Schermafbeelding 2023 11 01 om 12.42.59 e1698839216525


Toen de taliban twee jaar geleden de macht overnamen, vluchtte de Afghaanse schrijver Homeira Qaderi naar de VS. Vaak denkt ze terug aan haar jeugd in haar thuisland. En aan haar vrienden van toen, waarvan geen nog in leven is.

Elke middag sluipen Lida, Shekiba, Farzaneh en Homeira het huis uit. Ze willen zien waar de wapens van de Sovjettroepen nieuwe gaten in de aarde hebben geslagen, om zich in te verstoppen. Het is halverwege de jaren tachtig. Ze zitten op de basisschool en Herat is een gevaarlijke plek voor kinderen, maar ook een speelparadijs.

Vandaag leeft alleen Homeira nog. Haar drie vriendinnen overleefden wel de tien jaar durende bezetting door het Sovjetleger. Ook de burgeroorlog in Afghanistan daarna, de honger en het geweld binnen families. Maar de uitzichtloosheid onder de taliban, die in 1996 het land voor het eerst volledig in handen kregen, overleefden ze niet. ‘Ze overgoten zich met olie en staken zichzelf in brand,’ zegt Homeira Qaderi zachtjes. De een na de ander, zoals zoveel vrouwen toen die van al hun vrijheden werden beroofd. ‘Ik voel me nog steeds schuldig dat ik leef.’

In Afghanistan pleegden meer vrouwen dan mannen zelfmoord; wereldwijd is dat slechts in een paar landen het geval. En het geldt ook nu weer, nadat de taliban in de zomer van 2021 de macht opnieuw overnamen. Officiële cijfers uit Afghanistan zijn er niet, maar de cijfers van individuele organisaties en ziekenhuizen uit de verschillende provincies komen overeen. Zo vertelde de Afghaanse politica en activiste voor vrouwenrechten Fawzia Koofi in juli 2022 aan de Verenigde Naties in Genève dat dagelijks minstens één vrouw zelfmoord pleegt. ‘In dit land is het makkelijker om een steen te zijn dan een meisje.’ Dat hoorde Qaderi al keer op keer van haar grootmoeder.

Speelparadijs

In een witte blouse onder een donkerblauwe trui neemt Qaderi half september plaats in de bibliotheek van het Literaturhaus in Zürich. Die avond zal ze hier voorlezen uit haar nieuwe boek. De boekenplanken vol romans reiken tot aan het plafond. ‘Zo stel ik me tegenwoordig een speelparadijs voor,’ zei ze bij binnenkomst. Siawash, haar zoon van negen, zit naast haar. Hij bladert door een stripverhaal, typt op zijn mobiele telefoon, maar intussen luistert hij naar zijn moeder. Moeten we niet naar een andere ruimte zodat haar kind al die wrede verhalen niet hoort? ‘Nee, nee,’ zegt Qaderi (43), ‘Hij heeft ze al vaak gehoord.’

Hoe de taliban haar huis twee keer met geweld overnamen, hoe ze jarenlang voor haar zoon moest vechten, maar ook hoe alleen lezen en schrijven haar hielpen om nooit de hoop op te geven. Daarover schreef Qaderi het boek Dancing in the Mosque – An Afghan Mother’s Letter to Her Son. Van de zes boeken die ze schreef is dit het eerste dat in het Duits is vertaald. Ze is een paar dagen met Siawash in Europa voor een lezing tournee; ze wonen nu in New Haven bij New York, waar ze een schrijfbeurs heeft aan Yale University. Deze professor in de Perzische literatuur staat midden in het leven, maar als ze over haar ervaringen praat, fluistert ze bijna, alsof die door zacht te spreken iets van hun gruwelijkheid verliezen.

Ze herinnert zich van haar jeugd in Herat niet alleen de schuilplaatsen, maar ook de dagen waarop ze honger leed. En de Sovjetsoldaten op hun tanks. Soms wierpen die haar een stuk brood toe, soms richtten ze lachend de loop op het kind. De kleine Homeira vond rust bij de moerbeiboom op de binnenplaats van haar ouderlijk huis, waar ze verhalen verzon.

Het leven van de familie verandert als de Sovjettroepen zich terugtrekken en de oprukkende taliban het land  gaandeweg in bezit nemen. Er wordt nauwelijks meer geschoten in Herat, ‘maar we zaten opeens in een enorme gevangenis’, herinnert Qaderi zich. Meisjes mogen niet meer naar school, geen enkele vrouw mag door de stad lopen zonder een mahram, een mannelijke metgezel. De familie is zo arm dat moeder, dochter en tantes een burka moeten delen. Twee keer werd Qaderi op straat geslagen omdat ze alleen liep. ‘En ik was nog maar een kind.’

