AF onverharde wegen compressed


Goud, antimoon en internet dringen razendsnel door in het geïsoleerde en afgelegen Tibesti-massief in het noorden van Tsjaad. ‘Ongebreidelde globalisering heeft de overhand genomen.’

‘Sinds mijn geboorte ken ik alleen de woestijn, ik weet er de weg, ik ben er thuis.’ Tijdens het praten zet Ahmedi Brahim Chaha de rugleuning van zijn stoel een stukje naar achteren, controleert in zijn achteruitkijkspiegel of zijn lading goed vastzit en schuift zijn mobiele telefoon in de houder op het dashboard. Op deze winterse donderdag vertrekt Ahmedi vanuit Bardaï, de hoofdstad van de regio Tibesti in het noorden van Tsjaad die grenst aan Niger en Libië, naar Dirkou in Niger. Daar wil hij benzine kopen, dertig jerrycans van zestig liter, die hij met dikke touwen in een piramide zal vastsjorren in de laadbak van zijn 4×4 om ze na terugkomst in Tsjaad te verkopen. Benzine is op dit moment aan deze kant van de grens twee keer zo duur, dus de handel loopt als een tierelier.

Het is een reis van vier dagen en zeshonderd kilometer over onverharde wegen. Alleen achter het stuur van zijn brandschone witte Toyota Tundra met getinte ruiten, luistert hij naar muziek of podcasts. De eenendertigjarige Ahmedi, vader van twee kinderen, droomt groot: hij definieert zichzelf als een ‘handelaar’ op de grote informele handelssnelweg die de Sahara van oost tot west doorkruist. Een omschrijving die in de praktijk neerkomt op het overbruggen van kilometers vlakke en winderige woestijn in Zuid-Libië, Noord-Niger en het Tibestigebergte, de drie landstreken die het oorspronkelijke thuisland vormen van Ahmedi’s nomadische gemeenschap, de Teda.

‘Sinds mijn geboorte ken ik alleen de woestijn, ik weet er de weg, ik ben er thuis’

‘Het enige verschil met jullie snelwegen is dat je hier geen tolpoortjes hebt, alleen maar zand, maar verder is het lood om oud ijzer,’ glimlacht Ahmedi terwijl hij zijn dunne bril wat omhoog duwt. En inderdaad, hoe onmetelijk het gebied ook is, je kunt er onmogelijk een dag doorheen rijden zonder allerlei volk tegen te komen. Van wapen- of drugshandelaren en mensensmokkelaars tot verkopers van allerhande goederen, brandstoftransporteurs of mensen die gewoon onderweg zijn. Afhankelijk van de locatie is je veiligheid op deze eindeloze onverharde wegen min of meer gegarandeerd.

De regionale geschiedschrijving, grotendeels van koloniale hand, maakt van Tibesti een nomadisch, nostalgisch droombeeld. Momenteel vinden er echter twee structurele veranderingen plaats, de komst van het internet en de ontdekking van goud en antimoon, een metaal dat wordt gebruikt bij de vervaardiging van zonnepanelen en elektrische batterijen. Volgens de plaatselijke autoriteiten heeft de ontdekking van die mineralen in vijftien jaar tijd geleid tot meer dan honderdvijftigduizend nieuwkomers in Tibesti, dat voordien slechts twintigduizend inwoners telde. De bevolkingsexplosie brengt onder andere ressentiment, toenemende economische armoede en instabiliteit met zich mee.

Het internet, daarentegen, heeft voor de regio Tibesti een heel nieuwe wereld doen opengaan: op elke berghut en elke auto die door het gebied rijdt is inmiddels een Starlink-ontvanger geïnstalleerd. TikTok vormt het favoriete tijdverdrijf van deze geïsoleerde bevolking en wakkert hun verlangen om de bergen te verlaten alleen nog maar verder aan.

