honkia gla kye aba hallo hoe gaat het


Met de komst van Nederlandse en Engelse kolonisten naar het zuiden van Afrika werden de lokale talen verdrukt door de taal van de overheersers. Maar als een taal uitsterft, gaat er kennis verloren, zegt een van de laatste N|uu-sprekers. ‘Daarom leer ik N|uu aan de kinderen uit de omgeving.’

Katrina Esau sprak met haar oudste zus Griet Seekoei in het N|uu, een taal die alleen zij – en hun broer Simon Sauls – kenden. ‘Griet was een prachtmens,’ vertelt Esau. ‘Streng, maar met het hart op de juiste plek.’ Ouma Griet, zoals ze bekend stond, stierf in mei op 87-jarige leeftijd. Nu zijn er nog maar twee mensen overgebleven die N|uu spreken. ‘Dat is toch verdrietig. Geen enkele taal is boven de andere verheven,’ zegt Esau in haar huis in Upington, in de Noord-Kaap.

!Honkia. Gla kye !aba?
(N|uu voor ‘Hallo. Hoe gaat het?’)

De teloorgang van het N|uu gaat terug tot 1652, toen de eerste Europeanen per schip op Kaap de Goede Hoop aankwamen. Ze spraken alleen Nederlands en ondernamen weinig pogingen om te integreren met de bloeiende, complexe Khoi- en San-gemeenschappen in het gebied. De toenadering kwam van de plaatselijke bewoners, die verschillende talen spraken, waaronder N|uu en Khoekhoegowab. Autshumato, het stamhoofd van de Goringhaicona, leerde zichzelf Nederlands en trad op als tolk tussen de inheemse bevolking en de witte kolonisten; zijn nicht Krotoa werd de persoonlijke tolk van Jan van Riebeeck.

Hiermee werd de basis gelegd voor een nieuwe taal, het Afrikaans, dat gebaseerd was op het Nederlands maar sterk leunde op inheemse grammatica en doorspekt was met leenwoorden.

In de loop der eeuwen is deze taal – samen met het Engels, nog een importtaal – gebruikt als middel om de Zuid-Afrikaanse Khoi- en San-volken te onderdrukken. Inheemse talen werden gemarginaliseerd, hun sprekers gediscrimineerd, terwijl het Afrikaans als officiële taal werd ingesteld.

N|uu werd ooit veel gesproken in de provincie Noord-Kaap, maar werd in 1978 als uitgestorven verklaard.  – © Mujahid Safodien / AFP 
N|uu werd ooit veel gesproken in de provincie Noord-Kaap, maar werd in 1978 als uitgestorven verklaard. – © Mujahid Safodien / AFP 

Pijnlijk

Esau, opgegroeid op een witte boerderij in de Noord-Kaap, sprak thuis met haar ouders N|uu, maar de boer dreigde hen neer te schieten als ze die taal in het openbaar spraken. Langzaamaan verdween het N|uu uit Esaus dagelijkse leven. Het Afrikaans domineerde.

Zelfs sinds er in 1994 een punt werd gezet achter de blanke overheersing, is er weinig veranderd. Het nieuwe Zuid-Afrika erkent elf officiële talen, maar het N|uu valt daar niet onder. Het Khoekhoegowab ook niet, dat weliswaar nog steeds met uitsterven wordt bedreigd, maar wel meer wordt gesproken.

Dat deze oorspronkelijke talen worden buitengesloten is pijnlijk, vindt Esau. Vanuit haar huis runt ze een klein schooltje om de jongere generaties het N|uu bij te brengen. Voor haar inspanningen om de taal levend te houden werd ze in 2014 door oud-president Zuma onderscheiden met de Orde van de Baobab. ‘Er gaat kennis verloren als de taal uitsterft,’ zegt ze. ‘Daarom leer ik N|uu aan de kinderen uit de omgeving.’

Kakapusa
(khoekhoegowab voor ‘vernietiging’)

Het N|uu is nog niet dood, en de jongere generatie zal het niet zonder slag of stoot laten uitsterven. Claudia du Plessis, Esaus kleindochter, is bezig de taal te leren. ‘Ik ben er niet mee opgegroeid. Mijn oma mocht het van de witte machthebbers niet spreken, omdat het een ‘lelijke taal’ zou zijn. Ze spreekt het nu met mij en ik lees er boeken over. Ik kan het goed schrijven, maar het is een erg moeilijke taal om te spreken. Maar eens geleerd, blijft geleerd.’

