ANP 345215938 4


De vroegste beelden in het Griekenland van de klassieke oudheid werden gemaakt door mannen die slechts de schoonheid van andere mannen weergaven. Totdat in de vierde eeuw voor Christus een standbeeld van de naakte godin Aphrodite verscheen. Het veroorzaakte niets minder dan een artistieke revolutie.

De Spaanse krant La Vanguardia heeft sinds jaar en dag een boeiend geschiedeniskatern met verrassende verhalen, Historia y Vida genaamd. Voor het onderdeel Historia Antigua, oftewewel Antieke Geschiedenis, schreef Ana Echeverría Arístegui onlangs een artikel over de artistieke revolutie die beeldhouwer Praxiteles veroorzaakte in het klassieke Griekenland.

‘Haar naam was Mnesareté, “Zij die herinnert aan de deugd”. Maar alleen haar artiestennaam Phryne was in heel Griekenland bekend’, schrijft Arístegui. Phryne was een hetaere, wat we tegenwoordig een courtisane of escort zouden noemen, en ze was de meest fameuze van haar tijd.

Rond 350 v.Chr. raakte ze in de problemen toen een minnaar haar beschuldigde van goddeloosheid. Waar het om ging is onduidelijk. Had ze misschien details van de Eleusinische mysteriën onthuld, of had ze deze rites respectloos geparodieerd? Of was het simpeler en had ze getolereerd dat ze werd vergeleken met de godin Aphrodite? Het ging in ieder geval om een zeer ernstige misdaad, waarop de doodstraf stond, zoals Socrates vijftig jaar eerder was overkomen.

Wat er precies gebeurde tijdens het proces dat tegen haar werd aangespannen, verschilt per verteller. In de meest pikante versie wordt Phryne verdedigd door Hyperides, een van de tien beste Attische redenaars uit de oudheid, wiens legendarische welsprekendheid aanvankelijk aan dovemansoren is gericht. In een ultieme poging om zijn cliënt vrij te pleiten, neemt Hyperides zijn toevlucht tot een laatste redmiddel: hij ontdoet Phryne in de rechtbank van haar tuniek en toont haar in al haar naakte glorie aan de aanwezigen. De wijze heren van Athene verklaren haar daarop onmiddellijk onschuldig.

Naakte mannen

Deze anekdote, waar of niet, duidt op meer dan een door geilheid vertroebelde geest bij de rechterlijke macht: in het klassieke Griekenland was schoonheid synoniem met deugd. Dat was in ieder geval al vier eeuwen zo, zolang het ging om mannen die zich uitkleedden in stadions om zich over te geven aan sportieve activiteiten. Net zoals tegenwoordig vaak het geval is in films of in series, werden Helleense helden in de kunst gespierd weergegeven, goed geproportioneerd en eeuwig jong. Daar tegenover verwezen de lelijke trekken van buitenlanders of saters naar moreel verval.

Wat vrouwen betrof lag het al die tijd een stuk ingewikkelder. Respectabele Atheense vrouwen bedekten zichzelf met een sluier en verlieten zelden hun vrouwenverblijven. Hun stenen tegenhangers waren aanvankelijk niet minder discreet.

Tijdens de archaïsche periode, de periode van circa 800 tot 480 v.Chr. die aan de klassieke periode voorafging, stonden begraafplaatsen vol met kouroi, plechtige, statige beelden van naakte jongens. Aan de vrouwelijke variant, de korai, was nauwelijks te zien dat het om vrouwen ging, want onder hun traditionele gewaden, zoals de peplum en de chiton, waren amper vrouwelijke rondingen waarneembaar.

Lees ook:

De beelden uit de archaïsche periode lijken op gedrapeerde cilinders zonder vrouwelijke kenmerken. De zeldzame keren dat een keramist om verhalende redenen besluit een naakte vrouw op bijvoorbeeld een vaas af te beelden, lijkt hij doorgaans een man met borsten te tekenen, te oordelen naar details zoals buikspieren of de breedte van de schouders.