‘In de woestijn kan je van alles overkomen, overvallen gebeuren voortdurend, maar als je er eenmaal bent, gebeurt je niets meer’

Voor de Teda fungeert de Tibestiketen, een vulkanisch massief dat wordt omgeven door een zee van zand, als een kruispunt en als een kompas. De lokale bevolking spreekt liever van ‘Tou’, de grote berg, want het immense massief, dat drie keer zo groot is als Zwitserland, is het hoogste van de Sahara. Als ze op reis zijn, neemt hun verlangen om terug te keren naar ‘Tou’ alleen maar toe. Verschillende Teda hebben het gebergte omschreven als een onneembare haven, immuun voor de narigheid beneden. ‘In de woestijn kan je van alles overkomen, overvallen gebeuren voortdurend, maar als je eenmaal hier bent gebeurt je niets meer,’ verzekert Ahmedi.

De krijgsgeschiedenis van Tibesti verklaart Ahmedi’s trotse overtuiging. Elk leger dat Tibesti heeft proberen te onderwerpen werd in de pan gehakt, of het nu Turken, Italianen, Libiërs, Fransen of zelfs Tsjadiërs waren. Allemaal stuitten ze op een gegeven moment op het verzet van de bergpartizanen. Je zou de geschiedenis van Tibesti bijna kunnen reconstrueren aan de hand van de wrakken waarmee het zand bezaaid ligt, gestripte tanks en antitankmijnen uit de oorlog met Libië in de jaren tachtig, resten van de Leclerc-kolonne uit de jaren veertig en verkoolde voertuigen van tijdens de opstand in de jaren tweeduizend.

Klein metaal, grote gevolgen

Antimoon is een relatief onbekend metaal, maar speelt een steeds grotere rol in de wereldeconomie. Het wordt gebruikt in onder meer batterijen, zonnepanelen, vlamvertragers en militaire toepassingen. Daarmee is het een zogeheten kritieke grondstof: schaars, moeilijk te vervangen en essentieel voor de energietransitie en defensie-industrie.
Volgens analyses van Financial Times en The Economist wordt de wereldwijde productie van antimoon sterk gedomineerd door China, dat goed is voor een groot deel van het aanbod. Die concentratie maakt andere landen kwetsbaar voor verstoringen in de aanvoer, zeker nu de geopolitieke spanningen toenemen. Daarom groeit de belangstelling voor nieuwe vindplaatsen, ook in afgelegen regio’s zoals het Tibesti-massief in Tsjaad. Overheden en bedrijven zoeken naar manieren om hun afhankelijkheid van Chinese grondstoffen te verkleinen. Tegelijk gaat de winning van antimoon in zulke gebieden vaak gepaard met informele mijnbouw, milieuschade en lokale conflicten.
De vraag naar antimoon zal naar verwachting verder stijgen door de wereldwijde energietransitie en de groei van de defensiesector. Dat maakt het metaal tot een strategische factor in internationale verhoudingen, in de toekomst mogelijk zelfs vergelijkbaar met olie of zeldzame aardmetalen.

Afgelegen ligging

Gewapend met een wandelstok en gehuld in een elegante witte boubou begeeft een oude man zich in langzame pas tussen de rotsen door. Kenia Adoum is al veertien jaar het traditionele hoofd van het kanton Modra, een dorpje verscholen in het Miskigebergte. Die ochtend zal Kenia Adoum ons, de verslaggevers van Libération, samen met de onderprefect van Modra ontvangen. Westerse bezoekers zijn in dit gebied al decennialang op de vingers van één hand te tellen.

Als we de oude man mogen geloven is de afgelegen ligging van Tibesti – halverwege de hoofdsteden van Tsjaad, Niger en Libië, elk meer dan duizend kilometer verderop en slechts via onverharde wegen te bereiken – de voornaamste reden dat hier nooit sprake is geweest van echte ontwikkeling. En evenmin van een echt gevoel van nationale verbondenheid of volledige stabiliteit. Hier gaat niemand ongewapend de deur uit. Als hij achter het stuur van zijn pick-up kruipt, zet de onderprefect van Modra zijn popperige zoontje op de passagiersstoel met een aanvalswapen ernaast.

