hoe vreedzamer hoe bloeddorstiger


Boeken en films met moord en doodslag zijn populairder dan ooit, terwijl de moordcijfers in Duitsland – en in Nederland – al jaren dalen. Die Zeit -redacteur Sabine Rückert zocht uit waar die opmerkelijke fascinatie met bloed en geweld toch vandaan komt.

Gisteravond zijn weer talloze mensen gestorven. Ze werden doodgeschoten, doodgestoken, verbrand. Ze schreeuwden en smeekten om hun leven. Velen hoopten nog tot op het laatste moment aan hun moordenaar te kunnen ontsnappen. Maar uiteindelijk lagen ze daar, badend in hun bloed. Ook vanavond komen er weer mensen gewelddadig aan hun einde. En morgen en overmorgen ook. Miljoenen mensen zijn deelgenoot van deze slachtpartij. Heerlijk griezelend kijken ze toe.

Hoewel levensdelicten en zware vergrijpen een dalende lijn vertonen in de Duitse misdaadstatistiek, voelen mensen zich op magische wijze aangetrokken door slechte daden. In dit verder toch heel geordende, vredelievende land, waar voor elke vierkante meter een bestemmingsplan is en alle welwillenden oplettendheid betrachten en niet in het bijzijn van kinderen een rood voetgangerslicht negeren, besteden talloze burgers hun tijd aan een opmerkelijk fenomeen: in scène gezette zware misdaad.

Bloeddorstige fictie

Alleen al op Netflix kun je momenteel tegen de honderd misdaadseries kijken en bij de zes grootste Duitse zenders waren het er afgelopen jaar 238. Wie wil, kan dagelijks vele keren meerechercheren bij moord en doodslag op televisie. Het aantal kijkers groeit. Programmeerde de Duitse televisie in 2008 nog zo veel misdaadfilms dat je 211 dagen onafgebroken had kunnen doorkijken, tien jaar later waren dat 588 dagen. Tussen 2016 en 2019 regende het misdaadpodcasts, in totaal bijna dertig. En in de top-3 van de huidige bestsellerlijst van Der Spiegel staan twee misdaadromans.

Ook het aantal moorden neemt toe. Eén aan mootjes gehakte dode per aflevering of boek is tegenwoordig nauwelijks nog voldoende. Perverse rituele killers of sadistische seriemoordenaars – in werkelijkheid absolute uitzonderingen – houden en masse huis in de amusementsbranche. Je zou kunnen stellen: hoe vredelievender een maatschappij, hoe bloeddorstiger de door haar verzonnen fictie.

‘Het destructieve stoot niet alleen af, maar openbaart zich steeds sterker,’ schrijft theoloog Knut Berner in zijn Theorie des Bösen (2004). ‘Het onstilbare verlangen naar het angstaanjagende blijkt uit het feit dat dit door mediabedrijven steeds vaker wordt gebruikt als tegenwicht voor de routineuze en weinig spectaculaire dagelijkse sleur.’ Het bracht Franz Kafka tot dit zinnetje: ‘Het goede is in zekere zin troosteloos.’

Hoe saai ging het er in het Bijbelse paradijs aan toe voordat de verleidelijke slang opdook. Het dier bracht het kwaad naar de Hof van Eden en zette daarmee pas de geschiedenis van de mensheid in gang (de logische volgende daad in Genesis is dan ook de broedermoord van Kaïn op Abel).

Wat zou Faust zijn zonder Mephisto – niets meer dan een ouwelijke professor met zijn neus in de boeken. Wat zou Batman zijn zonder de Joker – een houterige figuur in een veel te grote cape. Het zijn de kracht en de vitaliteit van het kwaad die mensen fascineren, de triomferende brutaliteit om alle regels met voeten te treden, zonder pardon het eigen belang door te drijven en de grenzen van de samenleving open te breken. En wij, al die bangelijke, brave spaarbankklanten en forenzen, belastingbetalers en TUI-toeristen, mogen passief deelnemen aan moorddadige handelingen – koortsachtig en toch geborgen in de veiligheid van onze stoel. Het hart klopt ons in de keel en we voelen dat we leven!

Een goede rechercheur denkt als een zware crimineel – daarom krijgt hij die ook te pakken. – © Unsplash
Een goede rechercheur denkt als een zware crimineel – daarom krijgt hij die ook te pakken. – © Unsplash

Dank verschuldigd

Karl Marx vond dat de moderne beschaving het kwaad zelfs enige dank verschuldigd was, want zonder misdadigers zou het in het land aan het een en ander ontbreken: ‘Ze zorgen niet alleen voor (…) wetboeken van strafrecht en daarmee voor straf-wetgevers,’ schrijft Marx, ‘maar ook voor kunst, mooie literatuur, romans en zelfs tragedies.’

