Onderwerpen: Landbouw

  • De Araku Valley: ‘s werelds volgende voedselsupermacht

    De Araku Valley: ‘s werelds volgende voedselsupermacht

    Hoogwaardige koffieteelt laat zien hoe in India een ecosysteem ontwikkeld kan worden dat tot groei leidt. Met de juiste voorwaarden kan het land een dominante speler op de wereldvoedselmarkt worden en tegelijkertijd miljoenen plattelandsbewoners een bestaan bieden.

    Jarenlang was de Araku Valley in de bergen aan de oostkust van India gedompeld in armoede en het slachtoffer van maoïstisch geweld. De meeste inwoners behoren volgens de regering tot ‘bijzonder kwetsbare tribale groeperingen’; generaties lang hebben ze hun inkomsten bijeengeschraapt met zwerflandbouw. Maar nu wordt er koffie van hoge kwaliteit verbouwd die tegen hoge prijzen aan welvarende Europeanen wordt verkocht. Araku Coffee, het bedrijf dat de bonen verwerkt en vermarkt, heeft cafés in chique wijken van Bangalore, Mumbai en Parijs. De transformatie van de vallei is een succesverhaal op landbouwgebied. En, als het juiste beleid wordt gevoerd, mogelijk exemplarisch voor de rest van landelijk India.

    De Indiase landbouw heeft een lange weg afgelegd sinds de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, toen het land op buitenlandse voedselhulp was aangewezen. Nu is het al jarenlang een netto-exporteur van voedingsmiddelen. Toch heerst er nog een groot gebrek aan doelmatigheid. Hoewel India een derde meer landbouwgrond heeft dan China, bedraagt de waarde van de oogst ook maar een derde van die van China. De helft van alle Indiase werknemers, zo’n 260 miljoen mensen, is werkzaam in de landbouw maar draagt slechts 15 procent bij aan het bnp en 12 procent aan de export. Ter vergelijking: callcenters en IT-bedrijven hebben minder dan 1 procent van alle werknemers in dienst maar dragen 7 procent bij aan het bnp en bijna 25 procent aan de export.

    Subsidies

    Allerlei kleine subsidies verhinderen dat boeren zelf initiatieven nemen. Ze zorgen dat de productie daalt en stimuleren praktijken waardoor de bodemkwaliteit verslechtert, en waar dus niemand beter van wordt. Boereninkomens bedragen al decennia lang ongeveer een derde van alle andere inkomens in India. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), een club van voornamelijk rijke landen, publiceerde in 2018 een rapport waaruit bleek dat ondanks enorme subsidies het netto effect van alle regelingen en handelsrestricties was dat de bruto landbouwinkomsten 6 procent lager uitvielen.

    De cijfers over het aantal werknemers in de landbouw maskeren een gigantisch gebrek aan werkgelegenheid

    Maar zelfs al een bescheiden progressie kan buitengewoon lonend zijn. Voor vrijwel alle gewassen geldt dat de oogst in India kleiner is dan het mondiale gemiddelde. Alleen al door die oogsten tot het gemiddelde op te trekken zou India een enorme speler worden op de wereldvoedselmarkt: het Indiase rijstsurplus zou groter zijn dan de huidige wereldwijde rijstomzet. Als de Indiase oogsten zich met de wereldtop kunnen meten, zou het land twee keer zoveel maïs, drie keer zoveel katoen en acht keer zoveel rijst en peulvruchten verbouwen als momenteel in het land verhandeld wordt.

    Als de boeren welvarender zouden worden, zou dat bovendien een kettingreactie veroorzaken in de rest van de economie. De cijfers over het aantal werknemers in de landbouw maskeren een gigantisch gebrek aan werkgelegenheid. Als de inkomens op het platteland omhoog zouden gaan, zou er vraag naar nieuwe goederen en diensten ontstaan, wat op zijn beurt tot betere banen zou leiden voor de miljoenen overtollige boerenarbeiders die India kent. Ze zouden een kans krijgen om een beter loon te verdienen zonder dat ze naar de bloeiende maar overvolle steden hoeven te verhuizen.

    Het succes in de Araku Valley schept perspectief voor vervolgstappen. Aan het eind van de jaren negentig van de vorige eeuw voorzag de regering van de deelstaat, in de hoop de ontbossing te verminderen en de inkomens te verhogen, boeren van snelgroeiende zilvereiken. Enkele jaren later ontvingen ze koffiezaailingen om in de schaduw van de zilvereiken te planten. Plaatselijke boeren als Kora Venkatrao, die een kleine anderhalve hectare bezat, probeerden zo goed mogelijk bonen te verbouwen. Maar ze verkochten hun oogst ver beneden de marktprijs aan gewetenloze tussenhandelaren.

    Coöperatie

    Venkatrao’s kansen keerden in 2016, toen hij lid werd van een coöperatie van Araku Coffee die boeren bonen van hogere kwaliteit leerde verbouwen, en die daarna opkocht tegen ongehoord hoge prijzen. Zijn inkomen is sindsdien vertienvoudigd tot 200.000 roepi (2200 euro) per jaar. Zijn rieten hut is een betonnen huis met twee slaapkamers geworden. Hij heeft een motorfiets gekocht en legt geld opzij. Volgens Manoj Kumar, de baas van Araku Coffee, zijn zo’n tweeduizend van zijn boeren inmiddels roepimiljonair. Zijn geheim? ‘Landbouw als een winstgevende sector beschouwen die inkomsten oplevert en export bevordert.’

    Het probleem is dat de successievelijke Indiase regeringen de landbouw nooit op zo’n manier hebben benaderd. Beleidsmaker zijn geneigd er een weg naar welvaart in te zien, en veel minder een aanjager van groei. Tijdens zijn eerste termijn heeft Narendra Modi, de Indiase premier, beloofd de boereninkomens te zullen verdubbelen. Maar veel van zijn beleid werkte averechts. Zoals het besluit uit 2016 om de grootste coupures van de Indiase munt, goed voor 86 procent van de waarde van de Indiase valuta, ongeldig te verklaren, uit vrees dat ze corruptie en belastingontduiking in de hand werkten. Dit uitzonderlijke experiment heeft de van contanten afhankelijke rurale economie ernstige schade toegebracht.

    Een plotselinge lockdown in 2020, aan het begin van de pandemie, heeft miljoenen werknemers vanuit de steden teruggejaagd naar de boerderijen, waardoor pogingen om de landbouw doelmatiger te maken jammerlijk mislukten. In datzelfde jaar jaste Modi’s Bharatiya Janata-partij (BJP) zonder overleg een aantal gevoelige landbouwhervormingen door het parlement, die pas na een jaar van boerenprotesten weer werden ingetrokken. Na zijn slechte peilingen heeft Modi een nieuwe landbouwminister aangesteld, Shivraj Singh Chauhan, die eerder de eerste minister was van Madhya Pradesh, een deelstaat in centraal India. Onder het bewind van Chauhan heeft Madya Pradesh veel geïnvesteerd in irrigatie, rurale wegen en pakhuizen. Boeren werden aangespoord op tuinbouw over te stappen en kregen de mogelijkheid hun oogst ook op andere plekken dan de door de staat gerunde markten te verkopen. Dit alles had resultaat: tussen 2005 en 2023, ruwweg de periode dat Chauhan aan het bewind was, steeg het landbouw-bnp van de deelstaat met gemiddeld 7 procent, tegen 3,8 procent landelijk.

    Sommige problemen zouden met één pennenstreek kunnen worden opgelost

    De vraag is nu of Chauhan dergelijke resultaten ook op nationaal niveau kan boeken. Gezien de eerdere, mislukte hervormingspogingen van de BJP bestaat er veel vrees bij de centrale regering om de handen aan het landbouwbeleid te branden. Ook kan Chauhan weinig doen aan het geringe grondbezit (de gemiddelde Indiase boerderij beslaat maar iets meer dan 1 hectare) en het lage mechaniseringspercentage, die beide een enorm probleem vormen.

    Maar hij zou aan veel andere zaken prioriteit kunnen geven. Ongeveer de helft van de Indiase landbouwgrond is voor zijn irrigatie uitsluitend aangewezen op hemelwater. India heeft slechts voor zo’n 10 procent van zijn bederfelijke waar koelopslag; de overheid gaat ervan uit dat 6 procent van de graangewassen, 12 procent van de groente en 15 procent van het fruit verloren gaat na de oogst. De meeste Indiase export bestaat uit rauwe producten zonder merknaam. Minder dan 10 procent van het voedsel dat het land produceert wordt verwerkt, tegen 30 procent in Thailand en 70 procent in Brazilië. Het zou dus ongetwijfeld lonend zijn om de gebrekkige irrigatie en de zwakke infrastructuur aan te pakken en de winstgevender verwerkingsindustrie te bevorderen. Een grotere landbouwopbrengst zou ook de algehele groei aanjagen.

    Over de balk

    Sommige problemen zouden met één pennenstreek kunnen worden opgelost. Elk jaar gooit India zo’n 2 biljoen roepi aan voedselsubsidies over de balk en bijna evenveel aan kunstmestsubsidies, terwijl er slechts 95 miljard roepi aan landbouwonderzoek en -ontwikkeling wordt besteed. In onderzoek wordt minder dan 0,7 procent van het landbouw-bnp geïnvesteerd. De funeste gevolgen van de klimaatverandering die in aantocht zijn eisen grotere investeringen: boeren zullen zich onmogelijk kunnen aanpassen zonder wetenschappelijke doorbraken.

    Er zijn ook dingen waarmee de regering gewoonweg moet stoppen. Zo wordt er regelmatig geïntervenieerd bij stijgende voedselprijzen, bijvoorbeeld door voorraadopslag te limiteren of termijnmarkten tijdelijk stil te leggen. In 2022 werd de export van tarwe verboden en in 2023 de export van de meeste rijstsoorten. Dit alles verhindert boeren om geld te verdienen, terwijl de prijzen hoog zijn, en ontmoedigt handelaars om risico’s te nemen. Het zijn voornamelijk de welgestelden die ervan profiteren: de 800 miljoen armste inwoners van India krijgen gratis graan van de regering, dus voor hen heeft een fluctuerende graanprijs weinig gevolgen.

    Manoj Kumar staat op het punt een tweede café in Parijs te openen. Zijn bedrijf breidt ook uit met andere producten. Veel van zijn koffieboeren verbouwen inmiddels ook peper, en het bedrijf moedigt mensen aan om in andere delen van India kidneybonen en pluimgierst te gaan verbouwen. Maar alleen de regering is bij machte om de Indiase landbouw echt te veranderen. Dat doe je volgens Kumar niet door leningen kwijt te schelden of subsidies te geven, maar door te kijken hoe je een ecosysteem kunt ontwikkelen dat tot groei leidt. Met andere woorden, door voorwaarden te scheppen waarin een miljoen Araku’s kunnen gedijen. 

  • Wereldbeeld: Duurzame landbouw in Gunnedah

    Wereldbeeld: Duurzame landbouw in Gunnedah

    De Australische deelstaat Nieuw-Zuid-Wales staat bekend om haar droge landbouwgronden en veeteelt. Boeren hebben er dagelijks te maken met de gevolgen van klimaatverandering.

    De Australische boer Ian Gardiner wordt omringd door een kudde schapen op zijn uitgestrekte boerderij aan de rand van het stadje Gunnedah, in het noorden van de regio. Hij behoort tot een generatie veehouders die traditionele werkwijzen combineert met moderne technologie om duurzame landbouwproductie veilig te stellen voor de toekomst.

    WB Gunnedah compressed
    © ANP
  • In Spanje wordt saffraan nog altijd met de hand geoogst

    In Spanje wordt saffraan nog altijd met de hand geoogst

    Saffraan is met zijn prijs van duizenden euro’s per kilo de kostbaarste specerij ter wereld. In de Spaanse regio La Mancha, ooit het grootste teeltgebied ter wereld, worden de bloemen nog steeds met de hand geoogst. Maar lokale boeren vechten een eenzame strijd tegen goedkope concurrentie uit het Midden-Oosten.

    Er hangt een wazige nevel over de uitgestrekte vlakte. De bladeren van de amandelbomen zijn al verkleurd. Het is een koude novembermorgen in La Mancha, het hart van Spanje, het vaderland van Don Quichot. Toch zal de herfstzon tegen de middag doorbreken en de naderende winter nog even op zich laten wachten. 

    Maar de krokussen kunnen niet wachten tot de middag. Ze moeten worden geoogst omdat de tere bloemen anders zullen verwelken onder de dauw. Elf vrouwen en mannen werken deze ochtend op de akker. Gehuld in truien en jassen gaan ze van bloem naar bloem, hun schoenen bedekt met stof of plastic zodat ze geen gaten in de grond maken. Met gespreide benen buigen ze voorover en plukken ze met hun ene hand de bloemen, terwijl de andere hand op hun knie rust. 

    ‘Je moet erg voorzichtig zijn. Als je ze verkeerd beetpakt, gaan ze kapot,’ zegt de zevenenvijftigjarige Elisabeta Aznes, een vrouw met dik, zwart haar. Zij is de meest ervaren oogster in het team. Zij werkt al jarenlang op de velden rondom Villafranca de los Caballeros, een onopvallend dorp met vijfduizend inwoners aan de zuidelijke grens van de provincie Toledo.

    Pareltjes

    Begin november, dan is de saffraanoogst. Eigenlijk zijn het niet de bloemen waar Elisabeta en haar medeplukkers op uit zijn, maar de inhoud: drie rode draden in de bloemenkelk, de stampers van Crocus sativus, de saffraankrokus. Als kleine pareltjes liggen de dauwdruppels op de paarse krokusbladeren.

    Door de vochtigheid is het zwaar werk om alle bloemen te plukken. Voor deze akker ter grootte van een voetbalveld hebben de arbeidsters twee dagen nodig. Daarna laten ze de bloemen een dag met rust, zodat de wortels kunnen uitlopen. 

    De oogst duurt ‘ongeveer drie weken,’ aldus Elisabeta. Het begint en eindigt rustig, maar als de krokussen volop bloeien zijn er ruim veertig medewerkers per dag nodig. Elisabeta vertelt dat ze in het naburige dorp woont, ‘maar de saffraan groeit alleen hier.’ Wat ze de rest van het jaar doet? ‘Olijven plukken, wijnstokken kappen, van alles eigenlijk.’ Hoeveel ze verdient weet ze pas aan het eind van de dag. Ze wordt per uur betaald, niet per kilo. 

    Elisabeta heeft vijf volwassen zonen en zes kleinkinderen. ‘De hele familie woont hier, en niemand wil terug’, zegt ze – terug naar Roemenië, waar ze vandaan komt. Een paar meter verderop zijn vijf Marokkaanse mannen aan het werk. In hun levendige gesprek in het Arabisch is steeds hetzelfde woord te herkennen: ‘Trump’. Ook in La Mancha komt de wereldpolitiek ter sprake. 

