Smartphones mogen de neiging hebben al onze aandacht op te slokken, dat we ons nauwelijks nog van werk los kunnen maken is te wijten aan een ander device, zegt Amanda Mull. ‘Je bent alleen nog ziek als er écht iets aan de hand is. Anders werken jij en je verkouden hoofd gewoon vanuit huis.’
» Hier leest u dit verhaal op Blendle
Het is vrijwel onmogelijk om in de metro van New York City productief te zijn. Tijdens het forensen zijn veel mensen gedwongen te staan, met één hand aan de paal om niet om te vallen, zodat werken geen optie is. Reizigers kunnen op hun telefoon door hun inbox bladeren of een paar mails opstellen, maar ook het internettoegang is weinig betrouwbaar in de tunnels van de stad. De meesten lezen een boek, scrollen door hun playlists of spelen veelkleurige spelletjes op hun telefoon. Of ze staren afwezig voor zich uit.
Maar zo nu en dan schendt iemand deze heilige slackmodus in de ochtendmetro. Deze week haalde een vrouw die een plek op de stoel naast me had bemachtigd haar laptop tevoorschijn en viel fanatiek op een spreadsheet aan. De aanblik vervulde me net als altijd wanneer ik een collega-forens tabellen zie opstellen of een PowerPoint-presentatie bewerken terwijl ik naar een podcast luister met ontzetting. Plotseling werd ik me veel bewuster van de harde, smalle hoes van mijn eigen werkcomputer, die ik door mijn tas heen in mijn dij voelde prikken.
Existentiële crisis
Het is een veelgehoorde existentiële crisis onder Amerikaanse kantoormedewerkers dat ze vrijwel nergens meer zijn vrijgesteld van werk. Meestal wordt deze onontkoombaarheid toegeschreven aan de smartphone, die gaat piepen als er een nieuwe e-mail of ander werkgerelateerd berichten binnenkomt. De eerste iPhone, uitgebracht in 2007, maakte social media alomaanwezig en baande de weg vrij voor een hyperverbonden professioneel leven. Veel werknemers hebben het gevoel nooit echt te zijn uitgeklokt.
Maar die schuld wordt vaak op het verkeerde mobiele device afgeschoven. Als je zelfs wanneer je griep hebt nog de hele dag door werkt of op een dinsdagmiddag geen plaats kunt vinden in je plaatselijke koffiezaak, komt dat niet door de iPhone. De enorme populariteit van de smartphone lijkt ons te hebben afgeleid van de vaart waarmee ook laptops de grens tussen werk en thuis steeds verder hebben vervaagd.
Het is begrijpelijk als je niet alles hebt meegekregen wat in 2008 in Amerika speelde. De economie en de huizenmarkt krompen dat jaar, waardoor 2,6 miljoen banen verdwenen en meer dan 3 miljoen huizen gedwongen werden verkocht. Barack Obama werd na een buitengewoon bittere verkiezingsstrijd gekozen als de eerste zwarte president van het land. Miljoenen mensen waren in de ban van de romantische Twilight-trilogie over jongvolwassenen en vampiers. Er gebeurde van alles.
Te midden van de economische onrust was er optimisme over de laptop, die alles beter kon maken
Maar 2008 was ook een belangrijk jaar voor de wereld op het gebied van technologische ontwikkeling. Van de eerste iPhones werden 10 miljoen exemplaren verkocht. Google lanceerde dit jaar zijn eerste Android-telefoon en zette daarmee de belangrijkste concurrentie op de markt, waardoor deze tien jaar later nog altijd wordt beheerst. Terwijl die wereld veranderende apparaten in handen kwamen van miljoenen nieuwsgierige mensen, steeg een ander mobiel apparaat stilletjes naar de top van zijn verkoop. Er bestaat enige onenigheid over de vraag of 2007 dan wel 2008 het eerste jaar was dat er meer laptops dan desktops werden verkocht, maar in ieder geval was 2008 het eerste jaar waarin Amerikaanse werkgevers meer laptops dan desktops aanschaften.
Te midden van de economische onrust was er optimisme over de laptop, die alles beter kon maken. Ze waren goedkoper, lichter en krachtiger dan ooit, wat betekende dat meer kantoormedewerkers ze konden gebruiken. Dankzij de beschikbaarheid van snel draadloos internet konden meer mensen zich losmaken van hun starre kantoorleven en dagelijkse heen en weer gereis. ‘De laptop en Amerikaanse consument bevinden zich in hun wittebroodsweken’, schreef Los Angeles Times destijds. ‘Gebruikers kunnen hun laptops aansluiten op externe monitoren, toetsenborden en muizen als ze aan een bureau willen werken, en ze vervolgens afkoppelen om vanuit een koffietent, bibliotheek, vliegtuig of woonkamer te werken.’
Statussymbool
Binnen het kantoorleven werd de laptop een statussymbool. Als je er een kreeg, was je blijkbaar de moeite waard om in te investeren, of had je je een weg gevonden in de bloeiende, toen nog mysterieuze technologische industrie. Toen ik in 2008 mijn eerste kantoorbaan kreeg, was alleen het hogere management in het bezit van laptops. De apparaten scheidden de belangrijke mensen van degenen die aan hun beslissingen onderworpen waren.
Toen laptops steeds beter werden en wifi zich verder uitspreidde over alle vlakken van het moderne leven, bleek dat laptops in het echt tot heel andere ontwikkelingen leidden dan voorspeld. In plaats van werknemers van hun kantoor te verlossen, veranderden ze het leven van veel mensen in één groot kantoor. Op je smartphones lees je misschien buiten kantooruren je mail of check je in op communicatieplatform Slack, maar draagbare computers maakten dat werknemers 24 uur per dag toegang hadden tot meer geavanceerde programma’s als Salesforce CRM, Oracle ERP, Adobe Photoshop, waarmee ze hun volledige takenpakket konden uitvoeren.
Volgens een recente studie besteden Amerikanen met een universitaire opleiding en hoger – degenen die als ze een nieuwe baan krijgen het snelst een laptop zullen ontvangen – nu 10 procent meer tijd aan werk dan in 1980. En dat voelen we: ‘schermtijd’ is in het moderne leven een boeman geworden en om eraan te ontsnappen wordt mensen geadviseerd hun telefoons niet mee naar te eettafel te nemen, voor het slapen gaan niet door sociale media te scrollen en hun e-mail niet te openen voordat ze ’s ochtends hebben gedoucht.
Maar zulke trucjes volstaan niet als we elke avond onze volledige baan met ons mee naar huis nemen. Door laptops zijn ‘werkuren’ een concept geworden, veel meer dan door de smartphone. Vroeger was een kantoor iets waar je een bepaald aantal uren per dag doorbracht; nu is werk een vaste afdeling van je bestaan. Wanneer we het erover hebben dat werk elke minuut van je leven binnendringt, gaat dat niet over de mails die aankondigen dat er iets moet gebeuren, maar over de verwachting dat je daar onmiddellijk aan begint, waar je ook bent. Wat pas om negen uur ’s ochtends zou gaan spelen is tegenwoordig om 9 uur ’s avonds al een probleem.
Werkuren als concept
Jongeren die het beroepsleven niet anders kennen, willen zich met deze constante beschikbaarheid en bereidheid een extra uurtje in te zetten of een of ander probleem terstond op te lossen vaak bewijzen, en schuiven persoonlijke belangen, hobby’s en doelen ervoor aan de kant – waardoor ze langzaam opraken. Je kan nauwelijks nog rustig koken of zelfs slapen. Mensen nemen hun laptop mee op vakantie, ‘voor het geval dat’. Voor veel bedrijven betekent de laptopcultuur dat je pas een dag ‘ziek’ bent als er écht iets aan de hand is. Anders werken jij en je verkouden hoofd gewoon vanuit huis.
Natuurlijk hebben laptops hun goede kanten. Ze nemen een barrière weg voor degenen die willen schrijven, kunst of muziek maken of iets nieuws willen leren. Ze kunnen portalen van uitstel zijn en leiden tot vele afleveringen [van de tragikomische animatieserie] Bojack Horseman of make-up tutorials op YouTube. Omdat ze nog steeds behoorlijk log zijn, lenen ze zich niet voor dezelfde hersenloze check-ins die smartphones zo verslavend maken. Ik heb nog nooit iemand gezien die bijna werd aangereden omdat ie niet opkeek van z’n computer.
Ook op werkgebied maken laptops sommige van de beloftes waarmee ze werden aanbevolen wél waar. Voor mensen die liever freelance werken dan in dienst zijn, bieden ze inderdaad de flexibiliteit die meer dan tien jaar geleden zo optimistisch stemde. Voor tijdrovende projecten betekenen ze mogelijk minder nachten vastgeketend aan een bureau. U kunt op een dinsdagmiddag thuis de loodgieter opwachten zonder een vakantiedag op te nemen. In noodsituaties kunnen ze van onschatbare waarde zijn.
Maar de grote zonde van de laptop is dat deze het werknemers mogelijk maken elke probleempje, hoe onbeduidend ook, te behandelen als een noodgeval. En hun werknemers kunnen weinig anders doen dan hun computers tevoorschijn halen en aan het werk gaan.
Auteur: Amanda Mull
Openingsbeeld: © Eddi Aguirre/ Unsplash
The Atlantic
Verenigde Staten | maandblad | oplage 478.000
Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

