De Duitse kunstenaar Sigmar Polke experimenteerde voortdurend met pigmenten, chemicaliën en materialen. Het maakproces was voor hem dan ook minstens zo belangrijk als het eindresultaat.
Sigmar Polke (Oleśnica 1941–Keulen 2010) werd beroemd vanwege zijn hallucinerende kleuren en zijn fascinatie met wat er gebeurt als verf een eigen leven gaat leiden. De Duitse kunstenaar – excentriek, experimenteel en ontembaar – behandelde zijn doeken niet als oppervlakken om te beschilderen, maar als laboratoria.
Hij mengde onorthodoxe pigmenten, giftige stoffen, mineralen en materialen die hij liet vervuilen, vervagen en van vorm veranderen. Niet per ongeluk, maar met een soort alchemistische nieuwsgierigheid. Hij wilde weten wat de tijd doet met een kleur. Wat gebeurt er als dit pigment reageert op licht?
In bijna alles wat hij maakte zat een ironisch commentaar op kunst en maatschappij
Het De Pont Museum vertrekt vanuit zijn radicale kleurproeven uit de jaren tachtig en toont de drie decennia schilderkunst die daarop volgden. In bijna alles wat hij maakte zat een ironisch commentaar op kunst en maatschappij.
Zijn werk moest verder strekken dan het louter visuele. De tentoonstelling is onderdeel van een groter internationaal project, georganiseerd door de Anna Polke Foundation ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van Polkes installatie Athanon op de Biënnale van Venetië in 1986.
Filmsoundtracks, zandkunst, experimentele muziek & meer
Alchemist Sigmar Polke jubileert
BEELDENDE KUNST – Sigmar Polke (Oleśnica 1941–Keulen 2010) werd beroemd vanwege zijn hallucinerende kleuren en zijn fascinatie met wat er gebeurt als verf een eigen leven gaat leiden. De Duitse kunstenaar – excentriek, experimenteel en ontembaar – behandelde zijn doeken niet als oppervlakken om te beschilderen, maar als laboratoria.
Hij mengde onorthodoxe pigmenten, giftige stoffen, mineralen en materialen die hij liet vervuilen, vervagen en van vorm veranderen. Niet per ongeluk, maar met een soort alchemistische nieuwsgierigheid. Hij wilde weten wat de tijd doet met een kleur. Wat gebeurt er als dit pigment reageert op licht?
Het De Pont Museum vertrekt vanuit zijn radicale kleurproeven uit de jaren tachtig en toont de drie decennia schilderkunst die daarop volgden. In bijna alles wat hij maakte zat een ironisch commentaar op kunst en maatschappij.
Zijn werk moest verder strekken dan het louter visuele. De tentoonstelling is onderdeel van een groter internationaal project, georganiseerd door de Anna Polke Foundation ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van Polkes installatie Athanon op de Biënnale van Venetië in 1986.
FILM – De documentaire Monk in pieces over deze pionier in experimentele muziek en podiumkunst, onderzoekt haar unieke artistieke vocabulaire en haar strijd in een door mannen gedomineerde kunstwereld. De film bevat zeldzaam archiefmateriaal en interviews met Björk en David Byrne.
TEXTIEL – De Atacamawoestijn in Noord-Chili is een enorme, vanuit de ruimte zichtbare stortplaats geworden voor onverkochte en afgedankte kleding uit de westerse wereld.
Het is ook een extreem droog gebied waar bijna nooit regen valt, waardoor het landschap nauwelijks verandert en resten uit het verleden uitzonderlijk goed bewaard blijven.
Hetzelfde afgelegen gebied heeft ook een donkere geschiedenis; tijdens de dictatuur van Pinochet werden er massagraven aangelegd voor vermoorde politiek gevangenen, die nog steeds worden teruggevonden. En dan lijkt het landschap ook nog op Mars.
Voor Francisca García en Mario Navarro voldoende aanleiding om onder andere een 7 meter breed zandgraf te maken, Tumba Arena, van katoendraad en vilt.
Unearthed Conversation – Smak, Gent – tot 13/6
Spem in Alium
DANS – De Japanse choreograaf Saburo Teshigawara vertaalt klassieke muziek naar dans, met elementen uit onder andere butoh en ballet. Samen met dansers van KARAS gaat hij in dialoog met zangers van Vox Luminis XL, die Engelse koorwerken uit de 16e tot 20e eeuw opvoeren.
FOTOGRAFIE – Het H’ART Museum neemt dit jaar de Amerikaanse identiteit onder de loep. Dat gebeurt in twee tentoonstellingen: American Myth & Memory met fotografie van David Levinthal en Radical Histories: Chicano Prints uit de collectie van het Smithsonian American Art Museum.
Levinthal laat zien hoe diepgeworteld de Amerikaanse mythen over het Wilde Westen, honkbal als nationaal ritueel en Barbie als schoonheidsideaal in het collectieve geheugen zitten. Dat doet hij opzettelijk met kleine rekwisieten, om zichtbaar te maken hoe groot Amerika zichzelf heeft neergezet. Wat is weggelaten uit de canon van de Amerikaanse geschiedenis is onder andere Chicano Art.
Chicano is een term voor Amerikanen van Mexicaanse afkomst die hun bestaansrecht hebben moeten bevechten ‘aan de andere kant’. Uit die strijd groeide een eigen stijl en houding, en uiteindelijk een van de meest vitale en politiek relevante kunstbewegingen van Californië, die lange tijd door grote musea werd genegeerd. Dat dit werk bewaard bleef is grotendeels te danken aan de legendarische acteur Cheech Marin, die dertig jaar lang een indrukwekkende collectie opbouwde.
Het zijn krachtige en directe verbeeldingen: protestposters in zwart en rood, grafische noodkreten tegen Amerikaanse militaire interventies wereldwijd en beelden van de humanitaire crisis aan de Mexicaanse grens. Activisten en andere sleutelfiguren die uit de tekstboeken zijn weggelaten maar de Amerikaanse samenleving wél hebben gevormd, krijgen zo terecht een eigen plaats in het collectieve geheugen.
MUZIEK – Filmcomponist Hildur Guðnadóttir (Reykjavik, 1982), associate artist van het Holland Festival 2026, speelt met het Iceland Symphony Orchestra bekroonde filmscores: Joker, TÁR, A Haunting in Venice en werken van Arvo Pärt en Ryuichi Sakamoto.
De Chileense kunstenaars Francisca García en Mario Navarro lieten zich voor hun tentoonstelling Unearthed Conversation inspireren door de Atacamawoestijn en door de relatie tussen landschap, beeld, cultuur en geschiedenis.
De Atacamawoestijn in Noord-Chili is een enorme, vanuit de ruimte zichtbare stortplaats geworden voor onverkochte en afgedankte kleding uit de westerse wereld. Het is ook eenextreem droog gebied waar bijna nooit regen valt, waardoor het landschap nauwelijks verandert en resten uit het verleden uitzonderlijk goed bewaard blijven.
Het afgelegen gebied heeft een donkere geschiedenis
Hetzelfde afgelegen gebied heeft ook een donkere geschiedenis; tijdens de dictatuur van Pinochet werden er massagraven aangelegd voor vermoorde politiek gevangenen, die nog steeds worden teruggevonden. En dan lijkt het landschap ook nog op Mars.
Voor Francisca García en Mario Navarro voldoende aanleiding om onder andere een 7 meter breed zandgraf te maken, Tumba Arena, van katoendraad en vilt.
Juist in de laatste jaren van zijn leven vond de Franse kunstenaar Henri Matisse zichzelf opnieuw uit. Hij ging vrijer, kleurrijker en radicaler te werk dan ooit tevoren.
‘Ik hoop dat we, hoe lang we ook leven, jong zullen sterven’, schreef Henri Matisse in 1950 op tachtigjarige leeftijd. De Fransman stierf vier jaar later. Hij had zich al dertien jaar, ondanks een darmoperatie die hem in 1941 bijna het leven had gekost, bezield gevoeld door een nieuwe creatieve impuls, een soort ‘tweede leven’, zoals hij het zelf verwoordde in een brief aan zijn zoon Pierre. In de laatste jaren van zijn leven vond Matisse namelijk een nieuwe taal uit: die van uitgesneden vormen en felle kleuren. Precies deze periode staat centraal in de flamboyante tentoonstelling Matisse: 1941-1954. Het resultaat van een samenwerking tussen het Centre Pompidou (gesloten voor renovatie tot 2030) en het Grand Palais.
Het geheel is een duizelingwekkend, vrolijk spektakel van kleuren, vormen, lijnen en licht
De twee musea hebben meer dan driehonderd werken van over de hele wereld verzameld. Sommige worden voor het eerst aan het publiek tentoongesteld. De verzameling toont de immense diversiteit van Matisse’s oeuvre, naast zijn beroemdste schilderijen. De tentoonstelling omvat tekeningen, gouache-uitknipsels, geïllustreerde boeken, textiel en glas-in-loodramen. Het geheel is een duizelingwekkend, vrolijk spektakel van kleuren, vormen, lijnen en licht. En dan nog eens een heleboel kleur.
De laatste jaren van een kunstenaarsleven worden nog wel eens gezien als een periode van onvermijdelijke creatieve achteruitgang, maar deze verzameling aan innovatieve technieken en materialen bewijst het tegendeel. De tentoonstelling eert een kunstenaar die met de jaren alleen maar creatiever en gedurfder werd.
Danstheater over Muhammad Ali, heksenvervolgingen, Matisse & meer
Oud, maar ongekend vernieuwend
KUNST – Matisse: 1941 – 1945
‘Ik hoop dat we, hoe lang we ook leven, jong zullen sterven’, schreef Henri Matisse in 1950 op tachtigjarige leeftijd. De Fransman stierf vier jaar later. Hij had zich al dertien jaar, ondanks een darmoperatie die hem in 1941 bijna het leven had gekost, bezield gevoeld door een nieuwe creatieve impuls, een soort ‘tweede leven’, zoals hij het zelf verwoordde in een brief aan zijn zoon Pierre. In de laatste jaren van zijn leven vond Matisse namelijk een nieuwe taal uit: die van uitgesneden vormen en felle kleuren. Precies deze periode staat centraal in de flamboyante tentoonstelling Matisse: 1941-1954. Het resultaat van een samenwerking tussen het Centre Pompidou (gesloten voor renovatie tot 2030) en het Grand Palais.
De twee musea hebben meer dan driehonderd werken van over de hele wereld verzameld. Sommige worden voor het eerst aan het publiek tentoongesteld. De verzameling toont de immense diversiteit van Matisse’s oeuvre, naast zijn beroemdste schilderijen. De tentoonstelling omvat tekeningen, gouache-uitknipsels, geïllustreerde boeken, textiel en glas-in-loodramen. Het geheel is een duizelingwekkend, vrolijk spektakel van kleuren, vormen, lijnen en licht. En dan nog eens een heleboel kleur.
De laatste jaren van een kunstenaarsleven worden nog wel eens gezien als een periode van onvermijdelijke creatieve achteruitgang, maar deze verzameling aan innovatieve technieken en materialen bewijst het tegendeel. De tentoonstelling eert een kunstenaar die met de jaren alleen maar creatiever en gedurfder werd.
À nos combats belooft een sterk staaltje danstheater. Geïnspireerd door het legendarische boksevenement The Rumble in the Jungle tussen Muhammad Ali en George Foreman zullen de performers tegelijkertijd vechten en dansen. Met een choreografie van Salia Sanou.
De World Press Photo Exhibition 2026 omvat de winnaars van de negenenzestigste editie van de prestigieuze World Press Photo Contest. Een internationale wedstrijd voor de beste fotojournalistiek en documentairefotografie. Dit jaar werden er bijna zestigduizend beelden ingezonden door fotografen uit honderdeenenveertig verschillende landen. Slechts tweeënveertig foto’s werden geselecteerd. Zo ook het beeld van Tyrone Siu, die in Hong Kong de nasleep van een verwoestende brand in een wolkenkrabbercomplex vastlegde. In Kyiv fotografeerde Evgeniy Maloletka een gewonde vrouw na een Russische raketaanval. De foto van Saher Alghorra is gemaakt in Gaza en toont de strijd om voedsel te midden van humanitaire nood.
Volgens de organisatie weerspiegelen de beelden vaak wereldwijde uitdagingen, zoals machtsmisbruik, klimaatcrisis en de menselijke tol van conflicten. Maar naast ontwrichting tonen ze ook veerkracht. De reizende tentoonstelling is wereldwijd te zien.
In 2021 schoot de carrière van PinkPantheress de lucht in toen haar zelfgeproduceerde tracks het algoritme van miljoenen luisteraars bereikten. Met een mix van UK garage, drum and bass en pop won ze talloze prijzen en bouwde ze een trouwe fanbase op.
De tentoonstelling Sorcières in het Historisch Museum van Nantes staat in het teken van een van de grootste geweldsgolven uit de Europese geschiedenis: de heksenvervolgingen. Aan de hand van zo’n honderdtachtig objecten en kunstwerken wordt duidelijk hoe een misogyne en vernederende kijk op vrouwen al in de Oudheid ontstond, maar ook hoe het beeld van de ‘heks’ door de eeuwen heen veranderde en hoe zij – mede dankzij denkers als Mona Chollet – een hedendaags symbool van verzet en het feminisme werd.
In de moderne tijd vonden er in Europa bijna honderdtwintigduizend heksenprocessen plaats en zijn er tussen de zestigduizend en negentigduizend mensen geëxecuteerd, meestal op de brandstapel. Hoe konden vrouwen destijds zo veel angst inboezemen bij de autoriteiten? En welke sporen van de heksenvervolgingen zijn er vandaag de dag nog terug te zien in onze maatschappij?
De Indiase komiek Kanan Gill werd wereldwijd bekend door zijn YouTube-serie Pretentious Movie Reviews en groeide uit tot een van India’s grootste stand-upcomedians. Nu treedt hij voor het eerst op in Nederland.
In Parijs wijdt het Centre Pompidou een solotentoonstelling aan het werk van Hilma af Klint. Tegenwoordig wordt ze gezien als een van de belangrijkste pioniers van de abstracte kunst.
Hilma af Klint (1862-1944) was haar tijd ver vooruit. De Zweedse kunstenares maakte gedurfde schilderijen met spiralen, geometrische vormen en spirituele symboliek, nog ver voordat Wassily Kandinsky, Piet Mondriaan en Kazimir Malevich zich aan abstracte kunst waagden.
Ze kreeg lange tijd niet de erkenning die ze verdiende
Af Klint kreeg lange tijd niet de erkenning die ze verdiende. Maar het Centre Pompidou presenteert nu voor het eerst in Frankrijk een grote solotentoonstelling van haar werk. Op de tentoonstelling is onder andere de serie The Ten Largest te zien, een reeks schilderijen, elk met afmetingen van ongeveer 3,3 bij 2,4 meter.
Hilma af Klint, Centre Pompidou, Parijs, 06/05–30/08.
Dit voorjaar onderzoeken drie tentoonstellingen wat we mooi vinden, wie dat bepaalt, en wat er op het spel staat als een lichaam niet aan het ideaal voldoet.
Wat is mooi en wie bepaalt dat? Fysieke schoonheid of juist lelijkheid was in de vijftiende en zestiende eeuw al een vaak beproefd onderwerp. Rond 1500 ontstond bij schilders als Botticelli en Titiaan een schoonheidsideaal dat zich vooral uitdrukte in de verbeelding van het menselijk lichaam. Het diende als allegorie voor vruchtbaarheid, als kritiek op ijdelheid, maar bood tegelijk een legitimatie om de sensuele en aantrekkelijke kanten van schoonheid op te roepen.
Dit voorjaar gaan drie tentoonstellingen over het menselijk lichaam. In Bozar staan schoonheid en lelijkheid – Bellezza e Bruttezza – tegenover elkaar zoals bij renaissancekunstenaars: niet als moreel oordeel, maar meer als verkenning van het menselijk lichaam en het heersende schoonheidsideaal. Gepolijste madonna’s hangen naast bewust groteske figuren, lachende narren en karikaturen. Dat schoonheid ook sociaal kapitaal was, blijkt uit de vele tips die in de 16e eeuw wijdverbreid circuleerden en hier eveneens te bezichtigen zijn. In Bozar onderzoekt Picture Perfect hetzelfde thema vanuit de fotografie en videokunst van de voorbije zestig jaar. Cindy Sherman neemt er poses van vrouwelijke stereotypen aan, Zanele Muholi portretteert de zwarte queer gemeenschap en ORLAN transformeerde haar eigen gezicht via plastische chirurgie tot een levend kunstwerk.
In Museum Arnhem gaat Naakt dat raakt nog een stap verder. Hier zijn geen geïdealiseerde maar menstruerende, oude, dikke en incomplete lichamen te zien.
Voor het eerst zijn de werken van Yves Klein, zijn ouders Frits Klein en Marie Raymond en zijn vrouw Rotraut samen in Nederland tentoongesteld. Ieder met een eigen stijl, maar allemaal geïnspireerd door felle kleuren en de kosmos.
Het intense, oneindige blauw maakte van de Franse kunstenaar Yves Klein, die op 34-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, een spraakmakende figuur. Hij ontdekte een unieke formule toen hij ultramarijnpigmenten combineerde met een nieuw bindmiddel waardoor de intensiteit behouden bleef en patenteerde zijn artistieke signatuur in 1960 als International Klein Blue (IKB).
Allemaal hielden ze van felle kleuren en van het heelal
In het Schiedamse Museum hangt behalve werk van Klein zelf ook dat van zijn ouders Frits Klein en Marie Raymond en van zijn vrouw Rotraut. Vader Klein schilderde droomachtig en figuratief, Marie Raymond hield van abstracte kleurvlakken en Rotraut liet haar verf druppelen en schuurde het doek op tot er een soort sterrenhemel ontstond. Wat de vier verbindt is te raden: allemaal hielden ze van felle kleuren en van het heelal.
De Puerto Ricaanse popartiest Bad Bunny trok veel aandacht met zijn Spaanstalige halftimeshow. Maar er kwamen ook klachten over de inhoud.
Na een regen van klachten en oproepen tot een onderzoek heeft de FFC geconcludeerd dat Bad Bunny met zijn optreden tijdens de rust van Super Bowl LX in het Levi’s Stadium in Santa Clara geen regels heeft overtreden.
Politieke theaterthriller; een tentoonstelling over ondermode & meer
Schoonheid als kapitaal
BEELDENDE KUNST – Bellezza e Bruttezza, Picture Perfect en Naakt dat raakt
Wat is mooi en wie bepaalt dat? Fysieke schoonheid of juist lelijkheid was in de vijftiende en zestiende eeuw al een vaak beproefd onderwerp. Rond 1500 ontstond bij schilders als Botticelli en Titiaan een schoonheidsideaal dat zich vooral uitdrukte in de verbeelding van het menselijk lichaam. Het diende als allegorie voor vruchtbaarheid, als kritiek op ijdelheid, maar bood tegelijk een legitimatie om de sensuele en aantrekkelijke kanten van schoonheid op te roepen.
Dit voorjaar gaan drie tentoonstellingen over het menselijk lichaam. In Bozar staan schoonheid en lelijkheid – Bellezza e Bruttezza – tegenover elkaar zoals bij renaissancekunstenaars: niet als moreel oordeel, maar meer als verkenning van het menselijk lichaam en het heersende schoonheidsideaal. Gepolijste madonna’s hangen naast bewust groteske figuren, lachende narren en karikaturen. Dat schoonheid ook sociaal kapitaal was, blijkt uit de vele tips die in de 16e eeuw wijdverbreid circuleerden en hier eveneens te bezichtigen zijn. In Bozar onderzoekt Picture Perfect hetzelfde thema vanuit de fotografie en videokunst van de voorbije zestig jaar. Cindy Sherman neemt er poses van vrouwelijke stereotypen aan, Zanele Muholi portretteert de zwarte queer gemeenschap en ORLAN transformeerde haar eigen gezicht via plastische chirurgie tot een levend kunstwerk.
In Museum Arnhem gaat Naakt dat raakt nog een stap verder. Hier zijn geen geïdealiseerde maar menstruerende, oude, dikke en incomplete lichamen te zien.
Wilderness heet de nieuwe concertreeks waarmee ANOHNI door Europa trekt. Dit keer geen grote band, maar een ‘bewust intieme opzet’ met songs uit haar hele oeuvre. Ze treedt op met slechts twee muzikanten, pianist Gaël Rakotondra en percussionist Chris Vatalaro.
Wat gebeurt er als iemands wanhoop publiek bezit wordt? Die vraag stelt de Brits-Russische componist Elena Langer in To Die For, die in wereldpremière gaat bij de Nederlandse Reisopera – nadat het Stanislavski-theater in Moskou de productie annuleerde wegens gebrek aan patriottisme.
Het hoofdpersonage Semyon Podsekalnikov, een man zonder werk en zonder toekomst, wil een einde maken aan zijn leven. Hij hoopt dat tuba spelen hem redt. Dat gebeurt niet. Wat volgt is venijniger: zodra zijn plannen bekend worden, cirkelen anderen om hem heen. Een tv-presentator ruikt een programma, een priester ziet een kans en een politicus een podium. In de tweede akte is Semyóns existentiële crisis omgetoverd tot realityshow – waarbij iedereen financieel profiteert van zijn wanhoop, behalve hijzelf.
Langer baseert zich op het satirische toneelstuk De Zelfmoordenaar van Nikolai Erdman uit 1928, dat destijds door Stalin werd verboden. Die combinatie van zwarte humor en maatschappijkritiek zit ook in haar muziek: dramatisch, kleurrijk, direct.
Aan de hand van ondermode voor verschillende lichaamsdelen, zoals schouders, borst, heupen, benen en kruis, laat de tentoonstelling In Shape zien hoe de aandacht door de tijd heen verschoof en welke middelen daarvoor werden ingezet. Van korset tot push-upbeha.
BEELDENDE KUNST – Yves Klein en zijn kunstenaarsfamilie
Het intense, oneindige blauw maakte van de Franse kunstenaar Yves Klein, die op 34-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, een spraakmakende figuur. Hij ontdekte een unieke formule toen hij ultramarijnpigmenten combineerde met een nieuw bindmiddel waardoor de intensiteit behouden bleef en patenteerde zijn artistieke signatuur in 1960 als International Klein Blue (IKB).
In het Schiedamse Museum hangt behalve werk van Klein zelf ook dat van zijn ouders Frits Klein en Marie Raymond en van zijn vrouw Rotraut. Vader Klein schilderde droomachtig en figuratief, Marie Raymond hield van abstracte kleurvlakken en Rotraut liet haar verf druppelen en schuurde het doek op tot er een soort sterrenhemel ontstond. Wat de vier verbindt is te raden: allemaal hielden ze van felle kleuren en van het heelal.
In de politieke thriller Operation Hellfire staat de vraag centraal hoe ver Nederland wil gaan in de verdediging van het internationaal recht wanneer ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Strafhof een voormalige VS-president als eregast wordt uitgenodigd.
In samenwerking met Tate presenteert Kunstmuseum Den Haag de tentoonstelling London Calling, een overzicht van de naoorlogse Britse schilderkunst met werken van onder andere Bacon, Freud en Hockney.
Het Kunstmuseum Den Haag presenteert, in samenwerking met de Britse Tate, de overzichtstentoonstelling London Calling: een brede verkenning van de naoorlogse Britse schilderkunst, gezien door de lens van Londen. Iconische kunstenaars als Francis Bacon, Lucian Freud, David Hockney en Paula Rego worden hier samengebracht rond een gedeelde fascinatie: hoe schilder je de wereld om je heen met verf, vlees en aanwezigheid? De menselijke figuur wordt door deze schilders zowel gevierd als tot het uiterste gedreven.
Hoe schilder je de wereld om je heen met verf, vlees en aanwezigheid?
Londen fungeert daarbij minder als decor dan als krachtenveld. Het is de stad die deze kunstenaars bindt, maar ook het materiaal – verf – speelt een grote rol, in al zijn lichamelijkheid, directheid en weerbarstigheid. Tegelijkertijd verruimt de tentoonstelling de blik door ook minder bekende, lang onderbelichte stemmen op te nemen, zoals Celia Paul, Eva Frankfurther en Denzil Forrester. In hun werk verschuift het perspectief naar nachtclubs in de jaren tachtig, arbeiderswijken en verstilde ateliers.
In het Stedelijk Museum is een halfjaar lang werk te zien van conceptueel kunstenaar Danh Võ. In zijn installaties verweeft hij persoonlijke ervaringen met de wereldgeschiedenis.
Het Stedelijk toont een halfjaar lang werk van conceptueel kunstenaar Danh Võ, oorspronkelijk afkomstig uit Vietnam. Als kind vluchtte hij met zijn gezin per boot; ze werden op zee opgepikt en kwamen uiteindelijk in Denemarken terecht. Het vluchtelingenthema speelt dan ook een rol in zijn werk, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in hoe macht zich in mensen nestelt – via geloof, via verlangen om erbij te horen, via schaamte, status, opvoeding, bezit.
Zijn installaties ogen vaak bijna achteloos, maar die eenvoud is misleidend
Zijn installaties ogen vaak bijna achteloos, maar die eenvoud is misleidend. Võ weet ze zo te plaatsen dat de geschiedenis die een object met zich meebrengt, wordt overgebracht. In zijn bekendste projecten (zoals We the People, waarin hij het Vrijheidsbeeld als het ware in losse huidfragmenten opdeelt) laat hij zien hoe grootse symbolen ook gewoon materie zijn, hoe ideologie zich kan verstoppen in koper, maatvoering, patina. In de tentoonstelling komen persoonlijke herinnering en collectief archief naast elkaar te liggen, zonder al te veel uitleg. Een houten kruis met Vietnamees schrift, dat ooit het graf van zijn grootmoeder markeerde. Of aan een boom geprikte liefdesbrieven van een Amerikaanse antropoloog uit oorlogsjaren, die blijk geven van intimiteit tussen de mannen in Vietnam. En diens testament, waarin hij zijn bezit aan Võ naliet. Hij laat zien hoe schoonheid verweven kan zijn met macht en ‘in staat is om te verleiden maar ook te verontrusten’, zegt directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs.
Stedelijk Museum Amsterdam, 14 februari t/m 2 augustus
Het Stedelijk toont een halfjaar lang werk van conceptueel kunstenaar Danh Võ, oorspronkelijk afkomstig uit Vietnam. Als kind vluchtte hij met zijn gezin per boot; ze werden op zee opgepikt en kwamen uiteindelijk in Denemarken terecht. Het vluchtelingenthema speelt dan ook een rol in zijn werk, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in hoe macht zich in mensen nestelt – via geloof, via verlangen om erbij te horen, via schaamte, status, opvoeding, bezit.
Zijn installaties ogen vaak bijna achteloos, maar die eenvoud is misleidend. Võ weet ze zo te plaatsen dat de geschiedenis die een object met zich meebrengt, wordt overgebracht. In zijn bekendste projecten (zoals We the People, waarin hij het Vrijheidsbeeld als het ware in losse huidfragmenten opdeelt) laat hij zien hoe grootse symbolen ook gewoon materie zijn, hoe ideologie zich kan verstoppen in koper, maatvoering, patina. In de tentoonstelling komen persoonlijke herinnering en collectief archief naast elkaar te liggen, zonder al te veel uitleg. Een houten kruis met Vietnamees schrift, dat ooit het graf van zijn grootmoeder markeerde. Of aan een boom geprikte liefdesbrieven van een Amerikaanse antropoloog uit oorlogsjaren, die blijk geven van de intimiteit tussen mannen in Vietnam. En diens testament, waarin hij zijn bezit aan Võ naliet. Hij laat zien hoe schoonheid verweven kan zijn met macht en ‘in staat is om te verleiden maar ook te verontrusten’, zegt directeur van het Stedelijk Museum Rein Wolfs.
Twee nieuwe werken van TAO Dance Theater uit de Series of Numbers. In 16 bewegen zestien dansers als een Chinese draak, geïnspireerd op traditionele Loong-dans. Bij 17 wordt onderzocht: wat gebeurt er als geluid en beweging volledig gelijkwaardig worden?
Het Kunstmuseum Den Haag presenteert, in samenwerking met de Britse Tate, de overzichtstentoonstelling London Calling: een brede verkenning van de naoorlogse Britse schilderkunst, gezien door de lens van Londen. Iconische kunstenaars als Francis Bacon, Lucian Freud, David Hockney en Paula Rego worden hier samengebracht rond een gedeelde fascinatie: hoe schilder je de wereld om je heen met verf, vlees en aanwezigheid? De menselijke figuur wordt door deze schilders zowel gevierd als tot het uiterste gedreven.
Londen fungeert daarbij minder als decor dan als krachtenveld. Het is de stad die deze kunstenaars bindt, maar ook het materiaal – verf – speelt een grote rol, in al zijn lichamelijkheid, directheid en weerbarstigheid. Tegelijkertijd verruimt de tentoonstelling de blik door ook minder bekende, lang onderbelichte stemmen op te nemen, zoals Celia Paul, Eva Frankfurther en Denzil Forrester. In hun werk verschuift het perspectief naar nachtclubs in de jaren tachtig, arbeiderswijken en verstilde ateliers.
Tata Ronkholz was een van de eerste studenten van het befaamde echtpaar Bernd en Hilla Becher. Met grootformaatcamera maakte ze realistische foto’s, waarin het onderwerp centraal stond, en het minder draaide om de individuele stijl van de kunstenaar. Een eerbetoon.
In het Amsterdamse Rijksmuseum is te zien hoe het tweeduizend jaar oude gedicht ‘Metamorfosen’ van Ovidius kunstenaars door de eeuwen heen heeft geïnspireerd. Meer dan tachtig internationale topstukken uit musea wereldwijd zijn, in samenwerking met Galleria Borghese in Rome, bij elkaar gebracht. De Nederlandse schilder Karel van Mander noemde het gedicht in 1604 al een ‘bijbel voor kunstenaars’.
Het stamt uit het jaar 8 na Christus en draait om transformatie: mensen, dieren en goden die voortdurend van gedaante wisselen. De weefster Arachne verandert in een spin, oppergod Jupiter vermomt zich als stier, zwaan of gouden regen om zijn jaloerse echtgenote en slachtoffers te misleiden. Maar, zoals het gedicht de kern samenvat; ‘alles verandert, niets verdwijnt’.
Gitarist/zanger Eric Clapton is inmiddels tachtig en heeft net zijn 22ste soloalbum ingeleverd, zijn eerste studioplaat in acht jaar. Daarop onder meer een duet met Jeff Beck, blues, gospel en rootsmuziek, met teksten over verlies, geloof en morele twijfel. Jett Rebel in het voorprogramma.
Het Rijksmuseum brengt in de tentoonstelling Metamorfosen meer dan tachtig internationale kunstwerken samen die hun oorsprong vinden in Ovidius’ gelijknamige klassieke gedicht.
In het Amsterdamse Rijksmuseum is te zien hoe het tweeduizend jaar oude gedicht ‘Metamorfosen’ van Ovidius kunstenaars door de eeuwen heen heeft geïnspireerd. Meer dan tachtig internationale topstukken uit musea wereldwijd zijn, in samenwerking met Galleria Borghese in Rome, bij elkaar gebracht.
Het gedicht is een ‘bijbel voor kunstenaars’
De Nederlandse schilder Karel van Mander noemde het gedicht in 1604 al een ‘bijbel voor kunstenaars’. Het stamt uit het jaar 8 na Christus en draait om transformatie: mensen, dieren en goden die voortdurend van gedaante wisselen. De weefster Arachne verandert ineen spin, oppergod Jupiter vermomt zich als stier, zwaan of gouden regen om zijn jaloerse echtgenote en slachtoffers te misleiden. Maar, zoals het gedicht de kern samenvat; ‘alles verandert, niets verdwijnt’
In het Stedelijk Museum laat Farida Sedoc met Social Capital zien hoe gedeelde doelen mensen verbinden. Haar werk verweeft thema’s als saamhorigheid, activisme en economische ongelijkheid.
Kunstenaar Farida Sedoc heeft de tussenverdieping van het Stedelijk Museum overgenomen. Met een monumentaal drieluik combineert ze fotografie, zeefdruk, textiel en grafisch ontwerp. Ook maakt ze gebruik van flyers en posters afkomstig uit protestbewegingen, countercultures en subculturen. Het werk is gemaakt in opdracht van IN SITU, de nieuwe serie waarin het Stedelijk jonge kunstenaars vraagt de mezzanine van het museum in te richten.
Met een monumentaal drieluik combineert ze fotografie, zeefdruk, textiel en grafisch ontwerp
Met verschillende groepsportretten uit haar persoonlijke archief wil Sedoc voelbaar maken hoe gedeelde doelen (sociaal kapitaal) mensen samenbrengen en hoe een netwerk van relaties en onderling vertrouwen binnen gemeenschappen kan leiden tot een vreedzame collectiviteit.
Social Capital. Stedelijk Museum, Amsterdam, tot 2/7
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.