    ‘Zonder migranten kunnen we dit nooit’

    Of al dat bukken pijn doet aan haar rug? Tegen de avond begint ze het wel te voelen, zegt Elisabeta, maar ze wil niet klagen. Ze heeft plezier in haar werk met de flores, de bloemen. Ik ben niet Onze-Lieve-Vrouw van Smarten, grapt ze. 

    ‘Zonder migranten kunnen we dit nooit,’ zegt Félix Patiño, die de krokusoogst rondom het dorp coördineert. ‘We hebben ze heel hard nodig.’ Ze krijgen negen euro per uur, verklapt hij. Dat is meer dan het gemiddelde loon voor wijn of olijven. 

    De saffraankrokus is een weerbarstig gewas. In tegenstelling tot de meeste andere planten rust hij in de zomer, bloeit hij in de late herfst en vormt hij in de winter zijn diepgroene loof. De plant is onvruchtbaar en plant zich enkel voort door zijn bollen te vermenigvuldigen. ‘Op een akker kan je vier jaar achter elkaar saffraan oogsten,’ vertelt Félix. Daarna kunnen er minstens vijftien jaar geen krokussen meer groeien. De saffraankrokus verstoort zijn eigen leefomgeving. Biologen noemen dit ‘zelf-incompatibiliteit’.

    Klimaatverandering vormt ook een grote bedreiging, omdat de winters korter worden – dit is de actieve periode voor de krokus. Een korter seizoen betekent minder bloemen in de herfst.

    Concurrentie

    ‘Eeuwenlang was Spanje de grootste saffraanleverancier ter wereld,’ vertelt Santiago Alberca, die verantwoordelijk is voor saffraan en olijfolie bij de plaatselijke landbouwcoöperatie. Vroeger werd er in Villafranca de los Caballeros vijftig ton per jaar geproduceerd. ‘Nu is dat nog maar rond de honderd kilo. Daarmee zijn we nog steeds nummer een in Spanje,’ zegt hij, ‘maar in Iran produceren ze honderden tonnen per jaar.’

    Vandaag de dag komt meer dan negentig procent van alle saffraan uit Iran. ‘Arbeid is daar nu eenmaal goedkoper,’ zegt Felix Patiño, en het product dus ook. Iraanse saffraan kost in de winkel ongeveer drieduizend euro per kilo. Saffraan uit La Mancha kost ruim drie keer zo veel; het is een product voor fijnproevers geworden. 

    De eetgewoontes van de gemiddelde Spanjaard zijn veranderd. ‘Ooit werd er in Spanje jaarlijks tien ton saffraan gegeten,’ zegt Santiago, en nu is dat twintig keer zo weinig. Zelfs in Spanje komt het meeste saffraan uit Iran. Zoals bij veel dure producten is er ook sprake van fraude. Zo wordt buitenlandse saffraan soms van een Spaans etiket voorzien, of zelfs vervangen door saffloer, een distelachtige plant met draden die op saffraan lijken, maar het tekenende aroma missen. ‘Het zou verplicht moeten zijn om op het etiket te vermelden waar het is verbouwd,’ vindt Santiago, ‘zoals bij wijn.’

    ‘Toen ik klein was, en mijn moeder af en toe de saffraan vergat, klaagden we luidkeels’

    ‘Saffraan uit La Mancha is weliswaar duurder, maar je moet het eens proberen. Je weet niet wat je proeft,’ vertelt Santiago enthousiast, met veel gebaren. ‘Ik gebruik het voor van alles, niet alleen paella.’ Zo gebruikt hij het bijvoorbeeld bij bouillon, sauzen, en zelfs albondigas, de beroemde Spaanse gehaktballen. Santiago groeide, net als Félix, op in Villafranca. ‘Toen ik klein was, en mijn moeder af en toe de saffraan vergat, klaagden we luidkeels. Mijn kinderen doen dat ook: “Papi, je bent de saffraan vergeten,” roepen ze dan.’

    Als hij paella eet, proeft hij dan het verschil tussen Spaanse en Iraanse saffraan? ‘Natuurlijk,’ zegt hij, ‘aan de smaak, de geur, de kleur…’ Dit wordt bij zijn coöperatie zelfs chemisch getest. Neem bijvoorbeeld de smaakstof safranal; de draden moeten minstens honderd ppm (parts per million) van dit molecuul bevatten om het kwaliteitslabel “Saffraan uit La Mancha” te verdienen. Zijn saffraan bevat makkelijk honderdvijftig ppm, zegt Santiago, terwijl dat uit Iran tien keer minder bevat. 

    Kan je dan niet gewoon tien keer zoveel Iraanse saffraan gebruiken om hetzelfde effect te behalen? Santiago kijkt beledigd. ‘Het is appels met peren vergelijken. In het oosten laten ze de bloemen gewoon in de zon drogen,’ zegt hij minachtend, ‘bovendien controleert niemand wat er allemaal op die planten wordt gesproeid.’ Hij wijst naar het dorp. ‘Deze huizen staan er allemaal dankzij saffraan,’ zegt hij. ‘Elke keuken had een potje staan. Het werd bewaard alsof het een schatkist was, vaak op de bovenste verdieping vanwege de luchtvochtigheid.’ 

    Handwerk

    Als de manden van de plukkers vol zijn, brengen Félix en Santiago de bloemen naar een kleine hal aan de rand van het dorp. Ze kieperen de vochtige bloemen op een kleed op de vloer, zodat ze niet samenklonteren in de manden. In een aangrenzende ruimte zitten vier vrouwen met witte jassen en haarnetjes rond een tafel vol krokusbloemen. Ze pakken met geoefende precisie elk een bloem, spreiden twee bloembladeren uit elkaar, halen de dunne, rode stampers eruit en leggen de draden naast zich in een kommetje. Zo verwerkt elke werknemer per dag ongeveer honderd gram saffraan. Voor één gram zijn er honderdvijftig bloemen nodig. ‘Dit zou nooit kunnen met een machine. Dat is onmogelijk,’ zegt Santiago, ‘vooral als de bloemen nog vochtig zijn van de dauw.’ 

    Naast de kamer, in de fabriekshal, werkt Golli Romo. Ze draagt een haarnet en een kiel. Ze werkt van kinds af aan al met saffraan, vertelt ze terwijl ze onder een soort gasgrill een vlam aansteekt. Golli is verantwoordelijk voor de laatste stap in het productieproces: het drogen van de saffraandraden. Dit doet ze op de grill, in houten pannen met bronzen roosters, die iets weghebben van Aziatische stoompotten. Het resultaat: een flinke hand saffraan die vervolgens in kleine plastic zakjes wordt verpakt. Golli Romo heeft een enorme verantwoordelijkheid; als ze een lading laat aanbranden kunnen er honderden euro’s verloren gaan. ‘Vroeger had iedereen hier een klein Saffraanbedrijf,’ vertelt ze, terwijl ze met een pincet bleke draden tussen de rode uit plukt. ‘Tegenwoordig is het allemaal één coöperatie.’ 

    Saffraan is een dure, delicate plant. Op het moment dat het deze hal verlaat is het ongeveer vier keer zo duur als wiet

    ‘Kijk, dit is topkwaliteit,’ zegt Santiago Alberca terwijl hij een zakje saffraan omhooghoudt. ‘Geen bleke draadjes te bekennen. Zo wordt het aan de coöperatie geleverd.’ Aan de andere kant van het dorp staat een gebouw waar alles tot op de tiende gram nauwkeurig wordt gewogen, gecontroleerd, genoteerd en opgeslagen in een inbraakveilige ruimte. ‘Met een luchtvochtigheid van tien procent en uitgerust met bewakingscamera’s, zoals een bank,’ zegt Santiago. ‘Zes- tot achtduizend euro per kilo, en dat keer twaalf. Dat is een hoop poen.’ Onlangs heeft iemand acht ton olijven van hem gestolen, en dat laat hij zich niet met zijn saffraan gebeuren. 

    De coöperatie verkoopt de saffraan door aan tussenpersonen die het in doosjes of potjes met chique etiketten verpakken en merknamen verzinnen die de oorsprong uit La Mancha benadrukken. 

    Hier, aan de rand van Villafranca de los Caballeros, doet het meer denken aan een drugslaboratorium dan aan een bank. Dat is niet gek; saffraan is een dure, delicate plant. Op het moment dat het deze hal verlaat is het ongeveer vier keer zo duur als wiet. 

    Magisch

    In de volksgeneeskunde wordt saffraan gebruikt als pijnstiller tegen kramp en astma, schrijft het tijdschrift Spektrum der Wissenschaft. ‘Saffraan wordt ook gebruikt om de menstruatiecyclus te reguleren of om het maagdarmkanaal te kalmeren.’ Het staat buiten kijf dat saffraan iets magisch is. Met het allerkleinste snufje tover je een pan rijst om in paella, rijke Romeinen strooiden het op hun bed tijdens de huwelijksnacht en in het verre oosten worden kleren vandaag de dag nog steeds geverfd met saffraan. 

    Als het goed verpakt is, is gedroogde saffraan lang houdbaar, zegt Santiago. Bij het renoveren van een huis in Villafranca de los Caballeros dook onlangs een doosje saffraan op uit 1971, vertelt hij lachend. ‘Het was niet bepaald vers meer, maar er zat nog steeds een kwaliteitszegel op uit La Mancha.’ 

  • Kunstmatige intelligentie moet boeren redden van ‘superonkruid’

    Kunstmatige intelligentie moet boeren redden van ‘superonkruid’

    Boeren kunnen geen chemicaliën meer vinden om resistente onkruiden te bestrijden die hun gewassen bedreigen. Met innovatieve technologie moeten sneller nieuwe opties worden gevonden.

    Boeren verliezen terrein in hun decennialange strijd tegen ongewenste wilde planten die resistent zijn geworden tegen veel chemische sproeimiddelen. Volgens de grootste producenten van deze middelen ter wereld, waaronder Bayer, Corteva, BASF en Syngenta, is het dringend tijd om nieuwe chemicaliën te ontwikkelen die de opmars van onkruid en andere plagen, zoals schimmels en insecten, kunnen stuiten.

    Sommige onkruidsoorten zijn inmiddels resistent tegen een vijftal verschillende chemicaliën, zegt Bob Reuter, hoofd onderzoek en ontwikkeling bij de landbouwpoot van Bayer. Boeren combineren allerlei middelen om de krachtigste bestrijdingsformule te vinden en pesticideproducenten willen meer vaart zetten achter de ontwikkeling van nieuwe onkruidverdelgers, waarmee jaren gemoeid kunnen zijn. ‘We beginnen een beetje wanhopig te worden,’ zegt Reiter. ‘We beseffen dat onze mogelijkheden zo langzamerhand uitgeput raken.’

    Volgens Bayer en concurrenten als Corteva en Syngenta kunnen nieuwe AI-systemen helpen om nieuwe chemicaliën versneld op de markt te brengen, wat tot dusver een langdurig, gecompliceerd en kostbaar proces is. Ze richten zich niet alleen op de ontwikkeling van nieuwe herbiciden, maar ook van nieuwe fungiciden en insecticiden. Syngenta schat dat AI de gemiddelde periode tussen ontdekking en commercialisering van een verdelgingsmiddel met een derde zal bekorten – van vijftien jaar tot tien jaar – en dat het aantal laboratorium- en veldtesten waarschijnlijk met dertig procent zal verminderen.

    Hoe het werkt

    Bayer gebruikt een AI-systeem, intern ‘CropKey’ gedoopt, dat sneller dan mensen databestanden kan doorzoeken op een chemisch molecuul dat in staat is de proteïnestructuur van een onkruid af te breken. Door CropKey geselecteerde moleculen kunnen bij veldtests voor beter resultaten zorgen dan moleculen die bij conventioneel onderzoek boven komen drijven, zegt Reiter. Het zet het bedrijf op voorsprong – zoals kaarten tellen tijdens een spelletje blackjack – en is vergelijkbaar met de manier waarop farmaceutische bedrijven AI inzetten om sneller moleculen te vinden die een bepaalde ziekte attaqueren.

    Volgens de bedrijfstak is een bijkomend voordeel van met AI geselecteerde moleculen dat ze gedurende het selectieproces op toxiciteit voor mensen kunnen worden gescreend – van doorslaggevend belang voor pesticiden die op gewassen voor menselijke consumptie worden gespoten – evenals op milieuveiligheid en kosten.

    Het systeem heeft Bayer geholpen om een nieuwe onkruidverdelger te ontwikkelen, Icafolin genaamd, die in 2028 in Brazilië zal worden gelanceerd. Het zal het eerste nieuwe herbicide zijn in meer dan dertig jaar, aldus het bedrijf. Ook doet het bedrijf inmiddels drie keer zoveel onderzoek naar nieuwe manieren om onkruid te verdelgen dan tien jaar geleden.

    ‘Het is niet te geloven hoe snel het onkruid zich aanpast,’

    Monsanto, dat inmiddels eigendom is van Bayer, heeft in de jaren negentig van de vorige eeuw een revolutie in de onkruidverdelging ontketend met de verkoop van genetisch gemodificeerde sojaboonzaden die bestand waren tegen glyfosaat, een herbicide dat onkruid doodt door de interne proteïneproductie ervan te stoppen. Het gebruik van glyfosaatsprays, zoals Roundup van Monsanto, steeg tot ongekende hoogte.

    Maar toen ontwikkelden zich superonkruidsoorten waartegen glyfosaat minder effectief was zodat boeren hun toevlucht moesten nemen tot andere herbiciden, of tot planten die bestand waren tegen meerdere soorten chemicaliën. Daarbij komt dat Bayer miljarden dollars aan schadevergoedingen heeft moeten betalen omdat Roundup kanker zou veroorzaken, iets wat het bedrijf ten stelligste ontkent.

    Sean Elliot, de zesde generatie uit een familie van mais- en sojabonenboeren in Iriquois County, Illinois, ontdekte aan het begin van deze eeuw voor het eerst invasieve waterhennepplanten op zijn land. Die kon Roundup van Monsanto destijds nog moeiteloos de baas. Maar twee decennia later is glyfosaat niet langer tegen het onkruid opgewassen en vreest Elliott dat waterhennep ook resistent begint te raken tegen een ander chemisch middel dat hij gebruikt, 2,4-D. Hij combineert 2,4-D nu met een derde chemisch middel, glufosinaat, om de waterhennep in bedwang te houden. Dat zal over een paar jaar misschien niet meer genoeg zijn.

    ‘Het is niet te geloven hoe snel het onkruid zich aanpast,’ zegt Elliott. ‘Het is zo invasief dat als we niets nieuws bedenken om het binnen de perken te houden, we het risico lopen op grote oogstverliezen.’