Dat is het oppervlak. Daaronder ligt de kelder.

Laten we in de donkerste ruimte beginnen – bij de Amerikaanse evolutiepsycholoog David M. Buss. Die beschouwt moord en doodslag niet als uitzondering, maar als regel. ‘Historisch gezien zijn het volslagen normale opties. De door selectie gedreven ontwikkelingsgeschiedenis van de homo sapiens is tot in de moderne tijd niets anders dan één groot bloedbad, een reusachtig met z’n allen tegen elkaar.’

Doden of gedood worden is niet afwijkend, het is juist de kern van de mensheid, meent Buss, ook nu nog. Hij zegt er via een internationale enquête onder vijfduizend respondenten achter te zijn gekomen dat 91 procent van de mannen en 84 procent van de vrouwen zich minstens één keer in hun leven een plastische voorstelling maken van het doden van een hinderlijke medemens. En alleen omdat een burger door een moord (met ernstige sociale gevolgen) heel veel te verliezen heeft, denkt Buss, laat hij op dergelijke gedachten meestal liever toch maar geen daden volgen.

‘Het mag dan grotesk klinken om doodslag neer te zetten als effectief aanpassingsvermogen en moord als opportuun,’ schrijft Buss in 2005 in zijn boek The Murderer Next Door. ‘Maar de moordimpuls komt voort uit elementaire, onbewuste psychische mechanismen. We moeten die onderdelen van het menselijk wezen, die op een dag een gevaar voor onszelf zouden kunnen vormen, permanent aandacht schenken.’

Met dergelijke inzichten is het fetisjisme, waartoe het doden in vredestijd is verworden, te verklaren. Het diep in het menszijn verankerde gevaar daadwerkelijk een moordenaar of slachtoffer te worden, leidt tot een gespannen waakzaamheid.

Watje

De Duitse schrijver Sebastian Fitzek, die met zijn extreem gewelddadige thrillers een miljoenenpubliek weet te boeien, heeft in zijn leven nooit te maken gehad met geweld. Hij zegt over zichzelf: ‘Ik ben een watje. Ik kan mezelf gemakkelijk bang maken.’ En redacteur Thomas Wörtche, die voor Suhrkamp Verlag een reeks misdaadverhalen uitgeeft, signaleert: ‘Orgieën van bloed worden vrijwel altijd door heel aardige mensen verzonnen. Hoe gewelddadiger de echte leefwereld van de auteurs – bijvoorbeeld van Agatha Christie, die twee wereldoorlogen meemaakte – des te voorzichtiger hun beschrijving van het geweld.’

De zekerheid wat goed is en wat slecht heeft een rustgevende uitwerking op de toeschouwer

In de tv-serie Chernobyl, over de ontploffing van de Oekraïense kerncentrale in 1986, komt een veelzeggende scène voor. Een soldaat die in het gebied besmette dieren moet afschieten, vertelt een ander hoe hij in de oorlog zijn eerste mens doodde en toen dacht: ‘Jij bent nu niet meer jezelf. Je zult nooit meer jezelf zijn.’ Maar de volgende ochtend werd hij wakker en constateerde dat hij nog altijd zichzelf was. ‘En dan besef je dat jij dat altijd al bent geweest. Je wist het alleen niet.’

De mens, een moordenaar vanaf zijn geboorte? Van dat deel van de natuur wil onze geciviliseerde en geparfumeerde hoogontwikkelde cultuur niets weten en daarom worden misdadigers (als vermeende abnormale schepsels) uitgesloten. Daarbij moet niet worden vergeten dat nog maar een paar decennia geleden de massamoord een industrie was in Duitsland en menige brave burger tijdelijk tot aan zijn knieën in het bloed stond (tot hij weer brave burger werd).

Staten en naties zijn door afschuwelijke conflicten ontstaan en wie het nieuws aanzet, hoort over martelingen en bloedvergieten, op slechts een paar uur vliegen. De mens, in staat tot enorme wreedheden en innige deel-neming, tot moord en tot de offerdood voor een ander, is voor zichzelf een mysterie.

Verena Kast houdt zich al jarenlang bezig met de fascinerende energie van het destructieve, en met de angst daarvoor. De 76-jarige Zwitserse hoogleraar psychologie is beroemd geworden met haar dieptepsychologische analyse van sprookjes en mythen, waarin ook altijd de schaduwzijde van de mens wordt behandeld. Sprookjes verhalen over geweld en angst, zegt Kast, ‘maar vooral over hoe je angst kunt overwinnen’. Daarom zijn vrouwen volgens haar nog geïnteresseerder in misdaadverhalen (de sprookjes van onze tijd) dan mannen: ‘Ze hebben een betere toegang tot hun eigen gevoel. Ze gaan de strijd aan met hun angst.’

