Dossier ZW


Een Zwitsers architectenbureau wist met een paar subtiele ingrepen de openbare ruimte in het dorpje Monte voor ouderen en jongeren te verrijken. Die strategie moet nu als voorbeeld dienen voor krimpende en vergrijzende dorpen in heel Zwitserland.

De eigenares van de dorpswinkel in Monte, in de Valle di Muggio (in het kanton Tessino), heeft de broodjes al klaargelegd. Ze kent de architecten Rina Rolli en Tiziano Schürch van architectenbureau Studioser goed, sinds die het dorp de laatste twee jaar hebben onderzocht en aanpassingen hebben aangebracht.

De dorpswinkel diende al eerder als trefpunt; nu is hij ook architectonisch als zodanig te herkennen. De architecten hebben de straat voor de winkel geplaveid en er een bank geplaatst. Een kastje aan de buitenmuur fungeert als etalage. In de winkel, die ook als improvisatorisch café dient, zijn tafels neergezet en een paar kasten gebouwd. De architectonische ingrepen zijn vrijwel onzichtbaar, en toch hebben ze het dagelijks leven merkbaar verbeterd.

Het project volgde op een studie die werd uitgevoerd in opdracht van drie gemeenten in Tessino en de Zwitserse Seniorenraad. Die studie moest uitzoeken hoe het leven van de vergrijzende bevolking in plattelandsgebieden kan worden verbeterd. Daar kwamen tien aanbevelingen uit voort, die variëren van sociale en technische tot bouwkundige maatregelen. De gemeente Castel San Pietro gaf bureau Studioser vervolgens de opdracht om op basis daarvan interventies te bedenken voor het dorpje Monte, dat twintig jaar eerder aan de gemeente was toegevoegd. In totaal hebben de architecten acht kleinere projecten uitgevoerd.

Voor het voormalige gemeentehuis hebben ze een massieve stenen tafel van natuursteen gebouwd, waar metalen stoelen met filigraanwerk omheen staan. Hier kunnen de bewoners elkaar treffen. De opwaardering van de openbare ruimte compenseert de benauwde ruimtelijke verhoudingen in de oude stegen en huizen. De architectonische ingrepen zijn zowel praktisch als sfeerscheppend. Een leuning geeft houvast in de smalle stegen. Op een bankje kunnen mensen even op adem komen.

Knikkerbaan

Daarmee is het steile dorp met de smalle huizen echter nog niet geschikt voor rolstoelen. Toch maken de ingrepen het voor oude mensen mogelijk om langer in het dorp te blijven wonen. En ook de jongere bewoners profiteren ervan. De trapleuningen kunnen door kinderen worden gebruikt als knikkerbaan; de juiste knikkers kun je in de dorpswinkel kopen. ‘Ons doel was niet alleen maar om leuningen in het hele dorp te maken, maar om net als architect Lina Bo Bardi poëtische en naïeve opvattingen te verbinden met politieke en sociale behoeften,’ zegt Rina Rolli.

De twee architecten spraken met veel van de circa honderd inwoners, die hun fotoalbums openden en herinneringen aan vroeger ophaalden. Tijdens deze informele gesprekken leerden de architecten het dorp beter kennen, zodat ze daar met hun werk bij konden aanknopen. ‘Onze architectuur maakt de geschiedenis van het dorp zichtbaar,’ zegt Tiziano Schürch. De geplande opwaarderingen lijken vaak bijna het werk van monumentenzorg. Een stenen huis waarin ooit kastanjes werden gedroogd, werd door de architecten slechts voorzien van een informatiebordje waarop alle deelprojecten gemarkeerd staan.

De stille correcties – al zijn ze nog zo klein – geven antwoord op alledaagse behoeften

De architecten verwijzen naar Hermann Czechs ‘stille architectuur’, die alleen spreekt als het haar gevraagd wordt. De stille correcties – al zijn ze nog zo klein – geven antwoord op alledaagse behoeften. Bij de ingang van het kerkhof werd een kleine bronwaterfontein geplaatst, die met het marmer, de stenen platen en het beton de materiële geschiedenis van de regio vertelt. Bij het voormalige washuis in het bos was ooit een vuurplaats. Naast de dorpsbron werd een boom geplant, die in een muurtje gevat is dat als zitgelegenheid dient.

Schürch en Rolli zien architectuur als een maatschappelijk instrument. Ze betrekken de bewoners erbij en geven dan vorm aan kleine ingrepen die duidelijk door de hand van een architect zijn ontworpen – tot en met de verklarende folder. Hun visie op het geheel herinnert aan architect Luigi Snozzi, die vanaf 1977 het dorp Monte Carasso nieuw leven inblies en uitbreidde. Maar Studioser gaat met een andere maatstaf en in een andere taal te werk dan Snozzi. In Monte zie je geen bouwwerken van sierbeton, maar subtiele gestes voor dagelijks gebruik. ‘Andere plaatsen kunnen van Monte leren,’ zegt burgemeester Alessia Ponti. ‘De ingrepen zijn klein, maar belangrijk voor de bewoners.’ Castel San Pietro wil zijn dorpscentrum renoveren en Monte daarbij als voorbeeld nemen. Cruciaal daarbij is dat de inwoners meedenken. ‘Zonder betrokkenheid van de mensen maakt zelfs de beste oplossing weinig verschil.’

Monte is een pittoresk dorp, de Valle di Muggio een idyllisch landschap. De architecten hoefden niet veel meer te doen dan deze sterke punten met kleine speldenprikjes nog beter tot hun recht te laten komen. In andere, grotere plaatsen zal hun poëtische aanpak op grenzen stuiten. Maar ook daar biedt hun strategie om een plek nauwkeurig te lezen en aan te passen mogelijkheden voor de openbare ruimte die vaak verwaarloosd wordt – juist voor gemeentes waar de bevolking wegtrekt en waar de financiële ruimte voor zulke ingrepen beperkt is.

Architectonische thuiszorg

Het project trekt ook buiten het dorp de aandacht. Het Duitse tijdschrift voor architectuur Bauwelt heeft het onderscheiden met een prijs voor beginnende architecten. Verleden jaar hebben de architecten met studenten een zomerschool georganiseerd die in de hele vallei kleine interventies heeft ontworpen en uitgevoerd. Monte heeft met Studioser een speelplaats gepland. De buurgemeente Breggia heeft de architecten opdracht gegeven een soortgelijke analyse van het dorp te maken.

Anders dan het Bilbao-effect, dat met een spectaculair project een hele stad ingrijpend verandert, heeft het Monte-effect een subtiele uitwerking op het dorp. Het kan de vergrijzing en de leegloop in de dorpen niet stoppen; daarvoor zijn grotere economische factoren en de maatschappelijke realiteit verantwoordelijk. In Monte was het aantal inwoners al voor het project begon stabiel. Maar zorgvuldig onderhoud van het dorp kan het leven van degenen die er blijven wonen verrijken en misschien nieuwe mensen aantrekken. De aanpassingen zijn een soort architectonische thuiszorg, die met weinig kosten een beter leven in de oude omgeving mogelijk maakt.

Meergeneratiewoningen

In Japan wordt het traditionele gezinsmodel op de proef gesteld door sociologische experimenten zoals de Nagaya Tower in Kagoshima. De Spaanse krant El País wijdde een reportage aan deze ’toren van Babel’ waarin 43 mensen van 8 tot 93 jaar oud wonen. Dit gebouw voor een ‘familie zonder bloedbanden’, met gedeelde ruimtes en toegewijd personeel, zou volgens een van de bewoners geïnspireerd zijn door de nagaya, langgerekte huizen uit de Japanse Edoperiode, die meer dan honderdvijftig jaar geleden een collectieve levensstijl vormden. Van kinderen tot ouderen, van gezinnen tot alleenstaanden, iedereen woonde er samen in hetzelfde gebouw rondom de gemeenschappelijke put en had verschillende taken en bezigheden, zoals de was doen of het huishouden verzorgen.
De gemeenschap in Kagoshima, die ook een opvangcentrum herbergt voor kinderen met een geestelijke beperking, is opgericht door een arts die zich zorgen maakte over het isolement van ouderen en mensen met een handicap, wezenlijke problemen in het land met de oudste bevolking ter wereld. Volgens het tijdschrift Frame loopt Japan voorop op het gebied van meergeneratiewoningen en kan het model ‘dienen als inspiratie voor andere locaties die minder vergevorderd zijn op dit gebied’.

Inspiratie van elders

‘Het is nu CO2 in plaats van olie dat bepaalt wat mooi is of niet in de architectuur,’ zo vat architect Philippe Rahm zijn essay ‘De Antropoceen-stijl’ samen voor de Zwitserse krant Le Temps. Rahm nodigt ons uit om onze gewoontes wat betreft interieurdecoratie te heroverwegen, of beter gezegd: om de functionele aard ervan niet uit het oog te verliezen. Een tapijt voorkomt dat je koude voeten krijgt, een wandtapijt isoleert een muur, een spiegel reflecteert het licht: allemaal functies die met de opkomst van strakke, minimalistische interieurs in de twintigste eeuw vergeten lijken te zijn. Dit moderne interieur is weliswaar leefbaar gemaakt door airconditioning en verwarming – en dus door fossiele brandstoffen – maar dat is nu achterhaald door klimaatverandering.
In plaats van het wachten op nieuwe technologieën om steden aan te passen aan de klimaatverandering zouden we misschien inspiratie kunnen putten uit de architectuur die zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld in de hitte van de Arabische wereld. Zoals de mashrabiya, de decoratieve houten roosters en raampjes met ademende materialen uit de traditionele Arabische architectuur. Of uit een villa in de Braziliaanse jungle. De Braziliaanse beeldhouwer João Machado ontwierp een tuin op meer dan duizend meter boven de zeespiegel, die meer dan vierhonderd plantensoorten van over de hele wereld herbergt, aldus The Guardian. Het huis is gebouwd met stenen uit de regio en gerecycled hout, en heeft een volledig begroeide gevel die de woning in de loop van de tijd ‘onzichtbaar’ zal maken.

Onderdompeling in het groen

Midden in een uitgestrekt groen gebied staat een indrukwekkend gebouw met gevels van glas, zuilen van boomstammen en panelen van ruw hout. ‘Het Bosbad’ is door het Nederlandse architectenbureau Gaaga ontworpen en gebouwd in park Bosrijk in Eindhoven. Volgens het Britse tijdschrift Dezeen is het ontwerp geïnspireerd op de Japanse praktijk van shinrin-yoku, oftewel ‘zichzelf onderdompelen in het bos’, een therapeutische handeling om lichaam en geest tot rust te brengen. Deze zen-benadering komt tot uiting in de constructie van het gebouw met duurzame en recyclebare materialen, bedoeld om de harmonie en de continuïteit met de natuurlijke omgeving te waarborgen. Het Bosbad heeft een open binnenstraat, van waaruit slingerende groene paden naar het omliggende bosrijke park leiden. Het perceel gaat daardoor perfect op in het omringende groen.

Samen in een ‘mommune’

Het delen van woonruimte kan ook in een ‘mommune’. Deze Engelstalige samentrekking van mom en commune verwijst naar alleenstaande moeders die besluiten samen te wonen om de dagelijkse taken en de opvoeding van hun kinderen te delen, schrijft The New York Times. Het fenomeen is niet nieuw, maar sinds de coronapandemie betreft het in de Verenigde Staten niet alleen meer vrouwen van kleur of van Latijns-Amerikaanse afkomst, maar ook witte vrouwen uit de middenklasse. ‘We willen dat onze kinderen veilig opgroeien en we willen de steun krijgen die we als mensen verdienen. De economische basis is woonruimte,’ zegt een van hen tegen de krant. ’Het is de meest logische stap, overal zie je de behoefte om te delen. Als de nood hoog is, is de bereidheid daartoe ook groot. Dat is wereldwijd zichtbaar,’ aldus The New York Times. Binnenkort worden ook in Parijs de eerste mommunes geopend.


Deel dit artikel


Recent verschenen