De Russische autoriteiten hebben de CEO en meerdere leidinggevenden van uitgeverijgroep Eksmo ondervraagd, meldt The Insider. De autoriteiten verdenken het bedrijf ervan boeken te verspreiden die in strijd zouden zijn met de strenge Russische wetgeving rond ‘lhbt-propaganda’.
Eksmo is de grootste uitgeverijgroep van Rusland en speelt een centrale rol in de distributie van boeken in het land. De zaak past binnen een bredere repressie van uitingen rond seksuele diversiteit, die de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Sinds de uitbreiding van de wetgeving tegen ‘lhbt-propaganda’ zijn publicaties, films en andere culturele uitingen steeds vaker doelwit van censuur. Critici stellen dat de vage formulering van de regels ruimte laat voor willekeurige vervolging en druk op uitgevers en auteurs.
De ondervraging van de top van Eksmo onderstreept volgens waarnemers hoe de Russische overheid haar greep op de culturele sector verder verstevigt. Wat de juridische gevolgen voor het bedrijf zullen zijn, is vooralsnog onduidelijk.
Oorlog en afnemende persvrijheid dwongen de Ethiopische journalist Medhane Gidey zijn land te verlaten. Vanuit Soedan geeft hij een stem aan mensen die langdurig ontheemd zijn.
Medhane Gidey was als televisiejournalist werkzaam in Noord-Ethiopië. Voor de Tigray-oorlog van 2020-2022 in Noord-Ethiopië, werkte Gidey voor verschillende media. Zo maakte hij producties voor de aan de overheid gelieerde Fana Broadcasting Corporation, de regionale omroep Demtsi Weyane en het onafhankelijke Tigray Media House. Ook doceerde hij journalistiek aan de Ambo University.
Inmiddels leeft hij tussen vluchtelingen in Oost-Soedan, waar hij de dagelijkse realiteit van ontheemding blijft documenteren.
Aan de vooravond
Gideys professionele pad veranderde drastisch aan de vooravond van de oorlog, waarin volgens VN-organisaties honderdduizenden mensen zijn vermoord en miljoenen anderen op drift geraakt. Eind 2020, vlak voordat de gevechten op 4 november uitbraken, werd hij in Addis Abeba kort vastgehouden na een ondervraging door de autoriteiten over zijn verslaggeving. Toen het conflict begon, werden telecommunicatie en andere communicatiemiddelen afgesloten, wat onafhankelijke verslaggeving nog moeilijker maakte. ‘Het was duidelijk dat journalistiek zelf verdacht was geworden’, vertelt hij. ‘Ik kreeg twee keuzes: me scharen achter de overheid, wat financiële voordelen opleverde, of journalist blijven met het risico op detentie of ballingschap.’
Na zijn vrijlating, terwijl de oorlog escaleerde, ontvluchtte Gidey vanwege de bombardementen, honger en angst samen met andere burgers zijn land. Met zijn duizenden zochten ze veiligheid over de grens, in Soedan.
Tigray Media House
Vanuit het buitenland is Gidey blijven berichten, in samenwerking met Tigray Media House en als freelancer. Hij focust zich op humanitaire omstandigheden, ontheemding en het dagelijkse overleven van burgers. Zijn werk documenteert moeders op zoek naar hun vermiste kinderen, boeren die van hun land zijn verjaagd en jongeren die vanwege grenzen en een hardnekkige bureaucratie geen kant op kunnen.
‘Ik koos ervoor de stem van de stemlozen te zijn,’ zegt hij. ‘Ook hier, in een Soedan dat zelf instabiel is, moeten deze verhalen verteld worden.’ Zonder overheidsbescherming werkt Medhane Gidey met minimale apparatuur en slechte internetverbinding. Waar nodig beschermt hij zijn bronnen en vertrouwt hij op betrouwbare netwerken binnen de gemeenschap.
‘Journalistiek is een instrument om mensen te dienen en te beschermen,’ zegt Gidey. ‘Als deze verhalen niet worden vastgelegd, verdwijnen ze.’
Journalist Metin Cihan werd op verzoek van de Turkse autoriteiten geblokkeerd op X. Dat beperkt hem ernstig in het voortzetten van zijn belangrijke werk.
Journalist Metin Cihan, die sinds 2019 in ballingschap in Duitsland leeft, heeft belangrijk werk verricht dat van invloed was op de politieke situatie van Turkije. Zo onderzocht Cihan, die zichzelf omschrijft als ‘socialmediajournalist’, de verdachte dood van de elfjarige Rabia Naz Vatan in de Turkse stad Giresun grondig, en gebruikte hij X om deze onder de aandacht te brengen van de Turkse bevolking. Volgens hem hield haar dood verband met Nurettin Canikli, voormalig minister van Defensie en parlementslid voor de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling in Giresun.
Zijn onverschrokkenheid leidde tot onderzoeken, rechtszaken en veel waarschuwingen vanuit zijn omgeving. ‘De mensen om me heen zeiden: “Je kent dit land toch? Ze komen achter je aan en gooien je in de gevangenis.” Omdat het om de dood van een meisje ging, vermoedde ik zelf ook dat de regering dit niet zomaar zou laten gaan,’ vertelt hij. Aanklachten varieerden van ‘belediging van de president’ tot ‘lidmaatschap van een terroristische organisatie’. Toen hij via gelekte gesprekken uit de Canikli-familie te weten kwam dat de kans op arrestatie steeds groter werd, vluchtte hij naar het buitenland. Maar ook daar zette hij zijn onderzoek en publicaties voort, en met zijn ‘Canikli-dossier’, zoals hij zijn onderzoek dat hij in ballingschap naar buiten bracht heeft genoemd, wist hij corruptie aan het licht te brengen.
‘Is dit waar?’
Toen in een periode waarin Israël zijn aanvallen op Palestina opvoerde en het aantal burgerslachtoffers toenam, de Turkse regering verklaarde Israël te veroordelen en de handelsbetrekkingen te staken, stelde Cihan de meest fundamentele vraag van de journalistiek, namelijk: ‘Is dit waar?’
Al snel achterhaalde hij dat ook na 7 oktober de handel met Israël gewoon doorging. ‘Turkije voorziet in de strategische behoeften van Israël. Staal, cement, wapenonderdelen en zelfs prikkeldraad. Een groot deel van deze handel wordt gevoerd door bedrijven van conservatieve politici die oproepen tot een boycot van Israël.’
Als reactie werd Cihan het doelwit van AKP-politici op sociale media en in tv-programma’s. ‘Ze zeiden dat ik leugens vertelde en een terrorist was.’ Uiteindelijk speelde zijn onderzoek een belangrijke rol in de grote nederlaag van de AKP bij de lokale verkiezingen van 2024. Kort na deze verkiezingen werd de toegang tot het X-account van de journalist geblokkeerd, een maatregel die volgens Cihan ‘geen enkele wettelijke basis [heeft]. De regering heeft hierom verzocht, X heeft het uitgevoerd. Zo eenvoudig werkt censuur,’ aldus Cihan, die aangeeft dat de blokkade hem ernstige beperkingen oplevert bij de voortzetting van zijn werk.
Persvrijheidsindex
Turkije staat op de 159e plaats van de 180 landen in de Persvrijheidsindex van Reporters Without Borders (RSF), de situatie wordt omschreven als ‘zeer ernstig’. Volgens gegevens van de Turkse Journalistenbond (TGS) zitten momenteel achttien journalisten in het land gevangen. Hakan Tosun kwam om het leven bij een aanslag, die vermoedelijk te maken had met zijn werk als journalist.
Het Syrische journalistieke platform Sawt Suri brengt Syrische journalisten samen uit verschillende geografische contexten, die onder pseudoniem publiceren.
‘In Syrië riskeerde een journalist die in door het Assad-regime gecontroleerde gebieden woonde en voor de oppositie schreef zijn leven. Tegelijkertijd werd een oppositiejournalist die voor een ander platform schreef beschuldigd van ‘normalisering’. Teksten werden niet op hun inhoud beoordeeld, maar op de naam eronder. We beseften dat er geen plek was waar een journalist eerst werd gehoord alvorens te worden gecategoriseerd. Dus hebben we die plek zelf gecreëerd.’
Dat zegt een redacteur en medeoprichter van het Syrische journalistieke platform Sawt Suri, die ervoor kiest anoniem te blijven omdat zijn verhaal volgens hem niet alleen maar gaat over één persoon, maar geldt voor velen.
Sawt Suri brengt Syrische journalisten samen uit verschillende geografische contexten, die onder pseudoniem publiceren. Niet alleen vanuit veiligheidsoverwegingen, maar vanuit een principieel uitgangspunt: de inhoud moet vóór de naam komen. Het platform werd officieel gelanceerd in 2020, na een reeks ontmoetingen in 2017 in Beiroet, waarbij Syrische journalisten uit meerdere landen bijeenkwamen om de staat van de Syrische media en haar ethische uitdagingen te bespreken. Centraal stond de vraag hoe journalistiek zijn betekenis kan behouden in een samenleving die diep verdeeld is. Uit die gesprekken ontstond het idee voor het platform. Later werden een Britse expert van de FBU en andere specialisten betrokken bij het opstellen van ethische en veiligheidsrichtlijnen. Vanaf het begin werd veiligheid beschouwd als een integraal onderdeel van het redactionele proces. Dat betekende onder meer versleuteling, gescheiden opslag van data en duidelijke richtlijnen voor journalisten in Syrië over de bescherming van bronnen, materiaal en interviews.
Pseudoniemen
Gaandeweg werden pseudoniemen voor sommige auteurs meer dan een beschermingsmiddel: ze groeiden uit tot volwaardige professionele identiteiten. Na de val van Assad besloten enkele journalisten hun echte naam te gebruiken, terwijl anderen bewust onder hun pseudoniem bleven publiceren. De beslissing ligt volledig bij de journalist zelf.
Het platform opereert in een context van beperkte financiering en instabiele middelen. Bovendien wordt het team geconfronteerd met een vermoeid en wantrouwig publiek, in een online omgeving waarin haatspraak en snelle oordelen domineren. Het opbouwen van vertrouwen is daardoor een langzaam en gelaagd proces.
Toch wist Sawt Suri zijn positie te versterken. In 2021-’22 behoorde het platform tot de drie genomineerden voor de One World Media Award, geselecteerd uit zesentachtig inzendingen. Een erkenning voor ‘journalistiek werk dat met beperkte middelen maar met consistente professionele standaarden werd opgebouwd’. Na de val van het regime nam de concurrentie toe doordat internationale mediaorganisaties veel Syrische journalisten aantrokken.
Maatschappelijke steun
Het platform publiceert politieke, sociale en mensenrechtenverhalen, met bijzondere aandacht voor vrouwen, kinderen, vluchtelingen en ontheemden. Na de aardbeving van 2023 bracht het verhalen uit de getroffen gebieden, waaronder dat van een jonge vrouw die haar familie verloor en zorgt voor haar zus met een beperking. De publicatie leidde tot brede maatschappelijke steun, waardoor zij een klein project kon opstarten – een voorbeeld van de impact die journalistiek kan hebben wanneer ze dicht bij mensen blijft, zonder haar rol te overschrijden.
Volgens de redacteur is de weg naar echte persvrijheid in Syrië nog lang, maar zijn de marges vandaag aanzienlijk ruimer dan voorheen. De huidige situatie kan niet worden vergeleken met de periode onder het Assad-regime, een van de meest repressieve systemen wereldwijd. Ondanks aanhoudende moeilijkheden ziet hij de recente toetreding van verschillende mediaorganisaties tot Syrië als een voorzichtige maar betekenisvolle opening.
De Jemenitische journalist Abdulkarem Al-Khayati woont in Brussel en werkt als freelance journalist voor Al Jazeera Net en verschillende Jemenitische nieuwswebsites. ‘Ik probeer de stem van mijn land te laten horen, dat ik vanwege de oorlog heb moeten verlaten,’ zegt hij.
RFG Magazine
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.
Sinds 2014 werkt hij als oorlogscorrespondent voor Al Jazeera, hij was een van de eersten die de gevechten in de provincies Al-Jawf en Ma’rib versloeg. Volgens zijn eigen beschrijving voerde hij ‘echte professionele gevechten in conflictgebieden’ en kreeg hij bedreigingen van zowel de Houthi-beweging als van sommige partijen binnen de regering vanwege zijn moedige reportages vanaf de frontlinie.
Tegen de stroom in
Abdulkarem Al-Khayati belichtte in zijn werk het lijden van Jemenitische journalisten en de schendingen waaraan zij door verschillende partijen, vooral de Houthi-beweging, worden blootgesteld. Hij vestigde de aandacht op de onderdrukking van de persvrijheid in alle delen van Jemen.
Hij publiceerde rapporten over Houthi-mijnen en hun humanitaire gevolgen, de verslechtering van de gezondheidszorg en de buitenlandse controle over Jemenitische eilanden. Daarnaast bekritiseerde hij in zijn reportages en Facebook-posts de fouten van de Jemenitische regering en de Arabische coalitie (een militaire alliantie van tien Arabische landen die de regering steunt) in hun oorlog met de door Iran gesteunde Houthi’s. De fouten die volgens Al-Khayati in journalistieke rapporten werden bekritiseerd, zoals de luchtaanvallen van de coalitie op Houthi-gebieden, leidden in veel gevallen tot de dood van onschuldige Jemenitische burgers die geen betrokkenheid hadden bij het gewapend conflict, of van soldaten van het Jemenitische leger.
‘Hierdoor werd ik een doelwit van meerdere strijdende partijen. Dat leidde tot grote druk en heeft me psychologisch geschaad. Uiteindelijk vluchtte ik uit Jemen en kreeg ik een verbod om sommige Arabische landen binnen te gaan.’
Na de overname van Sanaa door de Houthi’s in 2014 moest Al-Khayati onderduiken, waarna hij erin slaagde zijn gezin naar Maleisië te sturen. Zelf keerde hij daarna terug naar Ma’rib om zijn journalistieke werk voort te zetten. ‘Ik bleef de oorlog in de door de regering gecontroleerde provincies verslaan, totdat ik in 2018 definitief uit Jemen moest vertrekken,’ vertelt hij.
Het Al Jazeera-team werd toen uit de regeringsgebieden verdreven door een verzoek van Jemenitische regering en onder druk van de regeringen van de Arabische coalitie, die geïrriteerd waren door de kritiek op hen in Jemen. In december 2022 kwam hij als vluchteling in België aan.
Persvrijheid in Jemen
Volgens een rapport van Reporters Without Borders blijft het beoefenen van journalistiek in Jemen uiterst moeilijk. Journalisten worden nog steeds bedreigd, terwijl onafhankelijke media kwetsbaarder zijn dan ooit.
Al-Khayati: ‘Journalist zijn in Jemen is een van de gevaarlijkste beroepen, door de waarheid te vertellen kom je met vrijwel iedereen in conflict.’ Een gedwongen verdwijning of zelfs de dood kan hier een gevolg van zijn, legt hij uit, en de dreigingen stoppen nooit. ‘Het begint met arrestaties en verdwijningen in door de Houthi’s gecontroleerde gebieden, die soms uitmonden in doodvonnissen. In door de regering gecontroleerde gebieden moeten journalisten uiterst voorzichtig zijn om geen enkele politieke of militaire partij te provoceren. Daarnaast vormen Al Qaida-groepen een extra bedreiging voor journalisten.’
Ondanks de risico’s en digitale bedreigingen door aanhangers van strijdende partijen in Europa, blijft Al-Khayati de waarheid vertellen en het belang van zijn werk benadrukken. Zo bewijst hij dat de missie van een journalist en de stem van diens land ook in ballingschap kunnen blijven bestaan.
Volgens de hoofdredacteur gaat het niet om de profeet
De hoofdredacteur van het satirische tijdschrift Leman, een grafisch ontwerper en een tekenaar zijn in Turkije gearresteerd op beschuldiging van ‘openbare belediging van religieuze waarden’, aldus het Turkse dagblad Sabah, dat spreekt van een ‘schandaal’. Boze Turken zouden maandagavond in een café hebben geprobeerd het personeel van het tijdschrift aan te vallen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Geen enkele vrijheid geeft het recht om heiligen van een geloof tot doelwit van smakeloze humor te maken,’ klaagde de minister van Justitie over de tekening. Volgens de autoriteiten zou deze een gesprek tussen Mozes en de profeet voorstellen. De hoofdredacteur ontkent dit. Het gaat gewoon om een personage dat Mohammed heet, net als ‘meer dan 200 miljoen mensen in de islamitische wereld’, verdedigt de journalist zich tegenover AFP.
President Trump heeft de subsidie voor Harvard ingetrokken omdat het een ‘bolwerk van ongebreidelde Jodenhaat en -intimidatie’ zou zijn. Harvard-hoogleraar Steven Pinker bespreekt de vrijheid van meningsuiting op de campus van deze Amerikaanse universiteit.
In mijn 22 jaar als hoogleraar aan Harvard ben ik nooit bang geweest om de hand te bijten die me voedt. Mijn essay ‘The Trouble with Harvard’ uit 2014 pleitte voor een transparant meritocratisch toelatingssysteem, ter vervanging van het huidige ondoorzichtige systeem waarin een oogje wordt dichtgeknepen voor heimelijk gesjoemel. Met mijn ‘Vijfpuntenplan om Harvard van zichzelf te redden’ uit 2024 drong ik er bij de universiteit op aan zich te committeren aan vrijheid van meningsuiting, institutionele neutraliteit, geweldloosheid, uiteenlopende standpunten en het afschaffen van het diversiteits-, gelijkheids- en inclusiebeginsel (DEI). Afgelopen herfst, een jaar na de Hamas-aanval van 7 oktober 2023, verklaarde ik dat ik zou willen dat Harvard haar studenten leerde om over Israël te praten en riep ik de universiteit op onze studenten te leren omgaan met morele en historische complexiteit. Twee jaar geleden was ik medeoprichter van de ‘raad voor academische vrijheid’, die het universiteitsbeleid sindsdien regelmatig tegen het licht houdt en aandringt op verandering.
Dus ik ben bepaald niet iemand die zijn werkgever vrijpleit als ik zeg dat het huidige gescheld op Harvard uit de hand is gelopen. Volgens critici is Harvard een ‘nationale schande’, een ‘leerschool voor wokeness’, een ‘maoïstisch indoctrinatiekamp’, een ‘schip vol dwazen’, een ‘bolwerk van ongebreidelde Jodenhaat en -intimidatie’, een ‘poel van extremistische relschoppers’ en een ‘islamistische voorpost’ waar de overheersende mening op de campus is: ‘vernietig de Joden en je hebt de wortel van de westerse beschaving vernietigd’.
En dan hebben we het nog niet eens over president Trump, die Harvard als ‘een antisemitische, extreemlinkse instelling’ bestempelt, een ‘progressieve puinhoop’ en een ‘bedreiging voor de democratie’ waar bijna alleen maar ‘woke, radicaal-linkse idioten en leeghoofden worden aangenomen die studenten en zogenaamde toekomstige leiders uitsluitend leren hoe ze de mist in kunnen gaan’.
Dit is niet gewoon maar loze praat. Boven op de brute bezuinigingen op onderzoeksfinanciering over de gehele linie heeft de regering-Trump ook besloten dat Harvard geen overheidssubsidies meer ontvangt. En alsof dat nog niet genoeg is, heeft de regering kortgeleden besloten dat Harvard geen buitenlandse studenten meer mag inschrijven en gedreigd met een vervijftienvoudiging van de belasting op ontvangen schenkingen en intrekking van de belastingvrije non-profitstatus.
Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat Harvard met ernstige tekortkomingen kampt
We kunnen hier spreken van het Harvard-syndroom van de gebeten hond. Als oudste, rijkste en beroemdste universiteit van de VS heeft Harvard altijd al buitensporig veel aandacht getrokken. In de publieke verbeelding is de universiteit zowel de belichaming van het hoger onderwijs als een magneet bij uitstek voor grieven tegen de elite.
Psychologen hebben een symptoom vastgesteld dat splitting wordt genoemd, een vorm van zwart-witdenken waarbij patiënten zich iemand in hun leven alleen maar kunnen voorstellen als een verheven engel dan wel als verfoeilijke boosdoener. Dit symptoom wordt meestal behandeld met dialectische gedragstherapie, met een uitleg dat de meeste mensen een mengeling zijn van betere en minder goede kanten. Dat het op de lange termijn misschien niet helpt om iemand uitsluitend als slecht te beschouwen. Maar het is ongemakkelijk als anderen ons teleurstellen. Hoe kun je ruimte maken voor dat ongemak zonder dat je hele beeld daardoor wordt gekleurd?
In de VS bestaat een dringende behoefte aan deze balans bij de omgang met instellingen op het gebied van onderwijs en cultuur. Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat Harvard met ernstige tekortkomingen kampt. Het idee dat er iets niet goed gaat op de universiteit is wijdverbreid en heeft ertoe geleid dat Trumps frontale aanval op sympathie kan rekenen en zelfs voor leedvermaak zorgt. Maar Harvard is een complex instituut dat zich in de loop van vele eeuwen heeft ontwikkeld en voortdurend te maken heeft met tegenstrijdige en onverwachte uitdagingen. De juiste behandeling (net als bij andere imperfecte instellingen) is om te diagnosticeren voor welk deel welke remedie is vereist, niet om de halsslagader maar door te snijden en te kijken hoe de zaak doodbloedt.
Een gebrek aan meningsdiversiteit
Hoe heeft Harvard zo’n verleidelijk doelwit kunnen worden? Een deel van de woede is een logisch gevolg van de aard van de universiteit. Harvard is gigantisch: er lopen 25.000 studenten rond, die college krijgen van 2400 docenten, verspreid over dertien faculteiten (waaronder bedrijfskunde en tandheelkunde). Onvermijdelijk zullen zich in deze menigte enkele excentriekelingen en onruststokers bevinden, en hun capriolen kunnen tegenwoordig viraal gaan. Mensen zijn vatbaar voor de ‘beschikbaarheidsbias’, waarbij een anekdote zich in hun hoofd nestelt en door hun subjectieve inschatting tot enorme proporties wordt opgeblazen. Op die manier kan één luidruchtige linkse figuur uitgroeien tot een maoïstisch indoctrinatiekamp.
Daarnaast committeren universiteiten zich aan de vrijheid van meningsuiting, ook als het om meningen gaat die ons niet welgevallig zijn. Een bedrijf kan een al te uitgesproken werknemer ontslaan; een universiteit kan en mag dat niet. Ook is Harvard geen kloosterorde, maar onderdeel van een wereldwijd netwerk. Onze meeste promovendi en faculteitsleden zijn elders opgeleid, bezoeken dezelfde congressen en lezen dezelfde publicaties als iedereen in de academische wereld. Ook al gaat Harvard door voor nog zo bijzonder, vrijwel alles wat hier gebeurt vindt ook plaats op andere onderzoeksintensieve universiteiten.
Tot slot zijn onze studenten geen onbeschreven bladen waarop we naar hartenlust van alles kunnen neerpennen. Jongeren worden meer gevormd door hun leeftijdsgenoten dan de meeste mensen beseffen. Studenten worden gevormd door de cultuur van hun leeftijdsgenoten op de middelbare school, op Harvard en – vooral via sociale media – in de rest van de wereld. In veel gevallen zijn de politieke opvattingen van studenten net zomin het gevolg van indoctrinatie door docenten als hun groene haar en hun neuspiercing.
onze studenten [zijn] geen onbeschreven bladen waarop we naar hartenlust van alles kunnen neerpennen
Toch is de vijandige houding jegens Harvard deels verdiend. Mijn collega’s en ik maken ons al jaren zorgen over de uitholling van de academische vrijheid op onze universiteit, waarvan enkele schrijnende voorbeelden te geven zijn. In 2021 werd bioloog Carole Hooven gedemoniseerd en daadwerkelijk van Harvard verstoten, nadat ze in een interview had uitgelegd wat de biologie onder mannelijk en vrouwelijk verstaat. Dit was aanleiding voor ons om de raad voor academische vrijheid op te richten, maar het was niet de eerste en zeker niet de laatste keer dat iemand werd gecanceld.
Epidemioloog Tyler VanderWeele moest zich ‘herstelrechtzittingen’ laten welgevallen toen iemand ontdekte dat hij in 2015 medeondertekenaar was geweest van een amicus curiae-brief aan het Hooggerechtshof waarin gepleit werd tegen het homohuwelijk. Een college van bio-ingenieur Kit Parker over de evaluatie van misdaadpreventieprogramma’s werd stopgezet nadat het door studenten als ‘aanstootgevend’ was betiteld. Rechtsgeleerde Ronald Sullivan werd ontslagen als decaan van een studentenhuis toen zijn juridische bijstand aan Harvey Weinstein studenten een ‘onveilig’ gevoel gaf. De Foundation for Individual Rights and Expression (FIRE) houdt dergelijke incidenten bij en heeft Harvard de afgelopen twee jaar als laatste gerangschikt op het gebied van vrijheid van meningsuiting, van ongeveer 250 onderzochte hogescholen en universiteiten.
Deze sancties zijn niet alleen onrechtvaardig tegenover individuen. Eerlijk wetenschappelijk onderzoek wordt moeilijk als onderzoekers er constant voor moeten waken dat een vakmatige opmerking hen blootstelt aan karaktermoord of dat een conservatieve mening als een misdaad wordt beschouwd. In het geval van Ronald Sullivan verzaakte de universiteit haar plicht om volwassen burgers te op te leiden, door te zwichten voor de emoties van haar studenten in plaats van hun onderwijs te geven over het Zesde Amendement en het verschil tussen volksjustitie en rechtsstaat.
Harvard heeft de afgelopen twee jaar als laatste gerangschikt op het gebied van vrijheid van meningsuiting
Maar een leerschool voor wokeness? Dat is zwart-witdenken waarvoor gedragstherapie nodig is. Alleen al het opsommen van de gecancelde collega’s, vooral bij een grote en in het oog lopende instelling als Harvard, kan het oneindig veel grotere aantal gevallen overschaduwen waarin van de norm afwijkende meningen worden geuit zonder dat daar ophef over ontstaat. Hoe verontrust ik ook ben over de aanvallen op de academische vrijheid op Harvard, aan die laatste plaats op de ranglijst zit een luchtje.
Laat ik met mezelf beginnen. Tijdens mijn decennia aan de universiteit heb ik veel controversiële ideeën onderwezen, waaronder de realiteit van sekseverschillen, de erfelijkheid van intelligentie en de evolutionaire wortels van geweld (waarbij ik mijn studenten uitnodigde om het met me oneens te zijn, mits ze daar argumenten voor aandroegen). Ik wil me niet moediger voordoen dan ik ben, maar het resultaat is nul protesten, meerdere universitaire onderscheidingen en warme banden met hoogleraren, decanen en bestuursvoorzitters.
