In Peru’s afgelegen dorpen gebruiken boeren verschillende gewassen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden. ‘Wij volgen het pad dat onze voorouders hebben ontwikkeld.’
In een landelijke omgeving die door de eeuwen heen nauwelijks is veranderd, verzamelen boeren in rode wollen poncho’s zich in een halve cirkel om chica te drinken, gemaakt van gegiste maïs, terwijl ze mompelend Pachamama – Moeder Aarde – aanroepen voordat ze de drab op de aarde van de Andes sprenkelen. Zingend in het Quechua, de taal die door de Inca’s over de gehele Andes is verspreid, maken ze heuveltjes rondom de planten op de vele kleine lapjes grond op de terrassen van de Peruaanse berghelling.
De Andes biedt plaats aan een van de meest diverse voedselsystemen ter wereld. Door middel van speciaal aangepaste landbouwtechnieken houden de boeren een grote variëteit aan maïs en andere gewassen in stand die de sleutel kunnen vormen voor voedselvoorziening, nu de opwarming van de aarde een onstabieler klimaat veroorzaakt. Maïs wordt al duizenden jaren verbouwd in Lares, bij Cuzco, in een van de hoogstgelegen landbouwgebieden ter wereld. De inwoners van Choquecancha en Ccachin zijn gespecialiseerd in meer dan vijftig soorten graansoorten in een veelvoud van verschillende grootten en kleuren. ‘Vroeger verbouwden de Inca’s dit soort ecotypes en wij volgen het pad dat onze voorouders hebben ontwikkeld,’ zegt Juan Huillca, een natuurbeschermer in het kleine bergdorp Choquecancha.
Maïskolven met roodgetinte korrels worden bloedhuiler genoemd
Op een deken liggen maïskolven in een scala aan kleuren, van licht vergeeld wit tot donkerpaars. Allemaal hebben ze dikke korrels en beeldende namen. Gelige maïskolven met roodgetinte korrels worden yawar waqaq (bloedhuiler) genoemd. Witte kolven met grijze spikkels, waarvan de geroosterde korrels worden opgediend als knapperige canchita bij het beroemde Peruaanse gerecht ceviche, worden algemener chuspi sara (kleine maïs) genoemd.
Historici menen dat wat nu de meest geteelde graansoort ter wereld is, zo’n tienduizend jaar
geleden zijn oorsprong had in het huidige Mexico. Vervolgens hebben de maïssoorten zich zuidwaarts verspreid langs de ruggengraat van de Andes om zo’n zesduizend jaar geleden in Peru aan te komen. Lang voor de klimaatcrisis begonnen de voorouders van deze boeren granen te verbouwen in verschillende kleine ecosystemen, van ijzige bergtoppen tot zonnige valleien.
Erfgoedsystemen
‘In dit landschap zou het moeilijk zijn om slechts één variëteit van één gewas te verbouwen, omdat je in één jaar vorst, hagel, droogte of onstuimige regenval kunt hebben,’ zegt Javier Llacsa Tacuri, expert in landbouwbiodiversiteit. Hij beheert een project om landbouwtechnieken veilig te stellen die worden gezien als een van de weinige wereldwijd belangrijke, agrarische erfgoedsystemen. ‘Een paar variëteiten zijn niet genoeg om een jaar landbouw winstgevend te maken, dus moet je vele variëteiten hebben. Vorst en hagelstormen zijn altijd voorgekomen en onze voorouders wisten hoe ze daarmee moesten omgaan.’ Met meer dan honderdtachtig inheemse plantensoorten en honderden variëteiten heeft Peru een van de grootste diversiteiten aan gewassen.
Het project, dat wordt gesteund door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, staat de boeren bij om de inheemse soorten te behouden, en Llacsa Tacuri en zijn collega’s helpen hen om markten te vinden voor de veelkleurige maïs. ‘Peru is een van acht plekken ter wereld die worden beschouwd als een centrum van herkomst van de landbouw,’ zegt Llacsa Tacuri. ‘De eerste bewoners en hun nakomelingen, de huidige boeren, begonnen hun aanpassing aan dit landschap meer dan tienduizend jaar geleden.’
Juan Huillca vertelt dat zijn dorp en de nabijgelegen plaatsjes de klimaatcrisis al beginnen te voelen. ‘Er komen ziekten als zwarte roest en meeldauw. Soms hebben we vorst of hagel. Daarom hebben we zaadbanken, om onze maïsecotypes niet kwijt te raken, zodat we wat we verloren hebben terug kunnen krijgen en die variëteiten opnieuw kunnen zaaien.’
Nu het klimaat opwarmt, ontstaan er variëteiten die resistenter zijn tegen ziekten en plagen
In een eenvoudig boerenhuis in Ccachin ligt de genetische erfenis van duizenden jaren oogstdomesticatie en -variatie. Tientallen soorten gedroogde korrels liggen er opgeslagen in plastic containers voor moeilijke tijden. ‘Maar de verdiensten zijn laag, waardoor veel jonge mensen naar de stad verhuizen omdat ze hun familie niet kunnen onderhouden,’ zegt Huillca.
Sonia Quispe, die zich bekommert om het behoud van maïs in Choquecancha, vertelt dat de oogst half zo groot is als normaal. ‘Door de klimaatcrisis wordt er minder geoogst, maar we vullen ons eetpatroon aan met aardappelen. Het is dus belangrijk om met verschillende soorten maïs te werken om voor voldoende voedsel te zorgen. Nu het klimaat opwarmt, ontstaan er variëteiten die resistenter zijn tegen ziekten en plagen.’
Plagen tegengaan
Quispe kan de soort van drie maanden oude maïsscheuten herkennen aan de stengels. Ze legt uit dat de stengels die aan de onderkant rood zijn rood-getinte kolven met een bittere smaak voortbrengen die plagen tegengaan en die zich naar hoger op de berg gelegen gebieden verspreiden naarmate de zon feller wordt.
Julio Cruz Tacac (31), een yachachiq oftewel landbouwdocent, die na zijn studie in Cuzco terugkeerde naar Ccachin, heeft de weerpatronen zien veranderen. ‘Toen ik klein was, scheen de zon niet zo fel. De temperatuur was milder.’ ‘Het was alsof we in het paradijs woonden wat voedsel betreft. We hadden alles bij de hand,’ vertelt hij over zijn jeugd. Dat contrasteert met het leven in de stad, waar ‘alles om geld draait’. Door de coronapandemie werd dat nog moeilijker. Peru had de hoogste sterftecijfers door corona ter wereld.
‘Maar nu er een pandemie is, willen de mensen niet ruilen, ze willen geld’
In de afgelegen dorpjes wordt de gewoonte van ayni, gemeenschappelijk werk, in ere gehouden, maar een vorm van ruilhandel die trueque heet heeft schade opgelopen door de economische impact van de pandemie. ‘We gaan naar de markt waar we het fruit en de coca van de boeren in de vallei verhandelen,’ zegt Genara Cárdenas (55) uit Ccachin. ‘Maar nu er een pandemie is, willen de mensen niet ruilen, ze willen geld.’
De financiële druk heeft de traditionele manier van leven in het dorp aangetast, maar de gewassen hebben de bewoners geholpen om ondanks de economische problemen zelfvoorzienend te blijven. Nu zorgt de klimaatcrisis voor nieuwe uitdagingen, zegt de 55-jarige boer Victor Morales. ‘Toen ik jong was, kwamen de regens en de vorst op vaste tijden, maar tegenwoordig is alles veranderd. Toen hadden we veel verschillende soorten aardappelen en maïs, nu hebben we variëteiten die resistenter zijn tegen de klimaatverandering.’

