Toen Fatimah Abdulghafur Seyyah opgroeide in Kashgar, een oasestad in het woestijngebied van Noordwest-China, deed haar familie de deur van hun appartement nooit op slot. Nu hebben ze huisarrest.
Fatimah Abdulghafur Seyyah (41) is geoloog en dichter. Ze is ook Oeigoer, het Turkse moslimvolk dat door de Chinese regering wordt vervolgd. Ze herinnert zich de regio die de Oeigoeren Oost-Turkestan noemen – bij de rest van de wereld bekend als Xinjiang – als een plek waar onbekenden haar voor een kop thee uitnodigden als ze voorbijliep. ‘Ik had nooit het gevoel dat het er gevaarlijk was. Ik kon om elf uur ’s avonds rustig van het huis van mijn vriendin naar mijn eigen huis fietsen. De hele stad voelde als familie,’ zegt ze over haar geboortegrond, die ze op haar achttiende verliet om naar de universiteit te gaan.

Ze praat via een videoverbinding vanuit de Australische stad Sydney, waar ze sinds 2017 woont. Tijdens haar kinderjaren woonde ze in een gebouw van zes verdiepingen, met in de naaste omgeving een ziekenhuis, een busstation, twee winkelcentra en de basisschool waar ze met haar jongere broertje en twee zusjes op zat.
Vijf jaar geleden, toen ze geowetenschappen studeerde aan de University of Wisconsin-Milwaukee, ging midden in de nacht haar telefoon. Het was een voicemailbericht van haar vader via de Chinese berichtenservice WeChat: ‘Dochter, ik moet je dringend iets vertellen, bel me terug.’ Seyyah belde haar vader zodra ze zijn bericht hoorde. Hij nam niet op. Ze heeft nooit meer iets van hem gehoord. In september 2020 kwam ze er via een VN-document achter dat hij was overleden aan ‘ernstige longontsteking en tuberculose op 3 november 2018’.
‘Mijn vader had diabetes en ik ben er vrij zeker van dat hij in het kamp geen medicijnen kreeg en langzaam is afgetakeld’
Seyyah vermoedt dat haar vader in een interneringskamp zat. Naar verluidt worden er meer dan een miljoen Oeigoeren in zulke kampen vastgehouden, en mensen die eruit zijn ontsnapt vertellen over fysieke en geestelijke marteling, massale verkrachting en seksueel misbruik. Diverse landen, waaronder de Verenigde Staten, hebben China beschuldigd van het plegen van genocide.
‘Mijn vader had diabetes en ik ben er vrij zeker van dat hij in het kamp geen medicijnen kreeg en langzaam is afgetakeld,’ vertelt Seyyah vanuit haar werkkamer op de Macquarie University in Sydney. Twee whiteboards achter haar staan vol grafieken en formules, berekeningen voor haar geofysische promotieonderzoek. Seyyah draagt een donkerblauwe kanten blouse en om haar korte blonde haar zit een grote koptelefoon. Het kille kantoorlicht weerkaatst tegen een gouden kettinkje, een cadeau van haar vader, waaraan paar gouden oorbellen van haar moeder hangt.
‘Normaal sociaal leven’
Seyyah kan geen contact opnemen met haar moeder, broer en een van haar zussen (haar andere zus woont in Turkije) maar heeft via via vernomen dat ze thuis gevangenzitten en dat ‘al hun telefoongesprekken en gangen worden gevolgd’. Maar volgens de Chinese autoriteiten heeft haar moeder ‘een normaal sociaal leven’.
‘Het is alsof ik een wees ben,’ zegt Seyyah, die China in 2010, na een bachelor in Changchun, verliet om geologie te studeren in Italië en Duitsland, vervolgens naar de VS verhuisde en vijf jaar geleden in Australië belandde. ‘Ik weet dat ik een enorme achtergrond heb, familie, vrienden, huis, stad, mijn cultuur, noem maar op… die heb ik, maar hij is onbereikbaar.’
Toen ze vernam dat haar vader was overleden eerde ze zijn nagedachtenis in haar eentje door een zwarte jurk aan te trekken, polo te koken (een traditioneel gerecht met rijst en lam) en te dansen op een Oeigoers lied dat haar moeder altijd zong terwijl haar vader danste. Hij was een geweldige danser en een ‘typische Oeigoer’, zegt ze. ‘Heel veerkrachtig, hij bleef nooit langer dan een uur treurig.’ Seyyah herinnert zich de blozende wangen van haar vader en dat zijn zakken altijd vol lekkers voor zijn kinderen zaten.
‘We waren heel sterk gehersenspoeld of “opgevoed” volgens de partijagenda’
Een jaar na de val van de Sovjet-Unie in 1991 opende haar familie een restaurant met livemuziek waar traditionele Oeigoerse kost werd geserveerd, een Oeigoers-Chinese fusion en Russisch brood en gebak. Seyyah was ’s avonds vaak alleen met haar broertje en zusjes terwijl haar ouders zich om de klanten bekommerden. Voor hun avondeten belden de kinderen elke avond naar het restaurant. Tot de klassieke gerechten behoorden polo, laghman (noedelsoep), da pan ji (geroerbakte kip, een gerecht waarvan ze gelooft dat het door het restaurant van haar familie is geïntroduceerd), gosh nan (vleespastei) en haar lievelingsmaal, pitir manta (gestoomde, met lam en ui gevulde knoedels). ‘Dat heb ik nadien nog wel hier en daar gegeten, maar het is gewoon nooit hetzelfde,’ glimlacht ze. ‘Ik mis alles van die plek.’