Een misdaadverhaal, zegt Kast, is vrijwel altijd een raadsel en is ook daarom fascinerend. ‘De passie voor het zoeken en redeneren is de mens van nature meegegeven. Met alle andere hogere levende wezens deelt hij verscheidene emotionele basissystemen zoals angst, lust en ergernis, maar ook vriendelijkheid en de genoemde neiging tot spitten, peinzen en speuren. Alle levende wezens zijn doorlopend op zoek naar iets wat hen verder brengt: een prooi, water, een partner. De drang tot onderzoeken en ontdekken stuwt de mens voort, dat is de motor van de verdere ontwikkeling: je gaat snuffelend door het leven.’

Vanuit deze optiek, vindt Kast, is de aantrekkingskracht van een misdaadverhaal zelfs te duiden als een soort biologische noodzaak. De menselijke geest kan de bekoring van het raadsel net zo min weerstaan als het oog de prikkel van de beweging. Zelfs psychotherapie is volgens haar uiteindelijk niets anders dan de oplossing van een ingewikkeld raadsel, de zoektocht naar de eigen schaduw. ‘Veel dingen worden verzwegen. Jaloezie en valse streken worden niet toegegeven, maar verdrongen. Door alles wat onder het tapijt is geveegd, krijgt de wereld een dubbele, verwarrende bodem.’ Je bezighouden met het kwade betekent dus ook jezelf op het spoor zijn.

Donkere kant

Iedereen heeft een donkere kant. Met weinig moeite van een vijand afkomen of heel veel geld krijgen is een verleidelijke gedachte. Daarom worden sommige criminelen beroemd of zelfs vereerd. ‘Dagobert’ bijvoorbeeld, de afperser van warenhuizen [in Duitsland, begin jaren negentig]. De Engelsman Ronnie Biggs, een van de plegers van de grote treinroof. Het misdadigersduo Bonnie en Clyde. Of de moordlustige sekteleider Charles Manson.

‘De een ontplooit zijn donkere kant, de ander houdt het vol om bescheiden te zijn en de regels in acht te nemen,’ zegt psychiater Birger Dulz. ‘En dan zijn er nog de mensen die politieagent, rechter of advocaat worden. Crimineel zijn en criminelen vervolgen berusten uiteindelijk op dezelfde innerlijke neiging tot het duistere. Alleen stelt de rechercheur die in dienst van een hoogwaardiger doel. Dat wordt sublimering genoemd, en ook die komt voort uit de fascinatie voor de misdaad. Een goede rechercheur denkt als een zware crimineel – daarom krijgt hij die ook te pakken.’

Dulz is geneesheer-directeur van een psychiatrische kliniek in Hamburg en specialist in persoonlijkheidsstoringen en gevolgen van trauma’s. Hij duidt de maatschappelijke interesse voor geënsceneerde misdaden als behoefte aan oriëntatie, ‘of treffender: aan ont-angstiging. Elke zaak moet beslist goed aflopen, want de zekerheid wat goed is en wat slecht en waar de grens loopt, heeft een rustgevende uitwerking op de toeschouwer. Die zekerheid wordt steeds noodzakelijker, omdat een enorme verwarring zich meester heeft gemaakt van de mens. De snelheid van de vooruitgang en de stortvloed van maximale prikkels maken hem bang. Relaties houden geen stand, families vallen uiteen. Het gevoel van een identiteit verdwijnt, een innerlijke leegte doet zich gelden. Eenzaamheid grijpt om zich heen, het grote op-zichzelf-teruggeworpen-zijn.’

Amerikaanse speciale eenheden oefenen een bestorming op een consulaat. De in het zwart geklede acteurs spelen gevelde aanvallers.  © Jahi Chikwendia / The Washington Post / Getty
Amerikaanse speciale eenheden oefenen een bestorming op een consulaat. De in het zwart geklede acteurs spelen gevelde aanvallers. © Jahi Chikwendia / The Washington Post / Getty

Fatale voorbeelden

Dulz merkt het ook aan het stijgende aantal psychische aandoeningen. ‘Hoe minder de eigen stabiliteit,’ zegt hij, ‘des te dringender de behoefte aan oriëntatie van buiten. Dat is inmiddels een veelvoorkomend fenomeen.’

‘Er rest nog maar één weg: niet de redding ván de wereld, maar de redding úít de wereld’

‘Deze behoefte is ontstaan onder invloed van de omkering van alle bekende normen en waarden door immorele voorbeeldfiguren. Als de staatshoofden van deze wereld ongestraft mogen liegen en bedriegen, dan is er iets helemaal in het tegendeel veranderd. Donald Trump, president van een land dat voor vrijheid en democratie staat, treedt onbeheerst en lomp op – en triomfeert desondanks over de wet.’

In Europa komen de populisten opzetten: Salvini, Orbán, Le Pen, Johnson en Höcke. ‘Dat zijn politieke protagonisten van onze geciviliseerde industrielanden,’ zegt Dulz, ‘en hun boodschap is dat een woord niets waard is. Dat een leven niets waard is. Waarheden zijn een kwestie van perspectief – net hoe het mij uitkomt. Daarom zien we momenteel die zoektocht naar ontangstiging, naar de zege van het recht over de misdaad, naar de overwinning van het kwade door het goede.’

Het kwaad is echter geen begrip uit het rechtswezen of de psychiatrie; het komt uit de religie. En juist religieuze fanatici laten zien dat de strijd van goed tegen kwaad zo nu en dan zelf naar het kwaad leidt.

Ulrich Körtner, een Weense hoogleraar theologie, schreef een boek over de apocalyps: Weltangst und Weltende. ‘De kerngedachte van religie is: God zorgt voor de wereld en uiteindelijk loopt ook al het kwade goed af,’ zegt hij. ‘Zelfs het kwade wordt door een hogere macht min of meer in dienst van het goede gesteld. Dit theologische motief van hoop op een uiteindelijk rechtvaardig universum zit diep verankerd in de seculiere cultuur; daarom gaan de mensen tegenwoordig niet meer naar de kerk, maar kijken ze Tatort. Beide komen echter voort uit dezelfde diepe behoefte aan het realiseren van een rechtvaardige wereldorde. De misdaadfilm heeft vandaag de dag haast een cultische functie.’

Wat nu als goed zich helemaal niet meer onderscheidt van kwaad? Ook met dat denkbeeld speelt de kunst. In de films, boeken en series van de afgelopen jaren vervagen de grenzen tussen goed en kwaad steeds meer, zoals in de series Breaking Bad en 4 Blocks. En wat als het allerirritantste gebeurt en het goede het onderspit delft? Als elke hoop op bovennatuurlijke orde in rook opgaat?

Joker

Dan breekt de tijd van Joker aan. Het is geen toeval dat uitgerekend deze film – die gaat over het ontstaan van het kwade door de afwezigheid van het goede – momenteel een wereldsucces is. Het is een van de best bezochte films van het jaar: 3,5 miljoen Duitsers hebben hem tot nog toe gezien en wereldwijd heeft hij meer dan een miljard dollar opgebracht. De film treft het (westerse) bioscoop-publiek namelijk in het hart.

De traditionele misdaadfilm leeft van het ritueel dat de maatschappelijke orde door een misdaad in twijfel wordt getrokken, in gevaar komt en weer wordt hersteld. Daarin bestaat zijn reinigende kracht.

Joker wijst echter alle ordes af, want die hebben zich als corrupt bewezen. De film mobiliseert de verwoestende krachten van de maatschappij. ‘Als de wereldorde op zich als het kwaad wordt waargenomen, dan beland je in een apocalyptische situatie,’ zegt hoog-leraar Körtner. ‘Batman verdedigt niet meer het rechtvaardige, maar het verdorvene. Dan rest er nog maar één weg: niet de redding ván de wereld, maar de redding úít de wereld. De hoop op de vernietiging van het bestaande, zodat er iets nieuws kan komen.’

De destructie in dienst van de goede zaak. Revolutie. Bevrijding. Massamoordenaars als voortrekkers van het goede.

Profetische waarschuwing

Joker is niet meer dan een dystopische fantasie. Maar de film speelt met een wijdverbreide en reële angst: de door het systeem vergeten en door de maatschappij verraden mensen treden vanuit het donker in het licht. Bewapend. Ze doen een greep naar de wereldheerschappij – alle anderen hebben voor hen de weg bereid door hun hebzucht, corruptheid, koude hart en zwakke karakter. 

Het is nog niet zover, maar Joker zou een profetische waarschuwing kunnen zijn – aan iedereen die verantwoording draagt het niet zover te laten komen dat de imaginaire misdaad werkelijkheid wordt.

screenshot 2019 12 11 at 17 36 41

Auteur: Sabine Rückert

Sabine Rückert is misdaadjournalist voor Die Zeit en presenteert samen met Andreas Sentker de podcast Verbrechen, waarin ze elke aflevering een andere strafzaak bespreken.

Die Zeit
Duitsland | dagblad | oplage 505.000

De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.


Deel dit artikel


Recent verschenen