    Verergeren

    De ontwikkeling van nieuwe pesticiden kan ingewikkelder zijn dan die van nieuwe geneesmiddelen, zegt Bill Anderson, bestuursvoorzitter van de Duitse farmacie- en pesticidegigant Bayer. Bedrijven richten zich voornamelijk op het verbeteren van de belangrijkste chemicaliën die al op de markt zijn en het is tientallen jaren geleden dat er voor het laatst een nieuw herbicide is geïntroduceerd. ‘Je moet in staat zijn om een bepaalde plantensoort te doden zonder dat dat ten koste gaat van andere plantensoorten, en ook van vissen, insecten en vogels,’ zegt Anderson. ‘De kans dat je dat lukt zonder hulp van computers is uiterst gering.’

    Jay Feldman, directeur van Beyond Pesticides, een in Washington D.C. gevestigde non-profitorganisatie die pleit voor vermindering van het gebruik van landbouwchemicaliën, waarschuwt dat het sproeien van nieuwe chemicaliën op onkruid dat snel resistent raakt tegen tal van herbiciden de situatie alleen maar verergert en leidt tot het ontstaan van nog krachtigere superonkruidsoorten. Door de huidige aanpak van de landbouwbedrijven verliezen oudere herbiciden hun effectiviteit tenzij ze worden gecombineerd met nieuwe chemicaliën, zegt hij, zodat boeren uitsluitend aangewezen zijn op de nieuwe zaden en chemische producten die een bedrijf aanbiedt. ‘Daarmee is er een pesticidetredmollen ontstaan,’ zegt Feldman.

    Nog maar vijf jaar geleden kon een bedrijf een jaar doen over het screenen van honderdduizenden chemische verbindingen. Potentiële verbindingen werden door middel van arbeidsintensieve processen getest in laboratoria en kassen om te zien wat hun interactie was met andere planten, dieren, mensen en het milieu, en of ze effectief waren tegen de beoogde plaag, zegt Shaun Selness, hoofd van de afdeling nieuwe landbouwtechnologieën van Bayer. ‘Je kon een jaar of drie bezig zijn met veldstudies om een middel op te schalen, en uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het toch niet werkte,’ zegt Selness. ‘Dat gebeurde heel regelmatig.’

    ‘Het is een must’

    Het analyseren en screenen van chemische moleculen met behulp van AI kan het proces helpen bekorten tot zo’n twee à drie maanden en eerder in het ontwikkelingsproces toxiciteitsproblemen voorspellen, zegt hij.

    Syngenta, de grootste pesticideproducent in de VS, zegt voor een zelfde benadering te kiezen bij de ontwikkeling van nieuwe herbiciden en insecticiden en bij al zijn onderzoeksprojecten AI-modellen te gebruiken om nieuwe actieve ingrediënten te vinden.

    De technologie helpt het bedrijf niet alleen om de milieueffecten van nieuw producten beter te evalueren, maar ook om te zien of ze goedkoper kunnen worden geproduceerd, zegt Camilla Corsi, hoofd van de afdeling gewasbeschermingsonderzoek van Syngenta. ‘Het helpt ons om alle uitdagingen onder de loep te nemen waarmee onze bedrijfstak bij chemische innovatie wordt geconfronteerd.’ 

    Sean Elliott, de boer uit Illinois, zal iedere nieuwe technologie die hem de komende jaren kan helpen zijn oogst te redden met open armen ontvangen. ‘Het is een must,’ zegt hij.

  • Een landbouwtraditie krijgt nieuwe wortels in de Mississippi-Delta

    Een landbouwtraditie krijgt nieuwe wortels in de Mississippi-Delta

    In een landbouwgebied waar de meeste gewassen voor de export zijn bedoeld, kiest een groeiend aantal boeren er nu voor om gewassen te verbouwen voor de lokale bevolking.

    Dorothy Grady trekt aan een plukje groen dat de kop heeft opgestoken in een van de vele met aarde gevulde emmers op de oprit van haar huis. Er komt een stevige wortel tevoorschijn, van een centimeter of twaalf. Een stukje verderop groeit een saliestruik in een andere emmer, een lage kweekzak zit vol lente-uitjes.

    Over een week of drie begint voor Grady het voorjaarsseizoen op het land dat ze bewerkt in en om Shelby, in Mississippi. Haar land omvat ook twee stukken grond bij de inmiddels gesloten school aan de overkant van de straat, een kleine boomgaard met perziken en peren even verderop in de straat, en nog twee hectare buiten de stad. Grady staat op het punt om aubergines, meloenen, tomaten en een scala aan andere gewassen te planten die uiteindelijk op het bord belanden van 127 mensen uit de buurt.

    Shelby ligt een paar kilometer ten oosten van de Mississippi en is omgeven door vlakke, vruchtbare landbouwgrond. Maar Grady’s groenten en fruit behoren tot de weinige gewassen die bestemd zijn voor de plaatselijke bevolking. De overgrote meerderheid van de boeren in de Mississippi Delta is gespecialiseerd in handelsgewassen zoals soja en maïs.

    Het ‘voedsel is medicijn’-project

    Grady is een van de ongeveer tien lokale telers die leveren aan Delta GREENS, een gezamenlijk onderzoeksproject dat verse ingrediënten levert aan inwoners met diabetes in de counties Bolivar, Sunflower en Washington. Vervolgens worden de effecten op de gezondheid in kaart gebracht. Dit ‘voedsel is medicijn’-project is een van de initiatieven in deze westelijke regio van Mississippi om boeren te steunen en om de markt voor lokale producten te vergroten. Het mes snijdt aan twee kanten: de voedzame voedingsmiddelen komen binnen het bereik van de lokale bevolking én de kleinschalige boeren die ze verbouwen krijgen een steuntje in de rug.

    ‘Ons streven is een coöperatieve ontwikkeling tussen de verschillende landbouwbedrijven,’ zegt Julian Miller, oprichter en directeur van het Reuben V. Anderson Institute for Social Justice in Jackson. Miller is ook een van de belangrijke onderzoekers bij Delta GREENS, en hij maakt zich al sinds jaar en dag sterk voor lokaal voedsel in de Delta-regio. ‘Uiteindelijk willen we landbouwers de capaciteit bieden om op te schalen en een bredere markt aan te boren.’

    De 300 kilometer lange Delta-regio, gelegen op de vruchtbare uiterwaarden tussen twee rivieren, de Mississippi en de Yazoo, heeft een rijke agrarische geschiedenis. Ooit stond het gebied bekend om de katoenteelt, maar tegenwoordig wordt het getekend door velden waar voren in zijn getrokken, waarin gewassen worden verbouwd die worden verwerkt tot diervoeding of ethanol. 

    ‘Die traditie, om je eigen voedsel te verbouwen, is verloren gegaan’

    In het verleden verbouwden veel inwoners van de Delta groente en fruit, zegt Miller, maar in de loop der tijd is die praktijk onder druk komen te staan door mechanisatie en een verlies aan landbouwgrond. Miller, een vijfdegeneratieinwoner van de Delta, die een paar kilometer van Shelby is opgegroeid, heeft nooit iemand gekend met een eigen moestuin. ‘Die traditie, om je eigen voedsel te verbouwen, is verloren gegaan.’

    Ondanks een overvloed aan vruchtbaar land wordt maar een heel klein deel ervan gebruikt voor eetbare gewassen. Zo’n negentig procent van het voedsel dat hier in de regio wordt gegeten, wordt elders verbouwd en vervolgens geïmporteerd. ‘Dat is het schrijnende,’ zegt Miller.

    Zelfs geïmporteerd vers voedsel is soms moeilijk te verkrijgen. Sinds 2021 staan 63 van de 82 counties in Mississippi te boek als zogeheten ‘voedselwoestijnen’, wat wil zeggen dat er in de directe omgeving geen winkel of andere mogelijkheid is om aan verse ingrediënten te komen.

    Deze regio wordt gekenmerkt door grote verschillen in gezondheid en door een grote inkomensongelijkheid. In Bolivar, Sunflower en Washington – de counties waar het Delta GREENS’ onderzoek zich specifiek op richt – leeft bijna een derde van de inwoners op of onder de armoedegrens. Ondertussen komt er twee keer zo veel diabetes voor als het landelijk gemiddelde.

    Moestuinen

    Deze combinatie van een grote economische ongelijkheid en aanzienlijke verschillen op het gebied van gezondheid, en daarnaast ook nog eens een gebrek aan voedselsoevereiniteit, is de motor geweest achter de pogingen om de traditie van het voedsel verbouwen weer in ere te herstellen, onder aanvoering van telers zoals Grady. Grady, een kind van pachters, herinnert zich dat haar ouders altijd een moestuintje hadden en dat er groente en fruit werd geruild met buren. Ze is al betrokken bij het uitbouwen van de lokale voedselbeweging in de Delta sinds de jaren 1990, toen ze begon met schooltuinprojecten.

    Niet alleen heeft ze geholpen om honderden moestuintjes op te zetten voor scholen en kerken in de wijde omgeving, ze heeft bovendien haar eigen landbouwproject uitgebouwd, en inmiddels gaat haar oogst naar de mensen die in en om Bolivar County wonen. Vorig jaar hebben haar perzik- en perenbomen zo’n 900 kilo fruit opgebracht, wat naar plaatselijke scholen is gegaan en via groente- en fruitpakketten is gedistribueerd onder deelnemers aan het Delta GREENS-onderzoek.

    Deze wekelijkse groentepakketten zijn een middel om een van de structurele problemen te ondervangen bij het ontwikkelen van een lokaal voedselsysteem, legt Miller uit: het ontbreken van een structurele markt. Hoewel veel mensen graag meer lokale producten willen eten, hebben telers geen betrouwbare distributielijnen om hun producten bij de mensen te krijgen. Maar met voedsel- en voedselveiligheidsprojecten, die producten betrekken van lokale boeren, worden deze bedrijfjes nu geholpen om op te schalen.

    Het verbouwen van groente en fruit is ingewikkelder dan het telen van handelsgewassen, legt Pollard uit

    Zo’n zestig kilometer ten noordoosten van Shelby is Robbie Pollard druk in de weer met het planten en verzorgen van meer dan vier hectare groente- en fruitgewassen. 

    Pollard is opgegroeid met het telen van gewassen – zijn opa verbouwde handelsgewassen. Maar naar eigen zeggen wist hij maar weinig van het verbouwen van voedsel totdat hij het zelf ging proberen, in zijn achtertuin. Het bleek een roeping te zijn, zegt hij, en al snel zegde hij zijn baan in de IT op om zich er fulltime op te richten.

    Het verbouwen van groente en fruit is ingewikkelder dan het telen van handelsgewassen, legt Pollard uit. Om te beginnen is het arbeidsintensiever – met de hand wieden, verzorgen en oogsten. Handelsgewassen kunnen vaak direct bij de lokale groothandel worden afgeleverd, maar met groente en fruit ligt dat ingewikkelder. Zoals Pollard zegt: ‘Wij moeten zelf op zoek gaan naar onze markten.’

    Pollard heeft verschillende manieren gevonden om zijn producten te distribueren via zijn boerderij, Start 2 Finish, en via zijn daaraan gelinkte gezondheidsvoedingsinitiatief Happy Foods project. Momenteel is hij een van de belangrijkste telers die leveren aan Delta GREENS, en daarnaast levert hij aan vergelijkbare projecten die huishoudens op regelmatige basis voorzien van pakketten met lokale producten. Hij levert ook aan Northern Mississippi FoodRx, weer een ander voedselproject, in samenwerking met de University of Mississippi. Deze zomer gaat hij ook voedsel distribueren via een mobiele markt, en onlangs is hij begonnen met de verkoop via een net geopende supermarkt in Clarksdale, die zich sterk richt op lokale producten.

    Uitbreiding

    De groente- en fruitpakketten bieden hem de mogelijkheid zijn boerderij geleidelijk uit te bouwen door jaarlijks te investeren in kleine verbeteringen. Zo deed hij in het begin alles met de hand, later met een grondfrees en inmiddels met een kleine tractor. Hij pacht nu twintig hectare landbouwgrond. Vorig jaar heeft hij twee hectare verbouwd. Dit seizoen heeft hij meer dan vier hectare ingezaaid, en hij heeft plannen om de hydro- en aquaponic-capaciteit uit te breiden. Hij hoopt binnenkort een samenwerking aan te gaan met andere lokale telers om in het hele gebied een aantal verschillende technieken uit te proberen.

    Tyler Yarbrough, projectmanager van het Mississippi Delta-project voor de landelijke organisatie Partnership for a Healthier America, heeft samen met Pollard aan verschillende projecten gewerkt om de lokale voedselbeweging in de regio te versterken. Een van die projecten betrof het gedurende een beperkte tijd leveren van producten aan lokale huishoudens – zoals Good Food at Home, dat zo’n 500.000 wekelijkse groente- en fruitpakketten heeft geleverd aan gezinnen in de omgeving, waarbij elk huishouden in aanmerking kwam voor twaalf weken. Via dit soort kortlopende projecten kunnen telers stappen zetten naar een stabielere bedrijfsvoering, terwijl bij de consument de vraag naar lokale producten wordt gestimuleerd.

    ‘Je kunt het gebruiken om de consistentie te vergroten en om die markten dichter naar je toe te halen,’ aldus Yarbrough.

    ‘Het gaat erom dat je alle lijntjes in de markt met elkaar verbindt, het moet een holistische benadering zijn’

    Hoewel de groente- en fruitpakketten een succes zijn, leveren ze de boeren het meeste op als ze worden gecombineerd met andere initiatieven, zegt Yarbrough. Het is cruciaal om de telers flexibiliteit te bieden wat betreft de financiering zodat ze alles in de loop der tijd kunnen uitbouwen.

    ‘Het kan niet alleen maar één ding zijn,’ zegt Yarbrough. ‘Je moet het koppelen aan financiering zodat deze boeren ook echt de capaciteit van hun bedrijf kunnen vergroten. Het gaat erom dat je alle lijntjes in de markt met elkaar verbindt, het moet een holistische benadering zijn.’

    Binnen de Delta-regio staat de lokale voedselbeweging nog voor veel uitdagingen, aldus Natalie Minton, een onderzoekster die is verbonden aan de University of Mississippi en die samen met Pollard de lokale voedselmarkt bestudeert. Ook werkt ze voor North Mississippi Food Rx. Telers hebben moeite om arbeiders te vinden – en te betalen. En zonder betrouwbare markt is het heel moeilijk om het bedrijf uit te bouwen.

    Ook omgevingsfactoren spelen een rol. Nog los van het extreme weer, zoals droogte en zware stormen, krijgen ze te maken met problemen die zijn gerelateerd aan het dominante handelsgewas. Voor de handelsgewassen wordt stelselmatig gebruikgemaakt van pesticiden en chemicaliën, die schadelijk zijn voor de voedselgewassen.

    Succes

    Maar toch, zegt Minton, zie je dat veranderingen in het lokale voedselsysteem voet aan de grond krijgen. Het succes van boeren als Pollard laat zien dat specialistisch telen een levensvatbare toekomst kan bieden.

    Voor projecten die afhankelijk zijn van beurzen en financiering van buitenaf is er nog een grote uitdaging bij het werken met federale programma’s, zegt Miller. Lokale voedselsystemen staan zwaar onder druk nu Trump diep heeft gesneden in de overheidsuitgaven, waaronder ook subsidies om het kopen van lokale producten te bevorderen. Delta GREENS wordt gefinancierd door de National Institutes of Health, en volgens Miller is het onzeker of die steun gecontinueerd zal worden.

    Ondanks alle onzekerheid is de lokale voedselindustrie in de Mississippi Delta uniek omdat het allemaal lokaal wordt aangestuurd, zegt Marlene Manzo van HEAL Food Alliance, een voedselrechtvaardigheidscoalitie die werkt met groepen uit het hele land, waaronder Mississippi Fresh. Volgens Manzo toont de groei van de lokale voedselvoorziening in de Mississippi Delta de kracht van initiatieven op kleine schaal, die veranderingen in gang kunnen zetten die echt aansluiten bij de gemeenschap.

    ‘Wat in ieder geval duidelijk is, is dat het genereren van collectieve kracht binnen onze gemeenschappen en binnen regionale systemen echt van wezenlijke, blijvende invloed kan zijn,’ zegt ze.

    Grady bespeurt een verschuiving binnen de gemeenschap. Ze kent steeds meer mensen, onder wie ook familieleden, die zelf voedsel gaan verbouwen. Een voormalige student is nu kok op een school in de buurt. Hij heeft een moestuin en gebruikt wat hij verbouwt in de schoolkeuken.

    ‘Dat andere mensen nu ook dit soort dingen gaan doen is de mooist denkbare beloning,’ zegt ze.

  • Gewelddadige boerenprotesten in het centrum van Brussel

    Gewelddadige boerenprotesten in het centrum van Brussel

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Directeur FSB wijst naar VS, VK en Oekraïne als verantwoordelijken aanslag

    » Oppositie Venezuela kan gewenste kandidaat niet inschrijven voor verkiezingen

    Landbouwministers van de EU kwamen dinsdag bijeen in Brussel

    Boerenprotesten in Brussel zijn dinsdag uit de hand gelopen. Dat schrijft Politico. De protesten werden gehouden omdat de EU-ministers van Landbouw een beladen top hielden over het landbouwbeleid van de EU. Honderden tractoren sloten straten in de buurt van het hoofdkantoor van de EU af om te protesteren tegen wat zij zien als buitensporige bureaucratie en oneerlijke handel.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De boeren gooiden bieten, sproeiden mest naar de politie en staken hooi in brand, onder meer uit protest tegen Europese milieumaatregelen en goedkope import uit Oekraïne. Eén persoon werd gearresteerd voor het gooien van molotovcocktails naar veiligheidspersoneel. Twee politieagenten raakten gewond en moesten naar het ziekenhuis worden gebracht.

    De politie vuurde traangas af om zo’n 250 tractoren op afstand te houden. ‘Het geweld, de brandstichting en de vernielingen tijdens de protesten zijn onaanvaardbaar’, zei minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden, die erop aandrong dat de schuldigen vervolgd zouden worden.

    De boeren hebben al concessies gekregen van de EU en nationale overheden, maar een belangrijk plan om de natuur in het 27-landenblok beter te beschermen werd maandag voor onbepaalde tijd uitgesteld, mogelijk als reactie op de boerenprotesten.

  • Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Landbouwbeleid wordt hét thema bij komende Europese verkiezingen

    Bij de komende Europese verkiezingen zal het landbouwbeleid een cruciale rol spelen. Boeren vinden dat ze veel moeten inleveren omwille van het klimaat, en dat terwijl Europa wereldwijd vooroploopt in de groene transitie.

    Op een bord bevestigd op een van de tractoren die de Brandenburger Tor in Berlijn belegeren, staat: ‘Geen boerderijen, geen voedsel, geen toekomst’. Dat is de reactie van de boeren op het beleid dat  Europa volgens hen moet veranderen in een uitgestrekte agrarische woestijn, overwoekerd met wild gras en woeste bossen. En dat allemaal om het dictaat uit te voeren van de ‘Farm to Fork’-strategie, die de kern vormt van de Green Deal voor Europa. Maar volgens de demonstranten is er zonder landbouw geen voedsel en zonder voedsel geen toekomst.

    De laatste golf van boerenprotesten begon in Saksen, trok door Berlijn en over de Champs-Élysées, zwol vervolgens aan in Nederland en bereikte zijn hoogtepunt bij het Berlaymontgebouw, het Brusselse hoofdkwartier van de Europese Commissie met Ursula von der Leyen als voorzitter.

    De eurocraten mogen dan het verhaal ophangen dat de protesten in Duitsland, Frankrijk en Nederland worden veroorzaakt door ‘lokale’ factoren, de leider van de Duitse boeren, Joachim Rukwied, denkt daar heel anders over: ‘We willen dat Olaf Scholz ons de belastingsteun voor diesel [voor landbouwvoertuigen] teruggeeft en de voertuigbelasting op tractors afschaft. Maar we willen ook dat Europa terugkomt op de Farm to Fork-strategie en stopt met het straffen van de boeren.’

    Verkiezingen

    In juni kiezen de Europese burgers de leden van het Europees Parlement. Bij die verkiezingen zal de landbouw een belangrijke rol spelen: de machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland. Dit is al gebeurd in Nederland, en het gaat ook gebeuren in Duitsland, waar de CDU altijd de partij van het platteland is geweest, maar waar in het hele oosten – het epicentrum van deze protestbeweging – Alternative für Deutschland in de peilingen ver voorligt op alle andere partijen.

    De machtsverdeling op het oude continent zou weleens op zijn kop kunnen worden gezet door kiezers op het platteland

    De kwestie van de boeren zal ook in Frankrijk een belangrijk thema zijn. Daar moet de regering beloften doen om te voorkomen dat de boeren massaal overlopen naar Marine Le Pen. 

    De Franse boeren laten flink van zich horen. Ze hebben dan ook aardig wat redenen gevonden om Europa te haten: het keurslijf dat het hun oplegt, de traagheid van de GLB-subsidies [Gemeenschappelijk landbouwbeleid], de invoer van producten van buiten Europa die zwaar drukken op de prijzen en de gunsten die de Europese Commissie volgens hen verleent aan supermarkten en multinationals.

    Opkomst van rechts

    In vrijwel heel Europa is er op het platteland sprake van een hang naar rechts en wordt er geprotesteerd. Zoals in Hongarije, waar Viktor Orbán inspeelt op het ongenoegen van graanboeren die de import uit Oekraïne willen blokkeren, net als in Slowakije en Polen. Maar het verzet leeft ook sterk in België, waar de beweging die openlijk het Europese veeteeltbeleid aanvecht al sinds maart haar stem laat horen. Hetzelfde geldt voor Nederland, waar op last van de voormalige regering-Rutte en in overleg met Brussel 30 miljoen runderen, varkens en kippen moeten worden afgemaakt en 11 200 boerenbedrijven moeten sluiten.

    Volgens een nieuwe peiling van Europe Elects zal deze tractorrevolutie zwaar wegen bij de stembusgang: de groene partijen zouden nog slechts 49 zetels in het Europees Parlement overhouden, tegenover 74 op dit moment. Maar de grootste klap zullen ze ongetwijfeld in Duitsland, in hun eigen bastion, moeten incasseren: de Duitse Groenen zullen waarschijnlijk dalen van 24 procent naar 13 procent van de stemmen. Zoals Melanie Vogel, de covoorzitter van de Europese Groene Partij, onlangs zei op het partijcongres in Wenen: ‘Het grootste politieke risico voor de Groenen is de opkomst van rechtse coalities in de regering van de lidstaten.’ 

    Misschien komt dat doordat het groene dogma een beetje te ver lijkt te zijn doorgeschoten. Dat is ook de mening van een groene hardliner die nu probeert zijn zetel te redden: Cem Özdemir, de Duitse minister van Landbouw. Hij was de eerste die het zei: je kunt geen 300 hectare bewerken met elektrische tractoren, dus je kunt niet zonder diesel. En: we kunnen geen Europa willen dat importeert in plaats van produceert. Maar zijn belangrijkste strijd is ongetwijfeld die voor de jaarlijkse rotatie van graangewassen.

    Volgens GLMC-norm 7 (Goede landbouw- en milieuconditie) mag, om de biodiversiteit te bevorderen, eenzelfde gewas – zoals tarwe – niet meer dan twee jaar achter elkaar op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd. Kort gezegd betekent dit dat Duitsland zal moeten stoppen met het verbouwen van miljoenen hectaren tarwe per jaar, net als Frankrijk, de grootste producent van zachte tarwe in de Europese Unie, en Italië, de grootste producent van harde tarwe in Europa. Als gevolg hiervan zullen we onze import moeten verdubbelen uit landen die zich niet aan dezelfde regels houden als wij.

    Volgens GLMC-norm 7 mag eenzelfde gewas niet meer dan twee jaar achtereen op één deel van de landbouwgrond worden verbouwd

    Bij deze verplichting om met de gewassen te variëren komt nog de Farm to Fork-strategie, die voorschrijft om 10 procent van de landbouwgrond niet langer te gebruiken voor akkerbouw, een kwart van de grond te gebruiken voor biologische landbouw, het gebruik van pesticiden te halveren en het gebruik van kunstmest tegen 2030 met 20 procent te hebben verminderd en tegen 2050 geheel te hebben afgeschaft. Allemaal doelstellingen die de Europese landbouw ernstig in gevaar dreigen te brengen.

    De weg die Europa inslaat is dus bijzonder riskant, en dat wordt ook bevestigd door een dossier van Divulga. Dit grote Europese landbouwonderzoekscentrum heeft de schattingen van drie vooraanstaande onderzoeksinstituten gebundeld – het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Unie, de Wageningen Universiteit in Nederland en het Amerikaanse ministerie van Landbouw – die de impact van de Farm to Fork-strategie op de landbouwproductie van Europa hebben bestudeerd. Volgens het onderzoek stevent Europa af op een daling van de graanproductie met 10 à 20 procent, een stijging van de import van citrusvruchten met 93 procent en een stijging van de maïsimport van ruim 209 procent. De prijzen zullen volgens het onderzoek ook enorm omhooggaan: het voorziet een stijging van 24 procent voor rundvlees, 43 procent voor varkensvlees en 42 procent voor olie en wijn. En als klap op de vuurpijl: een exportdaling van 30 procentpunt.

    Nog geen 1 procent

    Vanaf een tractor gezien gaat het de verkeerde kant op met Europa. En dat alles in naam van het veronderstelde terugdringen van de broeikasgassen. Maar het is een feit dat de uitstoot van de Europese landbouw slechts 10,4 procent bedraagt van de totale uitstoot van Europa, dat op zijn beurt verantwoordelijk is voor ongeveer 9 procent van de totale uitstoot van de planeet. Willen we de Europese landbouw dan lamleggen om op te treden tegen nog geen 1 procent van de wereldwijde uitstoot?

    Felice Adinolfi, professor aan de Universiteit van Bologna en directeur van Divulga, is pessimistisch: ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw.’ En de cijfers geven hem gelijk. Brazilië is onze grootste leverancier van agrovoedingsmiddelen (ter waarde van 9 miljard euro in één jaar), gevolgd door de Verenigde Staten (6 miljard euro) en China (2,6 miljard euro). Deze drie landen zijn samen goed voor 27 procent van de wereldwijde landbouwemissies, die van 1990 tot 2019 met 15 procent zijn gestegen. Europa is de enige die zijn uitstoot heeft verminderd, met 18,5 procent.

    ‘Europa dreigt er alleen voor te staan in de wedloop om een groene transitie in de landbouw’

    Adinolfi en zijn collega’s luiden daarom de noodklok: ‘De verzamelde gegevens vertellen ons dat het verbouwen van een hectare soja of het produceren van een kilo vlees in Europa vandaag de dag veel duurzamer is dan waar ook ter wereld. Daarom zijn wederzijdse milieu- en sociale verplichtingen essentieel als het Europese initiatief om de klimaatcrisis te bestrijden zijn vruchten wil afwerpen, en geen boemerangeffect wil hebben.’ Maar de negatieve gevolgen zijn er, en die zijn al duidelijk zichtbaar.

  • EU-leiders beloven meer concessies om boze boeren te sussen

    EU-leiders beloven meer concessies om boze boeren te sussen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU stemt in met pakket van 50 miljard euro voor Oekraïne nu Orbán zwicht voor druk

    » VS: Frans reclamebureau moet 350 miljoen dollar betalen voor rol in opioïdencrisis

    Boeren protesteerden rondom EU-top

    ’EU-leiders beloven de last van de milieuregels te verlichten in een poging de protesten van de boeren, die donderdag tijdens een top in Brussel standbeelden vernielden en brand stichtten, de kop in te drukken’, schrijft Financial Times. De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, zei dat ‘deze maand verdere aanpassingen zullen worden voorgesteld om de bureaucratie voor boeren te verminderen en de recente golf van klimaatwetgeving te heroverwegen’, voegt het zakenblad eraan toe. De landbouwministers van de EU is gevraagd om tijdens een vergadering op 26 februari met een plan te komen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Na de vele demonstraties die de afgelopen weken door boeren in heel Europa zijn georganiseerd, blokkeerden tractoren de belangrijkste verkeersaders en pleinen in Brussel, op minder dan een kilometer van de plaats waar Europese leiders bijeen waren. De ME moest eraan te pas komen om te voorkomen dat de betogers het gebouw van de top bereikten.

    In België hebben boeren ook de haven van Zeebrugge geblokkeerd en een aantal magazijnen van supermarkten geblokkeerd. ‘We willen een eerlijke prijs voor onze producten’, zei Pol Latinis, een Belgische melkveehouder tegen Financial Times.

  • Franse boeren verhevigen hun protesten in afwachting van nieuwe maatregelen

    Franse boeren verhevigen hun protesten in afwachting van nieuwe maatregelen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Financiële criminaliteit richtte in 2023 voor 3,5 biljoen dollar aan schade aan

    » Alabama voert eerste Amerikaanse executie met stikstof uit

    Boeren hebben moeite om het hoofd boven water te houden

    De boerenprotesten in Frankrijk nemen toe in intensiteit in afwachting van de maatregelen die premier Gabriel Attal vanmiddag zal aankondigen, meldt Le Monde. Afgelopen week zijn er tal van protestacties en wegblokkades geweest. De voorzitter van de FDSE, een boerenvakbond, waarschuwt dat boeren ‘tot veel erger in staat zouden zijn’ als de aankondigingen van de regering niet aan hun verwachtingen voldoen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vandaag staan verschillende protestacties gepland. Vanaf twee uur ’s middags zullen de snelwegen van Île-de-France geblokkeerd worden. Op dat moment presenteert premier Attal de plannen in Haute-Garonne.