Maar de stad was verdeeld. De Han-Chinese en Oeigoerse buurten mengden zich niet. Tijdens het repressieve bewind van Xi Jinping sprak Seyyahs familie alleen onder hun eigen dak openlijk over plaatselijke spanningen, en dan nog fluisterend na middernacht.
‘We waren heel sterk gehersenspoeld of “opgevoed” volgens de partijagenda. Dat hoort bij het dagelijks leven. Zelfs op de peuterspeelzaal zongen we: “Partij is moeder, Land is vader, en Partij gaf ons brood.”’
‘Ik wil dat mijn cultuur door de wereld als veerkrachtig wordt beschouwd’
In haar eerste poëziebundel, The Mystery Land (2018), en in drie nieuwe gedichten in opdracht van de New Statesman gebruikt Seyyah Oeigoerse symboliek. ‘Wij hebben het vaak over de lente omdat de lente iets nieuws is na de dode winter.’ Ook gebruikt ze de oceaan in haar weemoedige en beeldende werk, al heeft ze de zee in haar jeugd nooit gezien. ‘Alle woestijnen waren vroeger oceanen,’ zegt ze, en ze ziet die laatste niet alleen als een metafoor voor afstand, maar ook als ‘een arm die ons bijeenhoudt’.
In de laatste strofe van ‘Fossiel en Traan’ staat het beeld van een fossiel voor ‘dit wachten, dit verlangen om herenigd te worden met familie, vrienden, mijn cultuur, het vaderland; het is alsof ik gefossiliseerd raak’, maar de tranen ‘houden dingen fris; ze zijn niet alleen droefenis, maar ook als de lente, als de regen’. Als inspiratiebronnen citeert Seyyah de hedendaagse Oeigoerse dichter Ahmatjan Osman, de negentiende-eeuwse Franse dichter Stéphane Mallarmé, de twaalfde-eeuwse soefidichter Ibn Arabi en de dertiende-eeuwse Perzische dichter Rumi.
Omdat ze is afgesneden van haar achtergrond gebruikt Seyyah poëzie om de Oeigoerse cultuur te bewaren en te voorkomen dat die wordt gekenmerkt door slachtofferschap. ‘Ik ben bang om alleen aan de hand van genocide gedefinieerd te worden,’ zegt ze. ‘Mijn cultuur is zo’n vrolijke, gelukkige woestijn: ze is zanderig, ze is veranderlijk, ze is heet. Mijn vader was altijd een gelukkig mens.’
‘Ik wil dat mijn cultuur door de wereld als veerkrachtig wordt beschouwd. Ze is er al duizenden jaren. Ze zal overleven.’
Sinds je weg bent
We maakten kennis in de duinen
ik viel
voor je eenzaamheid
je afstand tot de wereld
Toen de avond viel en de sterren verlichtte
vertelde je verhalen aan keien
Een oceaan van heengegane golven
leegde zich in jou
In het seizoen waarin je bloemen telde
tussen de bomen
liet ik me je smaken vanaf het balkon
Op dagen met jachtende sneeuw
plukte je nog steeds boeketten voor mij
De zon mengde zich in onze liefde
terwijl hij de deur opende voor de nacht
Terwijl ik me door de woestijnhitte begaf
snakte ik naar de ring van licht die jij bewaarde
Je was een luchtspiegeling die ik opving
ik was de kust die je zocht
Als de vensters vaag verlicht zijn
komen jouw gefluisterde woorden:
Doe de lamp niet uit
Sinds ik weg been
breken de woorden uiteen
Fossiel en Traan
Opdat het niet fossiliseert
tegen de tijd dat jij komt
Wordt mijn gezicht elke dag gekust
door mijn tranen
Voor de meest exquise ontmoeting
wanneer jij komt
Weekt elke dag
mijn gezicht in dageraadlicht
zoals mijn lichaam kracht uit schemer put
Jij zult komen
Om de bloemen te worden in mijn weemoedige haar
Om de fundering te worden die mijn leven lang meegaat
Kom
Zodat ik de pijn in je hart kan genezen
En een oceaan kan maken van onze onuitgesproken woorden
En een haai van onze liefde
Om alle haat te verslinden
Ik zal niet fossiliseren, en jij
Belooft levend naar me toe te komen
Verlangen
Geur van
grijs
violet
roze
zwart en wit vermengd
lichtgeel
De eenzaamheid van een vleugel in vlucht
De schaduw van groene heuvels die door ramen vloeit
Een vlieger om bliksem te vangen
De letter D
Een treingeluid dat uit de ribbeling van de nacht druppelt
Tien meter vanhier in de oceaan
Drijvend precies in het midden
Een maanloze zeilboot
Alles is gezonken
Koud als kristal
De gitzwarte oceaan
Het gekabbel van water
De donkere oceaan
Een traan die vervliegt uit de geuren
De poëziebundel The Mystery Land van Fatimah Abdulghafur Seyyah is verschenen bij de Amerikaanse online-uitgeverij CreateSpace.

