Shuffler.fm laat luisteraars muziek ontdekken. De redactie van de muzieksite kiest de beste recensies, interviews, beschouwingen en opinies uit en koppelt deze aan muziekvideo’s. Voor de 360 reader maakte Shuffler.fm de volgende selectie.
Annie Clark brandt de jongensclub af op het moeiteloze album St. Vincent
In de betrekkelijk korte tijdsspanne waarin inmiddels vier albums van St. Vincent zijn verschenen, is Annie Clark een soort icoon geworden. Dat is geen verrassing – ze is slim, geestig en mooi, en haar muziek levert snelle bevrediging op, intellectueel maar hoekig als zij is. Wat de singer/songwriter/gitarist echter pas echt aan de top heeft gebracht, is de manier waarop zij zich verzet tegen de classificatie van haar werk als ‘vrouwelijk’. Er gaat iets heel geslepens schuil in haar kunst en haar persoonlijkheid, en of dat nu het gevolg is van een soort zendingsdrang of van het simpele verlangen om de gebaande paden van de rock uit de weg te gaan, er iets iets vreemds en prachtigs uit voortgekomen: ze heeft ons een klein beetje broodnodige vaart gegeven bij onze pogingen het tijdperk van de Vrouwen in de Rockmuziek achter ons te laten. Haar imponerende nieuwe album levert ons af op de drempel van een nieuw tijdperk en daagt ons uit ons een wereld voor te stellen waarin vrouwelijke artiesten niet worden neergezet als feitelijke buitenstaanders.
Recensie: St. Vincent
Geschreven door Jessica Hopper op 24 februari 2014
Gepubliceerd op Spin
Pharrell Williams: Happy
“Het is moeilijk voorstelbaar dat Pharrell “Happy” eigenlijk voor een animatiefilmpje heeft geschreven.
Het energieke neo-soulnummer is op geen enkele manier controversieel. Toch begon er een tijdje geleden iets vreemds mee te gebeuren. Het werd een megapopsensatie en een onverwacht lijflied voor wereldburgers in landen met een naar regime.
De beweging is traag op gang gekomen – aanvankelijk was het liedje slechts de soundtrack van een video van mensen die vrolijk in Parijs aan het dansen waren. Maar toen begon de song op te duiken in video’s uit landen met politieke onrust. Er kwam er een uit de Filippijnen, een land dat nog steeds aan het herstellen is van de tyfoon Haiyan. En snel daarna kwam er een uit Tunesië, dat nog natrilt van de gebeurtenissen van de Arabische Lente. En nu is er een uit Moskou. Hoewel het geen ‘protestsong’ is in de traditionele zin van het woord, heeft Pharrells “Happy” een politiek geladen betekenis gekregen als het lied dat de internationale veerkracht weerspiegelt.”
Featured: How “Happy” Became the Protest Song of Our Generation
Geschreven door Shan Wang op 18 maart 2014
Gepubliceerd op PolicyMic
Lorde, het verlegen meisje achterin de klas
Hoewel er vorig jaar om deze tijd nog helemaal niets van haar was verschenen, behoeft Lorde inmiddels geen introductie meer. Ze is zeventien jaar, komt uit Nieuw-Zeeland en heeft een rijke, zachte stem die door minimale beats wordt ondersteund. Dat weet u allemaal al. U weet waarschijnlijk ook dat ze wordt afgeschilderd als een soort alfaversie van Daria. Volgens een scribent op YouTube (IK ZWEER DAT IK GEEN YOUTUBE–COMMENTAREN HEB GELEZEN, DEZE STOND TOEVALLIG BOVENAAN DE PAGINA), “is ze net het verlegen meisje achterin de klas lol.” Volgens veel van de schrijvers die haar hebben geportretteerd, is ze de patroonheilige van Weird Girls Everywhere.
