Hoewel Nederland erop is gebouwd om overstromingen het hoofd te bieden, moet het land nu het roer radicaal omgooien en droogte incalculeren in zijn eeuwenoude waterbeheer.
Wie begin september naar de omgeving van Reeuwijk keek, zag niets wat erop wees dat de regio de afgelopen weken met ernstige droogte had gekampt. Koeien graasden in een motregentje vredig in de weelderig groene polders en aan de andere kant van de dijk stroomde rustig het water van de vaart. In dit decor, dat veel weghad van een ansichtkaart, waren bouwmachines druk in de weer op de dijk.
Wanneer er droogte intreedt, wordt de Prinsendijk nauwlettend in de gaten te houden, want deze veenconstructie is uitzonderlijk vatbaar voor uitdroging. In 2003 leidde ernstig hitte ertoe dat zo’n veertig kilometer verderop een soortgelijke dijk bezweek. ‘Dat was een wake-upcall,’ erkent Maron Verkleij Lemmers van Hoogheemraadschap Rijnland die de herstelwerkzaamheden komt inspecteren. ‘Vanaf dat moment gaven we ons er echt rekenschap van dat we onze dijken tijdens langdurige droogte goed in de gaten moesten houden, want bij droog weer vindt er binnenin een verandering plaats. Vergelijk het met een spons: als die nat is, kun je hem met één vinger verplaatsen, maar als hij vochtig is, is hij zwaar en blijft hij liggen.’
Dijken moeten dan ook voldoende vocht vasthouden om stabiel te blijven, maar omdat de Prinsendijk pal op het zuiden ligt, kwamen er half juli al scheuren in. Hoewel enkele scheuren inmiddels zijn hersteld, zitten er in de kruin van de dijk nog heel wat diepe en minder diepe barsten.
‘Niet genoeg water om te varen’
In Nederland beschermen de dijken het leven van negen miljoen mensen en ingevolge een wet uit 2009 krijgen ze dan ook voorrang bij de waterverdeling. Het gevolg was dat de autoriteiten na de droogte van 2018 maateregelen moesten nemen om deze waardevolle barrières te behoeden voor watertekort. Hiermee werd afgeweken van een eeuwenoude praktijk, want waar voorheen overtollig zoetwater werd afgevoerd naar rivieren of zee, wordt het nu juist vastgehouden, een aanpak die indruist tegen de intuïtie van de Nederlanders.
Beekjes die voorheen werden gekanaliseerd om smelt- en hemelwater zo snel mogelijk af te voeren, krijgen nu hun natuurlijke bochten terug zodat het water langer kan blijven staan en in de bodem kan infiltreren. Daarnaast zijn sommige polders aangewezen als waterbergingsgebieden. ‘Voor sommige boeren is dit problematisch,’ zegt Marjon Verkleij-Lemmers, die naast haar werk bij het hoogheemraadschap ook boerin is. ‘Wanneer een polder wordt gebruikt voor waterberging, kan er niets meer worden verbouwd. De waterschappen hebben altijd uitstekend werk geleverd: de boeren konden er vast op rekenen dat ze genoeg zoetwater kregen voor hun activiteiten. Maar dat kan in de toekomst niet langer worden gegarandeerd. We hebben onze grenzen bereikt.’
Toch is de situatie in Reeuwijk minder kritiek dan in Delfland, meer naar het westen. Daar moest het hoogheemraadschap als gevolg van de aanhoudende droogte begin augustus ‘code zwart’ afkondigen, het hoogste waarschuwingsniveau. Om de zoetwatervoorraden te sparen werd onttrekking van oppervlaktewater verboden en werden de sluizen gesloten. Eerder in de zomer had de droogte al tot reacties van diverse politieke partijen geleid: D66 pleitte voor steun aan de getroffen bedrijven terwijl BBB opheldering eiste over de landelijke verdeling van het water uit de Rijn en de Maas.
Volgens Martijn Heinhuis van Hoogheemraadschap Delfland is deze ernstige droogte een voorbode van wat wel eens het nieuwe normaal zou kunnen worden. ‘Nu noemen we dit nog een extreme situatie, maar in 20250 of 2080 is het wellicht de norm,’ vermoedt hij. Hoewel Nederland over aanzienlijke technische middelen beschikt om water af te voeren, bereiken die hun grenzen bij droogte. ‘We kunnen gemalen bouwen en infrastructuur voor waterafvoer aanleggen, maar de rivierafvoer kunnen we niet verhogen. Als de stand van de Rijn erg laag is, is er gewoon niet genoeg water om te varen.’
Grote kans op verzakking
Een stukje verderop, in Gouda, maken bewoners zich zorgen over een ander probleem. Op de Kleiweg, midden in het historische centrum van dit pittoreske stadje, zie je in één oogopslag dat sommige huizen wegzakken in de grond. ‘De oneven kant ligt zeventig centimeter lager dan de even kant!’ zegt Jan Dogterom, een voormalige architect die afkomstig is uit de regio en die tijdens werkzaamheden aan zijn eigen huis deskundige is geworden op funderingsgebied.
Dogterom steekt zijn bezorgdheid over de ernst van de droogte niet onder stoelen of banken. ‘Veel oude huizen staan op houten palen die in de grond zijn geheid. Zolang de koppen van deze palen maar onder water staan, is er niets aan de hand, maar als de waterstand daalt kan het hout binnen twee à drie maanden gaan rotten. Een ander probleem is de langzame oxydatie van de bodem van de regio, die voornamelijk uit veen bestaat. Wanneer dat veen aan lucht wordt blootgesteld begint het letterlijk te smeulen, waardoor het bodemniveau daalt.’
Volgens cijfers van het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) bestaat voor tussen de 487.000 en 537.000 Nederlandse gebouwen momenteel een verhoogd risico op funderingsverzakking door droogte, een aantal dat door klimaatverandering kan oplopen tot bijna 700.000.
Ook hoogleraar Niko Wanders van de Universiteit Utrecht waarschuwt voor een toename van ernstige droogteperiodes: Nederland heeft er in nauwelijks tien jaar tijd al drie meegemaakt. Al in 2017 had deze hydroloog een informele groep van deskundigen gevormd, die op verzoek van de overheid inmiddels een officieel adviesorgaan is geworden.
Op dit moment pleit Wanders voor een volwaardige regelgevend kader voor droogte dat vergelijkbaar is met dat voor overstromingen. ‘We moeten de instrumenten voor waterbeheer, die van oudsher ontworpen zijn voor het regelen van hoge waterstanden, nu ook toespitsen op droogte.’ Toch beseft ook hij dat dergelijke instrumenten niet zullen volstaan: hij maakt zich sterk voor waterbehoud en voor een grotere bereidheid om bepaalde vormen van ‘waterschade’ te accepteren, zoals kleine overstromingen van specifieke gebieden, om zo reserves op te bouwen voor de zomer. Dit vergt een mentaliteitsverandering die lastig te verkopen is in een land dat zijn identiteit ontleent aan waterbeheer. ‘We kunnen de natuur onze wensen en Nederlandse ingenieursprincipes niet opleggen,’ erkent hij. ‘We moeten accepteren dat de natuur soms zelf de voorwaarden bepaalt.’
Vertaald door Peter Bergsma
Verder lezen?
Kwaliteitsjournalistiek kost geld. Maar je wilt 360 misschien liever eerst proberen. Neem daarvoor een proefabonnement en lees een week lang gratis.
Heb je al een account?