    De reeks protesten begon op 18 januari in de Franse regio Occitanië. Sindsdien heeft de beweging zich over heel het land verspreid. De boeren zijn boos omdat ze moeite hebben om het hoofd boven water te houden door de hoge vaste lasten die ze maar beperkt kunnen doorberekenen. Ook zeggen ze last te hebben van de Europese klimaatwetgeving en regelgeving waar ze aan moeten voldoen.

  • Boerenprotesten in Duitsland: waarom zijn er tractorblokkades over de grens?

    Boerenprotesten in Duitsland: waarom zijn er tractorblokkades over de grens?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar naar Duitsland, waar boeren een week van protest hebben aangekondigd. Net als eerder in Nederland worden wegen geblokkeerd door grote tractoren. Wat is de aanleiding voor dit protest?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe zien de boerenprotesten in Duitsland eruit?

    De boerenprotesten begonnen op maandag, in verschillende deelstaten. Volgens Handelsblatt leiden de protesten tot verkeershinder in het hele land. ‘In verschillende deelstaten, waaronder Mecklenburg-Vorpommern, Noordrijn-Westfalen, Rijnland-Palts en Brandenburg, blokkeerden boeren de opritten van snelwegen met hun tractoren. In Nedersaksen parkeerden boeren de voertuigen tijdelijk zelfs op snelwegen’, schrijft de krant.

    Steden als Brandenburg an der Havel en Cottbus in Brandenburg waren helemaal niet meer bereikbaar, zeker niet toen ook vrachtwagenchauffeurs zich bij de protesten aansloten. Op moment van schrijven is de onrust verre van afgenomen, meldt NDR. ‘Boeren blokkeren vandaag opnieuw wegen in het noorden. Er zijn al veel acties geweest in Nedersaksen en Mecklenburg-Voor-Pommeren. In Sleeswijk-Holstein vinden de blokkades vooral plaats in Lübeck en Flensburg.’ Ook worden er havens geblokkeerd, aldus de nieuwssite.

    Door de protesten, waarbij landbouwvoertuigen worden ingezet om infrastructuur lam te leggen, ‘moeten automobilisten, scholieren en busreizigers tot begin volgende week rekening houden met files op belangrijke wegen en snelwegen’, schrijft ADAC. Ziekenhuizen gaan na of niet-urgente operaties uitgesteld kunnen worden, en er wordt gekeken of scholen mogelijk de deuren moeten dichthouden.

    ANP 488160838 1
    De protesten zijn landelijk en eind deze week wordt de grootste demonstratie in het centrum van Berlijn verwacht. – © EHLL

    En de problemen zijn nog niet voorbij, meldt n-tv. ‘De boerenvereniging heeft aangekondigd dat de protesten de hele week, op verschillende locaties zullen voortduren. Ze zouden een aanzienlijke impact kunnen hebben op het verkeer in Duitsland, vooral in de tweede helft van de week, omdat de machinistenvakbond GDL vanaf woensdag een staking heeft aangekondigd in het cao-onderhandelingsgeschil met Deutsche Bahn.’ Hierdoor zal ook het treinverkeer platliggen.

    Eind deze week vindt in Berlijn het slot van de disruptieve protestweek plaats, met een demonstratie waar zo’n tienduizend deelnemers verwacht worden, velen van hen met tractoren en vrachtwagens. Volgens Joachiem Rukwied, woordvoerder van de boerenorganisaties, in gesprek met ZDF, wordt na die demonstratie bepaald of men doorgaat met protesteren dan wel het via de politieke dialoog zal proberen. Volgens Rukwied staat momenteel 70 procent van de Duitsers achter de boeren en is het nu aan de federale regering om te laten zien dat zij de zorgen van de Duitse boeren serieus nemen.

    Waarom protesteren de boeren in Duitsland?

    ‘Het doel van de protestacties is duidelijk: men wil duidelijk maken wat er nodig is voor een concurrerende landbouw om lokaal voedsel voor de bevolking te kunnen blijven produceren’, schrijft Die Zeit. ‘De woede van de boeren werd aangewakkerd door de geplande bezuinigingen op de subsidies voor de industrie in de nasleep van de begrotingscrisis.’

    De federale regering wilde de btw-vrijstelling voor landbouwvoertuigen schrappen, evenals het belastingvoordeel dat boeren hebben op diesel. Boeren vrezen dat hierdoor hun prijzen moeten stijgen en dat ze daardoor niet tegen de concurrentie van buitenlandse boeren op kunnen. Hoewel de plannen inmiddels zijn afgezwakt door de regering, bijvoorbeeld door de subsidies gefaseerd af te schalen, zijn de boeren niet tevreden. Wat speelt er nog meer?

    ‘Het is genoeg! We eisen de volledige terugdraaiing van deze belastingverhogingen, zonder enige mitsen en maren. Ik verwacht dat tienduizenden tractoren naar onze bijeenkomsten in heel Duitsland zullen komen’, zei de eerdergenoemde Joachiem Rukwied volgens Tageschau, in de dagen voor de protesten. ‘In Duitsland wordt het landbouwbeleid gemaakt vanuit een stedelijke bubbel en keert het zich tegen boerenfamilies en plattelandsgebieden.’

    ANP 488155137
    Een tractor met een protestbord tijdens een demonstratie in München op maandag. – © EPA

    Het is een klassieke tegenstelling, wij tegen zij, de stad tegen het platteland, traditie tegen progressie. Tevens een tegenstelling waar extreemrechts in Duitsland flink van profiteert, zo schrijft Die Welt. Met name de AfD-partij probeert het vuurtje tegen de regering flink op te stoken, en vooraanstaande politici doen uitgelaten mee aan de boerenprotesten. De Duitse regering waarschuwde al dat deze antiregeringssentimenten het draagvlak van de boerenprotesten zouden kunnen aantasten onder de burgerbevolking.

    Volgens de Berliner Morgenpost speelt er meer. ‘Het is niets nieuws dat boeren en politici het niet altijd eens zijn. Er zijn in het verleden al protesten geweest tegen het aanscherpen van de regels voor het gebruik van pesticiden. Of toen er werd gesproken over een kunstmestverbod voor landbouwstroken in de buurt van water. Het feit dat belangrijke belastingvoordelen voor boeren nu zouden worden afgeschaft, was waarschijnlijk de druppel. De huidige protesten kunnen dan ook worden geïnterpreteerd als een mix van financiële zorgen, frustratie en het gevoel oneerlijk behandeld te worden door politici.’

    Daarnaast spelen ook de concurrentie op de Europese markt en de timing en snelheid van de nieuwe maatregelen een rol, schrijft Deutschland Funk. Theresa Schmidt, medevoorzitter van de Vereniging van Duitse Plattelandsjongeren, riep de regering bijvoorbeeld op om de landbouw meer tijd te geven om de subsidies en belastingen in de landbouw op elkaar af te stemmen. Ook zou er gekeken moeten worden naar hoe de maatregelen verschillende typen landbouwbedrijven raken, en is een algemeen pakket maatregelen te ondoordacht.

    Hoe slecht (of goed) gaat het eigenlijk met de boeren in Duitsland? 

    ‘Het sprookje van de arme boeren’, zo typeert Die Welt de huidige problemen. Volgens de krant verdient het merendeel van de agrariërs in Duitsland een uitstekend inkomen en wordt er daarnaast nog voor tienduizenden euro’s uitgedeeld aan subsidie van de deelstaten, van de federale regering en vanuit Brussel.

    WDR schrijft dat de economische situatie er in de Duitse landbouwsector de afgelopen jaren zelfs op vooruit is gegaan. ‘Gemiddeld zouden fulltimeboeren een winst van 115.400 euro hebben gemaakt. Een “all-time high”, ongeveer 45 procent meer dan vorig jaar’.

    Daarnaast wijst de website de publieke omroep erop dat de landbouw ‘een van de economische sectoren is die de meeste subsidies ontvangt. Volgens het ministerie van Landbouw ontvingen Duitse boeren en visserijbedrijven in 2022 alleen al 7 miljard euro uit EU-fondsen. Met 315.000 ontvangers komt dit neer op gemiddeld ruim 22.000 euro aan subsidies uit Brussel’ per boer.

    ANP 488158473
    Boeren protesteren in het centrum van Dresden. De stad was enige tijd niet bereikbaar door de blokkades. – © dpa

    Volgens Stern geven de berekeningen over inkomens van landbouwbedrijven een vertekend beeld en gaat het zelfs om nog hogere bedragen. ‘Er wordt hier alleen rekening gehouden met inkomsten uit landbouwactiviteiten. Steeds meer bedrijven genereren nu echter extra inkomsten door vakantieappartementen te verhuren, door energie op te wekken met zonnepannelen, door biogas te produceren of met andere zaken.’

    Desondanks neemt het aantal agrarische bedrijven in Duitsland voortdurend af, zo schrijft BR24. ‘Tussen 2010 en 2020 daalde het aantal met 36.100 naar 262.800 bedrijven. Dit komt overeen met een jaarlijks dalingspercentage van 1,1 procent (2020 tot 2010). Dat klinkt niet al te dramatisch, maar in de voorgaande decennia zijn veel bedrijven gestopt, waardoor er al relatief weinig bedrijven over zijn’.

    De nieuwssite interviewt landbouwonderzoeker Martin Spreidler. Volgens Spreidler gaan de enorme protesten in Duitsland momenteel niet zozeer om de bezuinigingen en afschaling van mogelijke subsidies, maar waren die plannen slechts de druppel. ‘Alle frustraties van boeren komen momenteel naar boven. Het gaat niet alleen om geld, maar ook om sociale erkenning, om steeds strengere milieuregels en toenemende eisen aan de landbouw, bijvoorbeeld op het gebied van dierenwelzijn – terwijl tegelijkertijd de kosten stijgen. Voor velen is de limiet bereikt.’

  • Oekraïens graan: Kyiv dient klacht in bij WTO tegen Polen, Slowakije en Hongarije

    Oekraïens graan: Kyiv dient klacht in bij WTO tegen Polen, Slowakije en Hongarije

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Moord op sikh-leider in Canada: Trudeau wijst naar India en zet diplomaat uit

    » Zesde massa-extinctie dreigt, waarschuwen wetenschappers

    Polen, Hongarije en Slowakije houden vast aan invoerverbod

    ‘Het geschil tussen Polen, Hongarije en Slowakije aan de ene kant en de Europese Commissie en Oekraïne aan de andere kant over de graanexport uit het buurland blijft oplopen’, schrijft Frankfurter Allgemeine Zeitung. Oekraïne bekritiseerde maandag de drie EU-landen omdat ze het embargo op de invoer van Oekraïens graan hebben verlengd, ondanks het opheffen van de beperkingen door Brussel. ‘Het is cruciaal voor ons om vast te stellen dat individuele lidstaten de invoer van Oekraïense goederen niet mogen verbieden’, verklaarde minister van Economie Joelia Svyrydenko. ‘Daarom dagen we ze voor de rechter.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Naast de verlenging van het verbod op graan, heeft Warschau het invoerverbod ook uitgebreid naar ‘meel en diervoeder’. Volgens FAZ lijkt de Poolse beslissing deels te zijn ingegeven door electorale redenen: de krant wijst erop dat er verkiezingen aankomen in Polen ‘waarbij de stem van de boeren waarschijnlijk een rol zal spelen’.

    Oekraïne wil nu een klacht indienen bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zodat ‘de wereld kan zien hoe EU-leden zich gedragen tegenover hun handelspartners en hun eigen Unie, omdat dit ook gevolgen kan hebben voor andere staten’, aldus plaatsvervangend landbouwminister Taras Katsjka tegen Politico. ‘Vooral de maatregelen van Polen zijn pijnlijk’, becommentarieert het Duitse dagblad. Als tegenreactie overweegt Oekraïne de import van groenten en fruit uit Polen te beperken.

    Lees ook:

  • In Brazilië nemen arme boeren verlaten land in en maken er een levendig dorp van

    In Brazilië nemen arme boeren verlaten land in en maken er een levendig dorp van

    De Beweging van Landloze Boeren mobiliseert arme Brazilianen om braakliggende landbouwgrond van de rijkste boeren te bezetten. Naar schatting wonen er op dit moment zo’n 46.000 gezinnen in zulke nederzettingen. ‘Een bezetting is een voortdurend proces van strijd en confrontatie.’

    Het was iets voor middernacht toen de tweehonderd activisten en landarbeiders met machetes, schoffels, hamers en sikkels bij de rancho aankwamen om de landbouwgrond te bezetten. Het terrein was verlaten en overwoekerd met onkruid. Op een verdwaalde koe na was er in het hoofdgebouw niemand te bekennen.

    Nu, drie maanden later, is het een levendig dorp. Kinderen fietsen over nieuw aangelegde landwegen, vrouwen bewerken de grond van hun tuin en mannen spannen zeildoeken over de hutjes. In het kampement van Itabela, een dorp in het oosten van Brazilië, wonen zo’n 530 gezinnen, die met z’n allen de grond omploegen en bonen, maïs en cassave zaaien. De twee broers die de boerderij met 150 hectare grond erfden, willen dat de bezetters hun biezen pakken. Maar de nieuwe bewoners zeggen dat ze blijven zitten waar ze zitten.

    ‘Een bezetting is een voortdurend proces van strijd en confrontatie,’ zegt Alcione Manthay (38), de leider van het kamp, die zelf in vergelijkbare kampen opgroeide. ‘Zonder bezetting krijg je geen nederzetting.’

    Manthay en de andere ongenode bewoners maken deel uit van de Beweging van Landloze Boeren (Movimento dos Trabalhadores Rurais Sem Terra, MST), die wereldwijd weleens de grootste op marxistische leest geschoeide actieve beweging in een democratisch land zou kunnen zijn. Na veertig jaar van soms bloedige bezettingen is de MST een belangrijke politieke, sociale en culturele factor geworden in Brazilië.

    Activisten

    De beweging, geleid door activisten die zichzelf militant noemen, mobiliseert honderdduizenden arme Brazilianen om verlaten land dat eigendom is van rijke grondbezitters te bezetten, zich er te vestigen en de landbouwgrond te bewerken. Vaak gaat het om grote collectieven. De activisten claimen dat ze de schrijnende ongelijkheid willen terugdraaien die in de loop van de geschiedenis van Brazilië is ontstaan.

    Hoewel het linkse deel van de bevolking begrip heeft voor hun zaak – de rode mutsen van de beweging waarop een stel wordt afgebeeld dat een machete in de lucht steekt, zijn een vertrouwd beeld in hipsterbars – beschouwen veel Brazilianen de bezetting als onwettig en communistisch. Daarmee ziet de nieuwe linkse president Luiz Inácio Lula da Silva zich voor een lastig dilemma geplaatst. Hij steunt de beweging al heel lang, maar juist op dit moment probeert hij de relatie tussen het Congres en de oppermachtige agro-industrie te verbeteren.