Interview: Lorde
geschreven door Tavi op 2 januari 2014
Gepubliceerd op Rookie
De puristische sound van Moodymann
Na de opkomst van de “The Belleville Three” – de bedenkers van de Detroit technosound, Derrick May, Kevin Saunderson en Juan Atkins (al snel vergezeld door Carl Craig) – en na het wortel schieten van die uitgesproken eurocentrische Afrikaans-Amerikaanse muzieksoort in Londen en Berlijn, vertegenwoordigde Kenny Dixon Jr. de tweede golf elektronische musicmasters uit Detroit. Hij bracht in 1994 zijn eerste single uit en was de gangmaker van een renaissance van deze scene, naast collega’s als Rick Wilhite, Marcellus Pittman en Theo Parrish (deze vier werken zo nu en dan samen als de 3 Chairs). Sinds de jaren negentig hebben geen twee producers de Detroitsound beter weten te exporteren dan Theo Parrish en Moodymann. Met deze verwijzing naar die failliete Amerikaanse stad doelen we echter op een heel specifieke sound, die door schrijver Michaelangelo Matos onlangs in een verhaal op de radio werd omschreven als “een synoniem voor hoogstaand purisme, een bolwerk tegen ‘commerciële’ dansmuziek.” De muziek kenmerkt zich door “jazz-akkoorden, R&B melancholie, stukjes oude soul en heel veel kosmisch bewustzijn.”
Recensie: Moodymann
Geschreven door Andy Beta op 27 februari 2014
Gepubliceerd op Pitchfork
De quasi-intellectuele beerput van YouTube-commentaren
De ruimte bij YouTube waar je je mening kunt geven over de afgespeelde filmpjes werd lang voor de ergste plek op internet gehouden. Je zult online niet veel consensus aantreffen over wat dan ook, maar over één ding is vrijwel iedereen het eens – waaronder naar het schijnt de mensen van YouTube zelf: dat de door gebruikers geplaatste commentaren onder vrijwel iedere video een quasi-intellectuele beerput vormen. Maar het afgelopen jaar ben ik er – dankzij een langer dan gebruikelijke periode van werkloosheid – achter gekomen dat iedereen dit verkeerd heeft gezien.
Terwijl ik mijn tijd verdeed met het opzoeken van oude nummers keek ik soms met een schuine blik naar de commentaren onder de video’s om me te verwonderen over hun onnozelheid. Maar zo nu en dan zag ik iets anders – iets dat veel echter en eerlijker leek dan de gebruikelijke ruis.
Featured: Sad YouTube: The Lost Treasures of the Internet
Geschreven door Mark Slutsky op 20 januari 2014
Gepubliceerd op Buzzfeed
De ijzeren toortsen van Drake
Drake maakt zich zorgen dat zijn waterval te veel lawaai maakt. Hij staat op uit zijn rieten leunstoel en loopt naar een controlepaneel in de hoek van zijn betegelde patio. “Ik wil zeker weten dat je bandrecorder alles opneemt,” zegt hij, terwijl hij aan wat knoppen draait. Het is een zonnige januarimiddag in Hidden Hills, Californië, een ‘gated community’ waar Drake de trotse eigenaar is van een 1,2 hectare metend terrein, 50 kilometer van Highway 101 naar Los Angeles. Dertig meter van de patio, aan de andere kant van zijn enorme zwembad – waarin zich twee heel grote beelden bevinden van voluptueuze vrouwen, op hun knieën, in bikini’s – verandert de klaterende waterval in een fluisterend stroompje. Achter de waterval kun je nu een door mensenhanden gemaakte grot ontwaren, met een bar, verlichte poelen, flatscreen tv’s en nog een stuk of tien andere details die je niet meteen kunt thuisbrengen. Zijn dat ijzeren toortsen, daar aan de muren van die grot, waar vlammen uit komen? Inderdaad.
Interview: Drake: High Times at the YOLO Estate
Geschreven door Jonah Weiner op 13 februari 2014
Gepubliceerd in Rolling Stone
Scabreuze visuals in Berlijn
Het Berlijnse Berghain is beroemd om zijn baanbrekende geluid en scabreuze visuals, maar de club is ook een testcase voor de manier waarop het toerisme en de gentrification de Europese party-hoofdstad bedreigen.
Om half twaalf ‘s ochtends, op een zondag in januari, is de enorme dansvloer van het Berlijnse Berghain nog helemaal gevuld. Dino Sabatini, een Italiaanse dj met kort donker haar, speelt harde, hypnotische techno voor een publiek van homoseksuele mannen met ontbloot bovenlijf, slonzige jongens in sneakers en kleine vrouwen met kleine rugzakjes. Veel van deze feestvierders zijn al meer dan 24 uur in de club, een prestatie die waarschijnlijk kan worden toegeschreven aan een of andere combinatie van MDMA, speed en ketamine.
De club is sinds vrijdagavond open en zal open blijven tot ergens op de maandagochtend. Op de duistere, grotachtige dansvloer – die zich bevindt in het imposante turbinegebouw van een oude Oost-Duitse energiecentrale – tekent de uitputting van eindeloos feesten zich steeds duidelijker af. In de buurt van de grootste trap van de club staat een veel te energieke jongeman in kniekousen en korte broek op het punt van een platform te vallen, bovenop een drietal broodmagere brunettes daar beneden. De lucht ruikt naar wiet, zweet en urine, en naast de bar leunen twee glazig uit hun ogen kijkende mannen in leren harnassen tegen elkaar aan, terwijl ze verstrooid hun handen op elkaars broeken leggen bij het licht van de stroboscooplampen.
Interview: Berghain: The Secretive, Sex-Fueled World of Techno’s Coolest Club
Geschreven door Thomas Rogers op 6 februari 2014
Gepubliceerd in Rolling Stone
In de dagen nadat Ted Gioia zijn essay in de Daily Beast had gepubliceerd, waarin werd beweerd dat de muziekkritiek was afgegleden naar lifestyle-berichtgeving, met weinig tot geen aandacht voor de muziek zelf, werd ik door mijn vrienden op Facebook uitgedaagd een “niet saai” stuk te schrijven waarin een succesvolle popsong wordt uitgelegd aan de hand van de muziektheorie. Ik gok erop dat het saai zal zijn, maar ik ga mijn best doen u niet te vervelen!
Ik heb gekozen voor Katy Perry’s “Teenage Dream,” omdat het succes van dit nummer alle Katy Perry-haters in de hele wereld lijkt te verbijsteren. Waarom is dit nummer op de eerste plaats van de hitparade terechtgekomen? Laten we eens beginnen te praten over de vindingrijkheid van de harmonische inhoud. Dit liedje gaat over ‘suspensie’ (uitstel van de oplossing naar een bepaald akkoord), niet in traditioneel-muzikale maar in emotionele zin, wat luisteraars vaak associëren met het op tournee zijn, het in een soort achtbaan zitten. Dat type suspensie wordt eenvoudigweg gecreëerd door de luisteraar zogenoemde ‘I-akkoorden’ te onthouden. Er zit gewoon helemaal geen ‘I-akkoord’ in het liedje. (Voor leken: het ‘I-akkoord’ is het akkoord waarin de toonaard is gezet.) Een liedje kan bijvoorbeeld in G zijn geschreven, zonder dat er een G-akkoord in voorkomt. Andere voorbeelden hiervan (in hitsingles) zijn “Dreams” van Fleetwood Mac en “Music Sounds Beter With You” van Stardust; tot de bijna-voorbeelden behoren “September” van Earth, Wind and Fire, waarin een ‘I chord’ voorkomt, maar dan slechts terloops en in omgekeerde volgorde; dat is ook het geval met Coldplays “Viva La Vida.”
Featured: Explaining the Genius of “Teenage Dream” – Using Music Theory
Geschreven door Owen Pallett op 25 maart 2014
Gepubliceerd op Slate
Vertaler: Menno Grootveld

