niels steeman 9oHlADjtBTQ unsplash 1


Wees gerust. Inflatie is knap nadelig voor de 1 procent, maar helpt de rest. Waar het volgens deze journalist om gaat is het volgende: inflatiepaniek draait om klassenstrijd tussen crediteuren en debiteuren.

Keuze uit het archief

Nu we weer worden doodgegooid met hoge inflatiecijfers en voorspellingen van een recessie, kunnen we een artikel als dit goed gebruiken. Een van de lessen: we moeten vooral niet in paniek raken. En daar is ook geen enkele reden toe. Tenzij je tot de allerrijksten hoort – maar ook in dat geval zijn de zorgen maar relatief.
Nu klinkt deze boodschap wel heel cru voor de velen die moeite hebben hun (gas)rekeningen te betalen. Maar de achterliggende theorie zet op zijn minst aan het denken. Want inderdaad: als grote mediabedrijven zich massaal op iets storten, is het een goed idee om even stil te staan bij wat er echt aan de hand is, en waarom.

Het meestgelezen verhaal op de website van The New York Times op 10 november ging over inflatie en was beangstigend: ‘De inflatie piekte in oktober, waardoor in Washington de hoop vervloog dat de prijsstijgingen zouden vertragen’. The Washington Post opende met een even alarmerend bericht: ‘De prijzen zijn in oktober 6,2 procent gestegen vergeleken met vorig jaar, de grootste stijging in dertig jaar. De inflatie zet de economie onder druk.’

Kort daarna maakten tv-zenders, die de Times en de Post doorgaans op de voet volgen, verschillende onnauwkeurige nieuwsitems. CNN had bijvoorbeeld al een slordig portret van een groot gezin in Texas dat de gevolgen van de inflatie voelt door de grote hoeveelheden melk die het koopt.

Paniek over inflatie schept op een handige manier de voorwaarden om de macht van werkenden te verzwakken

Als grote mediabedrijven zich massaal op iets storten, zoals in dit geval, is het een goed idee om even stil te staan bij wat er echt aan de hand is, en waarom. Waar het om gaat is het volgende: inflatiepaniek draait om klassenstrijd. Sterker nog, misschien is het wel de ultieme klassenstrijd: die tussen crediteuren en debiteuren. Het is een strijd die al sinds de oprichting van de Verenigde Staten aan de gang is.

Dat komt doordat inflatie doorgaans goed is voor de meesten van ons, maar akelig voor mensen die grote mediabedrijven bezitten of die bijvoorbeeld grote mijnbedrijven hebben opgericht. En paniek over inflatie schept op een handige manier de voorwaarden om de macht van werkenden te verzwakken.

De verhalen in de media over inflatie ontstonden nadat de inflatiecijfers voor oktober waren gepubliceerd door het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics (BLS), dat onder het ministerie van Arbeid valt. Het BLS stelde vast dat de prijzen van alle goederen in oktober met 0,9 procent waren gestegen. Met andere woorden, producten waarvoor je in september gemiddeld 10 dollar betaalde, kosten nu een afschrikwekkende 10,09 dollar. Ook zijn de prijzen nu over het algemeen 6,2 procent hoger dan een jaar geleden. Dus iets wat in oktober vorig jaar 10 dollar kostte, is nu 10,62 dollar waard. 

Reële waarde

De berichtgeving hierover van zowel de Times als de Post was misleidend. Door de kop van de Post – ‘De prijzen stegen in oktober met 6,2 procent vergeleken met vorig jaar’ – lijkt het alsof de prijzen met 6,2 procent stegen in oktober, met andere woorden: in één maand. Vergelijkbaar toonde de Times een grafiek waarin stond dat de prijzen stegen ‘met 6,2 procent in oktober’. Dat zou een groot probleem zijn. Maar gelukkig was dat niet het geval. 

Waarom spreekt inflatie dan zo tot de verbeelding van de grote mediabedrijven? Dat is eenvoudig. Ten eerste vermindert inflatie de reële waarde van schulden. In 2020 hadden Amerikaanse gezinnen ongeveer 14,5 biljoen dollar aan schulden in de vorm van hypotheken, creditcards, studieleningen en andere zaken. Inflatie van 6,2 procent betekent dat de reële waarde van die 14,5 biljoen dollar nu nog maar 13,65 biljoen is in vergelijking met vorig jaar. Met andere woorden: de inflatie van het afgelopen jaar heeft in feite 850 miljard dollar aan vermogen verschoven van crediteuren naar debiteuren. En dat is veel geld. 

De meeste mensen zijn een mengeling van crediteur (je hebt bijvoorbeeld een bankrekening) en debiteur (je hebt een hypotheek en studieleningen). Eigenlijk kun je stellen dat degenen aan de absolute top van de inkomensschaal een grote cheque van 850 miljard hebben uitgeschreven aan alle anderen. En je kunt wel bedenken dat die mensen aan de top daar niet blij mee zijn.

Werknemers die loonsverhoging krijgen, hebben meer dollars om hetzelfde bedrag aan schulden af ​​te betalen

Ten tweede gaat inflatie meestal samen met economische groei, waarbij de werkloosheidscijfers laag zijn en de werknemers de macht hebben om hogere lonen te eisen. Dat is wat er nu gebeurt: terwijl de prijzen het afgelopen jaar met 6,2 procent stegen, gingen de lonen van gewone mensen met 5,8 procent omhoog. Met andere woorden: de inflatie heeft nauwelijks invloed gehad op hun koopkracht. En met bijna driehonderd stakingen in de VS dit jaar gebruiken werknemers vaker dan ooit hun macht om beter betaald te krijgen. Inflatie kan een groot probleem zijn voor werknemers, als ze die niet gecompenseerd krijgen in hogere lonen, maar lijkt dat vandaag de dag dus onwaarschijnlijk.

Bovendien had de gemiddelde Amerikaan de afgelopen tijd ongeveer 65.000 dollar aan schulden. En terwijl de inflatie de reële waarde van elke dollar aan inkomen verminderde – met andere woorden, de waarde ten opzichte van tastbare dingen – gebeurde hetzelfde met de reële waarde van elke dollar aan schulden. Werknemers die loonsverhoging krijgen, hebben meer dollars om hetzelfde bedrag aan schulden af ​​te betalen.

Twee vliegen in één klap

Voeg je deze twee dingen samen – verminderde waarde van activa en hogere lonen voor werknemers – dan begrijp je waarom de rijken die de VS runnen een bloedhekel hebben aan inflatie. Maar ze hebben de mogelijkheid twee vliegen in één klap te slaan. De Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank, kan de rente verhogen. Dat zou de economie vertragen en de werkloosheid verhogen, waardoor de onderhandelingsmacht van de werknemers zou afnemen. Minder onderhandelingsmacht betekent lagere of geen loonstijgingen, wat zich uiteindelijk zal vertalen in minder inflatie.

En daar is inflatiepaniek op gericht: op het creëren van een economie met hogere werkloosheid, lagere groei en meer bange werknemers. Of de Amerikaanse crediteuren dit kunnen bewerkstelligen valt nog te bezien, maar we moeten ons geen illusies maken over wat ze aan het proberen zijn. En we moeten ze zeker niet helpen. 


Deel dit artikel


Recent verschenen