GettyImages 2147735951 1 scaled


In Duitsland hebben ouderen de meeste ruimte: 27 procent van de alleenstaande senioren woont op minimaal 100 vierkante meter. Dit staat In schril contrast tot jongeren en gezinnen met kinderen. Moeten ouderen plaatsmaken voor starters? Twee redacteuren van Süddeutsche Zeitung gaan met elkaar in debat.

Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

‘Mensen vertellen dat ze hun huis moeten verlaten, of ze nu oud of jong van hart zijn, is onmenselijk’

Een commentaar door Claudia Fromme, redacteur bij Süddeutsche Zeitung. 

‘Een huis is meer dan een dak boven je hoofd en een flat is meer dan de vier muren eromheen. Wie tientallen jaren in dezelfde huurflat heeft gewoond, kan er net zo’n emotionele band mee ontwikkelen als met een koophuis’, schrijft Claudia Fromme. ‘De kinderen zijn er opgegroeid en uit huis gegaan. De partner is daar overleden. Mensen hebben hier gelachen en gehuild, ze willen hier oud worden.’

Fromme vraagt zich af waarom je deze mensen uit hun vertrouwde omgeving zou halen: ‘Ze kunnen hier een praatje met bekende buren maken en hebben de vertrouwde dokter op loopafstand zitten. Het is een omgeving waarin ze zich hebben geworteld, als een oude boom die in symbiose leeft met zijn omgeving, die neemt en geeft. Die boom kun je niet verplanten.’ Tegelijkertijd liegen de cijfers er niet om. De generatie van 65-plussers heeft gemiddeld 68,5 vierkante meter woonruimte per persoon. Volgens het Federale Bureau voor de Statistiek woont 27 procent van de alleenwonende senioren zelfs op minstens 100 vierkante meter. Daarentegen bedroeg de woonruimte in huishoudens met ten minste vier leden, meestal gezinnen, 29,9 vierkante meter per persoon. ‘De krappe woningmarkt, vooral in grote steden, wakkert afgunst aan’, gelooft ze. ‘Veel senioren betalen minder per vierkante meter dan hun jongere buren omdat de huur nog in een vergeeld contract vaststaat.’ Als een huisbaas de huur te veel wil verhogen, worden ze beschermd door het huurplafond. ‘Maar dat is geen reden om ze te straffen door, zoals vastgoeddeskundigen in Regensburg eisen, hun huur zo hoog te laten oplopen dat ze gedwongen worden te vertrekken. Dan kunnen ze met alleenstaanden en stellen vechten om een flat die veel meer kost dan hun oude flat. Gefeliciteerd!’

Ze ziet deze ‘huisvestingsnijd’ als een gevolg van politici die hun bouwbeloften niet waarmaken. ‘Waar zijn de vierhonderdduizend flats die elk jaar in Duitsland gebouwd zouden moeten worden? En waarom zijn er geen nieuwe gebouwen met flexibele plattegronden?’ Dat zou volgens Fromme een creatieve oplossing kunnen zijn. ‘Een ongebruikte kamer kan dan indien nodig worden toegewezen aan een naburige flat, zodat niemand hoeft te verhuizen.’ De linkse parlementaire groep – gesteund door de Duitse huurdersvereniging – stelde voor om in het huurrecht het recht op woningruil op te nemen. De huurprijs per vierkante meter zou overeen moeten komen met de oude. ‘Een goed idee zolang het op vrijwillige basis gebeurt. Maar het is moeilijk te verwerkelijken.’

‘Wie eist dat oude mensen hun woning aan jongere mensen moeten geven, zet generaties tegen elkaar op’

Er zijn gevallen waar senioren hun grote flat hebben opgegeven, hun huis hebben verkocht aan familie en nu gelukkig zijn omdat ze in een leeftijdsgeschikte flat wonen. Maar dit is volgens Fromme een uitzondering. Zelfs wanneer coöperaties aanbieden om dezelfde huurprijs per vierkante meter te garanderen, ruilen veel mensen niet. ‘Het alternatief staat dan in een andere buurt of bevindt zich op de vierde verdieping zonder lift. Verhuizen is duur en veel mensen zijn gehecht aan hun flat.’ Ze wijst er ook op dat verhuizen mensen mentaal zwaar kan belasten.

‘Wie eist dat oude mensen hun woning aan jongere mensen moeten geven, zet generaties tegen elkaar op.’ Ze schrijft dat tijdens de pandemie het idee dat jongeren te verkiezen zijn boven oude patiënten in ziekenhuizen, weer populair is geworden. Daarentegen worden jongeren vaak beschuldigd van gebrek aan solidariteit als ze meer vrije tijd willen dan werken, omdat ze minder bijdragen aan de pensioenfondsen. ‘Het spel kan natuurlijk eindeloos doorgaan: afgunst creëert verdeeldheid en het lost niks op.’

Mensen leven in cycli. Een oudere in een grote flat was ooit ook jong en had in veel gevallen ook een gezin. ‘Hoe zit het met degenen die eisen dat senioren die alleen wonen hun grote flats moeten verlaten? Moeten zij zelf ook verhuizen als ze ergens al dertig jaar wonen en plaatsmaken voor nieuwe gezinnen?’ Volgens Fromme is dat een uitzonderlijk slecht idee. ‘Mensen vertellen dat ze hun huis moeten verlaten, ongeacht of ze oud of jong van geest zijn, is onmenselijk.’


‘Er zijn ook ouderen die graag op een andere, nieuwe, moderne en bij hun leeftijd passende manier willen leven’

Een commentaar door Gerhard Matzig, redacteur bij Süddeutsche Zeitung.

Gerhard Matzig schrijft dat de woningcrisis geen crisis is, maar een woningnood met ingrijpende sociale en economische gevolgen. De laatste keer dat het tekort zo ernstig was, was na de oorlog, toen steden in puin lagen. Dit probleem beperkt zich niet alleen tot de grote steden en het raakt ook de middenklasse. ‘Ouderen worden gedwongen om in te grote flats te blijven wonen die vaak niet in hun behoeften voorzien, terwijl jonge gezinnen en mensen met lagere inkomens juist in te kleine woningen vastzitten,’ legt Matzig uit. Dit maakt het moeilijker voor mensen om te verhuizen naar plekken met werk, scholen en medische voorzieningen. ‘Huisvesting is geen economisch goed, het is een mensenrecht.’

Volgens Matzig ligt het probleem bij kortzichtig, neoliberaal beleid en in het feit dat mensen zijn gaan geloven in valse aannames en loze beloften. ‘Er werd veel te lang gezegd dat Duitsland voldoende woonruimte had. Maar dat was een illusie,’ stelt hij. Er werd geen rekening gehouden met het leeglopen van het platteland, de groei van steden, het falen van de bouwsector en wereldwijde crises en migratiestromen. Daardoor is de woningcrisis uitgegroeid tot een noodsituatie, en die noodsituatie heeft geleid tot een grootschalig distributieprobleem. ‘Het is nu een strijd geworden tussen mensen die al een woning hebben en mensen die op zoek zijn naar woonruimte – en dat is het sociale explosief van onze tijd,’ schrijft hij.

‘We bouwen tanks, maar we hebben flats nodig’

Matzig ziet enkele oplossingen voor dit probleem. ‘Ten eerste volkshuisvesting. We bouwen tanks, maar we hebben flats nodig.’ En daarnaast wordt van de woonruimte die er nu is, geen optimaal gebruik gemaakt. ‘Er is lege woonruimte op het platteland. Maak het platteland aantrekkelijker!’ Maar ook in steden moet het anders. ‘Woningen worden vaak verkeerd bewoond.’ In cijfers: 6,5 procent van de huurhuishoudens in grote steden met meer dan 100.000 inwoners woont krap. Een even groot aantal, namelijk 6,2 procent, heeft onevenredig veel ruimte, zoals een eenpersoonshuishouden in een vierkamerflat. Dit zijn vaak oudere huurders. ‘Dat is niet hun fout. Het heeft te maken met de natuurlijke levensloop, met kinderen die zijn verhuisd of partners die zijn overleden. Niemand die in een te grote flat woont doet dat om puur asociale redenen. Hij of zij doet dat vaak omdat de woningnood ook betekent dat niemand zijn huis verlaat.’ Dit komt mede door het lock-ineffect. De angst dat ze uiteindelijk meer moeten betalen voor een kleinere flat. 

De derde oplossing zou de bevordering van woningruil zijn. ‘Wanneer bijna evenveel mensen in te grote als te kleine flats wonen, ligt het voor de hand dat de lokale autoriteiten een ruil organiseren. Niet als wondermiddel, maar als stelschroef,’ legt Matzig uit. ‘Het lijkt me ook duidelijk dat dit alleen mogelijk is met een goed uitgedacht ruilsysteem en absolute vrijwilligheid. Het zou onmenselijk zijn om mensen door middel van een planeconomie te dwingen te verhuizen.’

Er zijn echter ook goede redenen voor oudere mensen om naar kleinere, maar even dure of zelfs goedkopere kleinere flats te verhuizen. Dit zijn onder andere de hoge energiekosten voor grotere flats, de schoonmaakwerkzaamheden en het feit dat nieuwere, en dus meestal kleinere, flats eerder drempelvrij en seniorvriendelijk zijn dan oudere gebouwen onder de eveneens recente huisvestingswetten. ‘Wie zegt eigenlijk dat oude mensen niet kunnen of willen verhuizen? Het zijn geen oude bomen.’ Er zijn volgens hem genoeg ouderen die graag anders willen wonen, op een nieuwe, moderne en bij hun leeftijd passende manier. ‘Ze zijn van nature niet immobiel. Maar de markt is dat wel. Daar moeten we beginnen.’


Deel dit artikel


Recent verschenen