Hier gaat niemand ongewapend de deur uit

Tibesti beschikt over 48 scholen, dertien gezondheidscentra en een ziekenhuis. In de meeste gezondheidscentra is er echter maar één verpleegkundige werkzaam en de meeste scholen hebben geen leraren. Degenen die zijn aangenomen verlaten hun post al snel gezien de onaantrekkelijke verhouding tussen salaris en reistijd. Er is nergens elektriciteit, dus heeft iedereen in zonnepanelen geïnvesteerd. Asfalt ziet Kenia Adoum alleen als hij naar de hoofdstad N’Djamena gaat. ‘Het pad naar het dorp hebben we in 1979 zelf uitgehakt, met houwelen. Hier [in Tibesti] heb je alleen de palmentuin die ons te eten geeft en het goud dat ons in de problemen brengt,’ moppert het kantonhoofd.

Zoals alle mannen hier stortte ook Ahmedi zich op het gouddelven. In 2015 kocht hij van de opbrengst een auto. ‘Je moet het goud gebruiken om een toekomst op te bouwen.’ Vervolgens ging hij migranten vervoeren van Agadez in Niger naar Sebha in Libië. Elke reis wordt een dertigtal van deze Europadromers in de laadbak van zijn pick-up gepropt. 75.000 franc (ongeveer 110 euro) per passagier. Maar let op. Ahmedi is geen mensensmokkelaar, alleen maar iemand die passagiers vervoert, probeert hij zo goed mogelijk te verduidelijken, alsof hij wil zeggen: wat ze daarna doen, moeten ze zelf weten.

Hij kent de grensovergangen, die vaak alleen op papier bestaan, en bezit drie verschillende nummerborden: van Niger, Tsjaad en Libië. ‘Deze grenzen zijn getrokken door de kolonisatoren, maar ze hebben weinig impact op ons komen en gaan,’ bevestigt de vierennegentigjarige Anour Oueddeï, een voormalige cavalerist onder het Franse koloniale bewind die daar zoals alle mannelijke Teda van zijn leeftijd diverse malen tegen in opstand is gekomen, maar die ook de broer van de president en de zoon van de sultan is. Je moet de geschiedenis op de lange termijn bekijken, zegt hij. ‘Vroeger hadden we dromedarissen om handel te drijven, nu gebruiken we auto’s.’

Deze grenzen zijn getrokken door de kolonisatoren

Behalve de grenzen trekken de mannen zich ook weinig aan van belastingen en in- en uitvoerrechten. De meeste goederen uit Libië, waar de autochtone Tsjadiërs hun inkopen doen, worden clandestien het land binnengebracht. ‘Dit is de woestijn,’ zegt Allifa Oueddeï, de hoogste Tsjadische overheidsfunctionaris. Smokkel? Nee! Smokkel, zo vergoelijkt vrijwel iedereen, geldt voor dingen die illegaal zijn, zoals wapens. Volgens hen is het gewoon een goede deal om sloffen Libische sigaretten buiten de douane om in te voeren. Over de rest zwijgt iedereen. Ze praten niet over de benzine die via het Tibestigebergte naar het door oorlog verscheurde Soedan wordt gesmokkeld, zoals een recent rapport van de denktank Global Initiative against Transnational Organized Crime bevestigt. Niemand praat ook over wapens, zoals een klein kaliber dat door een verkoper voor vijfhonderd euro wordt aangeboden.

Levensader

Handel is de levensader van de regio Tibesti. Er is handel op menselijke schaal, die geruststellend is, en handel op industriële schaal, die zorgwekkend is. ‘Ongebreidelde globalisering heeft de overhand genomen, kijk maar naar Venezuela en Oekraïne. Als de grote mogendheden besluiten dat ze zich ook onze mineralen willen toe-eigenen, wat kunnen we daar dan tegen beginnen?’ vraagt Galmaye Wardougou, de onderprefect van Bardaï.

Ahmedi Chaha tankt bij een gloednieuw pompstation met een digitaal betaalsysteem dat de lokale bevolking tegen de borst stuit – alles gaat hier contant, wie heeft dat verrekte station hier neergezet? Hij is tevreden met zijn leven, maar hij denkt vooruit: ‘De handel is best goed, maar handel drijven met kamelen zou nog beter zijn. Met een glimlach voegt hij eraan toe: ‘Maar wel met internet, natuurlijk.’


Deel dit artikel


Recent verschenen