Ook de meeste van mijn collega’s houden zich aan de feiten en melden hun bevindingen, hoe politiek incorrect ze ook mogen zijn. Enkele voorbeelden: er bestaat een zekere biologische onderbouwing voor rassenleer. Het huwelijk vermindert criminaliteit, net als probleemgericht politiewerk. Racisme is afgenomen. Fonetiek is essentieel voor leesonderwijs. ‘Triggerwaarschuwingen’ doen meer kwaad dan goed. Afrikanen waren actief in de slavenhandel. Iemands opleidingsniveau is deels genetisch bepaald. Hard optreden tegen drugs kent voordelen, het legaliseren ervan kent nadelen. Markten kunnen mensen eerlijker en vrijgeviger maken. Ondanks alle krantenkoppen bestaat het dagelijks leven op Harvard uit het zonder angst of vooroordelen publiceren van ideeën.
Een ander gebied waarop Harvard onmiskenbaar tekortschiet, al helpt het op de lange termijn niet om dat alleen maar als slecht af te doen, is diversiteit op het gebied van gezichtspunten. Volgens een onderzoek uit 2023 van het studentenblad The Harvard Crimson noemde 45 procent van de medewerkers van de faculteit Letteren en Wetenschappen hun politieke voorkeur ‘progressief’, 32 procent ‘zeer progressief’, 20 procent ‘gematigd’ en slechts 3 procent ‘conservatief’ of ‘zeer conservatief’. (De optie ‘woke radicaal-linkse idioot’ kwam niet in het onderzoek voor.) FIRE schat het aantal conservatieve faculteitsleden iets hoger in: 6 procent.
er bestaat een zekere biologische onderbouwing voor rassenleer
Een universiteit hoeft geen representatieve democratie te zijn, maar te weinig politieke diversiteit kan haar opdracht in gevaar brengen. In 2015 toonde een team van sociale wetenschappers aan hoe een progressieve monocultuur tot wetenschappelijke fouten in hun vakgebied had geleid, zoals het voorbarig concluderen dat progressieven minder bevooroordeeld zijn dan conservatieven, nadat ze hadden getest op vooroordelen jegens Afro-Amerikanen en moslims, maar niet jegens evangelicals.
Uit een enquête onder mijn collega’s van de raad voor academische vrijheid kwamen veel voorbeelden naar voren van onderzoek in hun vakgebied dat huns inziens belemmerd werd door een beperkte politieke blik. In het klimaatbeleid leidde die tot een nadruk op het demoniseren van fossielebrandstofbedrijven, en niet op het erkennen van een universele behoefte aan overvloedige energie; in de kindergeneeskunde tot het kritiekloos accepteren van alle door adolescenten gemelde genderdysforie; op volksgezondheidsgebied tot het pleiten voor maximale overheidsinterventie in plaats van kosten-batenanalyses; op historisch gebied tot het benadrukken van de schadelijke gevolgen van het kolonialisme, maar niet van het communisme of het islamisme; in de sociale wetenschappen tot het toeschrijven van alle groepsverschillen aan racisme, maar nooit aan cultuur; en in vrouwenstudies tot het toestaan van het bestuderen van seksisme en stereotypen, maar niet van seksuele selectie, seksuologie of hormonen (niet toevallig de specialiteit van Carole Hooven).
Hoewel Harvard ontegenzeggelijk gebaat zou zijn bij meer politieke en intellectuele diversiteit, is het nog steeds verre van een ‘radicaal-linkse instelling’. Als we mogen afgaan op het onderzoek van The Harvard Crimson, dan ziet een aanzienlijke meerderheid van de medewerkers van Harvard zichzelf als rechtser dan ‘zeer progressief’ en tellen ze tientallen prominente conservatieven in hun gelederen, zoals de rechtsgeleerde Adrian Vermeule en de econoom Greg Mankiw. Het populairst bij bachelorstudenten zijn al sinds jaar en dag de introductiecolleges tot de reguliere economie, gegeven door een opeenvolging van conservatieven en neoliberalen, en de volstrekt apolitieke introducties tot kansrekening, computerwetenschappen en levenswetenschappen.
Een van mijn studenten heeft een op kunstmatige intelligentie gebaseerde ‘Woke-o-Meter’ ontwikkeld
Uiteraard biedt Harvard ook tal van cursussen als ‘Queer etnografie’ en ‘Het dekoloniseren van de blik’, maar dat zijn vaak gespecialiseerde aangelegenheden met een gering aantal inschrijvingen. Een van mijn studenten heeft een op kunstmatige intelligentie gebaseerde ‘Woke-o-Meter’ ontwikkeld die cursusbeschrijvingen beoordeelt op marxistische, postmodernistische en kritische socialerechtvaardigheidsthema’s (op basis van termen als ‘heteronormativiteit’, ‘intersectionaliteit’, ‘systemisch racisme’, ‘laatkapitalisme’ en ‘deconstructie’). Hij schat dat ze hooguit 3 procent uitmaken van de vijfduizend cursussen in de studiegids 2025-2026 van de faculteit Kunsten en Wetenschappen en 6 procent van de grotere Algemene Vorming-cursussen (hoewel ongeveer een derde daarvan een duidelijke linkse tendens had). Kenmerkender zijn cursussen als ‘Cellulaire basis van de neuronale functie’, ‘Duits voor beginners’ (Intensief) en ‘De val van het Romeinse Rijk’.
En als Harvard haar studenten leert om ‘het vrijemarktsysteem te verachten’, dan vindt dat in elk geval weinig weerklank. De populairste bacheloropleidingen zijn economie en computerwetenschappen, en de helft van onze afgestudeerden gaat na hun diploma-uitreiking direct aan de slag in de financiële wereld, consultancy en technologie.
Het bereiken van een zo groot mogelijke diversiteit aan standpunten op een universiteit is een lastig probleem, en een obsessie voor onze raad. Natuurlijk hoeft niet ieder standpunt vertegenwoordigd te worden. Het universum van ideeën is oneindig en veel ervan verdienen geen serieuze aandacht, zoals astrologie, de theorie van de platte aarde en de ontkenning van de Holocaust. De eis van de regering-Trump om de studieprogramma’s van Harvard te controleren op diversiteit en afwijkende programma’s te infiltreren met een ‘kritische massa’ van door de overheid goedgekeurde dwarsliggers, zou giftig zijn voor zowel de universiteit als de democratie. De vakgroep biologie zou gedwongen kunnen worden creationisten in dienst te nemen, de medische faculteit zou vaccinsceptici moeten verwelkomen en de vakgroep geschiedenis zou plaats moeten bieden aan ontkenners van de verkiezingsuitslag in 2020. Harvard had geen andere keus dan het ultimatum te verwerpen en groeide daarmee uit tot een onverwachte volksheld.
Toch kunnen universiteiten het probleem niet blijven negeren. Ook al zijn ze nog zo geobsedeerd door impliciet racisme en seksisme, ze zijn ongevoelig gebleven voor de krachtigste cognitieve vervormer die er bestaat: de myside bias, die ons allemaal lichtgelovig maakt waar het onze eigen gekoesterde overtuigingen en onze politieke en culturele coalities betreft. Universiteiten mogen van docenten verwachten dat ze hun politieke ideeën achterlaten bij de deur van de collegezaal en dat ze de rationalistische verdiensten van epistemische nederigheid en actieve openheid van geest benadrukken. Om deze doelen te bereiken zou een beetje DEI voor conservatieven geen kwaad kunnen. Zoals econoom Joan Robinson het verwoordde: ‘Ideologie is als adem: je ruikt nooit die van jezelf.’
Antisemitisme
De pijnlijkste aanklacht tegen Harvard is het vermeende antisemitisme, niet het snobistische oudgeldantisemitisme maar een uitvloeisel van antizionistisch fanatisme. Een recent en langverwacht rapport beschrijft tal van verontrustende incidenten. Joodse studenten voelden zich geïntimideerd door anti-Israëlprotesten die colleges, plechtigheden en het dagelijks leven op de campus verstoorden en waarop vaak nogal onduidelijk door de universiteit werd gereageerd. Leden van het onderwijzend personeel lieten zonder enige aanleiding pro-Palestijns activisme in hun colleges en universitaire programma’s doorsijpelen. Veel Joodse studenten, vooral Israëlische, meldden dat ze door hun medestudenten werden buitengesloten of gedemoniseerd.
Net als de andere Harvardkwalen moet het antisemitisme met de nodige omzichtigheid worden behandeld. Ja, de problemen zijn reëel. Maar ‘een bolwerk van ongebreidelde Jodenhaat’ dat tot doel heeft ‘de Joden te vernietigen als eerste stap naar de vernietiging van de westerse beschaving’? Oy gevalt! [O, mijn God!]
Als reactie op de schandalige uitspraken van 34 studentengroepen na 7 oktober, waarin Israël ‘volledig verantwoordelijk’ werd gesteld voor het bloedbad, publiceerden meer dan vierhonderd faculteitsleden van Harvard een open protestbrief. Een nieuw collectief, Harvard Faculty for Israel, telt inmiddels 450 leden. Harvard biedt meer dan zestig cursussen over Joodse thema’s aan, waaronder acht in het Jiddisch. En hoewel het driehonderd pagina’s tellende antisemitismerapport elk gevonden voorbeeld uit de afgelopen eeuw vermeldt, tot de laatste leus op een muur of het laatste bericht op sociale media aan toe, wordt nergens gewag gemaakt van een doel om ‘de Joden te vernietigen’, laat staan dat dat de ‘heersende mening op de campus’ was.
ik heb in mijn twintig jaar op Harvard nooit enige vorm van antisemitisme ervaren
Voor wat het ook waard is, ik heb in mijn twintig jaar op Harvard nooit enige vorm van antisemitisme ervaren, net zomin als andere prominente Joodse faculteitsleden. Mijn eigen ongemak wordt beter verwoord in een essay van Harvardstudent Jacob Miller in The Harvard Crimson, waarin de bewering dat een op de vier Joodse studenten zich op de campus ‘fysiek onveilig’ voelt wordt betiteld als ‘een absurde statistiek die ik, als iemand die elke dag in het openbaar en met trots een keppeltje op de campus draagt, moeilijk serieus kan nemen’. Uit de obsessie met antisemitisme op Harvard blijkt ironisch genoeg dat men zwicht voor het kritische socialegerechtigheidscredo dat het enige onrecht dat veroordeeld moet worden de onderlinge onverdraagzaamheid tussen groepen is. In plaats van dat ze de tekortkomingen van het antizionistische platform rechtstreeks aan de kaak stellen, zoals de goedkeuring van geweld tegen burgers en historische blinde vlekken, hebben critici geprobeerd het platform de zonde van antisemitisme aan te wrijven. Maar dat kan ontaarden in een zinloos semantisch dispuut over de betekenis van het woord ‘antisemitisme’, wat volgens onze raad kan leiden tot inbreuken op de academische vrijheid.
Het antisemitismerapport van Harvard heeft veel verstandige aanbevelingen voor hervormingen gedaan die te lang achterwege zijn gebleven, en daar gaat het om: verantwoordelijke mensen die binnen een complexe instelling met problemen worden geconfronteerd, proberen de tekortkomingen vast te stellen en te verhelpen. Zulke pogingen afdoen als ‘parfum spuiten in een riool’ helpt niemand verder.
Eén aanbeveling van het rapport is al aangenomen: het handhaven van al bestaande regels die moeten voorkomen dat protesten de grens van vrije meningsuiting overschrijden en ontaarden in campagnes van verstoring, dwang en intimidatie.
Een andere voor de hand liggende maatregel is het uniformer toepassen van normen voor wetenschappelijke excellentie. Harvard telt bijna vierhonderd initiatieven, centra en programma’s die niets uitstaande hebben met haar academische afdelingen. Enkele daarvan zijn gekaapt door activistische docenten en in feite verworden tot centra voor anti-Israëlstudies. Tegelijkertijd telt Harvard te weinig hoogleraren die over onbevooroordeelde kennis beschikken op het gebied van Israël, het conflict in het Midden-Oosten en antisemitisme. Het rapport roept hoogleraren en decanen op zich intensiever met deze vakgebieden te bemoeien.
de subsidiegever [kan de universiteit] niet naar zijn pijpen laten dansen
Harvard kan geen toezicht uitoefenen op het sociale leven of op de berichten van haar studenten op sociale media, vooral niet op berichten op anonieme platforms waar de meest verachtelijke vormen van antisemitisme worden gespuid. Wél kan de universiteit discriminatie op basis van religie, nationale afkomst en politieke overtuiging verbieden en ingrijpen bij flagrante overtredingen, zoals in het geval van een onderwijsassistent die studenten wegstuurde om deel te nemen aan anti-Israëlprotesten. Ze kan antisemitisme even hard aanpakken als racisme en garanderen dat zodra studenten hun eerste stappen op het universiteitsterrein zetten, ze elkaar met respect behandelen en openstaan voor andere meningen.
Wat niet zal werken is al even duidelijk: de strafmaatregel van de regering-Trump om Harvard geen overheidssubsidie meer te geven. Anders dan een wijdverbreid misverstand doet vermoeden, is federale subsidie geen aalmoes voor de universiteit en kan de subsidiegever haar niet naar zijn pijpen laten dansen. Het is een subsidie voor een bepaalde dienst, namelijk een onderzoeksproject dat de regering gunstig acht voor het land. Met de subsidie worden de mensen en de apparatuur betaald die nodig zijn voor de uitvoering van het onderzoek, dat anders niet zou plaatsvinden.
Dat Trump deze steun nu de nek omdraait, zal de Joden meer kwaad doen dan ze van enige president in mijn leven te duchten hebben gehad. Veel praktiserende en aankomende wetenschappers zijn Joods, en door Trumps financieringsembargo zien ze met afschuw hoe ze worden ontslagen, hoe hun laboratoria worden gesloten en hoe hun droom van een wetenschappelijke carrière in rook opgaat. Dit is oneindig veel schadelijker dan langs een bord lopen waarop ‘Globaliseer de Intifada’ staat. Nog erger zijn de gevolgen voor een nog veel groter aantal niet-Joden in de wetenschap, die te horen krijgen dat hun laboratorium en carrière moeten wijken voor Joodse belangen. Hetzelfde geldt voor huidige patiënten wier experimentele behandeling zal worden stopgezet, en voor toekomstige patiënten die misschien van behandeling verstoken zullen blijven. Niets van dit alles is goed voor de Joden.
Trumps bezorgdheid over Joden is volstrekt onwaarachtig, gezien zijn sympathie voor Holocaustontkenners en Hitlerfans. Het gaat er alleen maar om maatschappelijke instellingen te verlammen die buiten de invloed van de uitvoerende macht opereren. Zoals JD Vance het verwoordde in de titel van een toespraak uit 2021: ‘De universiteiten zijn de vijand.’
Hervormingen
Als de federale overheid Harvard niet dwingt tot hervormingen, wie of wat doet dat dan wel? Over het feit dat er nogal wat schort aan de feedback- en zelfverbeteringsmechanismen van universiteiten bestaan terechte zorgen. Een verlieslatend bedrijf kan zijn CEO ontslaan; een verliezend team kan zijn coach vervangen. Maar de meeste academische vakgebieden hebben geen objectieve maatstaven voor succes en gaan uitsluitend af op peerreviews, met als risico dat zelfbevestigende kliekjes van hoogleraren elkaar prestige verlenen.
Erger nog, veel universiteiten hebben hoogleraren en studenten gestraft die kritiek hadden op hun beleid – een recept voor permanent disfunctioneren. Vorig jaar nog praatte een decaan van Harvard deze repressie goed, totdat onze raad voor academische vrijheid er de vloer mee aanveegde en zijn baas er snel afstand van nam.
Toch zijn er manieren om transparanter te werk te gaan. Universiteiten zouden een groter mandaat kunnen geven aan de externe ‘visitatiecommissies’ die in naam vakgroepen en programma’s controleren, maar in de praktijk worden aangestuurd door belanghebbenden. Universiteitsbestuurders krijgen voortdurend kritiek van ontevreden alumni, donateurs en journalisten, en die zouden ze moeten aanwenden om de gezondheid van hun organisatie door te lichten. De raden van bestuur zouden beter op de hoogte moeten zijn van de gang van zaken op hun universiteit en meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor het goed functioneren ervan. Het bestuur van Harvard leidt zo’n teruggetrokken bestaan dat toen twee van zijn leden in 2023 dineerden met leden van de raad voor academische vrijheid, The New York Times dat interessant genoeg vond om er een nieuwsbericht aan te wijden.
als Trump je zegt dat je in een stortbui je paraplu moet opsteken, moet je dat niet weigeren alleen maar om hem te pesten
Het feit dat Harvard nu al bijna twee jaar de gebeten hond is in de ogen van het publiek, heeft – misschien rijkelijk laat – tot tal van hervormingen geleid. De universiteit heeft een beleid van institutionele neutraliteit ingevoerd en spreekt zich niet langer uit over kwesties die niet over haar eigen functioneren gaan. Er zijn grenzen gesteld aan verstorende protesten en er zal een gecentraliseerd toezicht worden ingevoerd, zodat overtreders geen jury’s meer kunnen manipuleren en er niet meer op kunnen rekenen dat een faculteit een vonnis teniet zal verklaren. De faculteit Kunsten en Wetenschappen heeft de ‘diversiteitsverklaringen’ afgeschaft waarmee sollicitanten werden getoetst op hun bereidheid woke verhalen te schrijven en de decaan heeft de programmadirecteuren opgeroepen om verslag uit te brengen over de diversiteit qua standpunten van hun afdelingen. Er wordt een onderzoek ingesteld naar malafide centra, en de directeuren daarvan zijn vervangen. Uit het rapport van de taskforce, dat officieel in ontvangst is genomen door Alan Garber, de bestuursvoorzitter van de universiteit, blijkt dat antisemitisme serieus wordt genomen. Daarnaast worden studenten aangemoedigd meer open te staan voor ideeën die niet stroken met hun eigen overtuigingen.
Ongemakkelijk blijft dat veel van deze hervormingen zijn ingevoerd na de inauguratie van Donald Trump en overeenkomen met zijn eisen. Maar als Trump je zegt dat je in een stortbui je paraplu moet opsteken, moet je dat niet weigeren alleen maar om hem te pesten.
En het nemen van maatregelen om goede redenen is mijns inziens de manier waarop universiteiten zich kunnen verbeteren en het publieke vertrouwen kunnen terugwinnen. Het klinkt misschien banaal, maar te vaak hebben universiteiten zich laten leiden door de wens om hun studenten tevreden te stellen, geen vijanden te maken en uit de krantenkoppen te blijven. We hebben gezien hoe goed dát heeft uitgepakt.
In plaats daarvan zouden universiteitsbestuurders bereid moeten zijn het hoofddoel van een universiteit te onderschrijven, namelijk het ontdekken en overdragen van kennis, evenals de principes die daaraan ten grondslag liggen. Universiteiten hebben het mandaat en de expertise om zich in dienst te stellen van kennis, niet van sociale rechtvaardigheid. Intellectuele vrijheid is geen privilege van hoogleraren, maar de enige manier waarop feilbare mensen kennis kunnen vergaren. Meningsverschillen moeten worden opgelost door middel van analyses en argumenten, in plaats van door anderen onverdraagzaamheid en slachtofferschap te verwijten. Protesten kunnen worden gebruikt om algemene kennis over een klacht te genereren, niet om mensen monddood te maken of de universiteit te laten doen wat de demonstranten willen. De universitaire gemeenschap is eigendom van de gemeenschap zelf; de leden kunnen het legitiem met elkaar oneens zijn en mogen niet één factie de overhand laten krijgen. Donaties zijn geen publiek bezit, maar een schat die de universiteit voor toekomstige generaties in bewaring moet houden.
De toekomst
Waarom is dit belangrijk? En ondanks al haar zwakheden heeft Harvard (samen met andere universiteiten) de wereld een heel stuk beter gemaakt. Liefst 52 medewerkers hebben een Nobelprijs gewonnen en de universiteit bezit meer dan 5800 patenten. Haar onderzoekers hebben het bakpoeder uitgevonden, de eerste orgaantransplantatie, de programmeerbare computer, de defibrillator, de syfilistest en orale rehydratatietherapie (een goedkope behandeling die tientallen miljoenen levens heeft gered). Ze hebben de theorie van nucleaire stabiliteit ontwikkeld waardoor de wereld voor een armageddon is behoed. Ze hebben de golftee en het catchermasker uitgevonden. Harvard heeft ons Sesamstraat gebracht en The Simpsons, Microsoft en Facebook.
Er loopt op Harvard onderzoek naar satellieten voor het opsporen van methaan, naar robotkatheters, naar nieuwegeneratiebatterijen en draagbare robotica voor mensen met een beroerte. Met overheidssubsidies wordt onderzoek gesteund naar metastase, tumorremmende middelen, bestraling en chemotherapie bij kinderen, multiresistente infecties, pandemiepreventie, dementie, anesthesie, toxinereductie bij brandbestrijding en in het leger, de fysiologische effecten van ruimtevaart en wondverzorging op het slagveld. Technologen van Harvard stimuleren innovaties op het gebied van quantum computing, AI, nanomaterialen, biomechanica, opvouwbare bruggen voor militaire doeleinden, hackbestendige computernetwerken en slimme leefomgevingen voor ouderen. Eén laboratorium heeft een mogelijke remedie voor diabetes type 1 ontwikkeld.
Praktische toepassingen zijn niet het enige wat Harvard zo waardevol maakt. Het is een fantasmagorie van ideeën, een Disneyland van de geest. Leren over het onderzoek van mijn collega’s is een eindeloze bron van plezier en als ik onze studiegids bekijk, zou ik willen dat ik weer achttien was. DNA uit menselijke fossielen onthult de oorsprong van de Indo-Europese talen. De sprookjes van Grimm, met al hun misdaden, kindermoord, kannibalisme en incest, tonen onze eeuwige fascinatie met morbiditeit. Eén enkel netwerk in de hersenen ligt ten grondslag aan het herinneren van het verleden en het dagdromen over de toekomst. Geweldloze verzetsbewegingen zijn succesvoller dan gewelddadige. Zwangerschapskwalen zijn het gevolg van een darwinistische strijd tussen moeder en foetus. Het gebed ‘Wie is zoals U?’ uit de Joodse liturgie suggereert dat de oude Israëlieten ambivalent stonden tegenover hun monotheïsme.
Wie nog steeds sceptisch staat tegenover de steun voor universiteiten, zou zich eens de volgende vragen moeten stellen: heb je wel vrede met het aantal kinderen dat jaarlijks sterft aan kanker? Ben je tevreden met je huidige kans om de ziekte van Alzheimer te krijgen? Vind je dat we voldoende doorzien welk overheidsbeleid effectief is en welk zonde van het geld? Ben je tevreden met de manier waarop het klimaat zich ontwikkelt, gezien onze huidige energietechnologie?In zijn vooruitgangsmanifest The Beginning of Infinity schreef natuurkundige David Deutsch: ‘Alles wat niet verboden wordt door natuurwetten is haalbaar, mits de juiste kennis voorhanden is.’ Het verlammen van de instellingen die kennis verwerven en overdragen, is een tragische blunder en een misdaad jegens toekomstige generaties.
Zijn docu No Other Land stelt misdaden van Israël aan de kaak
Hamdan Ballal, de Palestijnse regisseur van de Oscar-winnende documentaire No Other Land, is onlangs aangevallen door een menigte gewapende kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en gearresteerd door Israëlische soldaten, zo maakte zijn Israëlische mederegisseur Yuval Abraham maandag bekend, aldus Haaretz.
Abraham schrijft op X dat Hamdan Ballal was ‘gelyncht’ en wonden had aan zijn hoofd en buik en dat er sinds zijn arrestatie niets meer van hem vernomen is. Het is onbekend waar hij is en of hij medische behandeling krijgt. Het Israëlische leger beweerde later drie Palestijnen en een Israëliër te hebben gearresteerd.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De film No Other Land, die in 2024 werd uitgebracht en het debuut was van Abraham en Ballal, ‘documenteert het leven in de regio Masafer Yatta op de Westelijke Jordaanoever, onder het geweld van de Israëlische autoriteiten en kolonisten’, aldus Haaretz. De documentaire zorgde voor ophef in Israël nadat de winnaars in hun toespraken op het Internationale Filmfestival van Berlijn opriepen tot een staakt-het-vuren in Gaza en de Duitse regering vroegen om te stoppen met het leveren van wapens aan Israël.
Na USAID wordt nu ook het Agentschap voor Globale Media van de VS ontmanteld
Vorige week vrijdag heeft Trump een uitvoerend bevel ondertekend waardoor de fondsen voor het Agentschap voor Globale Media van de Verenigde Staten (USAGM) sterk worden ingeperkt. Onder USAGM valt de internationale omroep Voice Of America (VOA) en ook de non-profit omroepen Radio Free Asia en Radio Free Europe/Radio Liberty, meldt BBC.
De bazen van de non-profit organisaties Radio Free Asia en Radio Free Europe/Radio Libertykregen te horen dat hun Amerikaanse fondsen waren stopgezet. De Tsjechische minister van buitenlandse zaken hoopt dat de Europese Unie wil investeren in het behouden van Radio Free Europe/Radio Liberty. VOA-medewerkers werden op de hoogte gebracht door een e-mail van de HR-directeur van USAGM. Het Amerikaanse CBS vertelde de BBC dat alle freelancemedewerkers en internationale aannemers kregen te horen dat er geen geld meer was voor hun functies,aldus de Britse omroep. Afgelopen zaterdag werden 1300 VOA-werknemers in administratief verlof geplaats, bijna het volledige personeelsbestand, bericht Al Jazeera.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Cambodjaanse president van de senaat Hun Sen prees de ontmanteling van VOA en Radio Free Asia. Hij schreef op Facebook dat Trumps ‘moed om de wereld te leiden in de strijd tegen fake news’ gewaardeerd moet worden. In Cambodja worden freelance journalisten en onafhankelijke media zwaar onderdrukt, verduidelijkt NHK.
Ook de Chinese staatsmedia waren tevreden met het verdwijnen van VOA en Radio Free Asia. De woordvoerder voor het Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken Mao Ning beschreef VOA afgelopen dinsdag als ‘een leugenfabriek die conflict in de hand werkt’. Bethany Allen, directeur van het programma voor onderzoeken en analyses over China bij het Australian Strategic Policy Institute zei dat zowel VOA als Radio Free Asiaiets unieks leverden. ‘VOA en Radio Free Asia bereiken mensen die anders geen toegang zouden hebben tot onafhankelijke informatie. Veel trucjes om censuur te omzeilen zijn nu illegaal in China en dus riskant en ingewikkeld, zeker voor mensen die niet zo handig zijn met technologie,’ vertelt Allen aan Al Jazeera.
De Nationale Pers Club, een vereniging die Amerikaanse journalisten vertegenwoordigt, zegt dat de onafhankelijke pers in de VS bedreigd wordt door deze nieuwe ontwikkeling. De vereniging voegt toe: ‘Als een hele nieuwsredactie van de ene op de andere dag op non-actief kan worden gezet, wat zegt dat dan over de staat van de persvrijheid?’, aldus BBC.
Voice Of America en Radio Free Europe/Radio Liberty werden in 1942 opgericht om de propaganda van de Nazi’s te bestrijden.
Opiniestukken mogen geen strijdige meningen meer uitdragen
Amazon-baas Jeff Bezos, die sinds 2013 ook eigenaar is van The Washington Post, kondigde woensdag aan dat de opiniekolommen van het dagblad voortaan ‘twee pijlers moeten verdedigen: persoonlijke vrijheden en vrije markten’, meldt NPR. Opvattingen ‘die tegen deze pijlers ingaan, zullen door anderen worden gepubliceerd’. In een bericht aan redacteuren zei de miljardair dat het publiceren van tegenstrijdige meningen in de pers ‘een achterhaalde praktijk’ was. Tegenwoordig ‘neemt het internet dat werk op zich’, schreef hij.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze nieuwste inmenging van de miljardair in de redactionele inhoud ‘heeft schok en ontzetting teweeggebracht bij de krant’, merkte de Amerikaanse publieke radio op. Opinieredacteur David Shipley kondigde onmiddellijk zijn ontslag aan. Het is niet de eerste keer dat een beslissing van Bezos stof doet opwaaien. Zo hield hij vorig jaar in aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen een hoofdcommentaar tegen waarin The Washington Post zijn steun uitsprak voor de Democratische kandidaat Kamala Harris. Begin dit jaar stapte een cartoonist op nadat de opinieredactie een spotprent had geweigerd waarin Bezos voorkwam.
‘De Palestijnse Autoriteit (PA) heeft Al Jazeera geschorst op de bezette Westelijke Jordaanoever, maanden nadat Israël zijn kantoor in Ramallah om veiligheidsredenen sloot,’ aldusEuronews. De PA beschuldigt de zender ervan ‘provocerend materiaal’ te verspreiden. Ook zou ze misleidende verslagen produceren. Hoelang de schorsing duurt is nog onduidelijk. Israël viel maanden geleden al kantoren van Al Jazeera binnen met het argument dat de nieuwszender ‘een spreekbuis van Hamas’ was.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Al Jazeera spreekt in een reactie van ‘een poging om de waarheid te verbergen over wat er in de bezette gebieden plaatsvindt, vooral over wat er in Jenin en de kampen daar gebeurt’. Ook geeft ze aan dat de PA volledig verantwoordelijk is voor de veiligheid van de journalisten.
Al Jazeera kreeg eerder al een verbod van de PA om verslag te doen in Jenin, een stad in de Westelijke Jordaanoever. Euronews meldt dat Al Jazeera verslag blijft doen in Gaza, waar minstens 45.000 Palestijnen om het leven zijn gebracht door Israël sinds het de oorlog verklaarde aan Hamas na de dodelijke aanslagen op 7 oktober.
Drie andere Franse staatsburgers zitten nog steeds gevangen
De Franse president Emmanuel Macron maakte woensdag op X bekend dat de Fransman Louis Arnaud, die sinds september 2022 werd vastgehouden in Iran, is vrijgelaten. ‘Louis Arnaud is vrij. Hij komt morgen terug naar Frankrijk na te lang in Iran opgesloten te hebben gezeten’, kondigde Macron aan, waarbij hij erop wees dat drie andere Franse staatsburgers nog steeds gevangen worden gehouden door het regime in Teheran.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De 30-jarige Arnaud, een ‘gepassioneerde reiziger’ volgens zijn familie, was door een revolutionaire rechtbank veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens ‘propaganda tegen de Islamitische Republiek en poging tot ondermijning van haar veiligheid’, aldus Al Arabiya. Hij werd beschuldigd van deelname aan demonstraties na de dood van Mahsa Amini, een jonge Iraanse Koerdische vrouw die stierf nadat ze was gearresteerd door de zedenpolitie.
De Iraanse president Ebrahim Raisi is drukdoende het weinige nog resterende journalistieke toezicht op de leiders van de Islamitische Republiek onmogelijk te maken. Correspondenten zijn afwezig, en voor lokale verslaggevers bestaat persvrijheid niet.
Iran is nog net niet het onherbergzaamste land voor journalisten, maar het gaat wel hard die kant op. Volgens Verslaggevers Zonder Grenzen scoren alleen Vietnam, China en Noord-Korea lager dan Iran als het om persvrijheid gaat. Ebrahim Raisi, de meest meedogenloze president in de geschiedenis van de in 1979 opgerichte Islamitische Republiek, doet schijnbaar zijn uiterste best om ervoor te zorgen dat Iran Noord-Korea inhaalt.
De cijfers schetsen een verontrustend beeld. Zo telde het Comité ter Bescherming van Journalisten in oktober 2023 maar liefst 95 arrestaties van journalisten sinds de uitbraak van de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties in het jaar ervoor. Sommige bronnen, waaronder de Internationale Federatie van Journalisten (IFJ), beweren dat zes van de gearresteerden nog steeds vastzitten. Ook zegt de IFJ dat negen journalisten die in dienst waren van aan de overheid gelieerde kranten zijn ontslagen vanwege hun politieke opvattingen, en dat aan acht (online)kranten disciplinaire maatregelen zijn opgelegd. De pro-hervormingsnieuwssite Ensaf News moest zijn directeur vervangen om te mogen blijven bestaan.
Een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd werd tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld
Onder het bewind van Raisi ligt de lat van wat wordt toegestaan lager dan ooit, waardoor er een aura van onschendbaarheid lijkt te hangen rond eenieder die zich in kringen van de macht bevindt. Zo leidde een door gebedsleider Hassan Morseli aangespannen rechtszaak in juni 2022 tot de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf van een lokale verslaggever die Morseli op sociale media had bekritiseerd. En een pr-manager van het staatsbedrijf Bakhtar Regional Electricity diende in juli 2022 een klacht in tegen de website Bargh News om de identiteit van een anonieme reageerder te achterhalen; die had in een commentaar onder een nieuwsbericht het arbeidsethos van de manager bekritiseerd.
Fanatieke overheid
Tegenwoordig moeten journalisten in Iran zich laten registreren bij het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding. In ruil voor persoonlijke informatie, die het ministerie zorgvuldig bewaart, ontvangen zij hun perskaart. Betrokken ambtenaren zeggen dat dit initiatief Iraanse journalisten beschermt, maar daar denken journalisten wel anders over. Zij menen dat, net als bij de regulering van het internet, het ministerie hun juist een recht ontneemt.
Er was een tijd waarin journalisten zich konden beroepen op een grondwet die, ondanks zijn tekortkomingen, op zijn minst lippendienst bewees aan het idee van persvrijheid. Dat document maakt nu plaats voor fanatieke overheidsinstanties die mediabedrijven de mond snoeren en journalisten neerzetten als staatsvijanden.
Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen
Dat het medialandschap van Iran in staat van crisis verkeert, valt niet te ontkennen. Buitenlandse correspondenten die verslag doen zijn nergens te bekennen en het staatsmonopolie op alle vormen van uitzendingen maakt een onafhankelijk toezicht op het bestuur van de Islamitische Republiek nagenoeg onmogelijk. Grootspraak en propaganda geven de betreurenswaardige realiteit een rooskleurig tintje en de relatie tussen overheid en media is grotendeels transactioneel: lovende reportages worden beloond, kritiek afgestraft.
In oktober vertelde de Iraanse minister van Wetenschap Mohammad Ali Zolfigol studenten aan Sharif University of Technology dat Iran enkele van de ‘meest vrije universiteiten ter wereld’ heeft. De duisternis van zijn onbedoelde humor kan niet worden overschat. Na verloop van tijd leiden dit soort uitspraken tot minder verontwaardiging en worden ze genegeerd. En sympathisanten van de overheid verwijzen er juist naar als bewijs voor het feit dat Iran journalisten voorziet van ongekende veiligheid en bescherming.
Verdiensten van de regering
In 2019 verkondigde de toenmalige vicepresident Eshaq Jahangiri dat ‘Iran het meest vrije land in het Midden-Oosten’ was. Afgelopen augustus beweerde president Raisi dat vrijheid van pers en meningsuiting de verdiensten zijn van de Islamitische regering: ‘Geïnspireerd door het bloed van onze martelaren hebben we de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid gegarandeerd.’ Esmaeil Kowsari, commandant van de Iraanse Revolutionaire Garde en voormalig parlementslid, zei in reactie op de toenemende kritiek op het hardhandige optreden van de regering tegen de ‘Woman, Life, Freedom’-demonstraties van vorig jaar dat ‘het niveau van vrijheid van meningsuiting in ons land hoger is dan in Europa of Amerika’.
Een verslaggever uit de stad Rasjt, die spreekt op voorwaarde van anonimiteit, vertelt dat het ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding onder de vorige president Hassan Rouhani de redactie van zijn tijdschrift adviseerde welke nieuwsonderwerpen voorrang moesten krijgen. Zo werd hun onder meer opgedragen om essays te publiceren over thema’s als familie, kinderen en sociale media. Als het tijdschrift deze richtlijnen niet navolgde, riskeerde het strafmaatregelen.
Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen
Iran heeft een staatskapitalistische economie; dat betekent dat de overheid invloed heeft op de privésector en bepaalt hoeveel financiering elke onderneming ontvangt. Binnen dit systeem kan zelfs de formeel onafhankelijke pers niet aan de genade van de uitvoerende macht ontkomen. Subsidies, belastingvrijstellingen, verzekeringsvoordelen en vervroegd pensioen zijn in Iran geen garanties, maar gunsten die je moet verdienen. Het is dan ook logisch dat veelal kleine redacties ervoor kiezen de richtlijnen van de overheid te volgen.
Paramilitaire militie
Volgens de verslaggever uit Rasjt is dit systeem in de afgelopen jaren ietwat veranderd. Zo is het ministerie van Cultuur inmiddels vervangen door de Basij, een paramilitaire militie die sinds 2011 over een mediatak beschikt. De Basij controleert de verslaggeving van lokale media en organiseert conferenties over thema’s zoals de toestand in Palestina, het verplicht dragen van de hijab, kuisheid, seksesegregatie, nucleaire zelfvoorziening, sjiitische rouwrituelen en de nalatenschap van generaal Qassem Soleimani. Lokale journalisten worden gesponsord om deel te nemen aan deze evenementen en er verslagen over te schrijven. De ‘krachtigste’ stukken komen in aanmerking voor soms royale geldprijzen.
Kranten en tijdschriften worden minder vaak gesloten dan voorheen. Niet omdat de Islamitische Republiek zich niets aantrekt van publieke of internationale kritiek, maar omdat sluitingen bijdragen aan de werkloosheid. Als alternatief plaatst de overheid liever plotselinge verboden op verkooppunten of probeert het nieuwsconsortia en uitgeversbedrijven te nationaliseren: een relatief goedkope strategie.
Neem Hamshahri, een enorm mediabedrijf dat in 2008 werd opgericht en momenteel zeven kranten, tijdschriften en websites onder zijn hoede heeft. Op zijn hoogtepunt had het bedrijf maar liefst achttien dochterondernemingen en gold het onder de leiding van een van de meest gerenommeerde journalisten van het land als betrouwbare informatiebron. Vandaag de dag is het bedrijf in handen van Alireza Zakani, de ultraconservatieve burgemeester van Teheran, en bestaat de missie naar eigen zeggen uit verslaggeving ‘binnen het kader van de doelen en waarden van de Islamitische Revolutie’ en het opleiden van ‘mediapersoneel dat loyaal is aan het heilige systeem van de Islamitische Republiek’.
Studenten
Een andere grote naam in de Iraanse nieuwswereld die een klap kreeg als gevolg van het micromanagement van de overheid is het Iraanse Studentennieuwsagentschap. Dit werd in 1999 opgericht door het door de staat gerunde Academisch Centrum voor Onderwijs, Cultuur en Onderzoek als stem van de academische gemeenschap van Iran. Het was een nieuwsdienst die werd bemand door jonge hervormingsgezinde journalisten en studenten die de wereldbeschouwing van voormalig president Mohammad Khatami onderschreven. Het agentschap won het vertrouwen van zijn lezerspubliek en werd gezien als een uitstekende nieuwswebsite met een redelijk niveau van redactionele onafhankelijkheid. Maar vanaf het moment dat president Mahmoud Ahmadinejad aan de macht kwam, werd die relatieve openheid aangetast door diverse ontslagrondes. En onder het presidentschap van Raisi verwerd de organisatie tot een zoveelste spreekbuis voor totalitaire newspeak.
De website staat nu vol met ‘whataboutisme’ en onjuiste informatie over de wereldpolitiek, laster tegen een kwijnende hervormingsbeweging en sentimenteel geslijm over de extremisten van de regering-Raisi, waaronder een ononderbroken lofzang over de president zelf.
Hoewel deze sombere situatie weinig ruimte overlaat voor optimisme, zijn er wel degelijk enkele journalisten en progressieve (online)kranten in Iran die een tipje van de maatschappelijke sluier blijven oplichten en verhalen aan het licht brengen die de staat verborgen houdt.
De in augustus 2003 opgerichte krant Shargh Daily is een van de laatste restanten van een collectief van veelbelovende liberale kranten die opkwamen tijdens de hervormingsperiode. Sinds de oprichting is Shargh vier keer tijdelijk verboden geweest door de overheid. De meest recente sluiting, in 2012, was het gevolg van de publicatie van een prent over strijders uit de Irak-Iranoorlog die door de autoriteiten als kleinerend werd beschouwd.
Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling
Shargh heeft zijn status als bolwerk van kritische, vooruitstrevende journalistiek weten te behouden, zij het in verzwakte vorm. De krant produceerde onder andere een artikel over een gettowijk in de stad Mashhad, een onderzoek naar de dood van grensarbeiders die door de strijdkrachten onder vuur waren genomen, een onthullend verhaal over de vergiftiging van schoolmeisjes na de ‘Woman, Life, Freedom’-protesten en een vernietigend rapport over eerwraak.
Een andere pro-hervormingskrant, Ham-Mihan, roept herinneringen op aan de jaren rond de eeuwwisseling, toen tientallen uitgesproken kranten dapper en onverbloemd verslag leverden. Ham-Mihan, opgericht in 2000, is net als Shargh meerdere malen verboden geweest. De huidige redactie bestaat uit een aantal toonaangevende verslaggevers die het land niet hebben verlaten en tot nog toe geen slachtoffer zijn geworden van willekeurige vervolging.
Angst
In september 2023 publiceerde de krant een rapport waarin werd geconcludeerd dat de moord op Mahsa Amini door de zedenpolitie en het gewelddadig neerslaan van de daaropvolgende demonstraties tot angst en andere psychische aandoeningen hebben geleid onder de Iraanse bevolking. De verslaggevers spraken met apothekers in diverse steden en onthulden dat een op de vijf patiënten psychiatrische medicatie kreeg voorgeschreven.
De interviews en verhalen die in het rapport werden gedeeld, bevestigen een sluimerende geestelijkegezondheidscrisis, die wordt verergerd door politieke onderdrukking – een klap in het gezicht van de overheid, die aanhoudend stelt dat psychische aandoeningen niet in de media mogen worden besproken. Politici beschouwen de verwijzingen naar geestesziekten als een beschuldiging dat zij er niet in zijn geslaagd een veilige, gelukkige samenleving te creëren. Wanneer kranten dit dilemma openlijk bespreken, voelt de regering zich beledigd omdat dit zou suggereren dat het bestuur van de Islamitische Republiek het probleem zelf heeft veroorzaakt. Juist daarom moet volgens hen het debat onder het tapijt worden geveegd.
De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd
De journalistiek in Iran is gehandicapt en verlamd. Maar dat betekent niet dat het potentieel van de Iraanse journalisten is verdwenen en dat ze geen stevig, respectabel werk meer kunnen leveren. Integendeel: ze grijpen iedere kans, hoe klein ook, aan om hun vak uit te oefenen.
Een langdurig tekort aan journalistiek onderwijs en een gebrek aan professionele trainingsmogelijkheden hebben de ontwikkeling van de Iraanse mediawereld aanzienlijk afgeremd. Eind december zaten er in Iran nog steeds minstens 62 verslaggevers achter de tralies – een wereldrecord. De journalistiek van het land is in levensgevaar, maar ademt nog steeds.
Uit enquête bleek ook toenemende ontevredenheid over Kim Jong-un
De Noord-Koreaanse consumptie van buitenlandse media nam in de jaren vlak voor de corona-pandemie toe, zo blijkt uit een eerder geheim onderzoek onder vluchtelingen uit de Democratische Volksrepubliek Korea, schrijft NK News.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het ministerie van Eenwording vroeg 4790 vluchtelingen naar hun mediacomsumptie in Noord-Korea. Ruim 83 procent van de vluchtelingen die de Democratische Volksrepubliek Korea tussen 2016 en 2020 verlieten, zei dat ze buitenlandse media – zoals muziek en tv-shows – consumeerden, tegenover 67,6 procent van de respondenten die tussen 2006 en 2010 vertrokken.
De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op een jarenlang onderzoek, voornamelijk uit persoonlijke interviews met vluchtelingen, en bevatten meer dan twintig jaar aan inzichten, aldus het ministerie. Het ministerie zei dat er in totaal 6351 vluchtelingen zijn ondervraagd.
Van de buitenlandse media waarnaar de vluchtelingen hadden gekeken of geluisterd, zei 71,8 procent dat ze Chinese content bekeken, 23,1 procent Zuid-Koreaanse en 1,7 procent Russisch. Daarnaast bleek uit het onderzoek dat bijna 60 procent van de respondenten een negatief beeld heeft van Kim Jong-un als leider.
Zeker drie journalisten zouden slachtoffer zijn geworden
Sinds de oorlog in Oekraïne zijn meerdere Russische journalisten en activisten, die het land vanwege de toenemende repressie verlieten, slachtoffer geworden van vergiftigingen. Dat schrijft The Insider. De vergiftigingen vonden elders in Europa plaats, toen de Russen al gevlucht waren.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens The Insider werd Jelena Kostjoetsjenko, journalist voor Novaya Gazeta en Meduza, vergiftigd in München en werd een week later Irina Bablojan, journalist bij Echo Moskvj, in Tbilisi opgenomen met bijna identieke symptomen. In het voorjaar werd Natalja Arno, hoofd van de Stichting Vrij Rusland, vergiftigd met een neurotoxische stof.
Wie er achter de vergiftigingen zit, is niet bekend. De symptomen werden voorgelegd aan artsen die experts zijn op het gebied van giftige stoffen, onder wie een chemischwapenexpert die werkt voor de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens en een Russische wetenschapper die werkt in een geheim programma voor de ontwikkeling van giftige stoffen. Zij benadrukken dat de acties waarschijnlijk het werk zijn van Russische agenten.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.