Boeken werden haar redding. ‘Ze waren nog maar net aan de macht of de taliban verboden elk boek behalve de Koran,’ zegt Qaderi. Uit angst wikkelt haar grootvader alle romans van de familie in plastic en begraaft ze in de tuin. ‘Dat was mijn redding. Want dankzij de literatuur begreep ik hoe anders de wereld buiten Afghanistan is en dat onze realiteit niets te maken heeft met de rest van de mensheid.’ Uit de Russische romans leert ze dat er salons zijn waar vrouwen en mannen met elkaar dansen. In Engelse boeken leest ze dat mensen in huizen wonen die meer dan honderd jaar oud zijn. ‘Die werden in geen geval vernietigd door bommen. ‘Families wonen er al generaties.’ Dit zijn de verhalen die zij als kind nooit vergat.

‘Ik sliep heel weinig omdat ik zoveel mogelijk wilde lezen. Ik was constant bang dat iemand me deze vrijheden weer zou afnemen’

Qaderi woont nu twee jaar in de VS. Siawash is zich al lang bewust van zijn nieuwe leven daar; hij spreekt Amerikaans Engels. Als zijn moeder niet op een woord kan komen, springt hij bij. En als er een foto moet worden gemaakt, vindt ze het resultaat pas goed als het door de negenjarige met zijn mobiele telefoon gedaan is. Moeder en zoon vormen een hecht team, ze hebben alleen elkaar.

Als de moeder van de dertienjarige Qaderi merkt hoe haar dochter lijdt onder de nieuwe situatie in Herat, stelt ze haar voor om andere meisjes te leren lezen en schrijven. Qaderi bloeit op. In het begin zitten er veertig of vijftig kinderen in de keuken van haar ouders en al snel heeft ze drie klassen per dag. Nog steeds put ze troost uit die tijd. ‘Misschien leven sommige van mijn leerlingen nog. ‘En ook al hebben ze geen boeken, ze kunnen in ieder geval schrijven.’

Ook Qaderi begint, zittend onder de moerbeiboom, haar gedachten op te schrijven. In 1996 publiceerde een lokale krant haar eerste korte verhaal, onder haar eigen naam. Dat is een groot risico en haar vader koopt zoveel exemplaren als zijn spaargeld het toelaat. Hij is trots op zijn dochter, zeker, maar uit angst voor de Taliban verbrandt hij de kranten. En uit angst besluiten de ouders van Homeira haar al op zeventienjarige leeftijd uit te huwelijken. Liever aan een jongeman uit de buurt voordat een strijder zijn oog op haar laat vallen.

Het jonge stel trekt in bij haar schoonouders, die voor hun werk naar Iran moeten verhuizen. Plotseling heeft ze daar vrijheden waar ze voorheen alleen maar van droomde. In Teheran kan ze naar de bioscoop en het museum, en ze kan er zelfs literatuur studeren. ‘Ik sliep toen heel weinig omdat ik zoveel mogelijk wilde lezen. Ik was constant bang dat iemand me deze vrijheden weer zou afnemen.’ In 2008 moest ze plotseling binnen een paar uur het land verlaten omdat ze eerder meedeed aan demonstraties tegen het Iraanse regime.

Bij haar terugkeer blijkt Afghanistan te zijn veranderd. Vrouwen kunnen alleen reizen, tenminste in de grote steden, en scholen zijn open voor alle kinderen, zegt Qaderi. Ze doceert literatuur aan de universiteit in Kaboel en werkt als consultant voor het ministerie van Onderwijs. In 2013 werd Siawash, haar zoon, geboren.

In datzelfde jaar besluit haar man, een politicoloog, een tweede vrouw te nemen. Als ze zich daartegen verzet, ontvangt ze van hem de volgende sms: ‘Echtscheiding, echtscheiding, echtscheiding’. Volgens de sharia kan een man die dit woord drie keer uitspreekt tegen zijn vrouw daarmee hun huwelijk beëindigen.

Scheiding

Door de scheiding verloor Qaderi niet alleen haar huis, maar ook haar kind. De peuter krijgt te horen dat zijn moeder tijdens de bevalling is overleden. ‘Ik mocht hem niet bezoeken, ik kreeg geen foto’s, ik mocht zijn stem niet horen aan de telefoon, niets. Ik heb mijn zoon pas weer gezien toen hij vijf jaar oud was.’ In de bibliotheek van Zürich tilt Siawash nu zijn hoofd op, zijn bril was naar het puntje van zijn neus gegleden terwijl hij las. Hij springt van zijn stoel om zijn moeder te omhelzen; later, op weg naar de lunch, laat hij haar hand niet los, slaat steeds weer zijn arm om haar heen, alsof hij zijn moeder wil beschermen. Hij laat haar niet los.

