GettyImages 1055993118


Sinds de pandemie gaan oudere Japanners, de belangrijkste klanten van de sento, alleen nog maar de deur uit voor essentiële activiteiten. Daardoor dreigt een belangrijk aspect van de Japanse cultuur teloor te gaan. Een groep jongeren doet er alles aan om dit te voorkomen.

Aira Masayuki (23) heeft vorig jaar een sento gerenoveerd in de wijk Shinagawa, in het hart van Tokio. Van kinds af aan was de badkamer zijn lievelingsvertrek, dus het was niet onlogisch dat hij zich als journalist ontpopte tot deskundige op het gebied van het Japanse openbare bad. Veel badhuisbeheerders die hij voor zijn werk interviewde, vertelden over hun zorgen: dat hun kinderen vanwege de economische problemen in de sector gedwongen zullen zijn een andere inkomstenbron te vinden. Masayuki ging toevallig werken voor het bedrijf Nikoniko Onsen, dat sento’s in Tokio renoveert. Toen zijn baas hem vroeg of hij misschien zin had om zich over het etablissement in Shinagawa te ontfermen, hoefde hij daar niet lang over na te denken.

In zijn Tokyo Yokujo (‘Badkamers van Tokio’) heb je het gevoel weer in het Showa-tijdperk (1926-1989) te zijn beland, toen de sento een prominente plaats innam in het dagelijks leven van de Japanners. ‘In de ontvangstruimte zitten luidruchtige schoolmeisjes manga’s te bekijken en drinken oude mannen bier nadat ze met de krant in de hand van een bad hebben genoten’, schrijft Asahi Shimbun. De toegangsprijzen voor de sento worden door de overheid vastgesteld, voegt de krant eraan toe. ‘Beheerders moeten daarom het aantal klanten vergroten of specifieke diensten gaan aanbieden om financieel het hoofd boven water te kunnen houden.’

Dankzij de initiatieven is de omzet van de sento na de renovatie met 300 tot 400 procent gegroeid

Zodoende heeft Masayuki in zijn vestiging onder meer individuele sauna’s aangebracht. Daar kan de klant ongestoord ontspannen in een luxueuze omgeving. Muziekje erbij, geurolie bij de hand, zonder de aanwezigheid van anderen. Ook is voorzien in een plek waar geroosterde zoete aardappelen worden verkocht, een delicatesse in Japan, zeker ’s winters. Dankzij deze initiatieven is de omzet van de sento na de renovatie met 300 tot 400 procent gegroeid. ‘Ik ben zo blij dat ik voor een sento werk,’ zegt Masayuki. ‘Ik hoop dat deze vernieuwingen de sector kunnen helpen om te overleven.’

Kinmachi-Yu, een andere sento, die al in 1943 werd geopend in het district Katsushika, in het oosten van Tokio, kon sluiting ternauwernood vermijden. De voormalige eigenaar van het bedrijf overwoog het, maar zijn dertigjarige zoon, Shintaro Yamada, die voorheen in de mediasector werkte, besloot in 2019 het stokje van zijn vader over te nemen, om te voorkomen dat de plek waaraan hij zo veel goede herinneringen bewaarde zou verdwijnen.

Zo renoveerde Yamada het onderkomen van de sento, dat in beklagenswaardige staat verkeerde, waarna het aantal gezinnen onder de clientèle toenam. Het viel hem op dat veel mensen de regels niet kenden die in de sento dienen te worden gerespecteerd. Zo behoren bezoekers zich te wassen voor het baden en is het niet de bedoeling dat ze hun handdoek in het water achterlaten. Eind november belegde hij zelfs een seminar om de sento-cultuur aan gezinnen uit te leggen. ‘Deze kinderen kunnen hier later met hun eigen kinderen terugkomen. Ik zal deze activiteiten uiteraard voortzetten, zodat ook de sento-cultuur kan blijven bestaan,’ aldus Yamada.

Sento-manager

De existentiële crisis van de sento heeft ook de traditionele spelers in de sector tot actie bewogen. De Tokyo Sento Association, een organisatie die badhuiseigenaren samenbrengt, is dit jaar begonnen met een opleiding voor jongeren die sento-manager willen worden. Achttien mensen hebben al deelgenomen aan de eerste sessies, waarin ze hebben geleerd om onder realistische omstandigheden te werken. ‘De bedoeling is om jongeren op praktische wijze te laten kennismaken met ons vak, zodat deze cultuur niet zal uitsterven,’ zegt een lid van de vereniging.


Deel dit artikel


Recent verschenen