    In Latijns-Amerika hebben ook andere op marxistische leest geschoeide bewegingen – protesterende arbeiders die een klassenstrijd voeren tegen het kapitalisme – geprobeerd de systematische ongelijkheid aan te pakken, maar geen enkele is zo groot, ambitieus en vindingrijk als de Braziliaanse MST.

    De organisatoren van de beweging en onafhankelijke onderzoekers schatten dat er op dit moment 460.000 gezinnen in de door de MST opgezette kampen en nederzettingen wonen. Dit zou betekenen dat bijna twee miljoen mensen, oftewel 1 procent van de Braziliaanse bevolking, er op een of andere manier deel van uitmaken. Volgens sommige schattingen zou dit de grootste sociale beweging in Latijns-Amerika zijn.

    Onder het bewind van Jair Bolsonaro, de rechtse oud-president van Brazilië, boette de beweging aan kracht in. De bezettingen stopten grotendeels tijdens de pandemie, maar namen daarna hand over hand weer toe. Dit ondanks het verzet van Bolsonaro en van de grondbezitters die zich hadden bewapend, een gevolg van het versoepelde wapenbeleid onder de oud-president.

    Stijging landonteigeningen

    Maar nu, gesterkt door de verkiezing van Lula, sinds jaar en dag hun politieke medestander, zorgt de beweging voor een stijging van het aantal landonteigeningen.

    ‘We hebben Lula gekozen, maar we zijn er nog niet,’ verklaarde João Pedro Stédile, medeoprichter van de beweging.

    Als gevolg van de nieuwe landbezettingen is er een tegenbeweging ontstaan, Invasão Zero (‘nul invasie’). Duizenden boeren zeggen er niet op te vertrouwen dat de overheid hun bezittingen zal beschermen. Ze hebben zich georganiseerd om de strijd aan te gaan met de illegale bezetters en hen van hun land te verjagen, al is er tot nu toe weinig geweld aan te pas gekomen.

    ‘Niemand wil vechten, maar er is ook niemand die zijn bezittingen kwijt wil raken,’ zegt boer Everaldo Santos (72), leider van een lokale boerenvakbond en eigenaar van een rancho met 404 hectare grond, niet ver van het kampement in Itabela. ‘Je hebt het gekocht, je hebt er je geld in gestoken, je hebt alle papieren op orde, je betaalt belasting. Dus dan sta je niet toe dat mensen het inpikken,’ zegt hij. ‘Je verdedigt wat van jou is.’ Ondanks de agressieve manier van opereren van de MST hebben Braziliaanse rechters en de Braziliaanse regering duizenden nederzettingen een wettelijke status toegekend, omdat er een wet bestaat die voorschrijft dat landbouwgrond moet worden geëxploiteerd. Door de toename van dit soort wettelijke besluiten is de MST een belangrijke voedingsproducent geworden. Jaarlijks verkoopt de beweging honderdduizenden tonnen melk, bonen, koffie en andere basisproducten; die worden grotendeels biologisch geproduceerd, omdat de organisatie haar leden jaren geleden heeft gestimuleerd om niet langer pesticiden en kunstmest te gebruiken. De MST is nu de grootste biologische rijstproducent van Latijns-Amerika, volgens een grote vakvereniging van rijstproducenten.

    Dit neemt niet weg dat uit opiniepeilingen blijkt dat veel Brazilianen tegen de landbezettingen zijn. Sommige van de fanatiekste leden van de beweging hebben productieve landbouwbedrijven bezet die eigendom waren van grote spelers in de agro-industrie, oogsten gesaboteerd en zelfs kortstondig het landhuis van een oud-president bezet. In het huidige krachtenveld staan honderdduizenden arme boeren en een netwerk van linkse activisten lijnrecht tegenover rijke families, grote landbouwcoöperaties en veel kleine familiebedrijven.

    De oneerlijke verdeling van grondbezit stamt uit de koloniale tijd

    Conservatieve politici menen dat Stédile, de medecoördinator van de beweging, zich met zijn oproep tot nieuwe bezettingen schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit en zijn een onderzoek gestart in het Congres. De dag na Stédiles oproep ging Lula op staatsbezoek naar China. (De regering liet zich vergezellen door verschillende grote voedselproducenten.)

    Lula heeft al jaren nauwe banden met de MST. Tijdens zijn eerste regeringsperiode, twee decennia geleden, betuigde de eerste Braziliaanse president die uit de arbeidersklasse afkomstig is openlijk steun aan de beweging.

    De oneerlijke verdeling van grondbezit stamt uit de koloniale tijd, toen de grond eigendom was van machtige witte mannen. Door ongebruikte landbouwgrond te confisqueren en toe te wijzen aan armlastige boeren heeft de regering geprobeerd de balans te laten uitslaan naar de andere kant. De MST probeert op haar beurt toewijzingen te forceren door braakliggende landbouwgrond te bezetten.

    Volgens Bernardo Mançano Fernandes, een docent aan de Staatsuniversiteit van São Paulo die al decennialang onderzoek doet naar de beweging, heeft de regering zo’n 60 procent van de bezettingen van de MST gelegaliseerd. Dit is volgens hem te danken aan de organisatoren, die er voortdurend in slagen om ongebruikte landbouwgrond op te sporen.

    Tegenstanders vinden dat de regering de bezettingen aanmoedigt, doordat ze de illegale onteigening beloont. Volgens hen zou ze de bezetters juist moeten dwingen zich aan de regels te houden en de verplichte bureaucratische wegen te bewandelen om overheidstoestemming te krijgen voor het bezitten van een stuk land. Maar de MST staat op het standpunt dat de regering geen poot uitsteekt als ze niet onder druk wordt gezet.

    Eigen stukje grond

    De bewoners van het kampement in Itabela hebben verschillende achtergronden, maar dezelfde wens: een eigen stukje land. ‘De stad is niet vriendelijk voor ons,’ zegt Marclésio Teles (35). Hij is koffieplukker en zit voor het hutje dat hij voor zijn vijfkoppige gezin bouwde; zijn gehandicapte dochter zit naast hem in haar rolstoel. ‘Dit hier is een plek waar rust is.’

    Anderhalf uur rijden verderop, langs dezelfde weg, kun je bekijken hoe de toekomst eruit zou kunnen zien: daar bevindt zich een nederzetting van zo’n 2023 hectare die in 2016, na zes jaar bezetting, een wettelijke status kreeg. De 227 gezinnen die er wonen bezitten elk 8 à 10 hectare grond: glooiende landbouwgrond waarop van alles wordt verbouwd en stukken land met grazers. Ploegen en tractoren zijn voor gezamenlijk gebruik, maar verder verbouwt ieder zijn eigen stuk grond. Samen produceren ze ongeveer twee ton voedsel per maand.

    Voordat Daniel Alves (54) in 2010 dit land bezette, bewerkte hij het land van iemand anders. Nu verbouwt hij op 8 hectare grond 28 verschillende soorten gewassen, waaronder bananen, peperkorrels, glimmend roze drakenfruit en copoazú, een tropische vrucht uit het Amazonegebied; alles wordt biologisch geteeld. Alves verkoopt zijn oogst op de lokale markt.

    ‘Deze beweging haalt mensen uit de misère,’ concludeert hij.

    Zijn kleindochter Esterfany (11) gaat naar een openbare school in de nederzetting die deels wordt gerund door de MST. Het is een van de tweeduizend MST-scholen in Brazilië.

    Lees ook:

  • In Zimbabwe verruilen jonge hoogopgeleiden het kantoor voor de boerderij

    In Zimbabwe verruilen jonge hoogopgeleiden het kantoor voor de boerderij

    Een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren in Zimbabwe ziet in goed beheerde landbouwprojecten een lucratief bestaan. Bovendien is het ‘werk waar je snel van gaat houden’.

    Toen de negentwintigjarige Tavuya Manungo terugkeerde naar zijn geboorteplaats in Shamva, in Noordoost-Zimbabwe, had hij een masterdiploma in financiën en investeringen op zak, maar hij was niet van zins het bedrijfsleven in te gaan. Hij had zijn twee jaar jongere broer Mako bij zich, die bedrijfskunde had gestudeerd. Ze wilden gaan boeren en stonden te popelen om aan de slag te gaan. Inmiddels runnen ze samen een boerderij, die Tavuya ‘onze levensader’ noemt, met 1200 hectare grond in een gebied dat bekendstaat om zijn nikkelmijnen alsook om de allereerste mijnstaking van Afrika (in 1927).

    ‘Goed beheerde landbouwprojecten, of ze nu klein of groot zijn, zijn lucratiever dan de meeste beschikbare banen. Bovendien is het werk waar je snel van gaat houden,’ zegt Mako. ‘Het geeft veel voldoening.’ De broers behoren tot een nieuwe generatie goed opgeleide jongeren, van wie velen afgestudeerd zijn in bedrijfskunde, rechten, financiën of technologie, die hun nette pak verruilen voor een overall.

    Op Masimbiland Farm, vernoemd naar een nabijgelegen berg, verbouwen de broers 15 hectare sinaasappels, 90 hectare maïs en 3,5 hectare chilipepers. Ze hebben meer dan dertigduizend legkippen en een kwekerij waar ze mango- en citrusplanten telen; vorig jaar produceerden ze daar een miljoen zaailingen. Tavuya is verantwoordelijk voor de administratie en de financiën, Mako doet de bedrijfsvoering.

    De broers huren dagelijks ruim veertig fruitplukkers in, onder wie ook vrouwen

    In 2015 wonnen de twee broers de nationale Youngest Brahman Breeders-award voor hun Brahman-runderen. Ondertussen hebben ze tweehonderd koeien van dit topvleesras. De broers huren dagelijks ruim veertig fruitplukkers in, onder wie ook vrouwen; alleenstaande moeders uit omliggende dorpen krijgen voorrang. ‘Zonder de mensen op het veld zijn we niets,’ zegt Mako. ‘Zij maken het allemaal mogelijk.’

    Accountant

    Een andere jonge Zimbabwaan die zijn kantoor voor het land heeft ingeruild, is de zeventwintigjarige Hilary Chikambi. Hij zegde zijn baan als accountant op. ‘Voor mij was het een gok, want ik heb vrijwel geen ervaring met boeren,’ vertelt hij. ‘Ik heb als kind gezien hoe mijn ouders kippen hielden, en zo heb ik een vriend weten te overtuigen om samen met mij te investeren in dit project. Ik ben blij dat kippen fokken in Zimbabwe in de lift zit, want je hoeft relatief weinig te investeren, terwijl de winstmarges groot zijn en je snel resultaat boekt.’

    Toen hij net was begonnen werd zijn kippenschuur door zware regenval verwoest, waarbij vrijwel al zijn pluimvee omkwam. Vervolgens viel de koeling uit, waardoor hij het vlees moest weggeven voordat het zou bederven. Nu, vier jaar en vele lessen later, verkoopt Chikambi’s bedrijf bijna tweeduizend kippen per maand aan supermarkten, restaurants en privépersonen.

    Beginnersfouten

    Nadat hij opnieuw kippen had verloren, deze keer door gebrekkige ziektebestrijding en door wat hij ‘beginnersfouten’ noemt, investeerde hij in de opleiding van zijn personeel. Om de kosten van kippenvoer te drukken wil hij in de toekomst zelf mais gaan verbouwen.

    ‘Jongeren moeten weten dat je met boeren een goede boterham kunt verdienen,’ zegt Chikambi. ‘En zeg nou zelf, er is geen beroep op aarde waarin de hand van God zo zichtbaar is. Je plant in goed vertrouwen iets in de grond, werkt hard, en voor je het weet groeit er iets dat je kunt oogsten.’

    In 2021 behaalde Zimbabwe volgens de statistieken van het Amerikaanse ministerie van Landbouw de op twee na grootste maisoogst ooit. En hoewel de productie van het grotendeels van regen afhankelijke gewas in 2022 lager uitviel, is de diversiteit aan landbouwgewassen in Zimbabwe gegroeid.

    Het land exporteerde in 2022 voor het eerst industriële hennep naar Zwitserland en is nu, in het kielzog van de tabaksindustrie, bezig een serieuze cannabisindustrie op te bouwen. Zimbabwe blijft de op vier na grootste tabaksproducent ter wereld en exporteert ook katoen, macadamianoten, citrusvruchten, suiker, peulvruchten en snijbloemen.

    Lees ook:

  • Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    Om de rijstcrisis te bezweren heeft Azië een nieuwe groene revolutie nodig

    In zowel Afrika als Azië dreigt een rijsttekort – geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde. Maar naast slachtoffer is rijst, een belangrijke voedingsbron voor 60 procent van de wereldbevolking, ook een aanjager van klimaatverandering.

    Volgens een Indonesische legende schonk de godin Dewi Sri rijst aan het eiland Java. Cassave was tot dan toe de belangrijkste voeding, maar omdat ze medelijden had met de Javanen vanwege die saaie cassave, leerde ze hun hoe ze rijstzaailingen konden laten groeien in weelderige, groene rijstvelden. In India zou de hindoegodin Annapurna een soortgelijke rol hebben gespeeld en in Japan was deze voorbehouden aan Inari. In heel Azië wordt aan rijst een goddelijke – en meestal vrouwelijke – oorsprong toegekend.

    Die mythologisering is begrijpelijk. De zaden van de grasplant Oryza sativa (bekend als Aziatische rijst) zijn rijk aan zetmeel, en al duizenden jaren vormen ze het belangrijkste voedingsmiddel van het continent. Azië is goed voor 90 procent van zowel de wereldproductie als de wereldconsumptie van rijst. Aziaten halen er ruim een kwart van hun dagelijkse calorieën uit. De VN schatten dat een gemiddelde Aziaat 77 kilo rijst per jaar consumeert – meer dan de gemiddelde Afrikaan, Europeaan en Amerikaan bij elkaar. Honderden miljoenen Aziatische boeren zijn afhankelijk van de rijstteelt, en de meesten verbouwen het gewas op een klein lapje grond. Maar er vertonen zich barsten in de rijstkom van de wereld.

    Zowel in Afrika als in Azië stijgt momenteel de wereldwijde vraag naar rijst, terwijl de opbrengst stagneert. Grond, water en arbeid die nodig zijn voor de rijstproductie worden schaarser. Klimaatverandering is een nog grotere bedreiging. Het wordt steeds warmer, waardoor de gewassen verdorren, en er vinden vaker overstromingen plaats, die de rijst vernietigen. De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat rijstvelden veel van het krachtige broeikasgas methaan uitstoten. Zo is het gewas dat als voeding voor 60 procent van de wereldbevolking dient, een bron van onzekerheid en een bedreiging geworden.

