Ondanks de internationale sancties wist Iran de afgelopen jaren een bloeiende game-industrie op te bouwen. Een op de vier inwoners speelt intussen games, die vaak verwijzen naar de rijke Perzische geschiedenis en mythologie. Nu de economische blokkades zijn opgeheven, zijn de verwachtingen in de sector hooggespannen.
‘De Israëliërs dreigen met militaire actie,’ zegt de Iraanse geestelijk leider, terwijl een glimmend witte raket klaarstaat om te worden gelanceerd. ‘Maar ik denk dat ze weten dat de Islamitische Republiek Iran hen met de grond gelijk zal maken wanneer ze ons ook maar één haar krenken.’ Eén laadscherm verder en de raket is in de lucht. De gamer moet het vernietigende witte wapentuig door de Israëlische havenstad Haifa leiden.
In de afgelopen jaren hebben ideologisch getinte games als Missile Strike en Attack on Tel-Aviv het nieuws gehaald en het beeld van Iran in het buitenland mede bepaald. Bronnen beweren dat ze zijn ontwikkeld om geld op te halen bij de conservatieve vleugel van het Iraanse establishment. Maar de ontwikkelaars zeggen dat ze alleen maar reageren op provocaties van Israël en de VS. ‘De reden dat we in deze game expliciet een aanval op Israël laten zien, is dat zij hetzelfde doen bij ons, bijvoorbeeld in Battlefield,’ zei Missile Strike-maker Mehdi Atash Jaam in 2015 tegen het Iraanse persbureau Fars. Hij verwees naar de gesimuleerde grondaanval op Teheran in Battlefield 3, een game die is ontwikkeld door het in Stockholm gevestigde DICE, maar op de markt wordt gebracht door het Californische Electronic Arts (EA).
Toch zeggen veel Iraniërs die voor dit artikel zijn geïnterviewd dat ze nooit games als Missile Strike spelen. Een gamerecensent die niet met zijn naam in de krant wil omdat hij bang is voor represailles van de overheid, zegt dat deze opruiende games een verkeerd beeld schetsen van de opkomende Iraanse gamecommunity. ‘De gamers hier beschouwen die dingen niet eens als games,’ zegt hij.
De meeste Iraanse games hebben niets te maken met politiek en ideologie, hoewel het land waarin ze zijn gemaakt al decennialang in het nieuws is vanwege zijn kernprogramma, de oorlogen bij volmacht die het in het Midden-Oosten voerde, of de gijzeling van Amerikaanse ambassademedewerkers tijdens de Iraanse revolutie van 1979.
De internationale sancties die als gevolg hiervan werden afgekondigd, waren een harde klap voor de Iraanse gameontwikkelaars. Zij konden bijvoorbeeld geen licenties kopen van gameontwikkelingsplatforms. Omdat Iran werd buitengesloten van het internationale bankenstelsel, hadden de meeste Iraanse gamers geen creditcard en konden ze geen aankopen doen in de App Store of de Play Store. Grote namen in de game-industrie houden zich sinds 1979 ver van de Iraanse markt, ondanks de vraag naar succesvolle games als Call of Duty en Pro Evolution Soccer. Maar dit alles gaat wellicht veranderen nu een groot deel van de sancties is opgeheven.
Ahmad Ahmadi geldt als een soort ambassadeur
van de Iraanse game-industrie. Hij is Chief Business Officer van Bonyad, een non-gouvernementele
organisatie die die industrie subsidieert en reguleert. Een week voor de nucleaire deal, in juli 2015, toonde hij zich opgewonden over de mogelijkheden die zich aandienden. ‘Tot voor kort was Iran totaal onzichtbaar. Er was helemaal geen contact met de internationale gemeenschap. Als dat contact er wel komt, wordt Iran volgens mij een soort schateiland.’
Iran telt volgens Ahmadi ongeveer 18 miljoen gamers tussen de drie en veertig jaar oud. Daarmee is het ‘met afstand de grootste markt in het Midden-Oosten’, zegt hij. ‘Bijna een op de vier mensen in Iran gamet.’
Ahmadi begon zijn loopbaan in de luchtvaartindustrie en kwam geleidelijk in de technologiesector terecht. Toen er een baan bij Bonyad vrijkwam, werd hij getipt door een vriend. ‘Ik kende de game-industrie goed en had voor de lol een paar beurzen bezocht,’ zegt hij. Zo was hij in 1996 aanwezig op de eerste Tokyo Game Show, lang voordat Iran beschikte over iets wat zelfs maar in de verste verte leek op een game-industrie. En hoewel het sinds 1979 voor Iraniërs niet eenvoudig was om een Amerikaans visum te krijgen, bezocht Ahmadi de E3-beurs in Los Angeles [de grootste gamebeurs ter wereld].
‘In één maand zijn er in Iran vijf miljoen exemplaren van Pro Evolution Soccer verkocht,’ aldus Ahmadi. ‘Op computerbeurs Gamecom had ik het erover met een marketingmanager van EA. Hij wilde me niet geloven.’ Ahmadi is geïnteresseerd in deze grote spelers op de voetbalgamemarkt omdat hij een verkoopstrategie heeft bedacht voor partijen die tot de Iraanse markt willen toetreden. ‘Ze moeten rekenen op dezelfde inkomsten als in de VS, waar een exemplaar van FIFA voor 99 dollar [sic] wordt verkocht,’ zegt hij. ‘Maar als de sancties worden opgeheven en een bedrijf als EA hier vier miljoen exemplaren voor een tientje kan verkopen, is dat ook interessant, toch? Ook al bestaat er geen copyright in Iran, ik wil met dit soort partijen om de tafel om ze te vertellen dat ze hun games in Iran tegen een lokale prijs kunnen verkopen. Gamers kopen dan geen piratenversie, maar een origineel exemplaar, met alle bijbehorende opties.’ Tot die opties behoren bijvoorbeeld een versie in het Perzisch of de mogelijkheid om online te spelen.
De verkopen van piratenedities kelderen, de toekomst is aan onlinegames
Volgens iedereen die je het vraagt is Garshasp: The Monster Slayer het eerste meesterstuk van de Iraanse game-industrie. Het spel is ontwikkeld door studio Fanafzar Sharif met een budget van 350.000 euro – veel geld in Iran, waar de meeste games voor slechts een fractie van dat bedrag worden ontwikkeld. Het is een hack and slash-game, gebaseerd op de Perzische mythologie. In Iran werden er 300.000 exemplaren van verkocht, daarbuiten nog meer toen het spel via distributieplatform Steam werd verspreid. Buitenlandse recensenten noemden het een mindere kloon van het Amerikaanse God of War, maar de release van Garshasp in 2010 was het eerste duidelijke signaal van het bestaan van een Iraanse gamesector.
Omdat de Iraanse game-industrie destijds nog in de kinderschoenen stond, had men geen enkele ervaring met de ontwikkeling van grootschalige projecten als Garshasp. Vandaar dat Fanafzar Sharif de game pitchte bij Bonyad, dat in 2007 werd opgericht met steun van het Iraanse ministerie voor Cultuur en Islamitische Leiding. ‘Bonyad ontwikkelt zelf geen ideeën voor games,’ zegt productiemedewerker Mehrdad Ashtiani. ‘Maar als je een idee hebt en het wordt geaccepteerd, dan ondersteunen ze je financieel.’ Volgens Ashtiani werkt de organisatie aan verschillende projecten. ‘Sommige hebben succes, andere mislukken. Iraanse ontwikkelaars lopen tegen allerlei problemen aan, bijvoorbeeld het ontbreken van een wet op het auteursrecht. Ook staan Iraanse games in hetzelfde schap als de buitenlandse games waar ze mee moeten concurreren. Verder ontbreekt het aan een eerlijke prijsstelling voor Iraanse games.’
Het valt voor Iraanse games niet mee om het tegen buitenlandse concurrenten op te nemen als een keurig verpakte pirateneditie van Call of Duty: Black Ops 2 slechts 1,60 dollar kost, de standaardprijs voor een game in Iran. Het is een van Ashtiani’s grootste grieven en de reden waarom hij hoopt dat Iran op een dag auteursrechtwetgeving zal invoeren, al was het maar om de eigen industrie te beschermen.
Vooralsnog heeft Bonyad een unieke beleidsmaatregel doorgevoerd: het verstrekt holografische stickers aan Iraanse gameproducenten, waarmee deze elk exemplaar van hun buitenlandse piratengames moeten verzegelen voor ze over elektronicawinkels in het hele land worden verspreid. Het is zowel een vorm van censuur – ‘anti-islamitische’ games krijgen geen sticker – als een protectionistische maatregel die de ploeterende eigen ontwikkelaars ondersteunt.
De populairste platforms in Iran draaien op piraterijvriendelijke opslagmedia: cd’s en dvd’s. Handige computerfanaten die een broncode konden kraken en op een schijfje konden branden, werden ooit van het ene op het andere moment de leveranciers in een informele economie. Hun klanten waren niet alleen elektronicazaakjes, maar ook winkels waar veel gamers kwamen, zoals fitnesszaken en boekwinkels. Bedrijfjes die het best konden kraken, branden, verpakken en distribueren, groeiden uit tot de ‘gameproducenten’ van Iran.
AsreBazi is een van die bedrijven. Het behoort tot de grootste en oudste van Iran en drijft nog steeds vooral op illegale content. In hun ruim gesorteerde magazijn in Teheran vind je alles, van een versie van FIFA 2015 voor de PlayStation 1 tot Kinectimals voor de Xbox 360. Maar de laatste tijd kelderen zelfs de verkopen van piratenedities. AsreBazi’s omzet van games voor de pc is nog maar de helft van die van drie jaar geleden. Niet alleen hebben hogere internetsnelheden piratenedities onder ieders handbereik gebracht, ook kiezen Iraniërs dankzij de opkomst van de smartphone – meer dan de helft van de 80 miljoen inwoners van Iran bezit er een – steeds vaker voor mobiele games. ‘Het mobieltje en de tablet zijn in opkomst, naast onlinegames,’ zegt Amir Aliabadi, verkoopmedewerker bij AsreBazi. ‘Ik denk niet dat er over drie jaar nog fysieke games worden verkocht.’
Cafe Bazaar, een Iraanse Android-winkel die is opgericht in 2010, bevindt zich in de voorhoede van de markt voor mobiele games. Met meer dan 27 miljoen gebruikers en 55.000 apps, waarvan 8000 games, is dit het grootste digitale distributieplatform van Iran. Door de invoering van een tegoedsysteem heeft Cafe Bazaar eigenhandig freemiumgames mogelijk gemaakt [games waarvan de basisversie gratis is en die je kunt aanvullen met betaalde opties] in een land waar gebruikers online voor elke financiële transactie de gegevens van hun pinpas moeten invoeren. Twee van de meest verkochte titels van Bazaar voor de smartphone zijn Fruitcraft (meer dan 100.000 downloads) en Rooster Wars (800.000 geregistreerde gebruikers). Verschillende Europese gamebedrijven zijn in gesprek over de mogelijkheid de Android-versies van hun producten beschikbaar te maken voor de gebruikers van Bazaar. Een niet-officiële versie van Clash of Clans is al vier miljoen keer gedownload op het platform.
Popcultuur
De internationale sancties mogen dan de toegang van Iran tot de internationale markt hebben beperkt – satelliet-tv en ongecensureerd internet zijn officieel verboden, al zijn ze overal beschikbaar – ze hebben de instroom van de wereldwijde populaire cultuur nauwelijks kunnen verhinderen, laat staan die van de gamecultuur. Iran is een land waar de staatstelevisie het thema van de game God of War – en de muziek van Gustavo Santaolalla voor de game The Last of Us – gebruikt om kijkers aan te sporen tot nationale eenheid. En waar Battlefield 3, dat verboden is door de autoriteiten omdat het een invasie van Teheran laat zien, in elektronicawinkels wordt verkocht onder de codenaam ‘Zure Kers’.
Toen de Iraanse ontwikkelaar Raspina zijn game E.T. Armies presenteerde, een kunstig gemaakte kruising tussen Halo en Killzone, krabden de Iraanse spelers zich op het achterhoofd. ‘Dertig procent vroeg of het een buitenlandse game was,’ zegt Raspina-directeur Aria Esrafilian. ‘En ons antwoord was: “Nee, het is volledig Iraans.” Waarop zij vroegen: “Weet je zeker dat je niet gewoon een buitenlandse game hebt nagemaakt?”’
‘We hebben alles zelf aangeleerd,’ zegt Esrafilian, waarmee hij uitdrukking geeft aan een breed in Iran gedeeld sentiment. ‘Volgens mij heeft geen van onze ontwikkelaars ook maar één programmeercursus gevolgd, laat staan een cursus gamedesign.’ Net als een onbekend aantal Iraanse software-experts hebben de ontwikkelaars van Raspina hun kennis van het maken van games bijeengesprokkeld via onlinetutorials en discussieforums. Gaandeweg hebben ze het Engels opgepikt. Niemand krijgt betaald. En dus duurde het zes jaar om E.T. Armies te ontwikkelen.
Volgens ontwikkelaars heeft Iran geen behoefte aan deskundige programmeurs en ontwerpers, maar wel aan supervisie door projectmanagers, en aan buitenlandse producers en gamedesigners. Maar wat men tekortkomt op het gebied van gamedesign en management, compenseert men met de vormgeving. ‘Iraniërs hebben een rijke cultuur en geschiedenis, waaruit ze putten voor hun artistieke stijl,’ zegt Ahmad Ahmadi van Bonyad. ‘Dankzij deze erfenis kunnen ze iets unieks maken.’
Dat typisch Perzische bepaalt al heel lang de esthetiek van de Iraanse games. Het betoverde woud uit de game Khaleh Ghezi (‘Tante Ghezi’) vond zijn oorsprong in de tuinen van Perzië, terwijl de geschilderde huisjes op de achtergrond zijn ontleend aan traditionele landschappen uit de Perzische oudheid. Ook komen in het schietspel E.T. Armies buitenaardse ruïnes voor die, zoals een geoefend oog zal opvallen, subtiele architectonische verwijzingen naar de oude stad Persepolis bevatten.
Volgens gamejournalist Karimi Tar duikt de Perzische ondertoon zelfs op in de verhaallijn van de games. Als een van de oudste beschavingen ter wereld kan Iran, het vroegere Perzië, bogen op rijk historisch en mythologisch materiaal om inspiratie uit te putten. Het uit 1010 daterende Boek der koningen – algemeen beschouwd als een Perzisch literair meesterwerk – is van directe invloed op games als Garshasp, maar ook op schietspellen als Jonoun-e Siah (‘Zwarte gekte’) en Siavash (‘Legenden van Perzië’).
‘Jonoun-e Siah is een fascinerend spel,’ aldus Karimi Tar. ‘Het draait om een schutter die is gebaseerd op Azhi Dahaka [‘Grote Slang’], een personage uit Het boek der koningen. Azhi Dahaka heeft twee slangen die aan zijn schouders ontspruiten, en die hij elke dag menselijke hersenen te eten moet geven. Daarnaast heb je twee goedhartige koks, die elke dag twee gevangenen selecteren. Ze laten er een op de vlucht slaan, in de hoop dat hij een leger op de been kan brengen dat op een dag sterk genoeg is om Azhi Dahaka te doden. De andere gevangene – de zwakste van de twee – wordt geofferd aan de slangen van Azhi Dahaka. Zo cool is de Iraanse mythologie.’
Dit is ook de reden dat E.T. Armies de postapocalyptische visioenen die vaak in westerse games worden uitgebeeld, van een Iraans tintje voorziet. ‘We zien de toekomst altijd via de beelden die Hollywood ons voorschotelt,’ zegt technisch directeur Mohammed Zehtabi. ‘Maar wat als de toekomst nu eens vanuit het perspectief van een Iraniër werd bezien?’
Auteur: Yara Elmjouie
Vertaler: Nico Groen
Polygon
Verenigde Staten | www.polygon.com
Polygon is een website voor videogames waarop nieuws, achtergronden, recensies en filmpjes zijn te vinden. De site werd twee jaar geleden gelanceerd en is eigendom
van onlineuitgeverij Vox Media, die de tijd rijp achtte voor een nieuwe vorm van gamejournalistiek, en het ontstaansproces vastlegde in de documentaire Press Reset: The Story of Polygon. Door aan serieuze journalistiek te doen en niet alleen te focussen op de games zelf maar ook veel aandacht te besteden aan de makers, fans en de wereld eromheen, onderscheidt Polygon zich van bekende concurrenten als Joystiq (waarvan een van de oprichters voorheen hoofdredacteur was), Kotaku en The Escapist. Daarnaast vinden de makers het belangrijk om op alle manieren in te spelen op de kenmerken van deze tijd: een gefragmenteerd publiek, een nieuwe vorm van adverteren, bijvoorbeeld door specifieke content te laten sponsoren, en voortdurende ontwikkelingen op technologisch gebied.

