In Engeland mogen wetenschappers sinds kort ingrijpen in het DNA van menselijke embryo’s. Is het wel verstandig om dat nu, en op eigen houtje, te gaan doen?
Keuze uit het archief
Deze week nam de Tweede Kamer de D66-motie aan over embryokweek met wetenschappelijke doeleinden. Doorslaggevend was de stem van het CDA, waar twaalf leden voor en zes leden tegen stemden. Het laat zien dat het onderwerp gevoelig ligt binnen de christendemocratische partij.
Ook buiten christelijke en religieuze kringen en buiten Nederland is het een heikel thema, getuige deze Controverse van bijna tien jaar geleden. Daarin reageren een wetenschapper en een filosoof op de vraag of genetische aanpassingen geoorloofd zijn als je er erfelijke ziektes en lijden mee kunt voorkomen.
Ja: ‘Als de wetenschap kan worden gebruikt om onnodig menselijk leed uit te bannen, moeten we daar vooral mee doorgaan’
Britse wetenschappers hebben toestemming gekregen om het DNA van menselijke embryo’s te veranderen. Dat zal ongetwijfeld veel protest opleveren. De tegenstanders van genetische modificatie (GM)-technologie zullen roepen dat we voor God spelen met onze genen. De tegenstanders hebben gelijk. We doen inderdaad net of we God zijn. Maar dat is juist goed, want God, de natuur, of hoe we het maar willen noemen, heeft het vaak mis en het is aan ons om de fouten te herstellen.
Er worden dit jaar naar schatting 500.000 kinderen geboren in Groot-Brittannië. Daarvan zal zo’n 4 procent een genetische of aangeboren afwijking hebben, die tot een ernstige ziekte kan leiden en het kind en de familie veel ellende zal bezorgen. Als het onderzoek dat nu is goedgekeurd met succes wordt toegepast, zullen er minder kinderen met een afwijking worden geboren.
DNA is niet spiritueler dan een haar of een vingernagel
Ons DNA wordt beschouwd als iets heel speciaals. Anti-GM-activisten, vaak overtuigde atheïsten, beweren dat ons DNA door ‘de natuur’ is aangereikt. Maar wat is die natuur helemaal? Dat is puur toeval – mutatie – gecombineerd met de survival of the fittest. Er ligt geen groot plan aan ten grondslag en de natuur maakt akelige fouten – net als wij. Als die fouten menselijk lijden tot gevolg hebben, dan is het onze plicht om daar iets aan te doen. Ons DNA is een chemische stof. Schoolkinderen halen het uit de cellen in het biologielokaal. Het ziet eruit als een slijmerig draadje – en als vezelig papier als het is opgedroogd. Er zit geen magisch ingrediënt in DNA, geen ziel, het bestaat alleen uit atomen en lucht. DNA is niet spiritueler dan een haar of een vingernagel.
Het veranderen van het DNA van menselijke embryo’s om ziekte uit te bannen is net zo ethisch verantwoord als het opereren van een baby met een hartprobleem, of het laseren van ogen. DNA is gewoon een deel van het menselijk lichaam waar iets mee mis kan zijn. GM-technologie kan revolutionair bijdragen aan het welzijn van onze kinderen. Het is toegepast op een meisje van één jaar dat aan leukemie leed en nu aan de beterende hand is.
Is dit een glijdende schaal? Leidt dit tot zogeheten designerbaby’s? Is de GM-technologie straks vooral weggelegd voor steenrijke mensen, die gezonde, slimme en mooie kinderen willen? Misschien. Maar dat zien we dan wel weer. Op dit moment kunnen we beter vragen aan ouders van kinderen, geboren met hemofilie, taaislijmziekte of spierdystrofie, wat zij hadden gedaan als de GM-technologie al eerder beschikbaar was geweest. Als de wetenschap kan worden gebruikt om onnodig menselijk leed uit te bannen, dan moeten we daar vooral mee doorgaan.
Johnjoe McFadden is een Brits-Ierse wetenschapper en schrijver. Hij is hoogleraar moleculaire genetica aan de universiteit van Surrey. Hij publiceert in The Guardian, The Washington Post en FAZ.
Nee: ‘Het is de vraag of genetische perfectie altijd gewenst is’
Sinds kort is het Engelse onderzoekers toegestaan om in te grijpen in het DNA van menselijke embryo’s. De Britse Autoriteit voor Menselijke Vruchtbaarheid en Embryologie (HFEA) heeft ingestemd met toepassing van een nieuwe techniek, CRISPR/Cas9 genaamd. Andere landen, zoals de VS, zijn net zo bedreven in genetische modificatie als Engeland. Die andere landen zijn, terecht, terughoudender in het gebruik van gentechnologie.
Waarom? De bezwaren van die andere landen hebben niets te maken met religie of met verzet tegen moderne technologie. Ze zijn ook niet tegen genmanipulatie op zich. Ze willen ook nog wel instemmen met het toepassen ervan bij individuele patiënten – om genetische afwijkingen te herstellen. Maar deze wetenschappers en bio-ethici zijn wél bezorgd over het veranderen van menselijke embryo’s. Als zulke embryo’s teruggeplaatst en geboren worden, dan blijft de genetische verandering niet beperkt tot dit ene kind, maar wordt het doorgegeven aan volgende generaties. (De Britse onderzoekers plaatsen de gemodificeerde embryo’s overigens niet terug.)
Gentechnologie heeft grote voordelen – en ook grote nadelen. Onze wetgeving laat het aan de arts of patiënt over om die voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen. Dat is niet eenvoudig, omdat het bij de meeste ziektes gaat om een complexe wisselwerking tussen verschillende genen. Het komt maar zelden voor dat de bewerking van een enkel gen leidt tot genezing. Toekomstige generaties zitten straks opgescheept met de genetische modificatie die wij nu uitvoeren. Als er onverwacht iets misgaat, dan zullen ze daarmee moeten leven. Maar ook als het wel goed gaat, is het de vraag of genetische perfectie altijd gewenst is. Er zijn gevallen bekend waarin dove ouders, die gebruikmaakten van IVF, toch kozen voor een embryo met aangeboren doofheid omdat zij dachten dat zo’n kind beter paste in hun gezin.
Toekomstige generaties zitten straks opgescheept met de genetische modificatie die wij nu uitvoeren
We moeten goed bedenken dat gentechnologie niet de enige manier is om genetische afwijkingen uit te bannen. Er zijn ook conventionele manieren om embryonale onderzoeken en ingrepen te doen. Op een internationale topconferentie in Washington in december 2015 werd gepleit voor een verbod op modificatie van menselijke kiemcellen, zolang er geen helder zicht is op de bijbehorende risico’s.
Wetenschappers zijn competitief, maar vaak werken ze ook samen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het internationale menselijkgenoomproject (HGP), dat de structuur van het menselijk DNA in kaart heeft gebracht en daarmee de moderne gentechnologie mogelijk maakte. Als de kiemcellen van de mensheid op het spel staan, zijn behoedzaamheid en internationale samenwerking geboden.
Donna Dickenson is een Engels-Amerikaanse filosoof en ethicus. Ze was hoogleraar in Londen en Birmingham, en schreef meer dan twintig boeken over haar vakgebied. In 2006 ontving ze de Spinozalens.

