Voor het eerst in de geschiedenis heeft een vrouw de leiding over de Kasbah, de zetel van de Tunesische regering. Dat klinkt als een mooie ontwikkeling, maar deze journalist van La Presse de Tunisie trekt de motieven van president Kais Saied om haar aan te stellen in twijfel.
Bij zijn aantreden op 25 juli kondigde de Tunesische president Kais Saied aan dat alle uitvoerende macht voortaan bij hem zou berusten en dat de eerste minister alleen het beleid van de President van de Republiek zou uitvoeren. Ruim twee maanden later heeft hij Najla Bouden aangesteld om een nieuwe regering te vormen. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat een vrouw de leiding heeft over de Kasbah, de zetel van de Tunesische regering. De beslissing om een vrouw aan het hoofd van de Kasbah te plaatsen is in goede aarde gevallen bij alle politieke partijen en nationale organisaties, maar zou het geen poging zijn om de aandacht af te leiden van de bevoegdheden die haar zullen worden toebedeeld?
Een eerste vrouw als leider van een Tunesische regering is zonder twijfel een lovenswaardige keus, al is het om haar missie te kunnen volbrengen vooral van belang dat ze over alle benodigde middelen beschikt en op een gunstig politiek klimaat kan rekenen. Want volgens verschillende Tunesische waarnemers wachten haar de nodige valkuilen en zal ze niet alleen met economische uitdagingen en financiële risico’s worden geconfronteerd, maar ook met een giftige politieke situatie. Over welke bevoegdheden zal ze precies kunnen beschikken? Zal ze echt de eerste vrouwelijke regeringsleider in de geschiedenis van het land worden, of alleen een eerste minister die de bevelen vanuit het presidentiële paleis in Carthago moet uitvoeren?
Na de politieke aardbeving die hij met zijn beslissingen van 25 juli heeft uitgelokt, heeft de bewoner van het presidentiële paleis uiteindelijk een geologe aan het hoofd van de Kasbah geplaatst. Door zijn keus te laten vallen op een apolitieke vrouw die veraf staat van alle politieke conflicten, laat hij een duidelijke boodschap klinken: ik wil een totale en definitieve breuk met een falende politieke klasse. Zal iemand met een dergelijk profiel, zonder enige politieke, laat staan economische ervaring, leiding kunnen geven aan een land dat in een kritieke fase verkeert? Alles hangt af van de bevoegdheden die haar zullen worden toebedeeld, om te beginnen natuurlijk het vormen van een regering.
Decreet
In elk geval was de benoeming van Bouden conform presidentieel decreet nr. 2021-131 van 29 september 2021, een decreet dat grotendeels is gebaseerd op de uitzonderlijke beschikkingen die de president enkele dagen daarvoor had getroffen. Deze beschikkingen houden in dat ‘de regering bestaat uit een regeringsleider, ministers en staatssecretarissen die zijn benoemd door de President van de Republiek’. ‘De regeringsleider en de leden van de regering leggen tegenover de President van de Republiek de eed af zoals omschreven in de laatste alinea van artikel 89 van de Grondwet.’ ‘De regering draagt zorg voor de uitvoering van het algemeen beleid van de staat, conform de richtlijnen en keuzes die worden verstrekt door de President van de Republiek.’ ‘De regeringsleider geeft leiding aan en coördineert de handelingen van de regering. Hij beschikt over een administratief apparaat voor de uitvoering van de richtlijnen en keuzes die door de President van de Republiek worden verstrekt. Hij vervangt, in voorkomende gevallen, de President van de Republiek als voorzitter van de ministerraad of enig ander bestuursorgaan.’
Deze uitzonderlijke beschikkingen verschaffen de president een grote uitvoerende macht, ten koste van de bevoegdheden die aan de regeringsleider zijn toebedeeld. Zo is het Kais Saied die de ministers, staatssecretarissen en hoge ambtenaren benoemt, het regeringsbeleid bepaalt en toeziet op een goede uitvoering van deze beschikkingen. Wat blijft er dan nog over voor de regeringsleider?
Eigenlijk wilde de president er via deze uitzonderlijke beschikkingen voor zorgen dat er een eerste minister in de Kasbah zou zetelen, en geen echte regeringsleider. Dat wordt door kenners van de grondwet bevestigd. Volgens deze logica zal Bouden alleen de keuzes en het beleid van de president ten uitvoer brengen. ‘Degene die belast is met de vorming van een regering, zal een rol spelen in de uitvoering van het algemeen beleid dat door president Saied wordt bepaald,’ heeft ze uitgelegd, met als toevoeging dat de politieke filosofie van de Tunesische staat aan verandering onderhevig is.
In een democratisch staatsbestel is de eerste minister de uitvoerende macht die wordt benoemd door de president en de regering voorzit, terwijl een regeringsleider degene is die het algemeen beleid van de staat bepaalt en toeziet op de uitvoering daarvan, conform de Tunesische grondwet van 2014.
Of ze nu regeringsleider of eerste minister is, de eerste bevoegdheid van Najla Bouden is bekend. Toen hij haar belastte met de vorming van een regering. kondigde Saied aan dat de eerste opdracht van Bouden het bestrijden van de corruptie zou zijn. Overigens heeft Bouden op haar benoeming door de president gereageerd als leider van de nieuwe regering.
De bevoegdheden van Bouden even daargelaten lijkt het er meer dan ooit op dat we afstevenen op een quasiperfect bondgenootschap tussen de twee hoofden van de uitvoerende macht, een situatie die sinds 14 januari zelden is waargenomen. Want één ding is zeker: nadat zijn eerste twee keuzes op een mislukking zijn uitgelopen, kan Saied zich geen fouten meer permitteren en zal hij tot het uiterste moeten gaan om dit politieke proces tot een goed einde te brengen.
Vrouwenrechten
Tunesië is al sinds de onafhankelijkheid in 1956 vaandeldrager voor
vrouwenrechten in de Arabische wereld.
Enkele maanden nadat kolonisator Frankrijk op 20 maart 1956 de Tunesische onafhankelijkheid had erkend, werd een pakket familiewetten aangenomen waardoor onder meer polygamie werd afgeschaft en vrouwen echtscheiding konden aanvragen. Een jaar later kregen vrouwen kiesrecht en sinds 1959 kunnen ze zich verkiesbaar stellen. Vrouwen stonden in 2011 op de barricaden tijdens de eerste revolutie van de Arabische Lente, die dictator Zine El Abidine Ben Ali omverwierp.
Toch zijn veel Tunesiërs van mening dat de ontwikkeling naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen tot stilstand is gekomen. President Kais Saied is tegen de hervorming van de wet om vrouwen gelijke erfrechten te geven, iets wat wijlen president Beji Caid Essebsi beloofde te doen. Sinds de Arabische Lente zijn er zeker overwinningen behaald; met name een wet uit 2017 om geweld tegen vrouwen aan te pakken springt eruit. Maar vrouwenrechtenactivisten zeggen dat er nog een enorme hoeveelheid werk moet worden verricht om ervoor te zorgen dat veranderingen ook echt worden doorgevoerd. Bovendien zijn vrouwen, die economisch gezien al een zwakke positie hadden, onevenredig hard getroffen door de economische crisis in Tunesië, die nog is verergerd door de pandemie. Op de World Economic Forum-index voor genderongelijkheid van vorig jaar duikelde Tunesië tussen 2006 en 2020 van de negentigste naar de honderdvierentwintigste plaats.