    Stijgende vraag

    Het probleem wordt verergerd door de stijgende vraag. In 2050 zullen er 5,3 miljard mensen zijn in Azië tegenover 4,7 miljard nu, en 2,5 miljard in Afrika tegenover 1,4 miljard nu. Volgens een studie in het tijdschrift Nature Food zal deze groei de vraag naar rijst met 30 procent doen toenemen. Alleen in de rijkste Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, beconcurreren brood en pasta het monopolie van rijst als basisvoedsel.

    Toch neemt de groei van de rijstproductiviteit in Azië af. Volgens gegevens van de VN steeg de opbrengst het afgelopen decennium met gemiddeld slechts 0,9 procent per jaar, tegenover ongeveer 1,3 procent in het decennium daarvoor. De daling was het sterkst in Zuidoost-Azië, waar het stijgingspercentage daalde van 1,4 procent tot 0,4 procent – Indonesië en de Filipijnen voeren al veel rijst in. Als de opbrengsten niet stijgen, zullen deze landen steeds afhankelijker worden van andere om hun 400 miljoen inwoners te voeden, aldus de studie in Nature Food.

    De rijstteelt is niet alleen slachtoffer maar ook een belangrijke oorzaak van de opwarming van de aarde, omdat ze methaan uitstoot

    Jarenlang hield de productie gelijke tred met de stijgende vraag dankzij het aanhoudende effect van de groene revolutie, die in de jaren zestig begon. Om slechte oogsten te voorkomen, ontwikkelden wetenschappers van het Internationaal Instituut voor Rijstonderzoek (IRRI), gevestigd op de Filipijnen, een variëteit, IR8, die het goed doet in combinatie met kunstmest en irrigatiesystemen. China had net een hongersnood achter de rug terwijl India zich juist op de rand van een hongersnood bevond. IR8 heeft toen op grote schaal levens gered.

    Toen IR8 zich over Azië verspreidde – van de Filippijnen tot Pakistan – nam de rijstopbrengst toe. De grotere productiviteit maakte rijst aantrekkelijker om te verbouwen, waardoor er ook meer middelen voor werden uitgetrokken. De zorg om voedselzekerheid nam af en stelde Aziatische regeringen in staat zich te concentreren op industrialisatie en economische groei.

    Het IRRI heeft nieuwe rijstvariëteiten ontwikkeld die iets van dit succes zouden kunnen herhalen. Ze leveren meer op, zijn klimaatbestendiger en hebben minder water nodig. Toch lijkt het moeilijker dan in de jaren zestig om aan de groeiende vraag te voldoen. Verstedelijking en meedogenloze verkaveling slokken veel land op. Tussen 1971 en 2016 werd een gemiddeld landbouwbedrijf in India meer dan de helft kleiner, van 2,3 tot 1,1 hectare.

    Het wordt daardoor steeds moeilijker om winst te maken met de productie, vooral ook als de arbeidskrachten schaars zijn. Zaden planten in keurige rijen, zaailingen herplanten en oogsten is slopend werk, waaraan steeds meer Aziatische arbeiders weten te ontkomen. Water – ook een belangrijke factor – wordt schaarser. Op veel plaatsen is de bodem uitgeput en zelfs vergiftigd doordat er overmatig gebruik is gemaakt van kunstmest en pesticiden.

    De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land

    Geen enkel gewas is zo kwetsbaar voor de opwarming van de aarde als rijst, aldus wetenschappers van het IRRI. Uit een studie uit 2004 bleek dat een stijging van de minimumtemperatuur met 1°C zorgt voor een daling van de opbrengst met 10 procent. De stijging van de zeespiegel, een ander gevolg van de opwarming, zorgt nu al voor toename van het zoutgehalte in laaggelegen gebieden van de Mekong-delta, waardoor de rijstopbrengsten daar afnemen. Massale overstromingen vorig jaar in Pakistan, de op drie na grootste rijstexporteur ter wereld, vernietigden naar schatting 15 procent van de oogst.

    Rijst draagt bij aan de opwarming van de aarde en is een feedback loop die vaak over het hoofd wordt gezien. Door irrigatie van de rijstvelden krijgt de grond geen zuurstof, zodat de groei van methaan-uitstotende bacteriën wordt bevorderd. En zo is de rijstproductie verantwoordelijk voor 12 procent van de totale uitstoot van methaan en 1,5 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Deze aantallen zijn vergelijkbaar met de luchtvaart. De rijstvelden van Vietnam produceren meer koolstofequivalent dan de vervoersector van het land.

    Glucose

    Een ander toenemend probleem is de voedingskwaliteit van rijst. De korrel bevat veel glucose – wat bijdraagt aan diabetes en obesitas – en weinig ijzer en zink, twee belangrijke micronutriënten. In Zuid-Azië kan de grote aanwezigheid van diabetes en ondervoeding worden teruggevoerd op een te grote afhankelijkheid van rijst.

    Het aanpakken van al deze problemen is ingewikkeld. Ging de eerste groene revolutie over productiviteit, zegt Jean Balié, directeur-generaal van het IRRI, de volgende moet gaan over ‘systemen in plaats van oplossingen op plant- of perceelniveau’. Een beter rijstbeleid en betere variëteiten dus.

    De meeste zorgen over productiviteit en het milieu zijn het gevolg van slechte of verouderde overheidsmaatregelen. Deze verstoren de markten en belemmeren stimulansen voor verandering. Neem Sandeep Singh uit Bassi Akbarpur, een klein dorp in de Noord-Indiase deelstaat Haryana. Hij verbouwt rijst maar eet liever roti, een brood gemaakt van tarwe. Dat gewas is veel geschikter voor het hete, droge klimaat van Haryana. Toch dwingen stimuleringsmaatregelen van de regering Singh tot wisselteelt van rijst en graan.

    India koopt rijst van boeren tegen een gegarandeerde prijs, die vaak boven de marktprijs ligt. De oogst wordt aan de armen verkocht tegen een gesubsidieerde prijs, zodat de rijstconsumptie bevorderd wordt. Ook meststoffen en water worden gesubsidieerd. Dergelijke maatregelen komen overal in Azië voor. De meeste werden ingevoerd in tijden van aanhoudende voedselonzekerheid, toen diabetes en het milieu nog veel minder zorgen baarden dan nu.

    Het is moeilijk om aan beleid te tornen dat al decennialang steeds strakker wordt doorgevoerd. De boeren zijn bovendien goed voor vele stemmen – overheden durven ze niet tegen zich in het harnas te jagen. De regerende Bharatiya Janata Party van India, die er prat op gaat harde maar noodzakelijke maatregelen door te voeren, ondervond dat aan den lijve toen zij zich in 2021 gedwongen zag landbouwhervormingen terug te draaien als gevolg van boerenprotesten.

    Vietnam presenteerde onlangs een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen

    Hoewel er niet één oplossing is voor de groeiende rijstcrisis, zijn er vele kleinere oplossingen. In delen van Azië waar de opbrengst laag is, zoals Myanmar en de Filipijnen, is het mogelijk de productiviteit te verhogen door meer kunstmest en pesticiden te gebruiken, zonder dat het milieu ernstige schade wordt toegebracht.

    Wetenschappers van het IRRI en andere onderzoeksinstellingen hebben rijstvariëteiten ontwikkeld die bestand zijn tegen overstromingen, droogte en hitte. Ze hebben ook voedzamere soorten ontwikkeld. Deze veranderingen, gecombineerd met innovaties in de teelt zoals direct zaaien – een manier van planten die minder water en arbeid vergt – kunnen milieuschade beperken en de opbrengst verhogen.

    Experimenten in heel Azië bevestigen dit. Boeren in Bangladesh die Sub1 verbouwden, een rijstsoort die tolerant is voor overstromingen, behaalden 6 procent hogere opbrengsten en 55 procent meer winst, volgens een studie die in 2021 werd gepubliceerd in het tijdschrift Food Policy. Een studie van veldproeven in Global Food Security toont dat rassen die resistent zijn tegen droogte een opbrengstvoordeel van 0,8-1,2 ton per hectare behalen.

    Het is nog een uitdaging ervoor te zorgen dat verbeterde zaden en methoden op grote schaal ingang vinden. Veel boeren weten niet dat ze bestaan, anderen zijn huiverig iets nieuws te proberen. Uit een landelijk onderzoek onder rijstboeren in India in 2017 en 2018 bleek dat slechts 26 procent werkte met nieuwe rassen, hoewel deze al sinds 2004 beschikbaar zijn.

    Regeringen kunnen een belangrijke rol spelen door de voordelen van nieuwe rassen en methoden onder de aandacht te brengen. Vietnam heeft onlangs het voortouw genomen met de aankondiging van een ambitieus plan om op een miljoen hectare ‘koolstofarme’ rijst te verbouwen. Het land ziet dit als een middel om op arbeid te besparen en efficiëntie te verhogen. Een essentiële stap die voorkomt dat emissiebeperking een extra last op de boeren legt, zegt Bjoern Ole Sander, klimaatwetenschapper bij het IRRI.

    Ook een bottom-upbenadering is belangrijk. Landbouwvoorlichters kunnen een grote rol spelen bij kennisoverdracht, maar ze worden vaak veronachtzaamd door beleidsmakers. De meeste overheidsuitgaven voor landbouw gaan naar subsidies en irrigatie en komen ten goede aan rijkere boeren met grotere stukken grond.

    Diversifiëren

    Regeringen zullen ook veel meer moeten doen om mensen minder afhankelijk te maken van rijst. Op verzoek van India heeft de VN 2023 uitgeroepen tot het jaar van de gierst. India hoopt boeren en consumenten te overtuigen van dit gewas, dat veel voedzamer is dan rijst of tarwe en veel minder water nodig heeft. Ook Indonesië promoot het. Momenteel zullen enkel gezondheidsbewuste hipsters in Delhi een biryani van gierst verkiezen boven een biryani van rijst. Maar waar de elite vooroploopt, volgt vaak de massa. Als de afzetmarkt groter wordt, zal dat eerst enkele boeren over de streep helpen en zullen uiteindelijk zelfs de meest fervente rijsttelers omschakelen of diversifiëren.

    Door de eerste groene revolutie werd een Aziatische catastrofe afgewend. Vandaag de dag is de situatie dan misschien minder precair, maar in sommige opzichten is de uitdaging groter. Landen zullen meer moeten produceren met minder middelen en met veel meer zorg voor het milieu. En dat vereist een ‘echte groene revolutie’, aldus IRRI-baas Balié.

    De beloning zou ongekend groot kunnen zijn. Duurzamere teelt en hogere opbrengsten kunnen de boeren een hoger en stabieler inkomen opleveren. Dat kan hen motiveren zich aan te passen aan de klimaatverandering, terwijl ze er minder aan bij hoeven dragen. Dat succes, dat nu nog niet verzekerd is, kan de voedselzekerheid voor Aziaten – en voor de wereld – helpen garanderen.

    Lees ook:

  • Overal in Europa komen boeren in verweer tegen de groene agenda van de EU

    Overal in Europa komen boeren in verweer tegen de groene agenda van de EU

    Brussel heeft een groenere landbouwsector nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar Europese boeren vinden dat er te veel van hen wordt gevraagd. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’

    De schuren en melkstallen van de boerderij van Takis Kazanas (66) vallen in het niet bij de majestueuze bergen die over de Thessalische vlakte uitsteken. Op deze groene vlakte in Noord-Griekenland wordt al duizenden jaren vee gehouden, maar nu praten instanties in Brussel over regels die ertoe zullen leiden dat boerderijen als die van Kazanas als industriële installaties worden beschouwd, vergelijkbaar met staalfabrieken of chemische industrie.

    Als die verandering van kracht wordt, zal de boerderij waar hij 300 runderen en 230 hectare land beheert met zijn vier zonen, wettelijk verplicht worden de uitstoot van broeikasgassen en het niveau van verontreiniging te verlagen. Met ambitieuze klimaatdoelstellingen voor 2030 dwingt Brussel de landbouw eindelijk om groener te worden. Kazanas vangt al biogas op uit koeienmest en in plaats van chemische mest rijdt hij zelfgemaakte mest over het land uit. ‘Dat is wat de EU wil en dat is wat ik doe,’ zegt Kazanas, die in 1986 begon met dertig runderen. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’

    Hij is een van de vele boeren die moe worden van wat zij zien als milieuvoorschriften die worden opgelegd door een bureaucratie op 2500 kilometer afstand. De omvang van de transformatie die de Europese Commissie vraagt met haar Boer tot Bord-strategie – halvering van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in 2030, vermindering van het gebruik van meststoffen, verdubbeling van de biologische productie en herbebossing van sommige landbouwgronden – zou ook in minder moeilijke tijden opmerkelijk zijn.

    Moeilijk te reguleren

    De strategie komt op het moment dat de oorlog in Oekraïne de wereldvoedselmarkt overhoop heeft gehaald en boeren geconfronteerd worden met verlaging van subsidies die worden gegeven in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), een programma van 55 miljard euro per jaar, dat al sinds 1962 voor voedselzekerheid in Europa zorgt.

    Volgens de EU is er dringend behoefte aan milieuhervormingen in de landbouwsector. Een hoge EU-functionaris die zich bezighoudt met klimaatbeleid noemt het ‘ons probleemkind’. De sector is verantwoordelijk voor 11 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU – een percentage dat bijna even hoog is als twintig jaar geleden.

    Stikstofoxiden in meststoffen, dierlijke urine en uitwerpselen vormen een belangrijk deel van het probleem; zware stikstofconcentraties zorgen ervoor dat invasieve planten andere soorten verdringen, wat leidt tot verlies van biodiversiteit. Maar de sector is zeer moeilijk te reguleren; de 9,1 miljoen landbouwbedrijven in de EU variëren in type en omvang, uiteenlopend van industriële bedrijven met duizenden ‘grootvee-eenheden’ – de rekeneenheid waarmee de hoeveelheid dieren in de landbouw wordt aangeduid – tot kleine boeren met een enkele wijnstok en een paar geiten. De marges zijn doorgaans zeer klein. Er zijn biologische producenten die overleven met lokale handel, maar ook varkenshouders die te maken hebben met hevige internationale concurrentie, waardoor zelfs een kleine stijging van de voederprijs de jaarwinst al teniet kan doen.

    De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden

    Het keerpunt voor veel landbouwers kwam na de inval van Rusland in Oekraïne, net toen de Europese Commissie de doelstellingen van de ‘Boer tot Bord’-strategie bekendmaakte. Volgens een hoge ambtenaar van de Commissie ‘veranderde het debat bijna van de ene dag op de andere’. De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden. Nerveuze regeringen schroeven de voorstellen van de Commissie terug onder druk van een georganiseerde, goed gefinancierde landbouwlobby die nauwe banden onderhoudt met politici.

    Zo heeft de Nederlandse regering onlangs een programma opgeschort om boerderijen te sluiten – en daardoor de uitstoot van stikstofoxide te verminderen –, nadat de ontluikende BoerBurgerBeweging (BBB) in maart de provinciale verkiezingen won, profiterend van een golf van woede tegen de plannen.