Na veertien jaar huwelijk is Homeira Qaderi alles kwijt. Uit wanhoop solliciteert ze voor een schrijfbeurs aan de Universiteit van Iowa. Ze wordt aangenomen en verlaat het land. Als ze in 2017 terugkeert naar Kaboel, heeft ze een plan. Ze stapt naar de rechtbank: de sharia bepaalt dat een kind na de scheiding van zijn ouders tot zijn zevende verjaardag bij zijn moeder mag blijven. Qaderi wordt in het gelijk gesteld. Later krijgt ze zelfs een verlenging voor nog eens twee jaar. Ze wordt geacht eind 2022 haar zoon terug te geven aan zijn vader, maar een jaar daarvoor verandert alles: eerst vallen de steden Kunduz, Kandahar en Herat en op 15 augustus 2021 bezetten de taliban het presidentiële paleis in Kaboel. De NAVO-strijdkrachten trekken zich terug.

Qaderi wil haar huis waarnaar ze net is teruggekeerd absoluut niet opnieuw verlaten, maar haar situatie verslechtert enorm doordat ze zich op radio en televisie onvermoeibaar uitspreekt tegen de taliban en voor vrouwenrechten. Haar vader smeekt haar: ‘Als je wilt praten, ga dan weg.’ Anders, licht ze toe, zou de rest van de familie ook gevaar lopen. Vrienden in het buitenland helpen haar ontkomen. Op de avond van 28 augustus 2021 krijgt ze een telefoontje dat ze uiterlijk veertig minuten later op het vliegveld moet zijn met haar zoon, over wie ze nog steeds de voogdij heeft. De VS halen in die dagen 124.000 mensen uit Afghanistan. ’s Nachts om kwart voor twee zitten Homeira Qaderi en Siawash in een van de laatste vliegtuigen.

‘Als je wilt praten, ga dan weg’

Siawash is nu al een jaar langer bij zijn moeder dan hij bij haar in Afghanistan had kunnen zijn. De jongen is goed ingeburgerd in zijn nieuwe woonplaats, hij heeft nieuwe vrienden gemaakt en is middenvelder in het voetbalteam van zijn school. Af en toe gaat het kleine gezin een pizza eten, maar ze letten er goed op dat ze aan het eind van de maand genoeg geld overhouden om naar de achterblijvers in Herat en Kaboel te sturen ‘Het maakt me woedend dat de wereld Afghanistan aan zijn lot heeft overgelaten. Vrouwen leven er weer als in een gevangenis en de meeste mannen ook,’ zegt Qaderi. Wat haar in verwarring brengt, zegt ze, is de selectieve aandacht van het Westen. Terwijl de strijd van Iraanse vrouwen wordt erkend, wordt de benarde situatie van Afghaanse vrouwen over het hoofd gezien.‘Niemand geeft om Afghanistan. Het is een verloren land.’

Maar Qaderi geeft de hoop niet op. Via internet geeft ze les in creatief schrijven aan jongens en meisjes; ze wil dat die hun ervaringen opschrijven zodat het leven in het Afghanistan van nu wordt vastgelegd. ‘Schrijven heeft mij tenslotte ook geholpen om te overleven.’ Zelf voelt ze zich verscheurd, ook al zegt ze dat niet graag in het bijzijn van haar kind; ze leunt opzij en schermt haar mond af met haar hand als ze het zegt. Ze schrijft nog steeds in het Farsi, maar bijna niemand in het buitenland kan haar boeken lezen. ‘Ben ik eigenlijk nog wel een schrijver als niemand mijn verhalen in mijn taal kan lezen?’

Binnenkort reizen Homeira Qaderi en Siawash naar Frankrijk, op uitnodiging van het literatuurfestival van Saint-Étienne. Daar wonen haar ouders nu. Ze kan nauwelijks slapen van geluk, zegt ze terwijl ze nog in Zürich is; de vreugde over het vooruitzicht om haar ouders na twee jaar weer te zien is groot. Kort nadat Qaderi vluchtte, verlieten ook zij Afghanistan en ze belandden in Frankrijk. Ze mogen momenteel niet naar andere landen reizen, ook niet om bijvoorbeeld hun dochter en kleinzoon te bezoeken.

Maar op de dag dat ze in Saint-Étienne aankomen wordt hun thuisland opgeschrikt door een aardbeving; vooral de regio bij Herat is zwaar getroffen. Op sociale media schrijft Qaderi: ‘Niet dat ik geen verdriet ken, geen armoede, geen oorlog of wanhoop… Toch begrijp ik hoe het kon dat ik elke keer weer opstond uit het stof, na alle wind en regen, na overstromingen en aardbevingen… lachend en nog altijd vol hoop.’


Deel dit artikel


Recent verschenen