liefdesbrieven wie schrijft ze nog


Woorden vol passie vullen de vitrines van een achttiende-eeuws paleis in de Abruzzen. Daar bevindt zich het enige museum ter wereld dat is gewijd aan de verloren kunst van de liefdesbrief. ‘Met dit museum hebben we een medium uit het verleden willen behouden dat kan dienen om kritisch naar het heden te kijken.’

Liefdesbrieven schrijven raakt uit de mode: woorden verliezen hun zeggingskracht, gevoelens worden gestandaardiseerd, er wordt voornamelijk nog gecommuniceerd via berichtenapps à la WhatsApp. Zelfs typen is niet echt meer nodig: je stuurt elkaar een emoji, of eventueel een gesproken bericht. Ook in de verhalen op Instagram valt geen spoor van tederheid of hoffelijkheid te bekennen. Laat staan dat de jongeren van tegenwoordig, of hun drukbezette ouders, ooit de moeite zouden nemen een vel papier en een pen te pakken en hun geliefde per brief het hof te maken of te verleiden.

Maar sommige mensen doen er alles aan om deze oude, waardevolle, buitengewoon menselijke kunst voor uitsterven te behoeden. En dat gebeurt niet in Verona, de stad van Romeo en Julia, ‘wereldhoofdstad der geliefden’, maar in de Abruzzen, in Torrevecchia Teatina in de provincie Chieti, waar zich het enige museum ter wereld bevindt dat is gewijd aan de liefdesbrief. Het is gehuisvest in het achttiende-eeuwse Palazzo Valignani en werd bijna tien jaar geleden ingewijd. Elk jaar wordt het door duizenden toeristen bezocht, dankzij de onverwoestbare kracht van mond-tot-mondreclame. Bezoekers kunnen er rustig de tijd nemen om de ongeveer twintigduizend tentoongestelde brieven te lezen, die dateren uit verschillende periodes en afkomstig zijn uit alle hoeken van de planeet. Collecties en rariteiten wisselen elkaar af: historische brievenverzamelingen uit de Eerste Wereldoorlog en de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, en poëtische, vurige dialogen tussen anonieme geliefden tijdens het fascisme.

Twee zalen zijn gewijd aan de duizenden informele brieven en briefjes die de enorme massa gelovigen op het Sint-Pieterplein schreef en aanbood aan paus Johannes Paulus II in de uren voor zijn dood; de rond zijn kist gelegde brieven waren geschreven in alle talen van de wereld. Ook religieuze toewijding kan de vorm aannemen van een liefdesverklaring.

Een van de ruimtes is gereserveerd voor emigratie, beginnend bij de uittocht [van Italianen] naar Argentinië van honderd jaar geleden en eindigend bij de recente braindrain van de Erasmus-generatie: liefdevolle beelden en begrippen, uitgedrukt in basaal, soms ouderwets aandoend Italiaans, maar oprecht, rijk en vol pathos, en natuurlijk in een steeds veranderende taal.

- © Unsplash
– © Unsplash

Medium uit het verleden

In de grootste zaal bevindt zich een ontelbaar aantal liefdesbrieven: ze hangen allemaal aan een draad aan het plafond, op ooghoogte van de bezoekers. Het is alsof ze vliegen: ze deinen zachtjes heen en weer, draaien rond, nog steeds op reis tussen de continenten. Ook aan nalatenschappen van auteurs ontbreekt het niet, zoals de door de schrijver Ugo Riccarelli ter plekke vervaardigde, tedere miniatuurtjes. Tot de interessantste getuigenissen behoren de brievencollecties die spontaan zijn geschonken door gewone mensen. Een enkel in de inkt van de hoop gedrenkt briefje is afkomstig uit de gevangenis – het hart kent inperking noch rede.

‘Het is het niet langer nodig liefdesbrieven te schrijven, want je bent zelf eerder ter plekke dan je brief’

‘Waarom we dit museum zijn begonnen? Omdat er tegenwoordig geen liefdesbrieven meer worden geschreven, en dat komt doordat afstanden niet meer bestaan,’ vertelt Massimo Pamio, dichter, bedenker en artistiek directeur van het museum. ‘Vroeger was het, als je 500 kilometer bij elkaar vandaan woonde, onmogelijk fysiek samen te komen, althans op de korte termijn. Tegenwoordig kun je een dergelijke afstand in een uur overbruggen: je neemt gewoon het vliegtuig of een hogesnelheidstrein. En dus is het niet langer nodig zulk soort brieven te schrijven, want je bent zelf eerder ter plekke dan je brief. Ook is het genot en de sensatie van het wachten verdwenen. Met dit museum hebben we een medium uit het verleden willen behouden dat kan dienen om kritisch naar het heden te kijken.’

Op dat initiatief wordt ongetwijfeld ergens geproost door Goethes jonge Werther, Dantes Beatrice, Petrarca, Tolstojs Anna Karenina, Flaubert en Prévert, Abélard en Heloïse en alle andere op het altaar van Cupido geofferde, onsterfelijke literaire figuren.

Ook het ontstaan van het museum was een daad van liefde. We gaan terug naar midden jaren negentig. Pamio zit met een paar vrienden in de trein naar Pompeï. Op een station onderweg stapt een meisje in met lang rood haar en in een uitdagend minirokje. Hij gaat naast haar zitten, knoopt een praatje aan en vertelt haar dat hij bezig is een tentoonstelling te organiseren in Napels. Het is liefde op het eerste gezicht. De twee beginnen elkaar regelmatig brieven te schrijven, die aanvankelijk slechts vriendschappelijk van toon zijn. Ze zoeken elkaar weer op, zien elkaar steeds vaker en vervolgen hun briefwisseling, die inmiddels is uitgegroeid tot een ware liefdescorrespondentie. Haar naam is Giuseppina Verdoliva (door iedereen Pina genoemd), en beiden krijgen opeens hetzelfde duizelingwekkende idee: Waarom organiseren we geen internationale liefdesbrievenwedstrijd? Een literair genre dat inmiddels in de vergetelheid is geraakt. De twee verloven zich, trouwen en al snel daarna, in 2000, vindt het door hen bedachte festival plaats, dat deze zomer zijn twintigste editie beleeft.

Een bemanningslid van het oorlogsschip de HMAS Australia schrijft tijdens de Eerste Wereldoorlog een brief aan zijn geliefde. – © Museums Victoria / Unsplash
Een bemanningslid van het oorlogsschip de HMAS Australia schrijft tijdens de Eerste Wereldoorlog een brief aan zijn geliefde. – © Museums Victoria / Unsplash

Twaalfhonderd inzendingen

‘Over het algemeen zijn het vaker vrouwen die ons schrijven, van tussen de 25 en de 60,’ zegt Pamio. ‘Soms schrijven ze over de liefde in bredere zin: de een richt zich tot een overleden zoon, een ander tot een gehandicapt familielid, weer een ander schrijft over een zeer geliefd voorwerp.’

Al bij de eerste editie waren er maar liefst twaalfhonderd inzendingen, waaronder vele uit het buitenland. ‘Omdat we geen ander pand ter beschikking hadden, sloegen we de brieven van de deelnemers jaar na jaar op in ons eigen huis,’ vertellen Massimo en Pina. ‘Ons appartement in Chieti puilde uit: overal enveloppen en vellen papier, ook in de badkamer en de slaapkamer. Toen de aardbeving in Aquila plaatsvond, met die eindeloze schokken, leek het ons het best om een veilig heenkomen te zoeken onder ons bed. Maar dat was zinloos: er was geen plaats, want het lag er vol met brieven…’

Dat was het teken dat de maat vol was en dat het belangrijkste van alle gevoelens niet binnen de vier muren van een huis kon worden opgeslagen. Het was tijd om een museum te stichten, ter nagedachtenis aan de trage, maar glorieuze tijden waarin de liefde per postzegel ging. En waarin iedereen liefdesbrieven schreef: de staatsman, de kunstenaar, de wetenschapper en de man van de straat. Een eerbetoon aan wat je een expressionistische rite zou kunnen noemen, maar een die nooit vulgair is en die de vrijheid biedt om uiting te geven aan elk denkbaar verlangen. Want, zoals de apostel Paulus schreef in zijn eerste brief aan de Korintiërs: ‘De liefde zal nooit vergaan.’

Maurizio Di Fazio

L’Espresso
Italië | weekblad | oplage 196.000

Dit moderne nieuwsmagazine heeft naam gemaakt met doorwrochte onderzoeksartikelen en vooral met het aan de kaak stellen van politieke en economische schandalen.


Deel dit artikel


Recent verschenen