    Recentelijk hebben de regeringen van Polen en Hongarije de invoer van graan, zuivelproducten, vlees, fruit en groenten uit Oekraïne tijdelijk stopgezet omdat boeren klaagden dat de goedkope invoer van Oekraïens voedsel de prijzen drukt.

    Het groeiende verzet is een belangrijke uitdaging voor de doelstelling van de EU om de emissies tegen 2030 met 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990, overeenkomstig internationale verplichtingen. Als Brussel er niet in slaagt de boeren mee te krijgen, kan dat een bedreiging zijn voor de belofte om tegen 2050 een nettonuluitstoot te bereiken.

    De voorstellen van de EU zijn niet passend tijdens een ‘oorlogseconomie’ waarin boeren vrij moeten kunnen produceren, zegt Christiane Lambert, medevoorzitter van de machtige EU-landbouwvakbond Copa-Cogeca. ‘Mensen die beslissingen nemen over de landbouw weten er niets van.’

    Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals

    Voor veel boeren gaat het verzet tegen de komende veranderingen over overleven. Tom Vandenkendelaere, Belgisch lid van het Europees Parlement, zegt dat de druk op de boeren ondraaglijk wordt. ‘Het gaat om het aantal beleidsmaatregelen dat hen tegelijkertijd treft. We moeten het rustiger aan doen.’ Hij zegt dat boeren die gewoon hun werk doen, zich belasterd voelen door activisten die hen ervan beschuldigen de planeet te schaden en die klimaatverandering wijten aan het eten van vlees. ‘Ze hebben het gevoel dat hun manier van leven onder vuur ligt.’

    Boeren op een Kruispunt, een onafhankelijke nonprofitorganisatie die geestelijke gezondheidszorg biedt aan boeren in Vlaanderen, zag dat 44 procent meer mensen zich aanmelden in 2022 dan in 2021. Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals. En Caroline van der Plas, leider van de BBB, zei deze maand in het Nederlandse parlement: ‘Mensen die zorgen voor ons dagelijks voedsel worden weggezet als dierenmishandelaars, gifmengers, bodemvernietigers en milieuvervuilers.’

    Maar EU-beleidsmakers stellen dat de maatregelen op lange termijn juist in het belang van de boeren zijn. De stijging van de gasprijzen heeft de kosten van meststoffen en chemicaliën opgedreven. Decennia aan intensieve landbouw hebben voedingsstoffen in de bodem uitgeput, zodat meer moet worden gebruikt om dezelfde productie te bereiken. ‘Het idee “óf meer natuur, óf meer voedsel” is een mythe,’ zegt een EU-functionaris. ‘De belangrijkste fundamentele bedreigingen voor de voedselzekerheid zijn klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.’

    Virginijus Sinkevičius, de EU-commissaris voor milieu en visserij, is het daarmee eens. ‘Wat voor mij heel belangrijk is, is dat mensen begrijpen dat de milieuvoorstellen nooit gericht zijn tegen de landbouwbedrijven. Ze zijn er juist voor de bedrijven, want zonder natuur is landbouw niet mogelijk.’ En, voegt hij eraan toe, ‘ze vormen weliswaar een aanzienlijke verandering voor onze landbouwers, maar het is onvermijdelijk dat ze een deel van de oplossing zijn. Allicht gebeurt dat niet van de ene op de andere dag.’ Een sector die nu al het gevoel heeft met de rug tegen de muur te staan, zal inderdaad waarschijnlijk niet makkelijk toegeven.

    Klem tussen milieueisen en lage prijzen

    Het aantal landbouwbedrijven in de EU is sinds 2005 met meer dan een derde gekrompen. Terwijl het gemiddelde landbouwbedrijf groter is geworden, is het agrarisch inkomen constant laag gebleven, schommelend rond de 20.000 euro per persoon.

    Bram van Hecke, die werkt op het melkveebedrijf van zijn familie in de buurt van het Belgische Oostende, zegt dat hij, zijn vader en zijn broers het gevoel hebben klem te zitten tussen de milieueisen van politici en de eisen van supermarkten die niet méér willen betalen. ‘Als je naar een bank gaat en zegt te willen investeren maar dat je inkomsten zullen halveren, geven ze je geen lening,’ zegt hij. ‘Meer produceren is haalbaar, terwijl extreem milieubewust zijn je bedrijf kan schaden.’

    Van Hecke, die tevens hoofd is van de Groene Kring, een Vlaamse groep van jonge landbouwers, zegt dat een EU-richtlijn om de stikstofvervuiling aan te pakken zijn bedrijf jaarlijks 10.000 tot 15.000 euro kost. Deze maatregel verplicht landbouwers om met GPS de verspreiding van stalmest te registreren en schrijft voor dat ze niet binnen 5 meter van water mogen boeren. ‘De gemiddelde grondprijs in Vlaanderen is 63.000 euro per hectare en we verliezen ongeveer 4 hectare door deze nitraatrichtlijn. Reken maar uit. De regering kondigt aan onze kosten te zullen verhogen, maar heeft geen plannen om ons inkomen te helpen verhogen.’

    ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot’

    Op macroniveau klopt dat. Volgens agronomen worden delen van Europa te intensief bebouwd. In 2021 exporteerde de EU voor 197 miljard euro aan landbouwproducten naar landen als China en importeerde zij voor 150 miljard euro: een overschot van 47 miljard euro.

    Krijn Poppe, een Nederlandse landbouweconoom, is voorstander van herbezinning. ‘Export mag niet ten koste gaan van klimaat en natuur,’ zegt hij. ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot.’ Burgers in deze ‘stadstaten’, zoals hij ze noemt, hebben ook behoefte aan recreatiegebieden, natuurgebieden, schoon water, woningen en vervoer. Het antwoord, zegt Poppe, is terugkeer naar de tijd waarin consumenten hogere prijzen betaalden voor minder intensief geproduceerd voedsel. ‘In de jaren tachtig consumeerden Nederlanders minder eiwitten; 40 procent van het voedsel was dierlijk en 60 procent plantaardig. Nu eten we meer en is de verhouding eiwitten-plantaardig omgedraaid naar 60-40.’

    Volgens Poppe zullen sommige landbouwbedrijven onvermijdelijk verdwijnen omdat veel bedrijven te klein zijn om te concurreren. ‘Een econoom die kijkt naar het totale welzijn ziet waarschijnlijk geen probleem,’ voegt hij eraan toe, ‘maar een politicus die de banen van boeren wil beschermen, zal daar negatiever over denken.’

    Existentieel moment

    Geen wonder dat boeren dit zelf als een existentieel moment zien. Volgens de Sloveen Franc Bogovič, fruitteler en lid van het Europees Parlement, zou het plan om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen – een van de doelstellingen van een fel betwiste richtlijn waarover EU-wetgevers momenteel onderhandelen – een groot deel van zijn productie wegvagen. ‘Ik zit al vele jaren in deze sector en ik heb nog nooit zo’n groot bezwaar gehad tegen een beleidsvoorstel,’ zegt hij.

    Hij is vooral ontstemd over het feit dat deze nieuwe verordeningen komen nadat in januari een grootschalige herziening van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) ter bevordering van groenere productie in werking is getreden. Het GLB, dat landbouwers subsidieert, is in de loop der jaren gekrompen en steeds meer geld gaat naar milieuprojecten en nevenbedrijven in plaats van naar voedselproductie. ‘Ze proberen verder te gaan dan het beleid dat pas dit jaar van start is gegaan,’ zegt hij. ‘Mensen zijn bang voor hun toekomst. Ze komen in grote problemen als ze hun wijngaarden, boomgaarden of vleesproductie moeten inkrimpen, die ze vijf jaar geleden met leningen hebben gefinancierd. Je hebt twintig jaar nodig om daarmee je geld terug te verdienen.’

    ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”’

    Ondanks het verzet heeft Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, het tempo van de beleidsvorming sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne niet vertraagd. ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”,’ zegt Vandenkendelaere. Eén theorie is dat Von der Leyen steun nodig heeft van de Grünen in de Duitse coalitie om haar tweede termijn veilig te stellen. Een andere theorie is dat ze vindt dat landbouw – vooral de veeteelt – de planeet schaadt.

    ANP 467842947 1
    In de Sloveense hoofdstad Ljubljana protesteerden op 25 april duizenden boeren met zo’n 1500 tractoren tegen de milieurestricties voor de landbouw die de Sloveense regering van plan is in te voeren. – © Ales Beno / Anadolu Agency

    EU-doelstellingen Van Boer tot Bord

    – Gebruik van chemische en gevaarlijke pesticiden met 50 procent verminderen tegen 2030.

    – 20 procent minder meststoffen gebruiken tegen 2030.

    – Verkoop van antimicrobiële stoffen voor vee en aquacultuur verminderen met 50 procent.

    – De hoeveelheid land bestemd voor biologische landbouw verhogen van 9,1 procent in 2020 tot 25 procent in 2030.

    – Grotere veehouderijen verplichten zich aan de regelgeving te houden voor schone lucht en schoon water, die geldt voor de zware industrie.

    ‘De Commissie is ervan overtuigd dat de overgang naar een veerkrachtige en duurzame landbouwsector – in overeenstemming met de Europese groene ambities, de Boer tot Bord-strategie en strategieën voor biodiversiteit – van fundamenteel belang is voor de voedselzekerheid,’ zegt Eric Mamer, woordvoerder van Von der Leyen. Hij weigert te bevestigen of zij zelf rood vlees of zuivelproducten gebruikt. ‘De persoonlijke voedingskeuzes van de voorzitter zijn niet van invloed op de voorstellen van de commissie,’ zegt hij.

    Brussel heeft enkele veranderingen doorgevoerd sinds de oorlog in Oekraïne begon. Zo mogen boeren nu gewassen planten voor diervoeder op de 10 procent van de grond die normaal gesproken onbebouwd moet blijven om te herstellen – een regel die als voorwaarde geldt om subsidie te kunnen krijgen. Ook zijn de regels aangaande wisselbouw opgeschort.

    Maar het zijn de nationale regeringen die op de rem hebben getrapt. De voorstellen van de Europese Commissie kunnen door de zevenentwintig lidstaten worden gewijzigd, en punt voor punt werden de ambities afgezwakt.

    Het voornemen tot algemene vermindering van pesticiden is teruggestuurd naar de Commissie met het verzoek tot een nieuwe effectbeoordeling. Ministers klagen dat in plaats van rekening te houden met de uitgangspositie van elk land, aan iedereen dezelfde evenredige vermindering wordt opgelegd. Nederland, dat bijvoorbeeld al veel meer pesticiden gebruikt dan Polen, zou het gebruik bijvoorbeeld niet hoeven te veranderen. Er wordt ook bezwaar gemaakt tegen plannen om alleen rekening te houden met de hoeveelheid gebruikte chemicaliën en niet met de giftigheid ervan.

    Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan

    Wat betreft herziening van de richtlijn industriële emissies (grotere veehouderijen worden verplicht te voldoen aan voorschriften voor schone lucht en schoon water die ook gelden voor de zware industrie) erkende de Commissie in februari dat zij vorig jaar bij de lancering van het voorstel verkeerde cijfers heeft gebruikt.

    De drempel voor naleving werd gesteld voor varkens-, pluimvee- en rundveebedrijven met ten minste 150 grootvee-eenheden, met de bewering dat daarmee slechts 13 procent van de Europese commerciële bedrijven zou worden getroffen. Die berekeningen waren echter gebaseerd op bedrijfsgegevens uit 2016. Toen de berekening opnieuw werd gemaakt met gegevens uit 2020, bleek dat zes op de tien pluimvee- en varkensbedrijven eronder zouden vallen.

    Een voorstel voor wettelijk bindende doelstellingen om daarmee de verslechtering van het milieu aan te pakken – vorig jaar voorgesteld als onderdeel van de Boer tot Bord-strategie – stuit op verzet omdat het onvermijdelijk zal leiden tot het verlies van landbouwgrond. Sommige gedraineerde veengronden zouden bijvoorbeeld opnieuw doorweekt raken. Het doel is om tegen 2030 maatregelen voor natuurherstel te hebben voor ten minste 20 procent van het land en de zee binnen de EU.

    Afzonderlijke wetgeving om ontbossing terug te dringen stuitte vorig jaar op verzet in landen als Zweden en Finland – voor hen werd een uitzondering gemaakt zodat ze de exploitatie van plantages voort kunnen zetten.

    In juni is het tijd voor het laatste deel van het Boer tot Bord-pakket; de wetgeving die landen gaat verplichten om de staat van hun bodem te controleren en te verbeteren. Zo’n zestien EU-ministers van Landbouw hebben in januari een brief aan Brussel ondertekend waarin ze zich erover beklagen dat dat beleid kan leiden tot ‘opoffering van land- en bosbouwgrond in de Unie’. ‘Dat zal zeer waarschijnlijk negatieve gevolgen hebben voor de voedselzekerheid, de toevoer van hernieuwbare grondstoffen (voor houtbouw of de bio-economie) en van hernieuwbare energiebronnen, zoals lokaal beschikbare biomassa’, aldus de brief.

    Afkoop

    Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan. EU-landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski deed al een oproep tot meer GLB-financiering omdat de inflatie – die vorig jaar in de eurozone bijna 10 procent bereikte – de reële waarde ervan heeft uitgehold. Het GLB ‘bedraagt slechts 0,4 procent van het bruto binnenlands product van de EU om voedselzekerheid, milieuveiligheid en klimaatzekerheid te garanderen,’ stelt hij.

    De particuliere sector is het daarmee eens. FoodDrinkEurope, dat fabrikanten vertegenwoordigt, heeft Von der Leyen opgeroepen een deel van de miljarden aan subsidies voor de groene transitie naar landbouw over te hevelen. ‘De EU-strategie Boer tot Bord beschikt niet over voldoende middelen en is niet toegerust voor de huidige marktrealiteit en de toekomstige druk,’ aldus de organisatie. Verschillende regeringen hebben eenzelfde oproep gedaan en wijzen erop dat de gestegen rente de prijs van noodzakelijke investeringen heeft opgedreven.

    Terug naar Griekenland, waar Georgios Georgantas, de Griekse landbouwminister, zegt dat boeren zoals Kazanas steun nodig hebben om Europa te kunnen blijven voeden. Aangezien klimaatverandering al gevolgen heeft voor de opbrengsten, ‘moeten we de landbouw op het huidige niveau houden’, zegt hij, ‘of zelfs uitbreiden.’

    Om dat te bereiken heeft Athene een fonds van 525 miljoen euro in het leven geroepen om jongeren te stimuleren in de landbouw te stappen. ‘De groene transitie is noodzakelijk voor de EU, maar dit zet landbouwers onder druk,’ zegt Georgantas. ‘Andere sectoren krijgen steun – ook de boeren hebben daar behoefte aan.’

    Lees ook: