Wereldwijd is het aantal mensen dat van de grote steden naar het platteland trekt door de nieuwe mogelijkheden om op afstand te werken enorm toegenomen. Maar opvallend genoeg pakt die ontwikkeling in de VS heel anders uit dan in Europa.
Weg van de metropolen, weg van de stedelijke stress en weg van de hoge kosten van levensonderhoud. Verhuizen naar een gemoedelijke kleine stad of naar een rustige uithoek op het platteland: wereldwijd zijn er honderdduizenden die tijdens de pandemie hebben kunnen ervaren hoe prettig werken op afstand kan zijn, en die bereid zijn om die situatie voort te zetten.
Sinds de pandemie werk en plaats loskoppelde, schrijft BBC, is het nu mogelijk om in gebieden te gaan wonen waar in het verleden geen banen waren voor bepaalde professionals. Voor sommige secundaire steden en kleinere gemeenschappen biedt dit een kans om de braindrain te stoppen, de vergrijzing van de bevolking tegen te gaan en de stadskas te spekken.
‘Maar voor andere gemeenten heeft deze nieuwe trend de huizenmarkten verstoord, de prijzen voor de arbeidersklasse verhoogd en grote stadsproblemen naar kleine steden gebracht die er totaal onvoorbereid op waren,’ aldus BBC.
Onbetaalbare steden
Dat laatste scenario doet zich vooral voor in de Amerikaanse regio die Intermountain West wordt genoemd en waar zich drie staten bevinden die tussen 2020 en 2021 de hoogste groeipercentages zagen: Idaho, Utah en Montana. Oxford Economics noemde onlangs de stad Boise in Idaho de meest onbetaalbare stad voor Amerikaanse huiseigenaren, vanwege een instroom van nieuwe externe werknemers uit dure kuststeden zoals Seattle en San Francisco. De gemiddelde huizenprijs in deze stad met 235.000 inwoners is nu 534.950 dollar (477.000 euro). Dat is tien keer hoger dan het gemiddelde inkomen.
Een soortgelijk onderzoek van de Amerikaanse Florida Atlantic University, laat zien dat drie steden in het naburige Utah – Ogden, Provo en Salt Lake City – nu tot de top tien van meest overgewaardeerde huizenmarkten van Amerika behoren. Danya Rumore, onderzoeker aan de Universiteit van Utah, woont in Salt Lake City. ‘Vroeger noemden we het Small Lake City’, zegt ze, ‘maar het begint echt veel meer op een grote stad te lijken, en de dynamiek van de gemeenschap begint aanzienlijk te veranderen.’
In de ogen van nieuwkomers hebben deze steden veel voordelen. Ze liggen dicht bij enorme natuurparken en ze bieden allerlei mogelijkheden voor recreatie. De kwaliteit van leven is er over het algemeen zeer goed. Maar de telewerkende nieuwkomers verdienen aanzienlijk meer dan de oorspronkelijke bewoners en in veel buurten is dan ook sprake van sterke gentrificatie, met alle gevolgen van dien, zegt Danya Rumore.
Nieuwkomers drukken op de gemeenschap doordat ze de prijzen opdrijven
Ook andere grotestadsproblemen zoals dakloosheid en luchtvervuiling dienen zich aan, volgens Rumore, terwijl de oververhitte huizenmarkt – een probleem dat wordt verergerd door kortetermijnverhuur – het voor bedrijven in de dienstverlenende sector moeilijk maakt om personeel te behouden, aangezien werknemers de oplopende huren niet kunnen betalen.
Volgens Rumore kan deze ontwikkeling op twee manieren uitpakken. In het meer idealistische scenario sluiten de nieuwkomers zich aan bij de gemeenschap, en profiteert uiteindelijk iedereen van hun rijkdom en middelen. In het scenario waar ze zich zorgen over maakt en dat haar waarschijnlijker lijkt, drukken de nieuwkomers op de gemeenschap doordat ze de prijzen opdrijven en doordat hun koopkracht mensen die verbonden zijn aan lokale bedrijven opzij duwt.
Hoop voor plattelandsgebieden
Ook in Europa ontstaan op sommige plekken dergelijke negatieve effecten van telewerkende nieuwkomers, maar over het algemeen prevaleren de voordelen, meent BBC. ‘Deze trend van migratie uit de grote steden is mogelijk problematisch in de VS, maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan ziet het er heel anders uit. Met een gemiddelde leeftijd van tweeënveertig jaar is Europa het oudste continent ter wereld. Decennialang hebben lage geboortecijfers en massale migratie naar stedelijke centra zoals Londen, Parijs en Madrid ervoor gezorgd dat kleine steden en secundaire steden krimpen. Voor velen van hen biedt de pandemie een sprankje hoop.’
Zo heeft een land als Ierland deze kans als geen ander met beide handen aangegrepen. Sinds maart 2021 is er een nieuw beleid voor plattelandsontwikkeling, dat volgens de minister van Plattelandsontwikkeling, Heather Humphreys, ‘het meest ambitieuze en transformationele beleid voor het platteland van Ierland in decennia is’.
Het plan van de Ierse regering omvat 2,7 miljard euro om supersnel breedband in het hele land uit te rollen. Het idee is om uitstervende pubs om te vormen tot hubs voor werkenden, waardoor leeglopende, zieltogende dorpen een nieuw leven krijgen. Het initiatief biedt ook miljoenen euro’s financiële steun aan regionale overheden om leegstaande panden te veranderen in een netwerk van meer dan vierhonderd telewerkfaciliteiten. Daarnaast komen er belastingvoordelen voor particulieren en bedrijven die thuiswerken ondersteunen.
Japan
Japan heeft voor een vergelijkbare aanpak gekozen. Mensen die willen telewerken buiten de regio Tokyo, waar 30 procent van de bevolking van het land geconcentreerd is, kunnen zo‘n 1 miljoen yen (7730 euro) krijgen als ondersteuning. Het revitalisatieplan voor het platteland omvat ook tot 3 miljoen yen (23.200 euro) voor degenen die een digitaal bedrijf op het platteland opzetten.
Blijven telewerkers op de plek waar ze naartoe zijn verhuisd als de pandemie achter de rug is? Dat is in Japan en elders nog de vraag, onderstreept BBC. Marcus Andersson, hoofd van adviesbureau Future Place Leadership in Stockholm, vindt dat telewerkers geen geïsoleerde werknemers moeten blijven en bepleit duurzame revitalisering van kleine steden en plattelandsgebieden.
‘Wat deze plaatsen moeten doen, is ontmoetingsruimten en netwerken creëren waar mensen kunnen communiceren, van elkaar kunnen leren en samen kunnen groeien’, betoogt hij. ‘Ze moeten dus eigenlijk een beetje worden wat de grote steden waren voor mensen, voor bedrijven en voor innovatie.’
Lees ook:

