ANP 486059314


Volgens politiek commentator Kenan Malik heeft Groot-Brittannië het deportatieverdrag met Rwanda niet afgesloten ondanks dat het zoveel armer is, maar omdat het armer is. ‘Daardoor kan Groot-Brittannië zijn economische macht aanwenden om er de migranten te dumpen die het VK als ongewenst beschouwt.’

Stel je voor dat Groot-Brittannië een verdrag tekent met Frankrijk om van dat land ongewenste migranten op te nemen tegen contante betaling. Dat Frankrijk voorstelt om advocaten naar Groot-Brittannië te sturen om ervoor te zorgen dat de Britse rechtbanken gedeporteerden correct behandelen, en dat het Franse parlement een wet aanneemt die verklaart dat Groot-Brittannië een veilig land is voor zijn afgedankte migranten.

Wat zou dan de reactie zijn van de Rishi Sunaks en James Cleverly’s van deze wereld (om nog maar te zwijgen van de Suella Bravermans, Robert Jenricks en Matthew Goodwins)? Die zou – terecht – woedend zijn. Er zou verontwaardigd worden gesproken over verlies van de Britse soevereiniteit en er zouden volop vragen worden gesteld over waarom Frankrijk zijn eigen problemen niet kan oplossen in plaats van ze op Groot-Brittannië af te schuiven.

Je hoeft je zo’n scenario niet voor te stellen. Het gebeurt al, behalve dat in de echte verhaallijn Groot-Brittannië de rol van Frankrijk speelt en Rwanda die van het Verenigd Koninkrijk. En daarin schuilt de ironie: net als andere rijke landen beweert Groot-Brittannië dat een te grote instroom van migranten en asielzoekers een bedreiging vormt voor zijn soevereiniteit en de controle van zijn grenzen. Een oplossing is vervolgens gevonden in de devaluatie van de soevereiniteit en integriteit van een ‘zwakkere’ natie.

Rwanda is een van de minst ontwikkelde landen ter wereld. Het bbp per hoofd van de bevolking in Groot-Brittannië is bijna vijftig keer zo hoog. Verhoudingsgewijs herbergt Rwanda nu al drie keer zoveel vluchtelingen als Groot-Brittannië. Groot-Brittannië heeft het deportatieverdrag niet afgesloten ondanks dat Rwanda zoveel armer is, maar omdat het armer is. Omdat Rwanda zo arm is, kan Groot-Brittannië zijn economische macht aanwenden om er die migranten te dumpen die het VK als ongewenst beschouwt.

Dumpplaatsen

Groot-Brittannië staat daarin niet alleen. De EU betaalt miljoenen euro’s aan dictators en krijgsheren in Noord-Afrika, de Sahel en de Hoorn van Afrika om op te treden als immigratiepolitie om op migranten naar Europa te jagen en hen op te sluiten. Daarmee schaadt de EU de soevereiniteit van Afrikaanse naties, verstoort het lokale economieën en ondermijnt het de democratie. Amerika heeft in een poging potentiële migratie naar de VS tegen te houden troepen en grenspolitie gestationeerd in Kenia, Kazachstan en de Filippijnen. Australië gebruikt de eilanden Manus en Nauru als dumpplaatsen voor asielzoekers.

Zoals rijke landen arme landen gebruiken als dumpplaats voor giftig afval, zo gebruiken ze deze landen als plek om zich te ontdoen van ongewenste bezoekers. Het is de hedendaagse versie van strafrechtelijk transport [het verplaatsen van veroordeelde criminelen naar verre oorden].

En toch, ondanks alle hysterie, was het aantal mensen dat asiel aanvroeg in Groot-Brittannië vorig jaar lager dan twintig jaar geleden. Wat veranderd is, is de zichtbaarheid van migranten zonder papieren, waarvan de meeste nu in kleine bootjes arriveren. Waarom? Omdat andere routes zijn afgesloten. De grootste groep die het Kanaal oversteekt zijn Afghanen, op de vlucht voor de taliban maar in de steek gelaten door het Verenigd Koninkrijk.

Het echte probleem is niet het grote aantal, maar het gebrek aan legale routes om asiel aan te vragen, evenals aan een adequate verwerking van de aanvragen. In de afgelopen tien jaar is de achterstand bij de behandeling van asielaanvragen ongeveer vier keer zo snel gestegen als het aantal asielaanvragen. Dat is een crisis die de regering zelf heeft veroorzaakt.

Ministers houden vol dat we deze bekrompen, irrationele, immorele wet nodig hebben om toekomstige asielzoekers ‘af te schrikken’

Tegen deze achtergrond zijn de plannen voor deportatie naar Rwanda batshit [hartstikke gestoord], om maar eens de omschrijving te gebruiken die de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, James Cleverly, privé zou hebben gebruikt. Een treffende omschrijving voor de nieuwste versie van het plan, het wetsvoorstel Veiligheid van Rwanda.

Dit nieuwe voorstel verklaart Rwanda tot een veilig land omdat… nou ja, omdat Rwanda dat zelf beweert. Op 6 december vertelde minister van Vrouwen en Gelijkheid Kemi Badenoch het parlement dat ‘acceptatie van zelfidentificatie (…) geen regeringsbeleid is’. Behalve, zo lijkt het, als het erom gaat dat Rwanda een goed land is om asielzoekers naar uit te wijzen. Dan staat de regering niet alleen zelfidentificatie toe, maar verbiedt ze ook dat rechtbanken en overheidsfunctionarissen die certificering in twijfel trekken, ondanks overvloedig bewijs van het tegendeel. 

Ministers houden vol dat we deze bekrompen, irrationele, immorele wet nodig hebben om toekomstige asielzoekers ‘af te schrikken’, ook al is er overvloedig bewijs dat afschrikbeleid zelden werkt. Denken we nou echt dat degenen die de dood en gevangenschap hebben getrotseerd, bergen en woestijnen hebben doorstaan, de confrontatie zijn aangegaan met krijgsheren en milities en het Kanaal zijn overgestoken in een piepklein bootje, tegen zichzelf zouden zeggen: ‘Laten we maar niet aan deze reis beginnen want James Cleverly zou ons misschien wel eens naar Rwanda kunnen sturen?’

Show

De Rwanda-wet is niet effectief bedoeld, maar puur voor de show. Dankzij de wet kunnen politici laten zien hoe hard ze bereid zijn zich op te stellen. Ook is het een propaganda-oefening, een manier om de schuld voor het falen van sociaal beleid weg te leiden van dat beleid zelf.

Dat laatste werd vooral zichtbaar in het recente debat over legale migratie. Als reactie op de controverse over een enorme stijging van de netto legale migratie, introduceerde Cleverly een pakket maatregelen. Een daarvan was het verhogen van de inkomensgrens voor een geschoolde arbeider tot 38.700 pond, om zo ‘te voorkomen dat immigratie de lonen van Britse arbeiders ondermijnt’. Maar hij maakte een uitzondering op deze regel voor iedereen die op een visum voor gezondheidszorg en sociale zorg inreist, zodat Groot-Brittannië ‘door kan gaan met het binnenhalen van gezondheidswerkers waarvan de zorgsector en de NHS [National Health Service, het publieke gezondheidsstelsel van het VK] afhankelijk zijn’.

En daarmee laat de regering zich in de kaarten kijken. Als ze het aantal buitenlandse werknemers echt zou willen verminderen, zou dat gemakkelijk kunnen door het budget voor sociale zorg te vergroten en de schandalig lage lonen te verhogen. Maar dat gebeurt niet. Het is de regering die de levensstandaard van Britse arbeiders ondermijnt, en die bovendien het lef heeft om immigranten daarvan de schuld te geven. Het is absoluut belangrijk om een debat te voeren over de omvang van de nettomigratie, maar dat debat heeft niet tot doel de schuld van het falend beleid af te schuiven op immigranten.

Het meest deprimerende aspect van het Rwanda-debat is de mate waarin het idee van massale deportatie van asielzoekers is genormaliseerd. De controverse van vorige week ging minder over de morele schande van het Rwanda-plan dan over de vraag of het beleid nog harder zou moeten zijn. Volgens de logica van beleidsvorming voor de bühne is het noodzaak om de retoriek voortdurend op te voeren. Maar als we soevereiniteitskwesties of de levensstandaard van Britse arbeiders serieus nemen, dan moeten we het verhaal van de regering over immigratie in twijfel trekken en de immoraliteit ervan aan de kaak stellen.


Deel dit artikel


Recent verschenen