Nu kritiek op het kapitalisme toeneemt, is het voor miljonairs niet langer geoorloofd om met hun vermogen te koop te lopen. Maar dat betekent niet dat geld gelijker zal worden verdeeld. Hoe ver kan het verschil tussen arm en rijk uiteenlopen zonder dat de democratie eraan bezwijkt?
Ooit was het in Azië cool om op Instagram te koop te lopen met Bentleys en Lamborghini’s of om gouden Apple-horloges aan te schaffen voor je huisdier. Zo cool zelfs dat het verschijnsel Crazy Rich Asians een begrip werd. Gedoeld werd met name op de kinderen van Chinese miljonairs die absurd rijk geworden waren bij de gigantische inhaalrace, aangeduid als staatskapitalisme.
Maar die tijden zijn voorbij. Inmiddels laat vrijwel niemand zich meer zien met een zonnebril die even duur is als een kleine auto. Oud geld, nieuw geld. Geërfd, gegokt of geleend. Geld stinkt weer in China. In een land waar 600 miljoen mensen rond moeten komen van 150 dollar per maand en tegelijkertijd elke week weer iemand miljardair wordt. In een land waar het afgelopen jaar in ongekend tempo vermogen werd vergaard. En niet alleen daar.
Momenteel creëert de markt elke zeventien uur een nieuwe miljardair
De tien rijkste mannen ter wereld (ja, het zijn echt alleen mannen) vergrootten hun vermogen de afgelopen twaalf maanden met 540 miljard dollar. Terwijl honderden miljoenen mensen door de pandemie onder de armoedegrens belandden. In de hele wereld pompten regeringen 9 biljoen dollar aan coronahulp in de economie. Het merendeel ervan kwam via de markten weer terecht in de portfolio van de superrijken. Momenteel creëert de markt elke zeventien uur een nieuwe miljardair. Als dit zo doorgaat, zal het aantal miljonairs in 2025 met bijna 50 procent zijn toegenomen.
Tegelijkertijd betaalden de allerrijksten nauwelijks belasting, zoals blijkt uit een recent gepubliceerd verslag van onderzoek-platform Propublica. En het aandeel van de miljardairs in het bruto binnenlands product stijgt juist in die landen waar hardere belastingwetgeving als ineffectief van de hand gewezen wordt. Zoals in Zweden. Dat mag dan weinig opzienbarend zijn, het werpt wel de vraag op hoe ver het verschil tussen arm en rijk uiteen kan lopen zonder dat de democratie eraan te gronde gaat.
Eeuwige liefde
Behalve in China wonen de meeste superrijken in de VS. De ongelijkheid ligt er als het ware verankerd in de wet. ‘Onze belastingwetgeving is heel bewust zo ingericht dat inkomsten uit kapitaal worden bevoordeeld boven inkomsten uit arbeid,’ legt Erica Payne uit. De armsten betalen 10 cent per dollar aan belasting, de rijksten slechts 1 of 2 cent, zo vat de auteur van boeken over economie en politiek het samen. Politici als Bernie Sanders of Elizabeth Warren stelden daarom een vermogensbelasting voor. Ook de nieuwe Amerikaanse president Joe Biden heeft belastinghervorming heel hoog op zijn agenda gezet. Alleen kunnen alle stappen richting regulering, hoe klein ook, sneuvelen in de Senaat.
Sinds onder Ronald Reagan de politiek vakbondsvijandige trekjes kreeg, is de depreciatie van arbeid tegenover kapitaal alleen maar verder toegenomen. En de eeuwige liefde van Amerika voor monopolisten van het slag oliemiljardair John Rockefeller ging gewoon door. Later was dit soort lieden bestuursvoorzitter van AT&T of Microsoft, momenteel heten ze Jeff Bezos of Elon Musk. En nog altijd wordt die liefde niet het minst levend gehouden door donaties. Wie genoeg geld aan partijen en kandidaten geeft, koopt zichzelf invloed en wordt juist nog rijker. Een bekend voorbeeld daarvan zijn de gebroeders Koch. Een ander is Peter Thiel, die vier jaar lang kind aan huis was bij Donald Trump.
Wie liever zijn geld weggeeft dan belastingen betaalt, gaat voorbij aan de regels van de democratie
Toch werd het vermogen van bekende ondernemers lang onder de bevolking geaccepteerd. Zij deden immers ook veel goeds. Bill Gates die als quasi-monopolist aan de top van Microsoft lange tijd de rijkste mens op aarde was, werd na zijn pensioen hier een duidelijk voorbeeld van. De stichting die hij met destijds nog zijn echtgenote Melinda oprichtte hielp bij het uitroeien van ziektes. Inmiddels werkt hij aan schone vormen van energie. Hoe goed deze filantropie ook bedoeld is; wie liever zijn geld weggeeft dan belastingen betaalt, gaat voorbij aan de regels van de democratie.
Zelfs ten tijde van de financiële crisis van 2008 leek Amerika zich, op Occupy Wall Street na, nauwelijks te storen aan de miljardairsklasse. De rijkste 10 procent verloor toen immers net zo goed als ieder ander.
Bij de huidige crisis ziet dat er heel anders uit. Een heel jaar pandemie betekende voor de een arbeidsduurverkorting of werkloosheid, voor de ander enorme winsten op de aandelenmarkten. Markt en realiteit hebben nog maar weinig met elkaar van doen. En uit enquêtes blijkt dat dat goede oude kapitalisme aan populariteit verliest. Het protest groeit. Verveelde jongeren organiseren zich inmiddels op platforms als Reddit om de aandelenkoersen van vrijwel failliete bedrijven als Gameshop of AMC ‘op te jagen naar de maan’ en hebzuchtige hedgefonds met hun eigen methodes te verslaan. Ook dat duidt op een failliet systeem. Uiteindelijk voert het eigentijds activisme, de nieuwe Fight Club, het financieel kapitalisme ad absurdum.
Tech-rockstars
De tech-rockstars genieten een verbazingwekkende populariteit. Wereldwijd staan zij op de covers van de tijdschriften en treden ze op in comedyshows. Tegelijkertijd voerde Jeff Bezos het afgelopen jaar het werktempo in zijn warenhuizen zozeer op dat velen alleen met pijnstillers nog hun werk konden blijven doen en steeg zijn vermogen met 74 procent. Op de sociale mediaplatforms van Mark Zuckerberg verspreidden berichten dat covid-19 een fabeltje was zich sneller dan het echte nieuws. Hij werd zo’n 108 procent rijker. En Elon Musk weigerde zijn Tesla-fabrieken in Californië te sluiten, hoewel de pandemie allang miljoenen doden eiste. Hij verhoogde zijn marktwaarde met 599 procent. Musk is blijkens enquêtes de meest populaire van de groep. Hij geldt als een visionair die ons behoedt voor een klimaatramp, de vleesgeworden iron man.
Lees ook:
Vanaf de late jaren negentig van de vorige eeuw cultiveerde Silicon Valley de ideologie ‘dat innovatie en kapitaal op zichzelf een sociaal goed zijn’, zegt Megan Tompkins-Stange. Zij is hoogleraar politicologie aan de universiteit van Michigan. Dat narratief heeft overal ter wereld ingang gevonden.
En dat terwijl in software de oneerlijke concentratie van vermogen al ingebakken zit. Want het techbedrijf berust op netwerkeffecten en creëert winner-takes-it-all-markten. De servers op aarde zijn grotendeels in handen van Amazon en veel westerse regeringen werken met de krachtige software van data-analysebedrijf Palantir. Software die vol zit met algoritmes die mensen van kleur discrimineren en een ongekende vorm van controle in de hand werken. Wie de infrastructuur controleert, controleert de waarden. Misschien zou ze daarom juist niet door een paar miljardairs gebouwd moeten worden. Democratie en fairness staan doorgaans namelijk niet op hun prioriteitenlijst. Het kapitalisme heeft een update nodig die het vermoedelijk niet zal krijgen in Washington, Brussel of Berlijn. En al helemaal niet in Beijing.
Protesten
Uiteindelijk kunnen – ook dat laat de geschiedenis zien – arbeidersbewegingen voor een koerscorrectie zorgen. Bij Amazon kwam het vorig jaar tot grote protesten. En het personeel van Google en Apple organiseerde zogeheten walk-outs. Velen legden hun werk neer om op te komen voor hun rechten. Zij hebben echte macht en weten die inmiddels ook te gebruiken.
Toen de beursgang van vakantieverhuur-start-up Airbnb een deel van haar personeel misschien niet miljonair maar wel heel rijk maakte, staken vierhonderd mensen de koppen bij elkaar en belegden in totaal 50 miljoen dollar in aandelen van goede doelen. De nieuwe techies lachen om dure auto’s of grote huizen. Als zij geld uitgeven, dan alleen voor NFT‘s, dus digitale kunst of cryptomunten zoals bitcoin. Systemen die weliswaar niet vrij van ongelijkheid zijn maar toch een verandering inhouden: de wil om zich niet langer aan de regels te houden die altijd van toepassing waren, regels die hun bazen onfatsoenlijk rijk maakten – of hun ouders.
Lees ook:

