Klimaatactivisten zijn de laatste jaren steeds irritanter geworden, schrijft journalist Karl Mathiesen. Hij ging op pad met een anarchistisch collectief dat banden van vervuilende SUV’s laat leeglopen. Zouden extremere vormen van geweld de volgende stap kunnen zijn?
Claude houdt de wacht op de donkere, glimmende straat terwijl Samuel gehurkt een groene linze in het ventiel van de band van een SUV duwt. ‘Natuurlijk worden ze kwaad,’ zegt Claude. Een uur later staat het voertuig met een lekke band tegen de stoeprand. Als de nacht op z’n einde loopt heeft de Belgische cel van de Tyre Extinguishers – een los collectief van anarchistische klimaatactivisten – 194 SUV’s in Brussel en het nabijgelegen Gent ‘ontwapend’, zoals ze zelf zeggen.
‘Ze moeten niet denken dat ze een grote auto kunnen kopen en gewoon van het leven kunnen genieten en negeren wat er in de wereld gebeurt,’ legt Claude me uit. Ik mag mee met hun nachtelijke expeditie op voorwaarde dat ik Claude en zijn twee handlangers vermeld onder gefingeerde namen. De voertuigen worden niet beschadigd, maar de banden moeten worden opgepompt of verwisseld. Voordat hij ervandoor gaat, plakt Claude een foldertje op de voorruit met de Franse tekst: ‘Vat het niet persoonlijk op. Niet u maar uw auto is ons doelwit.’
Als je op aarde woont, is het je misschien opgevallen dat activisten tegen klimaatverandering de laatste jaren steeds irritanter zijn geworden. Ze besmeuren meesterwerken met soep, leggen voetbal- en tenniswedstrijden stil, sluiten snelwegen en tankstations af of ze hebben meer dan elfduizend SUV’s in zeventien landen wereldwijd onklaar gemaakt, zoals de Tyre Extinguishers beweren, die hun opdrachten via een geanonimiseerde website krijgen.
Ik ontmoet Claude en zijn vrienden en ben getuige van een nieuwe ontwikkeling in het klimaatactivisme. Een kleine maar belangrijke tak van de groene beweging is een grens over gegaan: niet alleen bestuurders van bedrijven in fossiele brandstoffen en politici zijn het doelwit, activisten zoals Claude mikken nu ook op burgers.
Doodsbang
Claude en zijn maten zien hun acties als hinderlijk, zeker, maar ook als onderdeel van een existentiële strijd. Het is de volgende noodzakelijke stap nadat normale democratische handelingen als stemmen, vreedzaam protesteren, lobbyen en desinvesteren zijn uitgeput. Westerse regeringsambtenaren mogen zich dan op de borst kloppen met de recente toename van de klimaatuitgaven en -wetgeving, maar activisten zien investeringen in kolencentrales of de uitbreiding van de olie- en gasproductie als bewijs dat de mensheid op haar eigen ondergang blijft afstevenen. ‘Ik snap niet dat je het niet ziet,’ zegt Claude. Wat betekenen een paar lekke banden nou tegenover een klimaatcrisis die het einde van de beschaving kan betekenen?
‘Het is echt tijd om wakker te worden,’ zegt Margaret Klein Salamon, directeur van het in de VS gevestigde Climate Emergency Fund (CEF), dat sinds zijn oprichting in 2019 miljoenen dollars heeft doorgesluisd naar 95 groepen die zich wijden aan ‘disruptief activisme’. ‘Ik zie hen als activisten die ons door elkaar schudden, die alles proberen wat ze maar kunnen bedenken en zichzelf blootstellen aan aanzienlijke risico’s – ze doen het omdat ze doodsbang zijn.’
Benaderingen als die van Claude versterken een opvatting die al langer leeft bij sommige wetshandhavers, academici en onderdelen van de groene beweging, namelijk dat dergelijke escalatie onvermijdelijk is. Als activisten er echt klaar mee zijn om instemming van het grote publiek te krijgen, wat weerhoudt hen er dan van om van deze ietwat klunzige stunts over te stappen op iets ernstigers? Gevallen van brandstichting en sabotage duiken steeds vaker op. Zouden extremere vormen van geweld de volgende stap kunnen zijn?
‘De beweging zoekt steeds vaker de confrontatie,’ zegt Jamie Henn, een Amerikaanse activist, organisator en medeoprichter in 2007 van de klimaatgroep 350.org. ‘Borden met gevatte teksten tijdens demonstraties zullen Exxon er niet toe brengen fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten, dus mensen zoeken andere manieren om druk uit te oefenen. En dan zijn er altijd ook nog jonge mensen die op erger uit zijn.’
Auto’s met kinderzitjes, stickers van invaliden of andere medische indicaties laten ze ongemoeid
Het maken van mijn afspraak met de Tyre Extinguishers verloopt een beetje geheimzinnig: verborgen telefoonnummers, gecodeerde e-mails en codenamen. Maar Claude en zijn kleine bende zijn geen hardcore militanten – althans, nog niet.
Op straat nemen ze nogal amateuristische voorzorgsmaatregelen, zoals gezichtsbedekking (die vaak afzakt) en ze gebruiken bepaalde signalen voor het geval agenten of boze autobezitters opduiken. Claude erkent dat wat ze doen ‘gevaarlijk kan zijn voor mensen, omdat ze een ongeluk zouden kunnen krijgen’. De flyers die hij op de voorruit plakt verklaren niet alleen de acties van de groep, maar dienen ook als waarschuwing voor mensen die anders met een lekke band zouden wegrijden. Auto’s met kinderzitjes, stickers van invaliden of andere medische indicaties laten ze ongemoeid.
Het doel van de Tyre Extinguishers is om SUV-bezit sociaal gezien onwenselijk te maken, om het symbool van rijkdom, comfort en macht aan te tasten. De enorme voertuigen zijn immers een van de grootste aanjagers van de toename van CO2-uitstoot. Volgens het Internationaal Energieagentschap maakten SUV’s in 2022 46 procent uit van de wereldwijde verkoop van nieuwe auto’s – een record. Door hun omvang zijn ze 20 procent minder energie-efficiënt dan een gewone auto en aanzienlijk gevaarlijker voor voetgangers. De Tyre Extinguishers willen bezitters tegenwerken door ervoor te zorgen dat ze ’s ochtend niet weg kunnen rijden.
De website van de groep lijkt te worden beheerd door een Britse groep die in 2021 aanvallen op SUV’s in het Verenigd Koninkrijk opeiste. De site moedigt iedereen aan om hun campagne over te nemen. ‘We hebben geen leider’, staat er. Het idee zelf is gestolen: het is een reprise van de activiteiten van een Zweedse groep – de Indianen van de Betonnen Jungle – die in 2007 claimde tijdelijk de SUV-verkoop in hun land verminderd te hebben.
Een van de leden van die groep was Andreas Malm, een academicus wiens boek How to Blow up a Pipeline uit 2021 een nieuwe golf van activisten stimuleerde. Die willen verder gaan dan protesten en sit-ins; ze willen de machines aanvallen die klimaatverandering veroorzaken. (Een speelfilm gebaseerd op het boek kwam op 7 april uit in de Verenigde Staten.) In zijn boek, dat meer een manifest is dan een handleiding, daagt Malm de doorgaans vreedzame groene beweging uit omdat die geweldloosheid belangrijker vindt dan de urgente zaak waarvoor ze strijdt.
De boodschap van Malm vond weerklank bij activisten die niet langer om protestmarsen geven. Greta Thunberg inspireerde de schoolstakingen die tussen 2018 en 2020 miljoenen jongeren op de been brachten, maar dat is voorbij. ‘We proberen ons te verzetten tegen het gevoel een nederlaag te lijden, en dat brengt ons hier,’ zegt Dominika Lasota, een Poolse activist en een van de leiders van Fridays For Future, een protestbeweging voor het klimaat. ‘Corona heeft de boel echt lamgelegd,’ zegt Klein Salamon. ‘Earth Day 2020 had de grootste milieudemonstratie in de geschiedenis moeten worden. En in plaats daarvan werd het een livestream.’
Avondje uit
Groepen als de Tyre Extinguishers lopen een relatief laag risico voor hun betrokkenheid bij wat activisten direct action noemen. Hun doel is nobel. Maar het is ook een avondje uit – een vrolijke bijkomstigheid bij hun wetteloze streken. Zwervend door de straten van Ukkel, een welvarende zuidelijke Brusselse voorstad, laten Claude en zijn vrienden een vreugdekreet horen als ze een Tesla zien. Nee! Twee Tesla’s zelfs! Het duurt niet lang of de accu-auto’s zakken sissend ineen.
Op de website van de Tyre Extinguishers staan regels die vermelden wat wel of niet mag. Het aanpakken van dure elektrische voertuigen wordt gezien als koosjer, vanwege de schade die wordt aangericht door de winning van kostbare mineralen voor hun accu’s. Claude legt uit dat alle grote auto’s onaanvaardbaar zijn. ‘Het zijn gewoon rijke mensen die doen alsof ze in duurzaamheid geloven,’ zegt hij over Tesla. Een paar minuten later, net als hij een auto wil voorzien van een folder, beweegt een man in een nabijgelegen huis voor zijn riante raam. De groep loopt snel weg, wat er behoorlijk verdacht uitziet.
Een paar straten verder gebeurt het opnieuw. Terwijl de vermoedelijke eigenaar van een beoogde SUV uit zijn raam staart, op enkele meters afstand van mij, is er dit keer geen tijd om een folder op de voorruit te plakken. De groep wijkt uit naar andere delen van de stad.
Het oranje poeder bevlekte het groene biljartlaken terwijl de commentator zei: ‘Vreselijke, echt vreselijke taferelen hier’
De spanning tussen geweldloosheid en strijdlust is zo oud als protesteren zelf. Maar de vraag hoe de milieuvervuilers moeten worden aangepakt, heeft door de escalerende klimaatcrisis nu urgentie gekregen. Als het irriteren van het publiek uitloopt op een mislukking, hoe moeten de Tyre Extinguishers, of anderen zoals zij, dan verder gaan?
Een iconisch moment in deze nieuwe golf van protest-door-irritatie vond afgelopen oktober plaats, toen twee Britse activisten van de groep Just Stop Oil internationaal het nieuws haalden door in de National Gallery in Londen Heinz-tomatensoep over Vincent van Goghs Zonnebloemen te sproeien. De publieke woede die daaruit voortvloeide was niet onverwacht, zegt James Skeet, een woordvoerder van de groep. Die was exact de bedoeling. ‘Als je geen miljoenen kijkers hebt, kom je niet in de buurt van belangrijke maatschappelijke veranderingen.’ Hij wijst erop dat het publiek er nauwelijks aandacht aan besteedde toen de groep een reeks olieterminals aanviel. Maar een video van de Van Gogh-actie, gemaakt door Guardian-journalist Damian Gayle, werd op Twitter al meer dan vijftig miljoen keer bekeken.
Voor veel van deze groepen is oranje de favoriete kleur: opzichtig en onmogelijk te negeren. Op maandag 1 mei sprong een demonstrant van Just Stop Oil op een biljarttafel tijdens de wereldkampioenschappen snooker in Sheffield en overgoot zichzelf met een gekleurde stof, als een gelovige op het hindoeïstische Holi-festival. Het oranje poeder bevlekte het groene biljartlaken terwijl de commentator zei: ‘Vreselijke, echt vreselijke taferelen hier.’
Toen de beruchte protestgroep Extinction Rebellion in het weekend van 29 april een vreedzame mars hield in Londen, bestond de media-aandacht daarentegen uit radiostilte. ‘Je moet ontregelen of je bestaat niet’, schreef Roger Hallam, een van de oprichters van de groep, op Twitter. ‘Soms biedt het leven je maar twee opties.’
Elders zijn milieudemonstraties al geëscaleerd. Recente protesten in Frankrijk tegen de aanleg van waterreservoirs voor de landbouw, die volgens critici ten onrechte bedrijven zouden bevoordelen, gingen gepaard met brandstichting, sabotage en botsingen tussen demonstranten en de politie. Claude, de Tyre Extinguisher, was aanwezig bij een recente botsing met de politie waarbij een activist in coma raakte.
Een langdurige strijd over de uitbreiding van een netwerk van kolenmijnen in het noordwesten van Duitsland was aanleiding voor sabotage en aanvallen op voertuigen en politie. In 2020 werd een graafmachine op een bouwterrein van energiebedrijf RWE in brand gestoken. In januari verklaarde een anonieme auteur op het linkse blog indymedia.org dat ‘twee strategisch geplaatste brandbommen’ een kolentrein in Keulen onklaar hadden gemaakt. ‘Onze actie is onderdeel van een militante campagne tegen de wereldwijde klimaatvernietiging’, aldus de schrijver. ‘RWE verdient niets anders dan onze grootste haat!’ RWE weigert commentaar te geven op het bericht of te bevestigen dat de aanval heeft plaatsgevonden en verwijst voor vragen door naar de politie.
Een verband met klimaatactivisme is ‘aannemelijk’, zegt Andreas Müller, woordvoerder van de politie van Aken. Hij bevestigt dat er brandbommen zijn geplaatst op spoorweginfrastructuur van RWE, maar wil verder geen details geven, behalve dat er geen arrestaties zijn verricht. ‘Sommige groepen worden in de gaten gehouden door de overheid.’.
Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen noemt de Ende Gelände-beweging een ‘scharnier’ tussen uiterst linkse ‘extremistische gewelddadige criminelen’ en de democratische protestbeweging. Tussen 2019 en 2022 werden bij de kolenmijnen 43 brandstichtingen, 25 gevaarlijke acties rond het treinverkeer en 216 incidenten met materiële schade geregistreerd, aldus de regering.
Drijvende kracht
Ende Gelände wijst het etiket ‘extremisme’ af. Maar eind april zei de groep in een tweet – die later werd verwijderd – dat het nodig zou zijn ‘de democratie af te schaffen’ om de klimaatcrisis aan te pakken. De afgelopen maanden overschaduwde een andere groep, Letzte Generation, zowel Fridays For Future als Ende Gelände als de luidruchtigste, meest disruptieve kracht in het Duitse klimaatactivisme.
Veel ‘mainstream’ activisten zien dergelijke groepen als een drijvende kracht die de rest van de beweging kan helpen haar doelen te bereiken. Malm wijst erop hoe de Amerikaanse burgerrechtenleider Martin Luther King Jr. de dreiging van zwarte militanten als Malcolm X benadrukte om zijn zaak te bepleiten. Activisten die opkwamen voor het vrouwenkiesrecht demonstreerden niet alleen, ze sloegen ook ruiten in, goten zuur in stembussen en streden met bommen en brandstichting; één activist viel zelfs de jonge Winston Churchill aan en bewerkte zijn gezicht met een hondenzweep.
‘We moeten niet vergeten dat zowel de wet als de praktijk in het verleden altijd werd veranderd door burgerlijke ongehoorzaamheid,’ zegt Michel Forst, de speciale VN-rapporteur voor milieuactivisme. ‘Ik heb veel jonge mensen ontmoet die me vertelden dat ze de wet overtreden omdat de noodtoestand dat vereist (…) Ik zie dat niet als iets onwettigs.’ De strenge antiprotestwetten die Italië en Groot-Brittannië hebben voorgesteld als reactie, hebben juist bij breder links de steun voor activisten aangewakkerd. In Duitsland hebben tientallen linkse en groene groeperingen – waaronder reguliere ngo’s als BUND en Oxfam – een brief ondertekend waarin de regering wordt veroordeeld omdat zij Ende Gelände als extremistisch aanmerkt.
De Amerikaanse filantropische gemeenschap, die een groot deel van de wereldwijde klimaatbeweging financiert, wordt niet afgeschrikt door militante acties. Mogelijk heeft de tactiek van groepen als Ende Gelände, Letzte Generation en Just Stop Oil hen juist nog aantrekkelijker gemaakt voor een bepaald type financier. Deze drie organisaties plus acht andere hebben zich verenigd in het A22-netwerk, dat zichzelf verplicht tot voortdurende ‘massale burgerlijke ongehoorzaamheid’. Ze worden gefinancierd door het Climate Emergency Fund (CEF), dat vorig jaar naar eigen zeggen 5,3 miljoen dollar doneerde aan ‘organisaties die de waarheid vertellen, de normale gang van zaken verstoren en met spoed om verandering vragen’.
Het CEF werd opgericht door Aileen Getty, erfgename van Getty Oil. Twee andere grote donoren zijn Rory Kennedy – het jongste kind van Robert Kennedy, de voormalige Amerikaanse procureur-generaal en senator die in 1968 werd vermoord – en filmregisseur Adam McKay. Samen vertegenwoordigen zij de drie-eenheid van de liberale Amerikaanse schuld: Big Oil, Big Politics en Hollywood.
Het CEF is een gereguleerde liefdadigheidsinstelling in de VS, wat betekent dat het wetsovertredingen niet rechtstreeks mag financieren. ‘Het Climate Emergency Fund geeft geen steun aan sabotage,’ zegt Klein Salamon. ‘Wij financieren alleen legale activiteiten.’ Ze wijst op de eis dat activisten een geweldloze training moeten volgen. Toch hebben groepen die geld van haar ontvangen openlijk de wet overtreden. Op de website van Just Stop Oil staat het onderdeel ‘Rechtbank en gevangenis’, dat ook dienstdoet als hall of fame voor tientallen activisten die trots de gevangenis ingingen voor hun kattenkwaad. ‘Feitelijk hebben we aan sabotage gedaan,’ zegt Skeet.
Afkerig
Sommige leden van de Tyre Extinguishers gaan al verder dan lekke banden. In de Britse stad Bristol werd de Range Rover van Chris Bailey begin april auto bespoten met de tekst ‘THIS MACHINE KILLS KIDS’. Drie weken daarvoor waren zijn banden al eens lek gestoken. Hoewel hij het ermee eens is dat de opwarming van de aarde een ernstig probleem is, zegt Bailey tegen lokale media dat de daders ‘klimaatverandering een negatieve connotatie geven’ en mensen ‘zeer afkerig maken van de beweging’.
Ondertussen vindt Claude in Brussel juist dat de klimaatbeweging radicaler moet worden. De dag nadat ik met de Tyre Extinguishers door de verduisterde straten van de stad rende, ontmoeten Claude en ik elkaar in een café op een hip plein waar Brusselse studenten elk weekend feest vieren.
Claude vertelt tussen de vijfentwintig en vijfendertig jaar oud te zijn en is een nieuwkomer als activist. Drie jaar geleden gloorde een carrière in het bedrijfsleven. ‘Er werd mij een grote baan in een groot bedrijf aangeboden.’ Toen las hij het boek How Everything Can Collapse van theoretici Pablo Servigne en Raphaël Stevens, die stellen dat de milieuproblematiek onze beschaving binnenkort de vergetelheid in kan drijven. Tien dagen later nam hij ontslag. ‘Ik wil geen spijt hebben,’ zegt hij. Hij kiest voor frisdrank terwijl ik een biertje neem. ‘Als het fout gaat, oké, dan heb ik gedaan wat ik kon. Dat is hoe ik erover denk. Ik maak deel uit van een generatie die bereid is verder te gaan.’
Maar wat betekent dat concreet? Zou hij iemand kwaad doen? ‘Ik zou nooit iemand vermoorden. Ik vind niet dat ik aan gewelddadige acties heb deelgenomen. En ben dat ook niet van plan.’ Hoe zit het met dingen opblazen of andere vormen van sabotage? ‘Voor mij is sabotage geen geweld want het is niet gericht op mensen… Dus ja, aan sabotage kan ik probleemloos meedoen.’ Hij voegt eraan toe: ‘Ik denk dat het belangrijk is om de regering en bedrijven te laten zien dat als onze acties niet genoeg zijn om hen in beweging te krijgen, we bereid zijn om nog verder te gaan’
Hoeveel van hen vragen zich in het café bij jou in de buurt af hoe ver ze bereid zijn te gaan?
Misschien is het bluf. Het is makkelijk om dreigende teksten uit te slaan tegen een verslaggever die je echte naam niet eens kent. Maar bedenk eens: vijf jaar nadat Thunberg miljoenen jonge mensen warm maakte voor klimaatactivisme, is een aanzienlijk aantal van hen gedesillusioneerd geraakt over normale manieren van protesteren, maar nog wel net zo boos en bang als destijds. Hoeveel van hen vragen zich in het café bij jou in de buurt af hoe ver ze bereid zijn te gaan? Kolenmijnen, snelwegen, SUV’s, snookerwedstrijden, metrostations, meesterwerken in musea – de lijst is al lang. Hoelang zal het duren voordat iedereen, alles, overal een potentieel doelwit wordt voor disruptie of zelfs geweld? Het zijn vragen die nog onheilspellender worden als ik hem een uur na mijn drankje met Claude opnieuw tegen het lijf loop: de would-be eco-militant die me in de supermarkt onheilspellend aanstaarde in het gangpad met bier.
Lees ook:

