visuals 2TS23o0 pUc unsplash 3 1 scaled


De Duitse bondskanselier Friedrich Merz sprak zich vorige week uit voor een zogeheten ‘Klarnamenpflicht’, ofwel een verplichting voor internetgebruikers om hun echte naam te gebruiken. Volgens hem zou dat de ​​liberale samenleving beschermen. Maar is dat wel zo? In Frankfurter Allgemeine Zeitung lopen de meningen uiteen.

Ja: ‘Het internet is een plek van wantrouwen, nepnieuws, discriminatie en criminaliteit geworden’

‘Anonimiteit, neppe profielen en bots ondermijnen het vertrouwen van mensen. Wie zich in het openbaar uitspreekt, moet ook verantwoordelijkheid dragen’, schrijft Thomas Giesen, voormalig Saksisch functionaris voor gegevensbescherming, in Frankfurter Allgemeine Zeitung

Volgens Giesen zijn de huidige zorgen rondom privacy overtrokken. Het zal echter niet makkelijk zijn om af te stappen van ‘overdreven veiligheidsregels’, stelt hij. Maar nog moeilijker is het om een valse ideologie uit de weg te ruimen. Het idee dat je vrij bent omdat je je anoniem op het internet kunt begeven, noemt hij een doctrine. ‘Het internet is een plek van wantrouwen, nepnieuws, discriminatie en criminaliteit geworden, omdat strenge regels de identificatie en autorisatie van internetgebruikers nagenoeg onmogelijk maken.’ Manieren om iemand te identificeren zijn bijvoorbeeld een permanent IP-adres, irisherkenning of vingerafdrukken.

‘Maskers en façades horen thuis in het theater’

Volgens Giesen heeft de vrijheid om alles te posten, zowel voor gewone gebruikers als voor autoritaire regimes, de communicatie fundamenteel veranderd en vergiftigd. ‘Maskers en façades horen thuis in het theater. Iedereen die deelneemt aan een menswaardig gesprek moet zich kunnen identificeren.’ 

Doordat mensen geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen, slaat vrijheid volgens hem bovendien om in onvrijheid. Een vrije burger zou achter zijn eigen woorden moeten staan en opkomen voor zijn of haar eigen mening. ‘Iedereen die op sociale media, forums of websites zijn eigen identiteit bekendmaakt, kan vrijheid opeisen. Vermomming is noch bij demonstraties, noch op het internet te tolereren.’ De wetgever zou volgens Giesen het volgende moeten verplichten: ‘Iedereen die schrijft, post of actief reageert op internet moet betrouwbaar en direct identificeerbaar zijn.’

Dr. Thomas Giesen was van 1991 tot 2003 Saksisch functionaris voor gegevensbescherming.


Nee: ‘Een verbod op anonieme meningsuiting zou de grondwet schenden’

‘De verharde toon op sociale media is om te betreuren. Maar het opheffen van de anonimiteit op internet gaat te ver,’ stellen Michael Harraeus en Jonas von Zons in Frankfurter Allgemeine Zeitung. Volgens de auteurs lijkt het idee van verantwoordelijkheid nemen door resoluut op te treden tegen online haat een mooi voorstel. ‘Maar bij nader inzien lijkt het een autoritaire reflex te zijn. Het voorstel zou de grondwet schenden en leiden tot verdere maatschappelijke verdeeldheid.’

De vrijheid van meningsuiting behoort tot de belangrijkste grondrechten. Artikel 5 van de Duitse grondwet is herhaaldelijk aangemerkt als ‘absoluut constitutief’ voor de democratie. Het gaat dan niet alleen om het hebben van een mening, maar ook om het kunnen uiten daarvan, benadrukken de auteurs. Dit recht is nauw verbonden met het ontstaan van de liberale democratie. ‘Het recht op anonimiteit is – in de woorden van de Duitse rechtsprofessor Johannes Caspar – geen storende factor, maar “de sleutel tot vrijheid van meningsuiting”.’ Anonieme meningsuitingen zouden dezelfde bescherming moeten genieten als alle andere meningen. ‘Vooral als er grote machtsverschillen zijn, zoals tussen burger en staat, vormt anonimiteit een belangrijk beschermingsmechanisme.’

‘Een verbod maakt het publieke debat niet eerlijker of objectiever; het werkt averechts’

Volgens media-advocaat Joachim Steinhöfel zou het nut van artikel 5 van de grondwet na een verbod op anonimiteit beperkt zijn tot mensen ‘die niets te verliezen hebben of maatschappelijk onaantastbaar zijn’, zoals journalisten, politici en opiniemakers. Daar sluiten Harraeus en Von Zons zich bij aan. ‘Een verbod op anonieme meningsuiting maakt het publieke debat niet eerlijker of objectiever; het werkt averechts.’ De wet zou de kloof tussen politiek en burgers juist vergroten, en de politieke cultuur en uiteindelijk ook de liberale democratie beschadigen.

De auteurs trekken een vergelijking met een ander kernpunt van de democratie: de verkiezingen. ‘Om precies dezelfde redenen is je stem geheim. Bij openbare verkiezingen bestaat namelijk het gevaar dat een kiezer niet of anders stemt. Hetzelfde geldt voor het online uiten van meningen.’ 

Michael Harraeus is juridisch stagiair bij het Hoger Gerechtshof München en werkt momenteel bij het Federaal Constitutionele Hof.

Jonas von Zons is wetenschappelijk medewerker en promovendus bij de leerstoel Publiek Recht en Staatsfilosofie van prof.dr. Peter M. Huber aan de Ludwig Maximilian Universiteit München.


Deel dit artikel


Recent verschenen