Samen met Deidre Jantjies en Nadine Cloete maakt Du Plessis een documentaire over de praktijken van de N|uu-sprekende gemeenschap rond menstruatie, die laat zien dat de hedendaagse taboes waarmee het vrouwenlichaam is omgeven nooit deel hebben uitgemaakt van de inheemse cultuur. Dit is een voorbeeld van het soort kennis dat samen met de taal verloren zou kunnen gaan. Katrina Esau is bij de documentaire betrokken als adviseur, om erop toe te zien dat de uitspraak van de acteurs klopt. Ze is geen hardliner maar moedigt hen aan er hun eigen draai aan te geven, vooral in schrift: ‘Het schrift is bedacht door de kolonisten,’ verduidelijkt Du Plessis. ‘Ouma zegt dat je bij het schrijven op je gevoel moet afgaan.’

Langzaam proces

Toroxa Breda is nog zo iemand die vecht voor het voortbestaan van een inheemse taal. Bij zijn geboorte noemde zijn moeder hem Denver; ze was Khoi, maar gaf hem een westerse naam om hem een voorsprong te geven. Breda groeide op in Kaapstad, sprak Afrikaans en identificeerde zichzelf als ‘kleurling’ – een classificatie die door het apartheidsregime officieel werd gedefinieerd als een persoon van gemengde afkomst.

Decennialang zijn de Khoi en de San ook onder die noemer ondergebracht – en door die classificatie maar al te vaak uitgevlakt. ‘Als je met die gekleurde identiteit op de Kaapse Vlakte bent opgegroeid, wat betekent dat dan, vroeg ik me af, met wie ben ik verbonden? Wat verbindt mij met deze bevolking, met dit land, met Afrika? Ik spreek alleen de taal van mijn voormalige kolonisators, maar wie ben ík eigenlijk?’

Breda ging op zoek naar het antwoord, maar de taal en cultuur van de Khoi zijn zo gemarginaliseerd dat het nog niet meeviel om de informatie te vinden die hij zocht. Soms kon hij zijn eigen wortels alleen traceren door te zoeken op denigrerende koloniale termen als ‘hottentot’ en ‘bosjesman’.

Hij begon zichzelf Khoekhoegowab te leren. Het was een langzaam maar bevredigend proces. ‘Pas als je de klanken van de taal van je voorouders uit je eigen mond hoort, krijg je het gevoel ergens bij te horen, het gevoel Afrikaan te zijn,’ vertelt hij. ‘Omdat mijn taal, het Afrikaans of het Engels, Europese wortels had, kon ik me nooit Afrikaan voelen.’ Hij kon die identiteit ook niet verenigen met zijn voornaam. ‘Ik realiseerde me dat ik mijn naam moest dekolonialiseren. Er zijn geen Denvers in onze gemeenschap. Dat is een koloniale naam. Ik heb mezelf Toroxa gedoopt. Dat betekent ‘strijdlust’.

||Hui! Gaeb
(Khoekhoegowab voor ‘in wolken gehuld’)

‘Je verliest je waardigheid als je een vreemde taal aanneemt’

Terwijl het N|uu met uitsterven wordt bedreigd, zijn er nog altijd meer dan tweehonderdduizend mensen die Khoekhoegowab spreken, vooral in het zuiden van Namibië, waar het ook wel Nama wordt genoemd. Levi Namaseb, hoogleraar Taalkunde, doceert al 35 jaar aan de Universiteit van Namibië. ‘Khoekhoegowab is een opmerkelijke, unieke taal,’ zegt hij. ‘De verscheidenheid aan kliks die in het Khoekhoegowab en haar dialecten als medeklinker worden gebruikt, komt in geen enkele andere taal voor, behalve wanneer ze geleend zijn’ (De kliks in het Xhosa komen bijvoorbeeld van het Khoekhoegowab). ‘Het is fascinerend hoe ver de mens kan gaan om te kunnen communiceren.’

Namaseb gelooft dat menselijke waardigheid en taal onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. ‘Je verliest je waardigheid als je een vreemde taal aanneemt,’ zegt hij. Hij vindt dat de regering, zowel in Zuid-Afrika als in Namibië, een veel actievere rol moet spelen bij de bescherming van inheemse talen. ‘De regering kan een taal maken of breken.’

Katrina Esau en haar broer Simon Sauls zijn de laatste N|uu-sprekers, een Zuid-Afrikaanse Khoi-taal die al ten dode was opgeschreven. Nu leert Esau haar moedertaal aan een groep kinderen op een school in Upington. – © Mujahid Safodien / AFP Photo
Katrina Esau en haar broer Simon Sauls zijn de laatste N|uu-sprekers, een Zuid-Afrikaanse Khoi-taal die al ten dode was opgeschreven. Nu leert Esau haar moedertaal aan een groep kinderen op een school in Upington. – © Mujahid Safodien / AFP Photo

Imbongi

De Zuid-Afrikaanse regering lijkt daar enigszins van doordrongen. Doorgaans wordt een president voor zijn jaarlijkse State of the Nation-toespraak naar de Nationale Vergadering begeleid door een imbongi – een dichter die de president lof toezingt, meestal in het Xhosa of Zulu. In 2019 brak president Cyril Ramaphosa met die traditie door de Nationale Khoi en San Raad te verzoeken een Khoekhoegowab-sprekende imbongi aan te stellen.

De voorzitter van de raad benoemde Bradley van Sitters. ‘De president zei: “Trek je huiden aan, vervul ons van trots, vervul het land van trots”,’ vertelt Van Sitters. En dat deed hij. Op de bewuste avond weerklonken oude Khoi-gebeden in het parlementsgebouw in Kaapstad, en Van Sitter kreeg een staande ovatie.

In wolken gehuld

Van Sitters groeide op in Kaapstad en sprak Afrikaans. Maar naarmate hij meer te weten kwam over zijn afkomst, voelde hij zich steeds ongemakkelijker bij zijn moedertaal. ‘Als ik naar de Kaapse Vlakte ga en de bevolking vraag: “Wat voor taal spreken jullie?”, antwoorden ze: “Afrikaans.” Vervolgens vraag ik ze: “Noem jij jezelf Afrikaner?”, en dan antwoordden zij: “Nee, we zijn geen Afrikaners.” Dat is interessant. We spreken de taal, maar zijn totaal niet verbonden met de identiteit die erbij hoort.’

Hij besloot op zoek te gaan naar zijn eigen identiteit door Khoekhoegowab te leren en vertrok naar Namibië, waar de taal aan de universiteit wordt gedoceerd. Namaseb was zijn docent. Eenmaal afgestudeerd stelde Van Sitters zich ten doel de taal in leven te houden. In Kaapstad zette hij een cursus Khoekhoegowab op en hij moedigde iedereen die hij kende aan om de stad met haar originele naam aan te duiden: ||Hui! Gaeb, wat ‘in wolken gehuld’ betekent.

Toen Van Sitters zijn moeder erover sprak, zei die dat ze zich nog kon herinneren hoe haar moeder met andere ouderen Khoekhoegowab sprak, gezeten onder een boom, maar dat de jongere generaties het nooit hadden geleerd. Dit was het eerste wat hij over de Khoi-achtergrond van zijn familie hoorde.

Van Sitters vond zijn identiteit door op zoek te gaan naar de taal van zijn volk. ‘Het eigene van een volk, hun geheimen, hun mondelinge tradities, het ligt allemaal besloten in de aard van hun taal. Taal bestaat uit zo veel lagen. De intergenerationele waarheid wordt doorgegeven via het medium taal.

Door de slavernij en de onderdrukking zijn we die verbinding kwijtgeraakt,’ zegt hij. ‘Dankzij de taal heb ik de verbinding hersteld.’

Simon Allison en Refiloe Seiboko

The Continent
Zuid-Afrika | weekblad | online

The Continent is een weekblad dat een podium biedt aan de beste journalistiek van het hele Afrikaanse continent. Het wordt gratis online verspreid en wordt geproduceerd in samenwerking met de Zuid-Afrikaanse krant Mail & Guardian.


Deel dit artikel


Recent verschenen