aan de overvloed van de consument te herdenken. In een van haar bekendste werken zweeft een camera door een opzettelijk armoedig ogende maquette van een raffinaderij, terwijl een gedicht te horen is over de schoonheid van het gebouw en de vrijwel goddelijke krachten van olie.
E-flux noemt het werk ‘betoverend (…) mede dankzij de dubbelzinnigheid: je weet nooit zeker waar de grootsheid van de vertelling en de beelden eindigt en de ironie begint. Crude Eye nodigt de kijker uit zich voor te stellen dat de dominante politieke theologie van het huidige moment, gebaseerd op liberale overtuigingen en economische instrumenten om deze te verspreiden, is verschoven naar een meer materialistisch wereldbeeld.’ Ironisch is ook dat het kunstwerk is gemaakt in opdracht van het Cynthia Woods Mitchell Center for the Arts van de Universiteit van Houston, genoemd naar de vrouw van wijlen George P. Mitchell, hydraulisch ingenieur en miljardair, die een fortuin verdiende met het pompen van aardgas in Texas.
‘Ik hou van de traditie van kunstenaars uit de middeleeuwen: die waren in alles geïnteresseerd’
De kunstenaar maakt in haar werk veel gebruik van muziek, materialen, beeld en tekst. Tegen kunsttijdschrift Lampoon zegt ze hierover: ‘Ik hou van de traditie van kunstenaars uit de middeleeuwen: die waren in alles geïnteresseerd. Ze gebruikten filosofie, wetenschap en religie en mengden dat om iets interessants te creëren. Het is idioot dat we in onze huidige tijd zo gespecialiseerd zijn. (…) Toen ik naar Libanon verhuisde, (…) experimenteerde iedereen met een miljoen dingen tegelijk, en dat was oké. In Japan, waar ik lange tijd heb gewoond, waren de mensen gefocust. (…) Terugkeren naar een alomvattend perspectief is van cruciaal belang, omdat we nu ook de middelen hebben om alles na te streven wat we willen.’
Het werk van Monira Al Qadiri is tot 7 januari te zien in De Balie, Amsterdam.
Door Laura Weeda

De invloed van mislukte revoluties
Europa op drift halverwege de negentiende eeuw
NON-FICTIE | Vanaf januari 1848 stond Europa twee jaar in brand. Van Palermo tot Parijs, van Berlijn tot Boedapest en Lissabon; overal ging het volk de straat op. De Australische historicus Christopher Clark schreef er met Revolutionary Spring een stevig boek over. Pat Sheil legt in Sydney Morning Herald uit dat er ‘in 1848 en 1849 onvoorstelbaar veel gebeurde en dat revoluties lang niet zoveel opleverden als wordt aangenomen. Kijk maar naar het failliet van de Franse, Russische en Amerikaanse revoluties.’
‘Uit een reeks complexe gebeurtenissen construeert hij een samenhangend verhaal’
‘Een van de beste geschiedenisboeken van de laatste tien jaar’, schrijft Jonathan Boff voor History Today: ‘Uit een reeks complexe gebeurtenissen construeert hij een samenhangend verhaal.’ Volgens hem laat Clark zien dat ‘praktische en zelfs alledaagse problemen een belangrijke rol speelden bij zowel de oorzaak als de nederlaag van revoluties. Munro Price van Financial Times geeft aan dat Clark een parallel met het huidige wereldtoneel ziet: ‘Na de Arabische Lente verspreidden regionale revoluties zich als een lopend vuur. Op korte termijn mislukten ze, op lange termijn zullen we diepgaande effecten zien.’
Christopher Clark: Revolutionary Spring, door Brenda Mudde, Huub Stegeman, Maarten van der Werf vertaald als Europese Lente, de strijd voor een nieuwe wereld (1848-1849), verscheen bij De Bezige Bij.
Door Diederik Samwel