In de klassieke periode – van de vijfde tot de vierde eeuw v.Chr. – wint het mannelijke ideaal aan natuurgetrouwheid en de beelden worden steeds schitterender in al hun naakte glorie en trots. De vrouwelijke versies, dan nog voorbehouden aan de weergave van godinnen of als kariatiden (verwerkt in pilaren), evolueren langzaam en schuchter. Geleidelijk aan verschijnen de vormen van heupen en dijen onder de plooien van hun tunieken, vooral in de uitbeeldingen Aphrodite.

Haar vrouwelijkheid is echt en authentiek: smalle schouders, soepele nek, ronde buik, een lome, gebogen heup

En dan plotseling: revolutie! Een beeldhouwer met de naam Praxiteles heeft toegegeven aan het opzienbarende idee om een geheel naakte Aphrodite te maken met ondubbelzinnige sensualiteit. Haar vrouwelijkheid is echt en authentiek: smalle schouders, soepele nek, ronde buik, een lome, gebogen heup waardoor het gewicht van het lichaam zachtjes op één been steunt. Dit is de beroemde ‘Praxitelische curve’, een compositorische truc die de kunstenaar al eerder met succes op beelden van mannelijke atleten toepaste, maar nu ook voor vrouwelijke vormen gebruikt.

Praxiteles werkte waarschijnlijk naar een levend model en het is zeer aannemelijk dat het ging om Phryne, de hetaere die aan veroordeling ontsnapte dankzij de perfectie van haar lichaam.

Cnidus Aphrodite Altemps Inv8619 1
Een Romeinse kopie van Praxiteles’ Aphrodite. – © Wikimedia Commons

Praxiteles bood het beeld aan aan de stad Kos, die het weigerde en in plaats van het naakte beeld een geklede versie aanschafte. In de Griekse mythologie leggen godinnen wrede straffen op aan stervelingen die hen naakt betrapten en mogelijk wilde Kos dat risico niet nemen. Uiteindelijk zijn het de burgers van de stad Knidos, gelegen tegenover het eiland Kos, die blijkbaar minder bang zijn en het beeld kopen.

Het nieuws verspreidt zich als een lopend vuurtje, en in plaats van dat de naakte Aphrodite goddelijke toorn over de stad afroept, trekt zij een stroom van reizigers aan die graag de godin vanuit alle hoeken willen aanschouwen. Dat is niet al te moeilijk want ze is geplaatst in een tholos, een cirkelvormige tempel. Maar al snel doen ook oneerbiedige grappen de ronde.

Een jonge man zou zichzelf van een klif hebben geworpen nadat hij een wilde nacht met het standbeeld had doorgebracht

’Paris, Adonis en Anchises hebben me naakt gezien, dat is alles wat ik weet. Maar hoe heeft Praxiteles dat klaargespeeld?’ vraagt Aphrodite zich af in een epigram van Antipater. Het gerucht gaat zelfs dat een jonge man zichzelf van een klif heeft geworpen nadat hij een wilde nacht met het standbeeld had doorgebracht.

Het originele beeld werd door keizer Theodosius naar Constantinopel vervoerd en verbrandde daar tijdens een opstand in 532. Maar gelukkig bestonden er zeker nog tien exemplaren van, voornamelijk Romeinse kopieën, en daarnaast waren er ook nog eens talloze variaties op het origineel.

Wat maakt het beeld zo onweerstaanbaar, vraagt Arístegui zich af in haar artikel voor La Vanguardia. Volgens haar is het de mannelijke blik, de male gaze. ‘De godin weet dat ze verrast wordt door een toeschouwer. Het gebaar dat ze maakt om haar schaamstreek te verbergen lijkt kuis, maar het onthult meer dan het verbergt. Een van de variaties, de Aphrodite van beeldhouwer Menophant, is nog dubbelzinniger: bedekt ze een borst of toont ze een tepel?’

‘Het is geen toeval dat dergelijke visuele spelletjes populair werden in de vierde eeuw v.Chr.’, schrijft Arístegui. ‘Ze ontstonden op hetzelfde moment dat de hetaeren, internationale sekssymbolen werden. Hun beroemdheid verkregen ze met veel sexappeal en vanuit de kwetsbare van degene die geen andere manier hebben om naam te maken. “Nee is nee”, het motto van vrouwen van de eenentwintigste eeuw, is nooit het motto van de klassieke Venus geweest’, aldus Arístegui.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen